De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Jehovah's Getuigen 3

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Jehovah's Getuigen 3

9 minuten leestijd

Lezen wij in de Bijbel de naam 'HEERE' (met vijf hoofdletters!), dan is dat de vertaling van 'JEHOVAH' en betekent Verbondsgod. Calvijn spreekt in dit verband van de drieënige God; de verkiezende Vader, de rechtvaardigende Zoon en de heiligmakende Heilige Geest.

De Drieëenheid
De Jehovah's Getuigen verwerpen het leerstuk van de Drieëenheid; alléén de Vader zou God zijn, niet de Zoon en de Heilige Geest. Over dit leerstuk schrijven de Jehovah's Getuigen: 'Noch het woord, noch het idee wordt in Gods Woord, de Bijbel, aangetroffen'.
Inderdaad komt de uitdrukking 'drieëenheid Gods' in de Bijbel niet voor, maar wél zeer helder en duidelijk de inhoud van deze uitdrukking. Een grondige kennis van onze belijdenisgeschriften is de beste manier om hen in hun dwalingen te weerleggen. In artikel 9 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis worden zulke belijders 'valse christenen en ketters' genoemd. Verder verwijs ik naar antwoord 21 van het Kort Begrip en naar zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus en de artikelen 8 t/m 11 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. De ruimte laat niet toe alle teksten uit te schrijven; daarom verwijs ik in dit verband naar: Matth. 3: 3 —17; Matth. 28: 19 en 2 Cor. 13: 13. In 1 Joh. 5: 7 lezen we: Want drie zijn er, die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één'.

De Zoon
De grootste ketterij verkondigen de Jehovah's Getuigen in hun leerstelling, dat Jezus niet God zou zijn. Ter weerlegging hiervan verwijzen we naar vraag en antwoorden 15 t/m 19 van de Heidelbergse Catechismus en de artikelen 10, 18 en 19 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. Hoe noodzakelijk is een blijvend onderricht in de bijbelse twee-naturenleer van Christus! Zou Jezus dan niet God zijn? In Matth. 1: 23 staat 'Immanuël', d.i. 'God met ons'.
Volgens de Jehovah's Getuigen zou Jezus een schepsel, een engel zijn, dus ... dan zou Immanuël — volgens hén! — eigenlijk moeten betekenen: engel met ons'. (Vergelijk ter weerlegging vraag en antwoord 14 van de Heidelbergse Catechismus). Ook psalm 2: 3 t/m 7 spreekt boekdelen. Dat Jezus de eerstgeschapene zou zijn, weerspreekt Col. 1: 17 ten sterkste. In Joh. 1: 1 t/m 3 wordt ook gewezen op de godheid van Jezus (... en het Woord was God ...). In verband met dit tekstgedeelte gaan de Jehovah's Getuigen opeens erg geleerd doen; zij vertellen, dat daar voor het woord God (in het Grieks: heos) géén lidwoord staat en dat het dan mogelijk is te vertalen: en God, in de betekenis van: en goddelijke kracht en zó ... zou Jezus niet God zijn, maar een schepsel, een engel.
Joh. 1: 3 verbiedt echter hun opvatting: Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is'. Hier staat dus niet: Alle dingen (behalve het schepsel Jezus) zijn ...' Als laatste tegenwerping zullen de Jehovah's Getuigen naar voren brengen, dat met het woord 'Hetzelve' niet Jezus bedoeld wordt, maar Zijn Woord. Dan kan men hen Joh. 1: 14 voorhouden: En het Woord is vleesgeworden en heeft onder ons gewoond ...!'
En over het lidwoord gesproken, in Hebreeën 1: 8a en 9, alsook in 1 Joh. 5: 20b wordt Jezus God genoemd mét een lidwoord in het Grieks, terwijl ... in 2 Cor. 5: 19 God de Vader vermeld staat als God (theos) zónder lidwoord!! Is dan God de Vader opeens een goddelijke kracht geworden, omdat hier vóór theos geen lidwoord staat?!!
Men ziet, hoe de Jehovah's Getuigen veroordeeld worden door hun eigen dwaze theorieën. Hoe dan te verstaan: want Mijn Vader is meerder dan Ik', in Joh. 14: 28c ? Hier spreekt Christus als de vernederde Middelaar. Zó hebben we ook Jesaja 42: 1, Marcus 13: 32 en Lucas 2: 40 op te vatten. In Spreuken 8: 23 staat van Jezus: Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest'. Jesaja noemt Hem: Sterke God'. Thomas beleed Hem als: Mijn Heere en Mijn God'. Op Kajafas' vraag naar de godheid van Christus, antwoordde de Heiland: Ik ben het' (Marcus 14: 62).
Maar ... leren de Jehovah's Getuigen dan dat Jezus geen Borg zou zijn? Jawel, maar Hij zou alléén de eerste zonde van Adam en Eva verzoend hebben. Hij zou niet voor onze daadwerkelijke zonden geleden hebben. Indien dit laatste waar zou zijn, dan werd er nooit één zalig! Want de Heere eist volkomen gerechtigheid.
Hoe onbijbels hun loochening van Christus' lichamelijke opstanding is, leert ons 1 Cor. 15: 12 t/m 20; Rom. 4: 25 en 2 Tim. 2: 8. Zij leren, dat God de Vader Jezus' lichaam uit het graf zou gehaald hebben! Het contact tussen Jezus en Tho mas (in Joh. 20: 24—28), alsook Joh. 21 getuigen onder andere, dat Jezus wel degelijk lichamelijk is opgestaan! Dat lichaam was een verheerlijkt lichaam en niet — zoals de Jehovah's Getuigen leren — een onzichtbare geest! Vanwege laatstgenoemde dwaalleer zou Jezus al in 1874 op aarde teruggekomen zijn als ... een onzichtbare geest.
De Jehovah's Getuigen leren ook dat Jezus niet te zien zou zijn bij Zijn wederkomst. Ter weerlegging verwijzen we naar: Matth. 24: 30; Hand. 1: 1 en Openbaringen van Joh. 1: 7a. Steeds wordt hier gesproken van zien!!

De Heilige Geest
Ook de Heilige Geest zou niet God zijn. Ter weerlegging verwijzen we naar: Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus (met de daarbij vermelde teksten); Mattheüs 28: 19 en Hand. 5: 3. Volgens de Jehovah's Getuigen zou de Heilige Geest alleen maar een kracht zijn.
Wél gaan er van de Heilige Geest krachten uit, maar dat niet ten koste van Zijn Persoon en godheid (vgl. Hand. 10: 38; 1. Cor. 12 : 4—6). Staat er in Rom. 8: 16: Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn', dan weten wij toch, dat niet een kracht, maar alleen een persoon kan getuigen?!

De rechtvaardigmaking
Omdat de Jehovah's Getuigen de godheid van Christus en de Heilige Geest loochenen, brengen zij het grote stuk van 'de rechtvaardigmaking van de goddeloze' op de helling. Wij verwijzen naar de artikelen 20 t/m 23 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. In het woord rechtvaardigmaking lezen we de woorden: 'recht' en 'maken'. Was vóór de zondeval de verhouding tussen God en de mens recht, na de zondeval werd deze verhouding zó scheef, dat God rechtvaardig zou geweest zijn, als Hij ons allen deed verloren gaan. Maar Christus herstelde die scheve verhouding weer — in voorwerpelijke zin — door Zijn zoen- en kruisverdienste; Hij betuigde: 'Het is volbracht'. Noodzakelijk is het om — langs de weg der bekering — in onderwerpelijke zin bij Christus' verworven gerechtigheid betrokken te worden door Gods Woord en Geest (vgl. Saulus op de weg naar Damascus). Dan pas leeft men uit Christus' verworven gerechtigheid.
Het leerstuk van de rechtvaardigmaking van de goddeloze kennen de Jehovah's Getuigen niet; zij vergaderen tot zich 'allen, die van goede wille zijn en hun best doen met wijdingen aan Jehovah'. De bijbelse leer: 'Uit genade zijt gij zalig geworden, het is niet uit u, het is Gods gave' is aan hen vreemd. Hun einddoel is niet de vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid, maar ... later een mooi plaatsje op deze aarde. Om dat te bereiken is het nodig 'gunstig te reageren op Jehovah's uitnodiging om met Hem en Zijn Zoon samen te werken', zo leren zij. Dit laatste leert ook Pelagius.

Onze houding
Hun houding jegens de Bijbel is bepalend voor onze houding jegens hen. We gunnen onze naaste — en dus ook de Jehovah's Getuigen! — van ganser harte de zaligheid, maar wij verwerpen ten volle hun valse leer.
De achtergrond van het — in deze drie stukken — gebodene is hetgeen ik — veel méér uitgebreid — in het boekje De valse godsdienst der Jehovah's Getuigen publiceerde.
In Titus 3: 10a staat geschreven: Verwerpt een ketterse mens na een eerste en tweede vermaning'. Die twee vermaningen zou men mondeling kunnen meegeven. U zou ook ... zending jegens de Jehovah's Getuigen kunnen bedrijven en — via de Inwendige Zending (Joh. van Oldenbarneveltstraat 10, Amersfoort) folders over hun dwaalleer — voor een paar dubbeltjes per stuk — kunnen kopen om ze aan hen gratis uit te reiken.
Als tweede vermaning zou u kunnen verwijzen naar verdere literatuur, die hun dwalingen aanwijzen. U behoeft niet met hen te blijven praten, omdat in Titus 3: 10a niet staat: Blijf tot vervelends toe met ketterse mensen praten', maar 'Verwerpt een ketterse mens na een eerste en tweede vermaning'. Als de Heilige Geest het zó beveelt, laten wij dan niet wijzer willen zijn dan God.
Als tweede Schriftgetuigenis verwijs ik naar de Tweede brief van Johannes, de verzen 10 en 11: Indien iemand tot ulieden komt en deze leer (God, geopenbaard in het vlees) niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis en zegt tot hem niet: ees gegroet!' Want die tot hem zegt: Wees gegroet, die heeft gemeenschap aan zijn boze werken'. Niet eens willen spreken met dwaalleraars kan een veel effectievere uitwerking hebben, dan wél spreken. Let wel, dat Titus 3: 10a en 2 Joh. verzen 10 en 11 beide — in verband met dwaalleraars — in de Bijbel vermeld staan.
De naam Jehovah's Getuigen mogen zij m.i. niet dragen: a. JEHOVAH betekent immers Verbondsgod, de drieënige God. Zij verloochenen evenwel de tweede en derde Persoon van God.; b. In Hand. 1: 8a staat, dat Jezus tegen Zijn discipelen zegt: en gij zult Mijn getuigen zijn ...' Omdat de Jehovah's Getuigen Christus loochenen in Zijn lichamelijke opstanding, in Zijn wrekende gerechtigheid, in Zijn borggerechtigheid en ... in Zijn godheid, zijn zij geen Christus' getuigen!
Met de vraag: Wat dunkt u van de Christus', valt of staat hun zaligheid, maar valt of staat ook ónze zaligheid. 'Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem' (Joh. 3: 36).
Dat 'geloven in de Zoon' gaat niet buiten het getuigenis van Christus jegens Nicodemus om: 'Tenzij een mens wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien'. Dat geloven in de Zoon gaat niet buiten de hartekennis om van de drie — in de catechismus ons genoemde — stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid.
Die gelóven in de Zoon zijn de echte Jehovah's Getuigen; zij zullen er in dit leven getuigenis van kunnen afleggen, wat God aan hun ziel gedaan heeft.
In psalm 56: 5 (berijmd) staat: Ik roem in God; ik prijs 't onfeibaar Woord; Ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord!"
Déze getuigen zijn op reis om eeuwig JEHOVAH, de HEERE, groot te maken, Hem te verheerlijken en eens ... het getuigenis van de apostel Johannes in Openbaring van Johannes 1: 6b bij te vallen. Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid! Amen.
Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Jehovah's Getuigen 3

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's