De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In dienst genomen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In dienst genomen

Bij de opening van de Gereformeerde Sociale Academie

11 minuten leestijd

Bij de opening van de Gereformeerde Sociale Academie op 2 september l.l. werd na lezing van Galaten 6 het volgende openingswoord gesproken.

Een bijeenkomst als die wij hier vanmiddag hebben heeft voor ons ongetwijfeld iets feestelijks. Het is tenslotte een gebeurtenis, dat na twee jaar voorbereiding vanmiddag een instituut voor sociaal pedagogisch onderwijs, zoals in brede kring beoogd werd, mag worden geopend.
Er waren tal van moeilijkheden. Maar een middag als deze laat zien dat ze overwonnen mochten worden. En daarom heeft deze dag een feestelijk karakter. Maar toch wil ik dat feestelijke liever niet zo benadrukken. Achter dit alles ligt namelijk een ontwikkeling in onze cultuur. Een gekerstende samenleving kwam in de greep van de ontkerstening. Aparte organisatie voor christelijk onderwijs, in welke sector dan ook, was enkele eeuwen geleden niet nodig, omdat het hele maatschappelijk leven de tekenen vertoonde van de doorwerking van de Bijbel hier te lande. De ontkerstening, de neergang van het christelijk karakter van onze natie, maakte in de vorige eeuw echter al de samenbundeling van christenen noodzakelijk tot behoud van christelijk onderwijs voor de jongeren. Het christelijk maatschappelijk leven werd in instituten en verenigingen georganiseerd. Thans zien we echter, dat ook deze christelijke organisatie de ontkerstening niet tot stilstand bracht. Er is sprake van een doorgaand proces. De deconfessionalisering en de veralgemenisering heeft zelfs menig christelijk instituut of organisatie aangetast, zodat de oorspronkelijke opzet onherkenbaar is geworden. Dat proces is ook merkbaar geworden bij het sociaal pedagogisch onderwijs, ook daar waar men in de na oorlogse jaren met veel élan begonnen is, vanuit een duidelijke visie, of die nu geënt was op de apostolaatsgedachte, zoals in de Hervormde Kerk, of op de idee van de gemene gratie, zoals in de Gereformeerde Kerken. Maar men heeft het niet kunnen houden. En daarom wil ik stellen, dat het feestelijke van een samenkomst als deze getemperd wordt door de gedachte, dat achter dit alles ligt een doorgaande secularisatie, een om zich heengrijpende crisis in ons volksleven, als het gaat om het beslag van het Woord van God op samenleving en samenlevingsverbanden. Een academie als die we nu starten is uit nood geboren.

Ootmoed
Gegeven dit alles hebben we weinig reden om triumfantelijk te doen bij de opening van deze academie. We hebben de les van de geschiedenis namelijk te verstaan, die ons leert dat in het verleden vele instituten en organen met een principiële opzet van de grond zijn gekomen, die toch de geestelijke spankracht niet behielden om staande te blijven.
En we zullen eerlijk moeten zeggen dat we zelf de ontwikkelingen óók niet tegen konden houden. Enerzijds is het ten dele zo, dat de kerkelijke groeperingen, vanwaaruit nu deze academie is opgezet, tot hiertoe de handen vaak hebben afgehouden van bepaalde maatschappelijke activiteiten. Dan is er dus mede schuld aan de ontwikkelingen. Of bij deelname eraan was er toch ook niet de geestelijke kracht om de ontwikkelingen tegen te gaan. Het is ook vaak niet aan te geven waar een bepaalde ontwikkeling begint. Men komt op ander spoor, maar lange tijd lijkt het of men nog op hetzelfde spoor rijdt. Tot de rails uiteindelijk zover van elkaar geweken zijn, dat het punt van uitgang moeilijk meer te bereiken is.
Vandaag zetten we nu onze sociale academie op het spoor. Maar we willen dat wel doen met de nodige bescheidenheid, gezien de lessen die we hebben geleerd. Zouden we hier triumfantelijk gaan doen dan hebben we al verloren voor nog iets begonnen is. We zullen bij onze academie dan ook niet kunnen bestaan van het signaleren van negatieve ontwikkelingen elders. Dan moeten we het maar liever houden op wat we zojuist in Galaten 6 lazen, namelijk het terecht brengen van de ander met de geest der zachtmoedigheid, opdat we zélf ook niet in de zelfde verzoekingen komen. We hebben elkanders lasten te dragen, ook in de samenleving en verder erop toe te zien dat we zelf in het spoor blijven.

Dankbaarheid
We vieren bij deze opening dus geen uitbundig feest. Wel is er reden tot dankbaarheid, dankbaarheid hierom, dat we met ónze academie ook in de wereld van nu, in de ontkerstenende samenleving van Nederland anno 1974 nog in dienst genomen mogen worden, misschien wel als de arbeiders in de wijngaard, die ter elfder uur nog door de wijngaardenier worden ingehuurd om te werken in de wijngaard. We weten niet hoe laat het is op de klok van God, als het gaat om de mogelijkheden vanuit het evangelie in de maatschappij. Maar we zijn in dienst genomen. En daarom mag er de dankbaarheid zijn.
Het was mogelijk om een academie als deze van de grond te krijgen, met name ook door de medewerking van duizenden in den lande, die de financiële basis hebben gelegd. Het is hier de plaats om grote dankbaarheid uit te spreken aan al de gemeenten van de onderscheiden kerken en kerkelijke groeperingen van gereformeerde signatuur, die deze miljoenenzaak hebben mogelijk gemaakt. Achter dit geld zit een hart, een hart dat nog in liefde geven wil voor de dienst aan God, ook in de samenleving. We hebben daarvan in de achter ons liggende twee jaar treffende staaltjes meegemaakt. We denken aan de hartverwarmende activiteiten van de jongeren uit Herv. Geref. kring en de Geref. Gemeenten, die in enkele weken tijd bijna tachtig duizend gulden bijeen brachten, aan de diakonieën die zich voor de start van de academie garant stelden, aan de duizenden gevers in den lande, die met grote en kleine bedragen de academie op de been hielpen. Aan de onbekende die onder de initialen N.N. te X nu al twee jaar lang maandelijks ƒ 100, — overmaakt, zo goed als aan diegenen, die een gulden in de collecte deden in de kerk, waar voor het goede doel doel gecollecteerd werd. We hopen dat de hulp, die zo spontaan geboden werd, ook in de komende jaren mag doorgaan, al hopen we natuurlijk van harte dat we met onze academie spoedig voor subsidie in aanmerking zullen komen. Dat we de academie mogen starten met honderd studenten voor de dagopleiding en nog eens zestig voor de urgentieopleiding bewijst, dat er grote behoefte aan bestaat in dat deel van onze bevolking, waardoor de academie gedragen wordt. We hopen dan ook dat in politieke kringen beseft zal worden dat subsidiëring een billijke zaak is.
Dankbaar zijn we intussen ook, dat we een docentencorps konden aantrekken met uitsluitend bevoegde krachten, en dan ook docenten, die van harte achter de doelstelling van onze academie staan. Op één van de voorlichtingsavonden voor de academie in Katwijk aan Zee zei een oude visser, dat hij hoopte dat het schip, als het zou uitvaren, een goede stuurman, een goed kompas en een goed anker zou hebben. Welnu het goede kompas en het goede anker zijn onmisbaar, maar een goede stuurman en een goede bemanning eveneens. We hopen van harte dat onder de leiding van de heer Verhoeff — die tot onze vreugde als directeur zijn krachten aan de academie gaat geven — en onder de goede zorgen van de docenten, iets gerealiseerd mag worden van wat bij de oprichting van de academie ons voor ogen stond, namelijk het geven van sociaal pedagogisch onderwijs, dat zijn normen niet ontleent aan eigentijdse ideologieën maar aan het Woord van God, dat door alle tijden heen waardevast is en ook nu richting wil geven aan het leven van mens en samenleving, waarbij bekering tot de levende God onmisbaar is en het leven naar Zijn geboden wordt bevolen.
We zullen niet mogen verhelen, dat we in dit opzicht de stroom niet mee hebben. Nu aan alle kanten de mening baanbreekt, dat confessioneel gebonden sociaal pedagogisch onderwijs niet meer mogelijk is en het sociale werk op basis van algemeenheid moet geschieden, is er moed voor nodig om een weg in te slaan, die door anderen als onbegaanbaar verlaten is. En weer zeggen we: we zullen dat niet triumfantelijk doen. Maar wel beslist. Wanneer het Woord van God ook bij het onderwijs in de sociale sector niet ons uitgangspunt is, wat zal het dan wèl zijn? Maar dan zullen we ook alléén maar maaien, alleen maar vruchtbaar bezig zijn — en dan herinner ik weer aan het gelezen hoofdstuk — als we in de Geest zaaien. We hebben samen nodig de verlichting met de Heilige Geest wil er iets van terecht komen. We staan voor de opdracht om met elkaar te zoeken naar wegen, die het Woord van God wijst voor onze samenleving, niet voor een samenleving die christelijk is, niet voor een samenleving die in meerderheid christelijk is, maar voor een samenleving, die niet meer of in minderheid christelijk is en waarin één voor één de tekenen van het evangelie, die lange tijd aanwezig zijn geweest, worden uitgewist. Dan worden we desalniettemin opgeroepen om goed te doen aan allen, jawel: allermeest aan 'de huisgenoten des geloofs', maar intussen toch ook aan allen. Dat vraagt liefde, sociale bewogenheid, die verankerd is in de barmhartigheid van God over mensen, die zich van Hem afkeerden en afkeren. In dit opzicht kunnen we leren van de mannen van het Réveil uit de vorige eeuw. Ze stonden in een andere situatie dan wij, een minder ontkerstende samenleving, maar toch in een samenleving met dezelfde noden en dezelfde knelpunten. We zullen als academie van hun élan, van hun geestelijke inzet kunnen leren, al zal de uitwerking om een eigentijdse aanpak vragen.

Waar starten we?
We ontwerpen hier vandaag geen program. We hebben de afgelopen jaren in woord en geschrift getracht iets te vertolken van de achtergrond waaruit en de wijze waarop we onze academie willen inrichten. We zetten vanmiddag alles wel graag op de toonhoogte, waarmee Paulus zijn brief aan de Galaten besluit: het zij verre van mij, dat ik in iets anders zou roemen dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus. Dat kruis heeft als een opgericht teken in deze wereld gestaan. Een teken, dat door de eeuwen heen weersproken werd en waar het ongeloof door de eeuwen heen niets in heeft gezien, er de schouders over heeft opgehaald. Maar een teken, waarvan de vroegchristelijke kerk zei: in hoc signo vinces, in dit teken overwinning! Daar bracht Christus verzoening aan. Daar werden door Hem de machten van welke aard ook publiekelijk ten toon gesteld, zodat Calvijn — de grote Reformator — het kruis een praalwagen noemde, waaraan Christus de overwonnen machten in triumf meesleepte. De meerderheid van de mensen heeft het niet gezien. Het volk stond erbij en zag het aan! Maar door de eeuwen heen hebben ontelbaar velen daar rust gevonden, in Zijn verzoening, en dan ook vandaaruit hun werk verricht in de dienst des Heeren, ook in het sociale leven. Vanuit de wetenschap dat de overwinning op welke machten dan ook door Christus behaald is kan ook nu nog gearbeid worden in onze samenleving, niet alleen in een gekerstende cultuur maar ook in 'n ontkerstenende cultuur als de onze. Dan hebben we slechts op de opdracht te zien. De uitkomst gaat de mens niet aan, zei dr. Ph. J. Hoedemaker, wanneer zijn plicht hem voorgetekend is.
We hebben ook gelezen in de Galatenbrief, dat we het goede hebben te doen terwijl we de tijd daarvoor hebben. We krijgen momenteel die tijd, de gelegen tijd nog, om iets te laten zien van de zegen, die het leven naar het Woord ook in de samenleving geeft. Wie naar de regel van Christus leeft, zegt Paulus, ontvangt vrede en barmhartigheid (Gal. 6: 16).

Jongeren
We hopen dat de nieuwe academie ertoe mag bijdragen, dat ook die kerken en kerkelijke groeperingen, die tot hiertoe in het sociale leven vaak niet de kanalen zagen om vruchtbaar en verantwoord bezig te zijn, hun dienst mogen bewijzen aan de samenleving in de noden en de knelpunten die daar liggen. Misschien mogen we daarbij iets betekenen vóór en dóór de jongeren, in een tijd, waarin steeds meerderen stuurloos ronddobberen op de zee van het leven. Er blijken gelukkig vele jongeren te zijn, die vanuit de achtergrond, waaruit de academie wil werken, straks bezig willen zijn in de maatschappij, in het maatschappelijk werk en het sociaal cultureel werk. Hopelijk mag onze academie hen daarvoor de toerusting geven.

Dank
Ik wil besluiten met allen hartelijk te danken, die tot hiertoe met zoveel liefde en overgave zich hebben gegeven aan dit stuk werk, dat alleen al dóór die liefde, waarmee het gedaan is, niet meer is weg te denken. Het is onmogelijk hier namen te gaan noemen, want velen, zeer velen hebben er hun schouders onder gezet. Eén naam wil ik hier wel noemen, dat is die van onze secretaris, de heer Huizer, die vrijwel dag en nacht met deze zaak is bezig geweest en wiens liefde voor het werk tastbaar en voelbaar was.
Ik heb verder zojuist gewezen op de relatie, die de academie wil hebben met de kerken, waardoor zij gedragen wordt. We hopen van harte dat de academie, zoals het héle christelijk onderwijs, een plaats mag hebben in de voorbede en in de dank binnen de gemeenten. Ons werk is uiteindelijk afhankelijk van Gods zegen. We hopen dat onder Gods zegen de academie mag uitgroeien tot een volwaardig opleidingsinstituut, ook met die studierichtingen die nu nog niet verwezenlijkt konden worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

In dienst genomen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's