Buiten ons èn in ons
De prediking
Aard van behoefte
Wie een weinig thuis is onder de godsdienstige strijdvragen van deze tijd, zal veel horen over revolutie, mentaliteitsverandering, herscholing en heropvoeding.
Met andere woorden: wie gedurig de officiële lectuur van de kerkelijke tijdschriften bijhoudt, waait het om de oren van de wind van politieke, disciplinaire en dogmatische stromingen. Maar laat ons goed weten: al deze dingen vormen slechts in theologisch opzicht de bovenstroom. Het zijn de toppen van de ijsbergen, die drijven in de kerkelijke zee van deze eeuw. De onderstroom vertoont een geheel ander beeld. Een stil onderzoek, een geduldig luisteren naar het hart van de gemeente leert u dat bij de besten veeleer de persoonlijke geloofsvragen centraal staan. Daar gaat het om omgang met God, gebed, hedendaags geloven en troost in droefenis. Een Duits romanschrijver heeft dit eens aangrijpend onder woorden gebracht: wanneer de feestklokken luiden heerst er pathos, geschal en gedruis. Maar het stille leven van iedere dag gaat gewoon zijn gang ondanks Waterloo, ondanks Napoleon, Elba en Sint-Helena. In het algemeen verhoudt zich de mensheid tegenover de wereldgeschiedenis als een goede huisvrouw zich gedraagt tegenover haar huishoudelijke beredderingen. Laat er eens een verjaardag wezen, een begrafenis of een jubileum — dan draaft en rent zij om alles klaar te maken. Maar wanneer dat niet het geval is, dan gaat ze een alledaagse gang en ze zou het ook in deze bange wereld niet kunnen uithouden, wanneer het niet zo was. Wat bedoelen wij met deze gedachten? Wel, wie nauwlettend het wereldgebeuren volgt en de weergave daarvan in de media, zou iedere keer menen dat nu het allerlaatste was gevonden, het allerhoogste geschapen, en de allesverklarende oplossing gegeven. Toch blijkt na verloop van enige tijd dat datgene wat met zo'n ophef was aangekondigd en met zo'n pathos werd nagejaagd in de zee van het verleden spoorloos wegzinkt. Alleen hetgeen elke dag daar is: het huishouden verzorgen, het ploegen en eggen, het opvoeden en studeren, het werken en eten — dat blijft. Wij leven in een tijd waarin het gelegenheidsgebeuren verheven wordt ten koste van het gewone, het plichtmatige, de tred van het uur. De oude theologen onderscheiden ten aanzien van de prediking met het oog op de behoefte der gemeente: algemene behoeften, bijzondere behoeften en ogenblikkelijke behoeften. Algemene behoeften van elke gemeente zijn voor iedere tijd hetzelfde. Wij zijn allen zondaren, stervelingen, die in de kerk licht en kracht, troost en hoop komen zoeken. Bijzondere behoeften zijn die, welke speciaal eigen zijn voor een bepaalde gemeente. De ene gemeente staat niet weinig boven of beneden de andere in kennis, in geloof, in geestelijk leven. Wat op een Veluws dorp met stichting aangehoord wordt, zal in een grote industrieplaats met bevreemding worden vernomen. Ogenblikkelijke behoeften zijn die welke voortkomen uit het eigenaardig tijdperk, zowel als uit het bijzonder tijdstip waarin de gemeente leeft. Actualiteit is een hoofdwet van de prediking en één der redenen, waarom zo menige op zichzelf ware en goede preek als een regenloze wolk boven de hoofden der hoorders voorbijtrekt, schuilt hierin, dat zij evengoed in de eerste als in de tweede helft van deze eeuw kon gehouden worden. Dat is: voor geen van beide voldoende is.
Kenschets
Het komt ons nu vóór, dat het gedurig prediken met het oog op de incidentele situatie wel goed is, maar op den duur dodelijk vermoeiend werkt. Allereerst voor de prediker zelf, die telkens weer wat moet zoeken, als achtergrond van zijn prediking. Maar voorts ook voor de gemeente, die in de regel beter is geïnformeerd in het warmbloedige leven dan de predikant. Niettemin blijft de eis van persoonlijke prediking. Prediking op de man en de vrouw af. Het schijnt ons toe, dat de aangewezen weg daarvoor is bevindelijke prediking. Wij moeten dan beginnen met te zeggen wat onder 'bevindelijk' is te verstaan. Bevindelijk is nog iets anders dan toepasselijk. Toepasselijk preekt men als men, na uitlegging of inleiding van de tekst, aan de gemeente de vermaningen of vertroostingen toedient, die in deze tekst gelegen zijn. Het spreekt vanzelf dat dit een hoofdvereiste van iedere prediking is. Wanneer een Woordbediening volstaat met exegetisch nauwkeurig de zin van het tekstwoord weer te geven op de kansel, ziedaar, dan verandert de kerk terstond in een gehoorzaal. De prediker zegt wel wat de tekst is, maar niet wat die tekst voor óns is en dit is een groot gebrek, omdat de gemeente gezegd moet worden wat dit oude Woord voor haar betekent in de kruitdamp van het heden. Intussen, bevindelijk is een preek eerst dan, wanneer zij handelt over wat in het hart der gelovigen omgaat. Theologisch beoordeeld in woorden gebracht: bevindelijk is die prediking, waarin een plaats gegund wordt aan de werkingen van de drieënige God te onswaarts. Verbonden met de beleving van de Heilige Doop 'bevinden', gevoelen wij de werkingen van de drieënige God in ons. De beloften toch van de drieënige God zijn niet enkel objectieve woorden, maar ook levende krachten. De Vader toont, dat Hij ons verzorgen, de Zoon bewijst, dat Hij ons wassen, de Heilige Geest doet ons ervaren, dat Hij in ons wonen en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil. Niet terstond en opeens wordt de gedoopte zich deze werkingen bewust. Er is eerst beginsel, namelijk besef van vaderlijke toorn, daarna vlucht tot Christus, ervaring van verzoening, die de verhouding tot de Vader herstelt. Eindelijk kennis aan de Heilige Geest, die het kindschap hernieuwt en Abba, Vader, leert roepen. Maar onderscheiden gedacht, is hierbij sprake van vele dingen. Het stralend licht van de geloofsbevinding valt in 'n prisma van meerdere kleuren uiteen. Denk aan de worsteling van onze ziel tegen de begeerlijkheden dezer wereld, als deze op ons aanstormen of over ons meester dreigen te worden. Denk aan die machtige onwil van het vlees om de last der verdrukking te dragen. De strijd daartegen loopt hoog, wanneer God de bedoeling van de druk voor ons verbergt. Denk ook aan de benauwdheid van de ziel, wanneer de satan haar in de engte stuurt. Wij worden geplaagd door vrees voor zelfbedrog. De fundamenten van onze hoop worden onder onze voeten stukgeslagen.
Nut
Zou het nu tot versterking van zulke verslagen harten niet nuttig, ja, nodig wezen in de prediking een plaats in te ruimen aan de beschrijving van zodanige toestanden in het leven des geloofs? Wij erkennen de plaats daartoe mag niet allesoverheersend wezen. Exegese, dogma, verband van de tekst met het geheel der Schrift vragen ook aandacht. Maar toch, hoe graag ontvangen wij van onze dokter een omschrijving van onze ziekte, die overeenkomt met de verschijnselen, welke wij bij onszelf waarnemen. Ook vermeerdert er ons vertrouwen in zijn kunde niet weinig door. Welnu, naarmate dan de prediker zijn kudde kent, moet hij dit met het Woord begeleiden. Wanneer met evenwichtige maat de prediker zijn licht laat schijnen over datgene wat in het binnenste der bezwaarden omgaat, dan zullen zij niet licht van hem afdwalen. Dan vallen ze ook niet gemakkelijk in de hand van allerhande dwaal- en fladdergeesten. 't Moet ons toch benauwen, dat er zijn, die, al hebben ze geen ambtelijke aanstelling, soms toch deze zielenoden beter verstaan dan officiële leraren. Het zij onze eer te na, zulke kleinen geen voedsel te kunnen toereiken.
Wijze
De reeds genoemde bevindingen hebben hun grond in de terugwerking van het vlees op de geest, in de zwakheid van onze natuur en in de macht, die satan nog gelaten is om ons te verzoeken. Maar er is meer. Wij willen ook de bevindingen noemen, die exclusief als werkingen des Geestes in de gelovigen zijn te beschouwen. Misschien wordt daardoor het vooroordeel weggenomen, dat velen tegen een prediking koesteren, waarin ook aan de bevinding der heiligen een plaats wordt gegeven. 't Moet ons van het hart, waarom men wel zou mogen prediken over wat God buiten ons, maar niet over wat Hij in ons werkt. Er behoeft in het geheel geen vrees te bestaan een ziekelijk en dweepzuchtig christendom aan te kweken, wanneer men slechts uit de Schrift de stof haalt voor de beschrijving van Gods werk in ons. Deze methode bewaart ons ervoor ons op stille wijze de vromen te behagen door hun ervaringen in het generaal op de kansel te brengen. Of anderzijds om allerlei verhalen te doen, die geen grond hebben om op te staan voor de ganse gemeente. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat bevindelijk prediken zó wel eens opgevat wordt. Men schildere de geestelijke ervaringen van een erkend christen bij voorkeur, men lardere dit op aandoenlijke toon en de gemeente is verrukt. Wij overdrijven natuurlijk. Maar de ervaring leert dat het zo in het verleden vaak geschiedde en wellicht nog hier en daar geschiedt. Inmiddels dreigt het gevaar, dat het exces aan deze zijde, voert tot een doorslaan naar de andere kant. De prediking spoedt zich naar het amen, maar op geen enkele wijze daalt de prediker af in het zieleleven en de geoefenden in het geloof verkommeren. Daarom wijzen wij naar de weg der Schrift. De stof voor het bevindelijk deel der prediking binde zich aan de Schrift zelf. De prediker behoeft niet verder te gaan dan tot de psalmen. Zij geven hem alles wat hij tot kennis van het werk Gods in ons nodig heeft. Geestelijke vreugde, gemeenschap in God, bewaring in nood, leiding naar de wet, heilige genieting — het wordt hem met volle handen aangereikt in Davids liedboek. De psalmen zijn vol van getuigenissen uit het van God gewerkte onderwerpelijk leven. Daarnaast duike de prediker in de vele geschiedenissen, welke de Schrift ons geeft om ons de wegen te doen zien, waarlangs God de Zijnen leidt. Abraham moet leren wachten, Jacob dient te worden gelouterd, David vernederd. Jozef verhoogd door ontbloting heen. Zacheüs wordt overrompeld. De Samaritaanse vrouw wordt door Christus voor het volle voetlicht gehaald.
En wat zullen wij nog zeggen van de brieven, waarin God ons het geheimenis van Zijn gangen openbaart? Schriftgebonden mogen wij op de kansel handelen over Gods wegen met Zijn volk. De vrucht zal groot wezen. Het geloof der gemeente moet niet wortelen op de zwiepende golven van wat sommigen weten te verhalen, maar het geloof der gemeente wortele rechtstreeks in het Woord Gods. Het is de grootste ere bij het heengaan van een prediker uit een gemeente, als eenvoudigen tot hem zeggen: ik heb door uw preek de Schrift zoveel beter begrepen. Zulke predikers blijven lang in de memorie niet om hun persoon, maar om hun gebondenheid aan de Schrift. Bij zulke trouwe dienaren des Woords bemerkt ge altijd, dat de Geest het Woord opzoekt en bij het Woord Zijn inwoning neemt. Zulk bevindelijk prediken versterkt bij de hoorders het geloof, en maakt de hoop vaster. Ja, verbindt hart en ziel opnieuw aan de Heere. 't Heeft ook daarnaast nog een separatieve werking, doordat het anderen soms tot hun woede doet ervaren, dat zij slechts holle christenen zijn. Het is waar, een evangelisatieprediking kan niet verder gaan dan alleen tot geloof en bekering te bewegen. Maar in een gevestigde gemeente is er meer te doen. Daar is de prediker ook tolk van wat de ziel gevoelt, als de Geest Zijn licht over zijn werk in de harten laat schijnen. Wonderlijk is het dan, waar dit geschiedt, hoe terstond alle drijven naar opfleuring van de eredienst wegvlucht. Er is geen behoefte meer aan. Waarom niet? Wel, de bevindelijke prediking in deze zin, aldus streng aan de Schrift gebonden, doet Gods licht over de doolhof van onze harten schijnen. Alle dingen rondom ons gaan glanzen. De weelde van het leven tintelt in God. Het kan soms gebeuren, dat ge in de kerk zittend, temidden van vele anderen, van de wereld geen weet meer hebt. Diep in aanbidding zinkt ge neer, omdat God zich in Christus met u bemoeien wil, waar wij toch stof en as zijn! Wie het vatten kan, die vatte het — lang geleden zei ons iemand eens: soms is het als ik in de kerk zit, alsof ik geen benen meer heb. Er is geen tijd meer, geen geluid, ik ben welhaast van de aarde weg. De Schrift zegt hier: zij zagen niemand dan Jezus alleen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's