De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Confrontatie met Israël

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Confrontatie met Israël

Een inspirerende bijeenkomst

12 minuten leestijd

Vorige week woensdag werd in het gebouw de Schakel te Nijkerk een goedbezochte predikantenconferentie, uitgaande van de Gereformeerde Bond, gehouden over de vragen rondom Israël. Ds. Tukker wees er in zijn openingswoord op, dat het verlangen daarnaar allang bij velen leefde en dat het eigenlijk merkwaardig is, dat de bezinning om Israël — onze oudste broeder — in onze kring, alsook in het geheel van de Gereformeerde Gezindte, waar toch altijd grote liefde voor Israël is geweest, tot hier toe nog niet heeft plaatsgevonden. Met de lezing van de Schrift uit Romeinen 10 en 11 zaten we intussen op de conferentie middenin het hart van de vragen. De bijeenkomst, die daarop volgde, was dermate inspirerend, zowel door het gehalte en de indringendheid van de referaten als door de ernst van de discussie, dat ik van een toch wel unieke gebeurtenis zou willen spreken.

Referaat prof. dr. C. Graaf land
Professor Graafland gaf allereerst een bij bels-theologische benadering van de vragen rondom Israël. De Schrift begint niet met Israël, maar met de schepping.
En de belofte wordt na de zondeval gegeven aan Eva, de moeder aller levenden. En bij de roeping van Abraham is het wél zo, dat Abraham uit de volkeren wordt weggeroepen, maar God vergeet de volkeren niet. En ook aan Izaak wordt gezegd, dat al de volkeren der aarde in zijn zaad gezegend zullen worden.
De verkiezing van Israël — die we in het Oude Testament herhaaldelijk tegenkomen — heeft ook niets van een statusquo, zodat op grond van de verkiezing een nationalistische houding onder Israël (wij zijn het uitverkoren volk) gewettigd zou zijn. Want telkens is er ook de keerzijde: de verwerping (Jeremia, Ezechiël).
Hoewel ... de verwerping is niet zó definitief, dat er geen verkiezing meer zou kunnen volgen. God verkiest Israël nóg, zegt de Schrift. Daarin ligt het nochtans van Gods trouw. En daarom lezen we nochtans in de Schrift, dat God Jeruzalem zal stellen tot een lof op aarde. Dwars door de ongehoorzaamheid heen blijft God Zijn trouw houden, hoewel die trouw ook — volgens de Schrift — geconcentreerd wordt op een rest van Israël.
En die concentratie vindt haar spits in de komst van de Knecht des Heeren.
Wat het Nieuwe Testament betreft, daarin vinden we met name in de evangeliën de gedachte, dat de oudtestamentische profetie in Christus is vervuld. Omdat Israël zélf intussen ongelovig is, komen de volkeren in aanmerking. Maar toch blijkt ook dan, dat God Zijn volk niet prijsgeeft. Bij elk crisis-element in de heilsgeschie­denis komt Israël toch telkens in het vizier, hetzij universeel, als volk, hetzij weer geconcentreerd op individuele personen. Het particuliere en het universele — het volk en de enkeling — liggen hier dwars door elkaar. Hij is gekomen tot het Zijne en de Zijnen heben Hem niet aangenomen (enkeling én gemeenschap).
Paulus begint zijn prediking opnieuw in de synagoge. Daar wordt hij uitgeworpen en dan gaat hij naar de heidenen.
***
Nu heeft men op grond van 1 Thess. 2: 16, waarin gezegd wordt dat de toorn van God over de joden gekomen is tot het einde, wel geconcludeerd, dat de kerk voortaan Israël is. Door de verharding van Israël komt het heil tot de anderen. Maar er wordt in de Schrift óók gezegd dat de verharding voor een déél over Israël ge­komen is, totdat de volheid der heidenen is ingegaan. En dan: alzó zal geheel Israël zalig worden. Dat alzo wilde Graafland zo zien, dat het allereerst duidt op de gang in de heilsgeschiedenis. Als de gemeente tot haar door God gewilde gestalte gekomen zal zijn, zal ook geheel Israël behouden worden. En dat alzo wijst ook op het geënt zijn en ingeënt worden in de olijfboom en dat is alleen mogelijk op de wijze van het geloof in Christus.
Een verschillende heilsweg voor Israël en de volkeren is onmogelijk. En als dan ten aanzien van Israël het universele en het particuliere verweven liggen, aldus Graafland, dan is het altijd zo, dat God het universele heil (voor Israël) realiseert op de wijze van de particuliere genade.
Wat het land betreft, stelde prof. Graafland, dat in het Nieuwe Testament de landsbelofte voor (het huidige) Israël niet te vinden is. Dat komt — aldus de referent — omdat daar een concentratie is op de Knecht des Heeren. Maar het Oude Testament geeft de landsbelofte wél. In Ezechiël 36 en 37 wordt het geestelijke met het land verbonden.
Graafland trok ten aanzien van de beloften van het Oude Testament tenslotte de conclusie, dat het centrale van de oudtestamentische profetie in Christus is vervuld. Maar als het gaat om de totaliteit van de beloften en de profetie, dan is er een tegoed, dat in Israël zijn vervulling nog moet krijgen. Daarop wijzen ook de apocalyptische beelden uit de Openbaring van Johannes. Uitgaande van de gedachte dat er een niet-vervulde rest in de oudtestamentische belofte is, die in Israël om vervulling vraagt, waarschuwde Graafland voor twee klippen: in de eerste plaats dat alles wat als apocalyptische gegevens in de Schrift voorhanden is in het heden wordt getrokken (dat doet met name prof. dr. G. C. Berkouwer) en in de tweede plaats, dat we de toekomst als het ware helemaal in kaart gaan brengen (dat doet Hall Lindsey in zijn boek De planeet die aarde heette). Waarom zouden we nog hopen als we het al zien? Het geloof is een bewijs van de zaken dze men niet ziet.

Referaat drs. S. Gerssen
De tweede referent, drs. S. Gerssen, secretaris van de Raad voor de Zaken van Kerk en Israël, stelde dat God Israël uit het niets tot aanzijn geroepen heeft. Was het Woord er niet geweest dan was ook Israël er niet geweest: Hoor Israël, de Heere uw God is een enig Heere! Het joodse volk draagt in en dóór zijn bestaan de Godsvraag met zich mee. Dat hebben de vijanden van Israël vaak beter onderkend dan de vrienden. Israël is het geroepen volk. Zijns ondanks vervult het die roeping in de wereld. De sprekende God en Israël horen bijeen. De nazi's hebben dit geheimenis van de Godsvraag bij Israël geweten en hebben dit geheimenis tot op de bodem gehaat. Vandaar de gaskamers van Auschwitz.
***
Ingaande op de verhouding van kerk en Israël zei drs. Gerssen, dat nóch de uit­ drukking zending, nóch de uitdrukking gesprek met Israël recht doet aan de situatie. Zending zonder meer, zoals onder de heidenvolken, kan niet, dat zou teveel éénrichtingsverkeer zijn. Anderzijds een gesprek, waarin men vrijblijvend en humaan bijeen is, kan óók niet. Er is een wederkerigheid tussen kerk en Israël die niet gebaat is bij een humaan en toegeeflijk gesprek. Wanneer dan toch van gesprek sprake zou zijn dan zeker getuigend gesprek. Het raadsel bij de verhouding van kerk en Israël is echter dat datgene, wat verbindt, tegelijk datgene is wat scheidt. In de werkelijkheid van Israël ligt het verbond waarin we één zijn (het Verbond met Abraham zijn vrind, bevestigt Hij van kind tot kind). En we zijn één in de Messias Jezus, de Messias kwam uit het joodse volk. Het joodse volk en Messias Jezus horen bij elkaar, zelfs als dat volk nog deze Gezalfde verwerpt. Maar tegelijkertijd liggen hier ook de beslissende verschillen.
***
De intenties van het zionisme, de droom van het zionisme, waardoor weer bezit genomen werd van het land Palestina, heeft een bijbelse wortel. Anti-zionisme, zo betoogde Gerssen, is een moderne vorm van anti-semitisme. Intussen liet drs. Gerssen duidelijk uitkomen, dat het anti-semitisme in ons aller hart ten diepste leeft, als vijandschap tegen de God van Israël. Auschwitz vond plaats in het christelijke westen. De joden zelf noemen dit Auschwitz wel het Golgotha van de joden.
Drs. Gerssen riep op tot solidariteit met het joodse volk. Israël ervaart het aan den lijve, dat het een volk is dat alleen woont. Als nu in de VN de geloofsbrieven van Zuid-Afrika geweigerd worden, dan kan verwacht worden, dat Israël, het twééde slachtoffer zal zijn. Temidden van de natiën wordt Israël miskend.
Drs. Gerssen eindigde met onze toekomstverwachting. Of Israël nu nog neen zegt tegen de Gezalfde is ten diepste niet beslissend. Beslissend is de trouw van God.
Onze toekomstverwachting is een nieuw Israël. In de stichting van de staat is er het begin van de wording van dat nieuwe Israël, al zien we nu alleen nog maar desintegratie, en een wegvallen van datgene wat het jodendom altijd heeft gekenmerkt.
Maar het gaat niet alleen om de komst van een nieuw Israël, het gaat ook om een nieuw christendom. Ik verwacht, aldus Gerssen, een waarachtige reformatie, de geboorte van een nieuwe gemeente van Israël en de kerk rondom de Ene, die een Zoon van Israël is.

Discussies
Na de referaten ontwikkelde zich 's middags een levendige en ernstige discussie. Daarbij kwam onder meer de vraag naar voren of ten diepste het verschil tussen het christelijk geloof en de joodse religie niet ligt in de rechtvaardiging van de goddeloze enerzijds en een zeker synergisme (God en mens bewerken samen het heil) anderzijds. Verder werd de vraag gesteld of het terecht is te zeggen, dat het joodse volk door zijn pure existentie, door zijn alleen maar er zijn de Godsvraag met zich meedraagt (op de vraag: bewijs me of God bestaat zei wijlen prof. dr. M. M. v. Rhijn: Der Jude, De Jood). Maar moet hier niet veel meer verdisconteerd worden de gedachte die prof. Graafland telkens in zijn betoog legde, dat er behalve het universele aspect van de verkiezing van Israël ook het particuliere, het persoonlijke is, wat met zich meebrengt het toepassende werk van de Heilige Geest? Moet de lijn verkiezing én verwerping niet ernstig genomen worden? Wordt er niet te gemakkelijk alleen maar uitgegaan van het 'ja' tegen Israël, zonder de notie van de verwerping ook ernstig te nemen? Met name ds. T. Poot vroeg zich af of het niet te ver gaat de Godsvraag zo sterk aan het vleselijk Israël te verbinden.
***
Diepgaand kwam ook aan de orde de stelling, dat jodendom en christendom één zijn in de Messias. Is het verschil dan zó klein — zoals een jood eens stelde — dat de joden de Messias één keer verwachten en de christenen twee keer (bij Zijn komst en Zijn wederkomst)? Of ligt daar nu niet juist hét grote verschil, zodat daar de radicale scheidslijn is gekomen tussen de Kerk en Israël, wat met name uitkomt in de prediking van de apostelen? Gaat het er juist niet om hoe de Messias in de prediking wordt uitgedragen en ontvangen? En is daarbij het Kruis niet van beslissende betekenis?
Ook werd gevraagd — ik doe maar een greep uit de vele onderwerpen — of men op grond van het visioen van Ezechiël 37 wel concluderen mag tot een landsbelofte voor Israël.
***
Drs. Gerssen ging in een uitvoerige beantwoording op al deze vragen nog eens in en stelde dat ten diepste het verschil tussen de joodse en de christelijke religie ligt in de leer van de erfzonde, die christenen belijden en joden niet, en dat dan het tweede beslissende verschil ligt in de verzoening. Met joden samen de Grote Verzoendag vieren — sommigen willen dat na de yom Kippoer-oorlog — is een onmogelijkheid. De joodse Grote Verzoendag en de christelijke Goede Vrijdag verschillen beslissend.
Maar uit Sion zal de wet uitgaan, aldus Gerssen. Er mag toch de verwachting zijn van de eenheid van Kerk en Israël rondom de Ene, de Messias Jezus, omdat God Zijn beloften waar zal maken. Wat het land betreft, daarvan meende drs. Gerssen, dat de eerste fase van het visioen van Ezechiël 37, het bijeenbrengen van de dorre doodsbeenderen, met de komst van de joden in hun land in vervulling is gegaan.

Conclusies
Prof. Graafland legde in zijn beantwoording van de vragen de nadruk op het feit, dat kennelijk op deze conferentie, maar ook daarbuiten, gebleken is hoe naar een bijeenkomst als deze verlangend was uitgezien. Tevens constateerde hij, dat het toch wel verrassend was te bemerken hoe er een zeer grote eenstemmigheid was in de gedachte dat er een niet-vervulde rest in de oudtestamentische belofte is, die in Israël zijn vervulling nog krijgen moet, zonder dat dit al te zeer geconcretiseerd kan worden door alle elementen als een legpuzzel in elkaar te leggen (zoals Hall Lindsey doet). Dit besef is langzaam maar zeker gegroeid, zodat niet meer uitsluitend gezegd kan worden: Israël in de Schrift is nu de nieuwtestamentische gemeente. De gedachte van de niet-vervulde rest in het Oude Testament, die in Israël om vervulling vraagt, leefde trouwens ook bij verschillenden van de Nadere Reformatie (b.v. Jacobus Koelman).
Het Geestelijke (met hoofdletter G.), aldus Graafland, is niet anti-Israël.
De vergadering sprak eenstemmig uit dat men deze lijn aanvaardde en haakte in op wat eerder gezegd was, namelijk dat het zal gaan om een vernieuwing van Israël én van de Kerk. Daarbij zou wel eens een centrale plaats kunnen hebben de tekst, dat tien mannen uit de heidenen grijpen zullen de slip van één joodse man omdat gezien wordt dat God met hem is.

Wensen
De wens werd ook uitgesproken om aan een conferentie als deze een vervolg van bezinning te geven. De suggestie kwam ook naar voren om vanuit de kring van de Gereformeerde Bond iemand beschikbaar te stellen voor het werk onder Israël, zoals de Christelijke Gereformeerde Kerk in de persoon van ds. P. den Butter iemand krijgt, die in Israël gaat werken. Ook in het kader van het werelddiakonaat — de GB en de GZB hebben hun commissie voor het werelddiakonaat — zou gezocht kunnen worden naar projecten in Israël, bijvoorbeeld voor de oorlogsslachtoffers.
Tenslotte werd gesuggereerd een wederkerig bevruchtende relatie tussen de Gereformeerde Bond, bijvoorbeeld vanuit de GZB, met de Raad voor de Zaken van Kerk en Israël op gang te brengen.
***
De conferentiegangers hadden de indruk dat op deze bijeenkomst iets wezenlijks was gebeurd, zodat één en ander voor herhaling vatbaar was.
Een inspirerende ontmoeting was het in Nijkerk. Duidelijk is dat óók of juist in deze dingen, die een profetisch, apocalyptisch karakter heben, we ten dele kennen. Maar Israël — steen onder de volken — vraagt in het licht van de profetie onze aandacht. Omdat het gaat om de God van Israël, de God van Abraham, Izaak en Jacob, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Confrontatie met Israël

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's