De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De thuiskomst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De thuiskomst

8 minuten leestijd

Is dit Naomi? ... Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara. En zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gerste-oogst'. (Ruth 1: 18—22)

In de vorige meditatie was het alsof alle registers van een kerkorgel waren opengetrokken, toen de belijdenis van Ruth weerklonk op de stille weg die van Moab voerde naar het land en het volk van de Heere God. Thans lijkt het erop dat die registers zo goed als allemaal weer zijn dichtgeschoven. Na de hoge vreugde van het belijden: 'Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God', komt nu voor de beide vrouwen de ontnuchtering van de thuiskomst en de nieuwsgierigheid der mensen. Dat is ook in het geestelijk leven geen vreemde zaak. Na hoogtepunten komen vaak dieptepunten. Doch juist als Gods weg door de diepte voert, moeten Gods kinderen leven uit het vertrouwen op Gods beloften. Ook wanneer wij door scherpe bochten geleid worden en meermalen het tegendeel van geluk en zegen ervaren, dan nog, ja juist dan is de Heere bezig ons te vormen en ons op te voeden tot mensen die de ogen sluiten voor hetgeen wij zien, maar alleen op de belofte letten (Calvijn).
Na de hartelijke belijdenis van Ruth, horen wij voorlopig niets dan een stil zwijgen. Naar het mij voorkomt, een gezegend zwijgen. Samen trekken zij verder in bewondering voor en in ontroering over Gods werk dat tevoorschijn getreden was in de belijdenis van Ruth. Door een sterke band zijn zij door de Heere God verbonden en als een machtig gewelf boven hen staat Gods verkiezende liefde, die beslag op het leven legt. Wie zou dan niet vol eerbied zwijgen?
Het ware zeer te wensen dat Gods kinderen zó eens zwegen. Dat is zoveel beter en heerlijker dan almaar 'praten'. Mij dunkt dat Naomi mede daarom gezwegen heeft, omdat zij op dat ogenblik geen weerwoord had dat van gelijke geestelijke hoogte is als de belijdenis van haar schoondochter. Ruth staat thans op een hoogtepunt, Naomi verkeert in de diepte. Daarom ook zwijgt ze en dat is goed. Dat is beter dan dat zij de jonge vrouw gaat keuren en wegen of het wel 'echt' met haar is. Zo zijn er heden velen in de kerken, nietwaar? Als een ander nog eens mag juichen, komen zij met hun weegschaaltje aandragen. Zwijg dan liever en bid of u ook moogt meezingen. Wie oren heeft, die hore!
Heel menselijk en realistisch wordt de aankomst in Bethlehem beschreven. Direct zijn er een stel praatgrage mensen op de been. Het is een klein stadje, de mensen kennen elkaar allemaal en het leven aldaar is aangelegd op de nieuwsgierigheid.
Ook vandaag hebben 'de mensen' een oordeel over ons. En ook wanneer dat oordeel helemaal mis is, toch houden zij het ervoor dat u zus of zo bent en dat u dit of dat doet. Het praatgrage volk zorgt er wel voor dat hun mening over u straks overal als de waarheid verteld wordt. Wat is er al een ellende gesticht door dat roekeloos praten en met het ouder worden ga je steeds meer merken dat de mensen liever en eerder het kwade van iemand vertellen dan het goede. Och, een mens leert het op de duur wel af om achter alle geruchten aan te draven. Je komt immers toch niet te weten waar 'men' woont?
Naomi kwam weer thuis en dat gaf enkele dagen stof tot babbelen. 'Is dit Naomi? Wat ziet ze eruit, oud geworden en vroeg verwelkt. Wat was ze vroeger knap en nu? Zo arm als de mieren, geen fatsoenlijke jurk meer aan en dan man en kinderen verloren, met een heidense schoondochter bij je. Ja buurvrouw, dat heb je ervan als je denkt je lot te kunnen ontlopen. Ik ben maar blij dat ik niet uit Gods weg gegaan ben, ik heb gearbeid op de akker, ik ...'. Zo ging dat toen en zo gaat dat vandaag. Je hoort de farizeeër zeggen: 'O God, ik dank U dat ik niet zo ben; je hoort de oudste zoon tot zijn vader zeggen: Ik heb nooit uw gebod overtreden'. Hoe wreed en harteloos is zulk praten. Laten wij maar veel bidden om daaraan niet mee te doen.
Niet alleen voor Naomi is hier de ontnuchtering, maar ook voor Ruth. Hier is nu dat volk, hier is nu de zichtbare gemeente, waarbij zij door haar belijdenis wilde behoren. Wat een slag voor dit prille geloof. Die drukke en opdringerige mensen, zijn dat nu haar broeders en zusters? Is dat het volk van de Heere? Waarlijk is het één van de zwaarste beproevingen in het geestelijke leven, de ontnuchtering die volgt op de extase, op de hartstocht der liefde. Hoe vaak werd het al ondervonden dat mensen die tot de kerk gebracht werden, bijna geen warme ontvangst genoten bij de kerkmensen? Hooghartig worden de schouders opgehaald over zulken en wreed wordt hun verleden verteld. Laten wij er echter wel om denken dat dit kwaad héél dicht ligt bij de onvergeeflijke zonde, de lastering tegen de Heilige Geest.
O, die stomme stugheid en die praatgrage nieuwsgierigheid van velen! Het is alsof ruwe vuisten deze 'kleinen' tegen de grond slaan. Ach ja, dat is het lot der armen, dat zij niet geëerd worden. Gelukkig, dat de Heere hen wel kent!
Naomi is erg verdrietig geworden. Haar naam: 'Liefelijke' is thans als een schrij­nende klank die haar hart pijn doet. Zij zegt: 'Noemt mij niet langer zo, noemt mij liever Mara, want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.' Sommigen menen dat Naomi wrokt en mokt tegen God en mensen, dat haar spreken, een uiting is van bitterheid en miskenning. Anderen zijn van gedachte, dat ze haar schuld belijdt, dat zij voor God buigt en uitspreekt dat al het bittere wat over haar kwam, door God was gezonden om haar zonden.
Wellicht zijn beide opvattingen juist. De schuldbelijdenis is niet altijd vrij van het mokken tegen God. Heeft Job niet telkens de Heere er heimelijk van verdacht dat Hij tegen hem was? Dan is een mens niet op de rechte plaats, wel? Ons hart is een diepe afgrond; boze en goede stemmen worden daarin soms tegelijk gehoord en wat kan iemand het dan benauwd hebben.
Het is wel zeker dat Naomi thans de omstandigheden niet recht kan zien, anders had zij niet kunnen zeggen: 'Ledig heeft mij de Heere doen wederkeren.'
'Zijn uw ogen zo omfloerst, Naomi, dat gij uw schoondochter niet meer ziet, zijt ge haar belijdenis nu al vergeten? Is dat 'ledig' als ge een jonge vrouw uit een ander volk zo hoort getuigen?'
Ach, laten wij haar niet lastig vallen. Wanneer wij zelf in zulke toestanden verkeren, dan kunnen wij vaak geen blauw plekje meer aan de hemel ontdekken. Dan worden wij zó overweldigd door het leed en de angstige strijd, dat wij vergeten dat de Heere er ook nog is, terwijl er toch zoveel dingen zijn die ons willen bemoedigen. Gelukkig, nietwaar, dat de Heere altijd de eerste is en ook de laatste zijn zal. Hij neemt altijd de draad weer op en haalt het verwarde kluwen van een mensenziel uit elkaar.
Wij lezen dat zij te Bethlehem kwamen in het begin van de gerste-oogst. Ondanks het gemis van hun mannen, ondanks de armoede en het bittere verdriet, ondanks de harde bejegening van 'de bevolking, ja ondanks alles kwamen zij thuis. De Heere liet Zijn glimlach vallen over het te velde staande koren. Er was weer brood in het broodhuis Bethlehem. Een bedrijvige en blijde tijd. De lucht vervuld van vrolijke mensenstemmen en van kwetterende vogels. Er ging een nieuwe dag op. De Heere gaf Zijn volk weer brood en ook voor de armen is er brood. Gelooft gij dat? Kom, open uw ogen eens goed en let niet teveel op al die pratende mensen, die alles zo goed schijnen te weten. Zie liever op Het Tarwegraan, Jezus Christus, dat in Bethlehem geboren werd, dat de smadelijkste van alle doden stierf, tegen wiens Middelaarshart de bitterheid van de zonde als een zware last opkroop, opdat een vrucht zó groot en zo schoon u wuiven zou voor de ogen! Armen heeft Hij rijk gemaakt en hongerigen met goederen vervuld. Langs moeilijke wegen worden wij geleid, dat zal waar zijn! Maar toch komen we thuis, zo waarlijk als Zijn Naam is Heere!
Houdt goeden moed, tobbers, en verlaat u op de Heere, de God van Naomi en Ruth, de gezegende Vader van onze Heere, Jezus Christus. Ziet, het koren staat te velde en alles, alles is voldaan. Komt, eet een weinig, want de weg zou voor u teveel zijn. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De thuiskomst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's