De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Moabitische  gaat naar de akker

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Moabitische gaat naar de akker

8 minuten leestijd

'En Ruth, de Moabitische, zeide tot Naomi: Laat mij toch in het veld gaan en van de aren oplezen achter dien, in wiens ogen ik genade zal vinden'. (Ruth 2: 2)

De mensen van Bethlehem hadden de beide weduwen niet behandeld naar de wet der liefde. Zij hadden gedaan wat wij in woorden aldus uitdrukken: 'Ga heen en word warm'. Ziet gij de beide vrouwen voor u? Donkerheid bedreigt hun dagen en de nood strekt de klemmende hand naar hen uit. Moeten zij gaan bedelen of leven van de particuliere weldadigheid? Stil maar, de God van deze vrouwen, de God van Israël is een God ook van sociale rechtvaardigheid en barmhartigheid. Niet alleen zorgt Hij voor de ziel, maar ook voor het lichaam. Hij is ook de kassier der armen. Misschien denken vele mensen dat de sociale voorzieningen pas dateren uit de laatste eeuw. Barmhartigheid in het sociale en maatschappelijke leven wordt nogal eens het werk genoemd van pioniers, van mensen die zich daarvoor beijverd hebben. Gelukkig dat zij er geweest zijn en nog zijn. Laten wij echter goed bedenken dat de zorg voor het sociale leven, de armenzorg, de barmhartigheid voor de lijdende mensheid een bijbelse opdracht is en dat de Wet des Heeren: God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf het fundament is van alle hulpbetoon onder de mensen. Helaas moeten wij zeggen dat de kerk zich het als een zware schuld moet aanrekenen, dat zij zovele jaren en eeuwen dit bijbelse bevel verwaarloosde. Het is bitter om te moeten zeggen maar de vlucht die de onkerkelijkheid genomen heeft, is voor een niet gering gedeelte een onbetaalde rekening van de kerk zelf. Hoe vaak is er in het verleden door kerkse mensen niet gehandeld in de geest van: 'Ga heen en word warm'?
Wij hebben geen communistische neigin­gen, maar we hebben elkaar wel wat te zeggen in de Naam des Heeren, naar het gebod der Schriften. De kerk mag zich niet alleen bezighouden met de ziel der mensen, maar moet haar daadwerkelijke aandacht ook geven aan het leven, aan het lichaam. Zo eist dat de Heere God. De barmhartigheid van Gods Wet neemt de armen in bescherming en Naomi en Ruth mogen daarin delen. Tussen de dwang van het communisme enerzijds en de vaak vernederende willekeur van de particuliere liefdadigheid, stond in Israël de Wet Gods. Zij schreef voor dat men de armen, de mensen zonder akker, zou toe­ laten op het veld om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. 'Uitgesloten zij het dat er onder u een bedelaar zal zijn' (Deuteronomium 15). Bij de naleving der sociale voorschriften, gaat het niet om een onwezenlijk ideaal, maar om het onmiddellijk recht der armen dat in de Wet Gods met nadruk is vastgesteld. En, weet ge, deze wetten schaduwen de grootheid af van onze barmhartige Hogepriester, Christus Jezus, van wien gezegd wordt dat Hij de kinderen der armen verlossen zal en de verdrukker verbrijzelen.
De reispenningen der beide weduwen zijn spoedig opgeteerd, er moet wat gebeuren. Daar ineens op zekere morgen is er het verrassende voorstel van Ruth om 'de boer te mogen opgaan'. De Moabitische, het staat er nogmaals. Deze bijnaam is nu geen pijnlijke herinnering meer. Zij was door God uitverkoren en had een koninklijke onderscheiding ontvangen. De God van schoonmoeder had Zijn hand over haar gelegd en gesproken: 'Gij zijt Mijn'. De oude naam Moabitische wil sterk de nadruk leggen op de genade Gods en bewaren voor zelfoverschatting. Die oude naam wil niet alleen zeggen dat er 'in het uur der minne' genade Gods voor haar was, maar ook dat die genade altijd genade blijft. Wij die van nature heidenen en vreemdelingen heten, krijgen in de nieuwe geboorte ook een nieuwe naam, maar moeten steeds herinnerd worden aan onze duistere herkomst, opdat de genade als een voortdurende vrijspraak daartegen des te glanzender zal afsteken. Hebt gij een nieuwe naam ontvangen? Vergeet dan nooit hoe uw oude naam luidt, opdat uw roemen alleen mag zijn in die wonderlijke voorkeur der genade Gods in Christus Jezus! De jonge vrouw vraagt aan schoonmoe­der toestemming om genadebrood te mogen eten. Wij lezen niet wat zij samen hebben doorgemaakt voor het tot deze stap kwam. Het leven is vaak hard en werkeloosheid is een droeve zaak. Je voelt je overbodig en teveel op de wereld, wanneer we tenminste niet te lui zijn om te werken, maar Gods gebod: Bid en werk, hoogachten. Naomi keurt haar verzoek goed. Het is waar, zij maken gebruik van een Israëlitische wet, het arenlezen is het recht der armen, maar ze moet toch ook genade vinden in de ogen van één of andere heer. Anders komt dit recht niet tot zijn recht.
Misschien zijn wij geneigd dit verzoek minder te achten dan haar belijdenis. Toen ging het over zeer geestelijke dingen, nu over 'gewone' dingen, over het brood. Gaat Ruth geestelijk achteruit? Ik meen van niet. Hier is een activiteit die zich door de druk niet laat neerbuigen. Naomi is nog steeds een Marafiguur, zij kan geestelijk nog niet opveren. Ruth echter zit niet bij de pakken neer. Is er niet bijzondere genade voor nodig om zich zó te vernederen? Zouden wij het niet begrepen hebben, als ze op een moment had gezegd: 'Moeder, ik ga ook maar terug, want alles is me zo erg tegengevallen'? Maar neen, ze kan niet meer terug, want wat in haar ontwaakt is, is van de Geest des Heeren. Daarom is haar verzoek om de boer op te gaan een klaar bewijs van geestelijk geloofsleven. In afhankelijkheid van God zet zij zich tot deze arbeid en zij is er niet te hoog voor achter één of andere maaier te lopen om het deel der armen te zoeken. Wij mensen lopen in de orde van de samenleving ook altijd achter één of andere maaier aan, daar wij onderworpen zijn aan de krachten over ons gesteld. Wat zou er wat minder revolutie en oproerig geschreeuw zijn in deze tijd, wanneer ieder zijn plaats zag waarin de Heere God ons stelt! Vandaag willen duizenden een gezag dat opkomt uit en rust in de mens zelf, maar de Heilige Schrift leert dat het gezag rust in Gods believen. Ruth buigt zich onder het gezag en dat is bij haar een bewijs van genade, omdat zij in de wet en in de weg des Heeren gaat. Echt geestelijk leven is menigmaal een gekruisigd aards leven. We horen geen klacht, geen verwijt. Wij moeten wel voorzichtig zijn met een te strakke onderscheiding tussen het natuurlijke en het geestelijke leven. Onder geestelijk leven verstaan wij graag de worstelingen der ziel, de genieting van 's Heeren nabijheid, de bevindingen door de Heilige Geest. Voorwaar is dat geestelijk leven, wie loochent het? Doch vaak achten wij de godsvrucht in het leven van iedere dag een stuk geringer. Bedenk dat de genade de ganse mens moet wederbaren en dat die genade openbaar moet worden in alle onderdelen van het leven. 'Zijt heilig, zegt de Heere, want Ik ben heilig'. Wie goed ziet, bemerkt dat dit verzoek om aren te lezen voortvloeit uit haar belijdenis: Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. Daarom is haar arenlezen een duidelijk teken van haar wedergeboorte. Moeten wij niet meer bedenken dat uit de vruchten de boom gekend wordt en worden wij door dit woord niet opgewekt om onze zondagse belijdenis van maandag tot zaterdag te versieren met een godvruchtige handel en wandel?
Moeten wij niet elke dag de Heere kunnen ontmoeten in de werkelijkheid van het leven, ook dan als we de wind soms tegen hebben? Ja ook in de dag der kleine dingen, in de ruimte der uren. Vraagt iemand straks aan ons: 'Hoe laat is 't aan de tijd?' dan moet er door ons geantwoord kunnen worden, als het wel is in het hart: 'Het is Gods uur, 't is liefdesuur!'
Hoe gelukkig is een mens als hij de natuurlijke dingen ziet en kent als gelegenheden om God te loven en te dienen met ingespannen krachten. Die in het minste getrouw zijn, zullen ook in het grote getrouw zijn. Zo is dit arenlezen de concrete toepassing van de Wet Gods in Ruths leven en dit handelen naar Gods gebod is op zijn beurt weer de vrucht van haar belijdenis en die belijdenis is op haar beurt de vrucht van Gods verkiezend welbehagen. Bemerkt gij dat hier alles uit God, door God en tot God is?
Zo worden wij opgeroepen ons in het gewone leven te laten uitstralen dat de vreze Gods in ons woont. Aan deze zaak is, dunkt mij, een schrijnend gebrek, niet alleen buiten de kerk, maar ook binnen haar muren. Neen, wij hebben geen brave mensen nodig, maar mensen met een diepe hartstocht, die voor een offer niet terugdeinzen. Ach, ook zij vallen tegen en schieten tekort. Maar zij weten bij ondervinding dat Hij weet wat maaksel zij zijn. De kracht om 'aren te gaan lezen' vinden zij in Hem, die zich niet heeft geschaamd het geringste slavenwerk te doen, toen Hij de voeten der jongeren waste, meer nog toen Hij voor hen de smadelijkste dood stierf.
Mag ik vragen: wordt gij ook reeds naar Zijn evenbeeld vernieuwd van dag tot dag? Wij horen meestal preken die anders gericht zijn, ik weet het, ik houd ze zelf ook, maar is dit waarover wij probeerden te mediteren niet ook de Heilige Schrift?
Geve de God van Ruth, de God van Israël, ons dan een leven dat een leesbare brief is van de genade die in Christus is.
Moge de Heilige Geest vaardig worden over velen, niet alleen in de kerk, maar ook op de akker.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Moabitische  gaat naar de akker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's