De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In de greep van de ontkerstening

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In de greep van de ontkerstening

4 minuten leestijd

Af en toe zijn er gebeurtenissen, die er ons opeens weer in alle duidelijkheid aan herinneren hoe onze samenleving steeds meer aan de ontkerstening wordt prijsgegeven. De wethoudersverkiezingen hebben er ons weer eens schril aan herinnerd. De christelijke inbreng in de bestuurscolleges raakt meer en meer verloren. In de grote steden, Rotterdam en Amsterdam, volledig linkse colleges! Amsterdam spande de kroon doordat alles wat links was, tot en met de CPN de handen ineensloegen en voor een links progressief college zorgde, waarin ook plaats kregen de mannen met het open hemd, de mannen met 'het uniform', de representanten van de stijlloosheid. De openbare verloedering grijpt als een groot kwaad om zich heen en wat nog christelijk heet wordt op democratische wijze, dat wil zeggen bij de gratie van de dictatuur van de helft plus één, terzijde geschoven. Als ooit duidelijk geworden is wat diegenen, die nog confessioneel heten, van welk gehalte dat confessionele karakter ook moge wezen, te verwachten hebben van socialisten en pacifisten, van radicalen en progressieven dan is het met deze wethoudersverkiezingen wel duidelijk geworden. Uitschakeling en overheersing ondanks de hoog geroemde democratie. En de christelijke politiek is langzaam maar zeker in de vernieling gekomen, heeft nauwelijks nog kracht van verweer.
We kunnen ons in gemoede afvragen waar deze ontwikkeling eindigen zal. Ons land is in de greep van de ontkerstening. De stad Amsterdam is een sprekend voor­beeld daarvan. Wat nog nergens in Europa kan kan in Amsterdam. Dr. Evenhuis schreef zijn boeken: ook dat was Amsterdam, stad van de wisselwerking tussen kerk en staat. Nu moeten we zeggen: ook dit is Amsterdam, stad van de wisselwerking tussen ontkerstening en decadentie.

De vraag is waar we politiek gezien in Nederland zullen uitkomen. In ieder geval hebben we het christelijke tijdperk naar het schijnt wel definitief gehad. De overheid heeft de bede om zegen en Gods hulp niet meer nodig gehad. Inmiddels zijn we geschokt — hoewel we niet zo gauw meer schrikken en vrij snel aan het vergoelijken toe zijn — door de uitlatingen van een vloekende en zwetsende minister. Waar halen we de moed nog vandaan om voor al deze dingen excuses of vergoelijkingen of begrip te vinden? Waar is de heilige verontwaardiging over zoveel decadentie? Maar als we publiekelijk niet meer Gods Naam erkennen kunnen, dan kan het niet anders of we zijn aan de ontreddering prijsgegeven. We zijn blij dat er heel wat christenen zijn en dat er ook christelijke politieke partijen zijn die bij de regering aandringen op het weer opnemen van de bede. We zijn ook verbaasd over die geluiden uit christelijke kring, die niet op opname van de bede willen aandringen en zeggen dat deze zaak niet als inzet mag dienen van concurrentie tussen de partijen. Alsof dat hier in het geding is. Wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Dat geldt ook in de politiek. Dat geldt voor ons land. We worden een post-christelijke natie. Dat is een ernstiger zaak dan een pre-christelijke natie te zijn. Een pre-christelijke natie kan nog gekerstend worden. En dat gebeurt ook in andere delen van de wereld. Maar een post-christelijke natie, daarvan kan gelden wat Luther zei: wég is wég; we hebben het gehad. Zoals de Turken het gehad hebben en zovele landen meer. Is dat niet de vrees, die ons bekruipen moet voor ons land, voor het komende geslacht?
Toen kortgeleden de Amerikaanse presidentswisseling plaats had en president Ford geïnstalleerd werd was zijn rede doortrokken van het besef van de afhankelijkheid van God. Ik zal de laatste zijn, die vergoelijkend zou willen spreken over de Amerikaanse politieke ontwikkelingen van dat moment, maar het deed weldadig aan dat president Ford een duidelijk christelijke toonzetting aan zijn rede gaf en eindigde met een gebed en met een oproep tot voorbede voor zichzelf én voor Nixon. Juist dat laatste was imponerend want eens te meer was gebleken hoe wreed de 'barmhartigheden van de goddelozen' waren. Fords vraag om voorbede steekt wel heel schril af tegen de afschaffing van de bede bij ons. We raakten de bede kwijt en moesten ons intussen met het vloeken van 'n minister bezighouden. God geve ons — ondanks de publieke miskenning van Hem —  de mogelijkheid om ook in de toekomst publiek voor Hem te leven. Als dat niet meer kan, dan kunnen we nog wel als christenen theocratisch leven, maar slechts in de beslotenheid van de privé-sfeer. We zijn dan een zeer wezenlijke dimensie van het christen zijn kwijt. Maar wat belangrijker is: Zijn eer wordt geschonden. Dan is er geen dageraad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

In de greep van de ontkerstening

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's