Boekbespreking
Joh. Francke: De morgen der mensheid. Hoe professor dr. B. J. Oosterhoff Genesis 2 en 3 leest. Uitg. J. Boersma, Enschede 1974; 182 blz.; ƒ 15, —.
Soms verschijnt er een boek dat meer noodzakelijk dan wenselijk is. Tot deze categorie behoort ook het boek van ds. Francke dat wij hier aankondigen. De aanleiding tot het schrijven van dit boek is geweest de studie van prof. Oosterhoff, getiteld: Hoe lezen wij Genesis 2 en 3, Kok, Kampen, 1972.
Al direct na verschijning van deze studie kwamen er in diverse kerkelijke bladen kritische reacties los, o.a. in De Reformatie, het blad van de vrijgemaakt gereformeerden. Ds. Francke, behorende tot de Vrijgemaakte Geref. Kerken, schreef naar aanleiding van Oosterhoffs boek een reeks artikelen in het zojuist genoemde blad, waarin hij de meningen van Oosterhoff onderwierp aan een kritische analyse en ze confronteerde met het gereformeerde belijden. Deze artikelenreeks, gecorrigeerd en aangevuld, ligt nu voor ons in een fors boekwerk.
In zijn Woord vooraf meldt ds. Francke, dat zijn hele artikelenreeks vóór het verschijnen van dit boek prof. Oosterhoff is toegezonden; hij voegt eraan toe: 'doch van enige reactie van zijn kant hebben we niets gemerkt'.
Naar de aard der zaak is Francke's boek nogal polemisch. Evenwel, het is daarin eerlijk en zuiver. Het gaat er niet om de persoon van prof. Oosterhoff, en het gaat er nog minder om de Christelijk-Gereformeerde Kerken te treffen; het gaat er alleen maar om de waarheid te dienen, naar Schrift en belijdenis. Dergelijke polemiek noem ik noodzakelijk. Jammer, maar het is nu eenmaal niet anders. Zij is niet uitgelokt door ds. Francke, maar door prof. Oosterhoff. Wil iemand van 'schuld' spreken in deze, zij ligt bij hém.
Misschien is het nodig nog eens de grondstelling van prof. Oosterhoff te noemen; zij is deze: 'Genesis 2 en 3 verhalen ons feiten, maar deze worden ons meegedeeld in symbolische taal'. Dit is niet extreem links, zegt Francke, dus niet in de geest van Kuitert, maar het is ook niet gereformeerd. Het is tweeslachtig en daardoor gevaarlijk! Met een stelling als deze zet prof. Oosterhoff zich buiten de gereformeerde belijdenis aangaande het gezag van de Schrift; gelijk ook prof. Koole (gereformeerd) heeft gedaan en, indertijd — gelijk ds. Francke terecht aantoont — dr. Woelderink (art. in Kerk en Theologie, 1953).
Naar aanleiding van een bepaalde passage in Oosterhoffs boek zegt Francke: 'Wij kunnen het niet verstaan dat een christelijke, gereformeerde hoogleraar op zulk een manier de historiciteit van Genesis 3 aantast, althans twijfelachtig maakt' (43). In deze ene zin vertolkt de schrijver wat zijn kritiek op héél Oosterhoffs boek mag heten. Een kritiek, die, naar mijn oordeel, terecht is.
Behalve het Schriftgezag is er nóg iets in het geding, te weten de leer van de erfzonde of beter gezegd: van de erfschuld. Oosterhoff wil alleen weten van een erf-smet (sinds Adam zijn wij allen door de zonde besmet); hij wil niet weten van een erfschuld (Adams zonde wordt al zijn nakomelingen toegerekend). Een zeer ernstige dwaling die zich in het verleden van de kerk al eens eerder heeft voorgedaan en waartegen o.a. Comrie zich met hand en tand verzet heeft.
In De Waarheidsvriend (17 oktober 1972) hebben wij al eens eerder op het gevaarlijke van deze stelling van Oosterhoff gewezen. Ook ds. Francke maakt zich er ernstig bezorgd over. Met een grondige exegese van Rom. 5 toont hij aan hoe onhoudbaar Oosterhoffs visie is. Diens beroep op Calvijn ontzenuwt hij met een reeks van citaten uit Calvijn zelf. Hij laat ook de belijdenisgeschriften spreken. Ik kan me niet voorstellen dat Oosterhoff hier ook maar iets zinvols tegenin zal kunnen brengen.
Nog één citaat uit Francke's boek: 'Het was en is ons allerminst een zaak van vreugde de bovengenoemde constateringen te moeten doen. Integendeel, het is ons leed dat een christelijke, gereformeerde hoogleraar die de oudtestamentische vakken doceert, zich door het modernisme op dat vakgebied laat beïnvloeden en inpalmen. Wij zijn ervan overtuigd dat prof. Oosterhoff beslist geen modernistisch theoloog doch een echt (christelijke) gereformeerde oudtestamenticus wil zijn. Maar dan moet hij dat bewust zijn' (170). In deze, ik mag toch wel zeggen echt christelijke geest, is heel Francke's boek geschreven. Geen hatelijke opmerkingen maar eerlijke, nuchtere en toch bewogen en bezorgde kritiek op de meningen van een gereformeerd hoogleraar die naar zijn mening (en die is op dit punt ook de mijne) zich op een verkeerde weg heeft begeven, een weg die heilloze gevolgen kan hebben.
Het zou zeer te betreuren zijn indien men een boek als dit al bij voorbaat, dat wil zeggen zonder er serieus kennis van genomen te hebben, zou afwijzen, misschien met als argument: Het is maar een vrijgemaakte dominee die het zegt! Neen, laten ook christelijke gereformeerden het onbevangen en eerlijk lezen; en zich dan concentreren op de hoofdzaken van Francke's kritek. Wij zijn er in de Gereformeerde Gezindte voor om elkaar te helpen, zo nodig ook elkaar terecht te wijzen. Aan het eind van zijn boek zegt ds. Francke, dat het zijn vurige wens en bede is, dat prof. Oosterhoff op zijn schreden zal terugkeren en tot betere inzichten zal komen. Ik sluit me daar van harte bij aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's