De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Momenten uit de geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Momenten uit de geschiedenis

Belijden en Belijdenis

8 minuten leestijd

In ons eerste artikel hebben wij een summiere omschrijving gegeven van de vragen, die met het woordenpaar Belijden en Belijdenis samenhangen. Er wordt een spanning geconstateerd tussen de roeping van de kerk in telkens wisselende situaties opnieuw en op een nieuwe wijze de Naam van God te belijden én de Belijdenis, die een aftreksel, een stolling van dit belijden zou zijn, dat in het verleden is geschied, en waarmee wij in onze wereld met zijn andere en nieuwe noden en vragen niet goed uit de voeten meer kunnen.

Nu is het goed te weten, dat deze spanning niet alleen in onze tijd wordt geconstateerd. Zij is er eigenlijk altijd al min of meer geweest in de geschiedenis van de kerk. We moeten ons beperken in dit opzicht, en daarom zou ik vooral op drie momenten in het verleden willen wijzen.
Ik denk allereerst aan de tijd van de Dordtse Synode in het begin van de 17de eeuw, aan de strijd tussen de gereformeerden en de remonstranten. Deze laatsten drongen ook voortdurend aan op een revisie van de belijdenis. Dat woord 'revisie' is veelzeggend. Wij komen het ook tegen in ons moderne spraakgebruik, b.v. i.v.m. een motor van een auto, die oud begint te worden en waarvan meerdere onderdelen beginnen te slijten. Zo'n motor moet gereviseerd worden. Verschillende oude, versleten onderdelen worden door nieuwe vervangen, en dan kan de motor weer voor een poos mee.

De remonstranten in de 17de eeuw
Deze gedachte leefde mutatis mutandis eigenlijk ook al in de 17de eeuw. Vooral van de kant van de remonstranten vond men, dat de oude reformatorische belijdenis aan revisie toe was, waarbij oudere gedeelten moesten worden vervangen door nieuwere, meer aan de Schrift ontleende elementen. Vooral werd dit dan toegespitst op het punt van de verkiezing. Men meende, dat de Schrift toch een helderder getuigenis aflegde dienaangaande dan in de belijdenis (met name de Ned. Geloofsbelijdenis) vertolkt werd. Deze revisie-gedachte is een oude vorm van het motief, dat de belijdenis telkens moet worden vernieuwd in een actueel belijden van de kerk. Die vernieuwing kan ontspruiten aan een beter of ander inzicht in de Schrift, ze kan ook ontspruiten aan een verandering in de nu bestaande situatie. In de strijd met de remonstranten gingen beide aspecten samen. Men kwam tot een ander inzicht in de Schrift, vooral omdat men werkte met andere denkmiddelen. Men benaderde de Schrift op een andere wijze, zodat er ook andere uitkomsten voor de dag kwamen.
Wij hoeven nu geen uitspraak te doen over de vraag, in hoeverre toen al het eigentijdse denken over de Schrift heerste. Het gaat ons er nu alleen om te constateren, dat in deze vorm ook toen al een spanning heerste tussen het belijden en de belijdenis van de kerk.

Comrie en Holtius
Wij komen dit weer opnieuw tegen als wij een anderhalve eeuw verder in de geschiedenis rondkijken. Het blijkt dan, dat, hoewel de remonstranten uit de kerk gezet zijn, de geest van de remonstranten erin gebleven is. Want dezelfde argumenten om te komen tot een vernieuwing van het belijden ontmoeten wij ook in de tijd van Alex. Comrie en Nic. Holtius. Wij denken hier aan de strijd, die toen gevoerd is en die van de kant van Comrie en Holtius vooral vorm gekregen heeft in hun samenspraken, die gebundeld zijn in het boek Ontwerp van een Examen van Tolerantie, geschreven en uitgegeven medio 18de eeuw.
Wat ons daarin opvalt, is, dat de voorstanders van een nieuw belijden (inclusief een nieuwe vorm van prediking en kerkelijk handelen) zich beroepen op een nieuw licht, dat nu gaandeweg is ontstoken en waardoor er dieper en juister inzicht is gekomen in de christelijke leer. In dit geval komt het echter nog duidelijker naar voren, dat dit nieuwe licht meer ontleend is aan het eigentijdse denken dan aan het gehoorzaam luisteren naar de Schrift zelf.
Wij moeten eraan denken, dat wij medio 18de eeuw ons bevinden in de tijd van de Verlichting. De mensheid was er toen van overtuigd, dat zij in een verlichte tijd leefde, dat zij veel meer wist dan vroeger en dat zij met haar inzicht en verstand de dingen goeddeels kon beheersen.
Er leefde een optimisme ten opzichte van de toekomst en een zeker meerderwaardigheidsgevoel als het om het verleden ging. In dat kader kwam ook de kritiek op de oude belijdenisgeschriften te staan.
Men meende, dat men deze stations gepasseerd was. Men zocht naar nieuwe inzichten en naar een nieuw belijden van de kerk.
Het zijn vooral Comrie en Holtius geweest, die zich tegen deze vernieuwingsdrang hebben verzet en daarin een aanval op de beproefde leer van de kerk ontdekten. Zij kregen het in hun verdediging van de klassieke belijdenis niet gemakkelijk. Zij werden uitgemaakt voor ouderwetse, verstarde ketterjagers. En tenslotte werden zij gedwongen om te zwijgen. In ieder geval, ook toen droeg de spanning tussen belijden en belijdenis een existentieel karakter. Het blijkt ook in de geschiedenis reeds, dat wij hier niet met louter theoretische zaken te maken hebben, maar met uiterst reële zaken, die het leven van de kerk raken en die daarom meer dan eens de gemoederen heftig in beweging gebracht hebben.

Recente geschiedenis
Dat zien wij opnieuw, wanneer wij tenslotte nog een laatste moment uit de geschiedenis naar voren halen. Het betreft hier een stukje recente geschiedenis, omdat wij denken aan de tijd vlak na de Tweede Wereldoorlog. Toen is opnieuw, gestimuleerd door het oorlogsgebeuren, de roeping van de kerk om belijdende kerk te zijn heel sterk naar voren gekomen. Men voelde het als een grote schuld dat bijna anderhalve eeuw lang de kerk als kerk gezwegen had, omdat zij geen helderheid bezat over haar eigen belijdenis. De strijd om het belijden der kerk had de kerk zelf ertoe gebracht om deze gevoelige zaak maar in de ijskast te plaatsen. De belijdenis van de kerk werd geneutraliseerd om de strijdende partijen te sussen. Zo was de kerk geen kerk meer, maar veel meer een genootschap van verschillende godsdienstige belangen.
Toen in de oorlog de kerk opnieuw geroepen werd om te getuigen, om haar geloof te belijden, ontdekte zij zelf tot haar verrassing, hoe bevrijdend en vernieuwend het werkt, als de kerk zich eraan waagt om belijdende kerk te zijn. Juist in de oorlogstijd ging er iets van haar uit, waardoor ons volk gedragen en gesteund werd en waarvoor de vijand beducht was.
Daarom was het een diepgekoesterde wens, dat nu ook na de oorlog de kerk een waarachtig belijdende kerk zou blijven en worden.
Maar natuurlijk kwam toen ook de vraag aan de orde, wat dan de betekenis van de oude belijdenissen van de kerk is in dit heden. En toen trad opnieuw de oude spanning op tussen belijden en belijdenis. Velen wilden wel met respect spreken over de belijdenis van onze vaderen, maar zij meenden toch, dat wij daarmee nu niet konden volstaan. Er moest een nieuw actueel belijden komen, waarin de vragen en de noden van het heden gesteld werden in het licht van Gods Woord. Daarom sprak men bij voorkeur over de weg van het belijden en ging men aan het werk om een Proeve van een nieuw Belijden op te stellen, waarin de nieuwe verworvenheden van de kerk zouden worden verwoord in verbondenheid met het klassieke belijden. En toen het eenmaal zover kwam, dat de kerk ook een nieuwe kerkorde kreeg, werd de relatie tot de oude belijdenissen zo onder woorden gebracht, dat men wel wilde spreken van een gemeenschap met de belijdenis der vaderen, maar beslist afwees, dat men in de kerk moest leren en leven in overeenstemming met de belijdenis. Men vond dat laatste veel te formalistisch en te juridisch. Dit kon niet, als men gelooft, dat de kerk altijd weer opnieuw en nieuw moet belijden in het heden. Dan mag die kerk niet zo gebonden worden aan het verleden. Daarom moest er wel sprake zijn van een gemeenschap met dit verleden. Er dient wel een fundamentele verbondenheid te zijn. Maar dan een verbondenheid, die de nodige speelruimte geeft voor vernieuwing en verandering. Men heeft in die dagen nogal eens het voorbeeld gebruikt van een man en vrouw, die leven in een huwelijksgemeenschap. In zo'n verhouding is er, als het goed is, een diepe verbondenheid, maar intussen kan men het op diverse punten danig oneens met elkaar zijn. Eén-zijn en het met elkaar eens-zijn zijn twee verschillende dingen. Zo kan men één zijn met de oude belijdenissen en het toch op diverse punten danig oneens ermee zijn.
Daartegenover is er toen reeds gewezen op het gevaarlijke en riskante van deze relatie tussen het actuele belijden in het heden en de belijdenis van het verleden. Want als deze speelruimte wordt gegeven, waar ligt dan de grens? Is die grens voldoende duidelijk getekend, wanneer men spreekt over de fundamenten van de kerk, die niet mogen worden aangetast? Men voorzag, dat op deze wijze er toch een vrijheid in belijden en prediking gegeven werd, die aan de roeping van de kerk tekort deed. En daarom stond men erop, dat de orde der kerk voorschreef, dat men in overeenstemming met de belijdenis zou spreken en handelen. Daarbij ging het niet om een formele, louter juridische handhaving, maar om een geestelijke handhaving, die echter wel duidelijk en strikt was en toets was van echte congenialiteit. Maar men kon dit natuurlijk alleen voorstaan, omdat en voorzover men het gezag van de oude belijdenissen voluit erkende. En dat was eigenlijk het kritieke punt. Hebben deze belijdenissen wel dit gezag? Daar werd op ingrijpende wijze verschillend over gedacht. Daarover willen wij de volgende keer nog iets meer vertellen.
De B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Momenten uit de geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's