Thaddeus de Lantman — Zielroerende Predikatiën (slot)
Minder bekende oude schrijvers
Er is geen christen of het kruis is voor hem weggelegd. Het kruisdragen is de derde grondregel van het christendom.
Het kruisdragen
De vraag is nu echter wat onder dit kruis verstaan moet worden. Niet Christus' kruis, want dat is gedragen door Hemzelf; wij behoeven dat niet over te doen. Men zal ook niet mogen denken aan al wat in het pausdom aan kruisen gemaakt en verzonnen is; men heeft daar het christendom gereduceerd tot ceremoniën, formaliteiten en superstitie (bijgeloof). Zelfs zal men niet in de eerste plaats mogen denken aan allerlei levensleed, aan tegenspoed, aan aardse zorgen en noden; want die zijn immers algemeen, zijn niet alleen de christen eigen. Neen, het kruis waar de Heere Jezus hier over spreekt en dat wij, naar Zijn bevel, op moeten nemen, is veeleer datgene wat een christen treft als christen, zowel in zijn innerlijk als in zijn uiterlijk leven. Het is datgene waarvan hij vrij zou zijn als hij geen christen was. Het wordt hem enerzijds door God en anderzijds door de satan en de wereld opgelegd; door satan en de wereld tot zijn nadeel, maar door God tot zijn voordeel. Om het met De Lantmans eigen woorden te zeggen: 'Wy mogen by kruys verstaan al de quaden, die een christen treffen in sijn gemoed, ter oorsake sijnes Christendoms, die hy niet soude hebben, zoo hy geen Christen ware'. Armoede, ziekte en de dood zijn in zichzelf straffen, vloeken van God, maar voor een christen worden zij geheiligd, worden zij heilzame medicijnen. 'God wil alles ten goede doen gedyen, maar Satan ten quade' en wat verderop: 'Zoo Satan u dese dingen aandoet, om dat gy Christen zijt, en hem niet ter wille, of zoo hy deze dingen besigt (= gebruikt) om op u (= uw) Christendom aan te vallen, en dat u te doen verdrieten, als Job, zie daar nu kruys'.
Tot dit kruis behoren, zegt De Lantman in het bijzonder geestelijke kwellingen des gemoeds, ervaringen als die van troosteloosheid en satanische aanvechtingen. Nu weten wij dus wat onder het woord 'kruis' moet worden verstaan.
Als mens en als christen
De christen lijdt niet alleen als christen, ook als gewoon mens. Tussen beide moet onderscheid gemaakt worden, zegt De Lantman.
Er is veel leed in de wereld. Zelfs in de beste zalf komt nog weleens een vlieg voor die alles doet stinken. Ieder mens heeft de hoop dat het eens nog weleens beter zal worden dan het nu is, het is een zotte hoop. De wereld gelukkig maken is zo onmogelijk als het onmogelijkste. Het is waar, goddelozen hebben soms voorspoed, Asaf en anderen hebben erover geklaagd, maar vergeet niet, dat zij ook vele smarten hebben; hun leven is heilloos en rampzalig. Voorspoed is trouwens zeer gevaarlijk, men wordt daardoor minder bekwaam voor de hemel, want men hééft dan al zijn hemel. Tegen de rijke man werd gezegd: Kind, gedenk dat gij uw goed ontvangen hebt in uw léven (Luc. 16: 25).
Het opnemen van het kruis
Er is door de Heere Jezus gezegd dat wij het kruis moeten opnemen. Hiermee is niet bedoeld dat wij zelf een kruis mogen maken of een kruis moeten zoeken. 'Last opnemen, is niet last maken'. Voor het dragen van een kruis is het vroeg genoeg als God het ons oplegt. Wij behoeven ons niet eerder tot de strijd te begeven dan wanneer de Heere zelf het sein geeft. Jezus zelf heeft het kruis niet opgenomen voor het Hem werd opgelegd.
Onze natuur zoekt haar eigen behoud, en dat mag ook; de genade breekt dat niet af, brengt de natuur alleen maar onder haar gezag. Geen soldaat mag buiten orde gaan vechten. 'Onze wille moet volgen, niet voorgaan'. Wij moeten volgen als God voorgaat. Anders valt men in de fout van een eigenwillige godsdienst.
Wordt echter eenmaal het kruis opgelegd, welnu, dan moeten wij het ook dragen, of beter gezegd: opnemen. Opnemen is nl. nog iets méér dan alleen maar dragen, het is ook verdragen. Dragen, dat moet ieder, zelfs de meest onwillige, dat is in deze wereld onontkoombaar; ook al vecht men ertegen, het móet. Het wordt de mens niet gevraagd of hij een kruis wil dragen, het wordt hem gewoon opgelegd. Gelijk een paard in het gareel niet anders kan dan lopen, zo is het met ons allen inzake het kruisdragen.
Een christen doet echter meer, hij verdraagt het kruis ook, hij draagt het gewillig, hij stemt ermee in dat het hem opgelegd is, hij keurt het goed, hij geeft zich aan God gewonnen en schikt zijn gemoed ernaar. Toen het niet anders meer kon gaf Jezus zich over als het Lam dat geslacht werd. Wanneer men geen wettig middel meer weet om het leed te ontgaan, dan moet men berusten. De Lantman illustreert het aan dit voorbeeld: zijn eigen huis in brand steken mag men niet, maar staat het eenmaal in de brand en kan men het vuur niet blussen, wél, dan moet ge het laten branden. Is het Gods wil, Gods tijd, u een kruis op te leggen, onttrek u dan niet. Reikt God u de beker van het lijden aan, drink ze. Rust in Zijn voorzienigheid. Merk op het goede dat God u geeft in het lijden. Zie hoe Jezus het kruis heeft opgenomen en het gedragen heeft. Volg Hem na!
De navolging van Christus
Zij is de derde grondregel van het christendom. Sla Hem gade van kribbe tot kruis, van Bethlehem tot Golgotha. 'Yder Christen is verbonden, Christus heylig leven gepastelijk te volgen'. Het zit al in de naam 'christen', immers die naam is afgeleid van 'Christus'.
Velen zien op tegen het navolgen van Christus; zij vinden de weg te lastig, te doornig. Zij kiezen voor de wereld, wat dwaas is, want de wereld bedriegt. Bovendien, Christus heeft het ons zo gemakkelijk gemaakt. Hijzelf heeft het voorbeeld gegeven. Hijzelf heeft als mens Zijn wandel ons getoond, en in Zijn voorbeeld ons te verstaan gegeven, hoe wij leven moeten. Alles wat Hij van ons eist heeft Hij eerst zelf ons voorgedaan. Hijzelf heeft als eerste de weg ingeslagen die Hij ons aanbeveelt. Zullen wij dan als leerlingen het mogen aanzien dat de Meester de weg alleen gaat? Zou een christen zich niet diep moeten schamen als hij Christus, die hem voorgaat, niet volgt?
De Lantman heeft ook het boekje gekend dat door Thomas a Kempis is geschreven over de Imitatio Christi, de Navolging van Christus. Hij verwijst ernaar en zegt: Het is in aller handen. Ook in de 17de eeuw werd het blijkbaar veel gelezen. Niet alleen De Lantman, ook andere gereformeerde theologen als Voetius en Wilhelmus a Brakel, hebben het hoog gewaardeerd. Er zijn er echter ook enkelen geweest, als Gregorius Mees, die het kritischer beoordeelden, die zagen hoe rooms het in feite is. Wat De Lantman betreft, hij heeft, evenals de bovengenoemde theologen, alleen de eerste 3 delen van dit boekje voor echt gehouden; het 4de deel was ook hem te rooms. Hij noemt het boekje 'godvruchtig', dus stichtelijk en goed, maar voegt eraan toe: 'eenige weynige dingen uyt genomen'. Een betere bron vond hij echter het Evangelie zelf. Voor de kennis van Christus kan men nergens beter terecht dan daar. Wie lere wil hoe hij Christus moet navolgen, die grijpe naar de Evangeliën!
Voor God, voor de mensen en voor zichzelf
Een hele ethiek is te ontlenen, zegt De Lantman, aan het leven van Jezus. Een betere ethiek (leer van leven) dan ons de heidenen, mannen als Aristoteles en andere filosofen hebben nagelaten. Ook een betere ethiek dan de roomsen ontlenen aan hun heiligen. En dan toont De Lantman de kritiek die hij heeft gehad op het kloosterleven, nu sterker dan tevoren. Er is in de kloosters een zich terugtrekken uit deze wereld, maar de Heere Jezus heeft dat nooit gedaan; Hij stond middenin Zijn tijd, leefde het leven van de mensen van Zijn tijd. Zijn heiligheid heeft Hij getoond niet buiten de samenleving maar er middenin.
Wie Jezus' leven nagaat, vanaf Zijn geboorte, Zijn kinderjaren en verder, tot aan Zijn dood toe, moet dat doen vanuit drie gezichtspunten, te weten hoe Hij in al deze stadia van het leven was voor God, voor de mensen en voor zichzelf. In dat alles is Hij een regel voor de Zijnen, Zijn volgelingen. Zijn discipelen, voor hen die zich naar Hem christenen noemen.
Aan God toonde Hij zich geheel onderworpen. Zelfs in Gethsemane boog Hij zich eerbiedig onder Gods wil. Ook kende Hij God en vertrouwde Hij God. Zelfs nog in de ure van de ergste Godsverlating aan het kruis, toen Hij uitriep: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten. Er was in Hem ook een innerlijke zekerheid ten aanzien van de beloften Gods. Ook verheerlijkte Hij God, dat was zelfs Zijn leven. Vaak was Hij in gebed. En hoe nederig was Hij voor God, hoewel Hij de Zoon was. In dit alles dienen wij Hem na te volgen. Zo Hij was voor God, zo zullen ook wij het moeten zijn.
En voor de mensen? Zijn ouders was Hij gehoorzaam. Hoe trouw was Hij in Zijn beroep, de eerste 30 jaren van Zijn leven het beroep van timmerman. Hij heeft liefde getoond jegens allen die Hij op Zijn levensweg ontmoette. Hij was zeer behulpzaam, ieder kon tot Hem komen met zijn noden. Hij was mededeelzaam, hield niets voor zichzelf alleen. Hij was zachtmoedig, kon zeggen: Leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart. Hij was vriendelijk, stootte niemand af. Hij was toegankelijk, niet te hoog, zelfs niet voor de armsten en zondigsten. Hij was eenvoudig, niet trots en hoogmoedig. Hij was ten hoogste billijk en rechtvaardig, eiste dat men de keizer zou geven wat des keizers is. Ook in dit alles dient Hij te worden nagevolgd.
En tenslotte, hoe was Hij voor zichzelf? Matig, oprecht, nederig, heilig, wijs, vergenoegd. Waarlijk aan Zijn leven hebben wij meer dan genoeg. Wie Hem navolgt zal nimmer daarmee klaar komen. Een christen doet niet beter dan zich verdiepen in het leven van zijn Heere. Niet om door werken het heil te verdienen, want het is uit genade dat wij zalig worden. Maar zonder een volgen van de Heere zullen wij er niet komen. De grondregels van het christendom: de zelfverloochening, het opnemen van het kruis en de navolging van Christus, kunnen niet straffeloos genegeerd worden. Wie een christen wil wezen schenke aandacht aan het fundament. Zonder een goed fundament kan het huis niet bestaan.
Nog heel wat meer zou uit de preken van De Lantman naar voren te brengen zijn, doch wij willen het hierbij laten. Wij hebben er een proefje van gehad, hem een klein beetje leren kennen. Zijn stem is al sinds lang verklonken en zijn naam vergeten, maar de boodschap die hij bracht is nog niet verouderd, het geldt ook heden nog: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelve en neme zijn kruis op en volge Mij!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's