De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Denken vanuit het Koninkrijk 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Denken vanuit het Koninkrijk 1

De verwachting van het rijk

9 minuten leestijd

Op de toekomst gericht
Onze tijd kenmerkt zich door een intense aandacht voor de toekomst. Waarheen is de mensheid op weg? In wat voor wereld zullen onze kinderen en kleinkinderen in de 21ste eeuw leven? Enerzijds klinken er optimistische geluiden en droomt men van een schone toekomst die langs lijnen van geleidelijkheid tot stand komt. Anderzijds worden de stemmen steeds feller die dreigend de ondergang van onze planeet aankondigen, omdat wij mensen de samenleving onleefbaar maken.
De snelle veranderingen die we de laatste tientallen jaren meemaken en de dreigingen die we bespeuren stellen ons voor de vraag: Kunnen we de toekomst enigermate onder controle krijgen? Daar worden serieuze pogingen toe gedaan. Niet alleen door schrijvers van fantasieverhalen, maar ook door beoefenaars van de wetenschap. Futurologen en planologen leggen ons het resultaat van hun studie voor.
Te midden van deze verwachtingspatronen, berekeningen en voorspellingen staat de kerk van Jezus Christus met haar getuigenis: De verwachting van het Rijk van God. Die verwachting richt zich niet op menselijke mogelijkheden, maar op de daden van God. Het is geen verwachting van een toekomst die wij maken, maar van de Toekomst die de Here doet aanbreken. Die verwachting ontspringt dan ook niet aan ons denken, maar is gebaseerd op de beloften van God. Jezus zelf leert ons bidden om de vervulling van deze verwachting: Uw Koninkrijk kome, uw wil geschiede
In een aantal artikelen willen we de vraag onder ogen zien: Wat betekent deze bijbelse toekomstverwachting voor het leven hier en nu? Welke aspecten kunnen we onderscheiden?

Een veelheid van visies
Ik ben me er van bewust dat het geen origineel onderwerp is. Het is zo oud als de christelijke kerk zelf. Het is immers een centraal bijbels thema. Kerkvaders en reformatoren, denkers en dichters, zendingsmensen en sociale hervormers, dopers en dwepers, sectariërs en kerkvorsten hebben er het hunne over gezegd.
Hun gedachten en uiteenzettingen over de komst van Gods Rijk lopen nogal uiteen. Het is niet te sterk gezegd als we spreken over een veelheid van opvattingen. En de visie op het Koninkrijk bepaalt de vaart en de koers die men uitstippelt in de practijk van het leven, in kerk en samenleving. Hoe kan dat ook anders? Denken 'vanuit het Koninkrijk' — hoe dan ook opgevat — leidt altijd tot een bepaalde wijze van handelen.
De geschiedenis van kerk en theologie stelt ons voor een complex van vragen. We zullen er in deze artikelen nogal eens op terugkomen. Ik noem hier slechts enkele problemen. Daar is bijvoorbeeld de vraag naar de verhouding van Koninkrijk Gods en kerk. Vallen deze twee grootheden samen? Of moet je ze juist sterk onderscheiden?
Daar is de vraag naar de verhouding van het Koninkrijk Gods en de wereldgeschiedenis. Kunnen we tekenen van dit Rijk aanwijzen uit het wereldverloop en zo ja, aan welke criteria voldoen deze?
Is het Rijk van God een innerlijk, geestelijke werkelijkheid in het hart? Zij die deze vraag bevestigend beantwoorden hebben zich daarvoor nogal eens beroepen op Lucas 17: 21, wat dan vertaald werd met: Het Koninkrijk Gods is binnen in u. Maar anderen wijzen er op, dat dit aan de bedoeling van deze tekst tekort doet. Zij vertalen: Het Koninkrijk is — in Jezus Christus, Zijn persoon en werk — midden onder u. Moeten we dan de komst van het Rijk meer betrekken op heel de wereld? U moet er erg in hebben dat van de antwoorden nogal wat consequenties afhangen. Zij, die het Rijk zien als een innerlijke geestelijke werkelijkheid zullen bijvoorkeur spreken van een pelgrimsreis naar de eeuwigheid, naar het hemels Jeruzalem, "t Oog omhoog, het hart naar boven, hier beneden is het niet"(Lodenstein). In het tweede geval zal men alle aandacht richten op de roeping Gods Koningschap op alle terreinen van het leven te proclameren en zo mogelijk gestalte te geven. Men denke b.v. aan Kuypers levenswerk die gedragen werd door een zeer bepaalde visie op het Rijk van God.
Maar — zo vragen anderen — moet men persé zich vastbijten in de tegenstelling: óf verticaal óf horizontaal? Moeten we om ongezonde polarisaties tegen te gaan niet beide aspecten op de een of andere wijze vasthouden?
Een andere vraag is: Is de boodschap van het Koninkrijk enkel toekomstmuziek of is dit Rijk hier en nu tegenwoordig? Ook dat maakt ten aanzien van ons zijn en bezig-zijn nogal verschil. Wie de komst van het Rijk verplaatst naar de toekomst (nabij of ver) kan onmogelijk alles op de kaart zetten van het hier en nu. Het aardse leven komt dan onder de luchtdruk van de eeuwigheid te staan en komt terecht in de waagschaal van Gods oordeel.
Wie het Rijk van God hier en nu zich ziet realiseren zal anders spreken. In de geschiedenis zien we ook dan de wegen dikwijls uiteengaan. Nu eens heeft men de komst van dit Rijk op moralistische wijze gelijk gesteld met de ontwikkeling van de menselijkheid en de verdieping van het zedelijk besef. Cultuuroptimisme en godsdienstig vooruitgangsgeloof gingen dan hand in hand. Tegenover dit 'liberaal messianisme' (Heering) kwamen de religieussocialen op voor het herstel van maatschappelijke noden en gerechtigheid voor allen. In die lijn ging men meer denken in politieke en sociale termen en dreigde het Rijk van God gelijkgesteld te worden met een heilstaat op aarde.

Geen verouderde vragen
U ziet: vragen te over. Vragen die ons vanuit de geschiedenis worden aangereikt. Maar het zijn geen verouderde vragen, die voor de huidige generatie hebben afgedaan. Integendeel de themathiek van het Koninkrijk Gods is juist sinds 1945 ook binnen de hervormde kerk duidelijk naar voren gekomen. En de kerkelijke discussies worden voor een groot deel bepaald door een verschillend verstaan van dit thema.
De proeve van hernieuwd reformatorisch belijden die in 1949 door de generale synode van onze kerk werd aanvaard en uitgegeven onder de titel 'Fundamenten en perspectieven van belijden' neemt welbewust zijn uitgangspunt in de prediking van het Koninkrijk Gods. Het is de moeite waard de motieven die tot uitgangspunt geleid hebben na te gaan. Gewezen wordt op de centrale plaats die het Koninkrijk Gods in de Schrift inneemt. Voorts op de actuele situatie: Velerlei koningschap belooft de losgeslagen mens geborgenheid. De Kerk heeft het Koningschap van de God en Vader van Jezus Christus te proclameren.
In de belijdenisgeschriften, zo lezen we op blz. 13 komt dit thema te weinig aan de orde. Met alle gevolgen van dien voor prediking en geloof. Juist vanuit dit thema kunnen verwaarloosde onderwerpen opnieuw belicht worden: De geschiedenis, het persoonlijk leven, Israël, de roeping en de opdracht van de mens. Waar het Koninkrijk Gods gezocht wordt, wordt de waarachtige menselijkheid ons toegeworpen. De Rijksprediking is een blijmare die ontslaat van de doem der vertwijfeling (blz. 16, 17).
Dat werd geschreven kort na de wereldoorlog II. Nu leven we in 1974. Veel is er verschoven en veranderd. Maar we komen dezelfde vragen tegen die in de geschiedenis meermalen gesteld zijn. Zij het ook onder een ander belichting.
Het is een onderwerp apart in hoeverre Fundamenten en Perspectieven van invloed is geweest op de huidige ontwikkeling in kerk en theologie. Wie het hier boven geciteerde plaatst in de context van onze situatie, ontdekt dat allerlei zinsneden die op zich nogal argeloos klinken, toch voor heel verschillende uitleg vatbaar zijn. Waar het Koninkrijk Gods gezocht wordt, wordt de waarachtige menselijkheid ons toegeworpen, zo wordt gezegd. Het doet denken aan Matth. 6: 33 : Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid en alle dingen zullen u toegeworpen worden. Maar de vrije omschrijving in het 'woord vooraf' van deze proeve is m.i. niet onbedenkelijk. Vooral als we letten op de ontwikkeling van kerk en theologie.
Wordt hier — misschien onbedoeld — al niet een deur op een kier gezet naar een horizontalistische theologie waarin de komst van het Rijk vereenzelvigd wordt met maatschappijvernieuwing, humanisering, sociale evolutie etc?
Ik geef direct toe, dat in deze proeve allerlei noties naar voren komen die we in de modernistische theologie van onze tijd missen, noties waarvoor we alleen maar dankbaar kunnen zijn. Maar ik wijs er alleen op, dat de inzet van Fundamenten en Perspectieven tot een totaal verschillende uitwerking kan voeren. Daarom zou het aanbeveling verdienen wanneer iemand de ontwikkeling van het theologisch denken binnen onze kerk b.v. eens zou schetsen uitgaande van de vraag naar de invloed van Fundamenten en Perspectieven op de gang van zaken. Welke aspecten uit deze proeve zijn verwerkt, of uit hun verband gelicht? Welke noties heeft men — bewust of onbewust — laten liggen?
Allerlei vragen immers van oorlog en vrede, revolutie en maatschappijvernieuwing, ontwikkelingssamenwerking en hulpverlening, gezag en inspraak, rijke en arme landen, worden gesteld in het licht van de boodschap van het komende Rijk. De visie op deze boodschap is dan bepalend voor het antwoord.
Dat maakt de situatie zo ondoorzichtig. Wat bedoelt men als er gezegd wordt: Wij moeten messiaans handelen? Is het echt spijkers op laag water zoeken als we in het spreken over de Messias Jezus toch een andere toonzetting horen dan het spreken van zondag 12 van de Heidelbergser Catechismus: Waarom wordt de Zoon Gods Christus genoemd?
Wat verstaat men onder de kreet: evangelisch-radicaal?
De spraakverwarring is groot. En de tegenstellingen nemen toe. Wat door de een wordt toegejuicht als voorteken van het Koninkrijk, wordt door anderen als antichristelijk gestempeld. Ik ben van oordeel, dat de discussie tussen verontrusten en progressieven die soms worden teruggevoerd op heimwee naar het verleden etc. in werkelijkheid nauw samenhangen met een verschillende visie op de verwachting van Gods Koninkrijk. Wanneer b.v. tegenover de traditionele kerkdienst gepleit wordt voor experimentele, alternatieve diensten met een sterk politieke strekking en anderen deze alternatieven fel afwijzen, gaat het maar niet om de aanvaarding of afwijzing van iets nieuws of een romantisch vasthouden aan een bepaalde traditie.
Wie dat meent, vergist zich. Terecht heeft Eimert Pruim eens gezegd dat hier misschien wel twee heel verschillende godsdiensten in het geding zijn. (Wat vindt u van de kerkdienst, Wageningen 1971 blz. 61).
Wat men ook over de polarisatie denkt, men kan deze niet maar wegwuiven als alleen maar bestaande in het verhitte brein van ketterjagers of scherpslijpers. De tegenstellingen zijn er. Een geseculariseerde visie op het Rijk staat tegenover de bijbels-reformatorische visie.
In deze artikelenreeks willen we pogen de bijbelse aspecten in confrontatie met de huidige situatie in een aantal artikelen naar voren te brengen.
En dan is — na deze verkenning— de eerste vraag: Wat verstaan we onder de term: 'Koninkrijk van God?'
Utrecht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Denken vanuit het Koninkrijk 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's