De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vertrouwen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vertrouwen

6 minuten leestijd

Wat vertrouwen is dit, waarmee gij vertrouwt? 2 Koningen 18 vers 19b

„Ende sal een eigelijk tot dien einde terstond in de Pieterskerk gaan". Met deze woorden eindigt de oproep, die „mijnheer de commissaris en de heeren van het gerechte" tot de bevolking van Leiden richtten. Het was 3 oktober! Een gedenkwaardige dag in de geschiedenis van de sleutelstad en van ons vaderland. Leiden ontzet, Holland gered! Nog altijd wordt de dag gevierd. Nog altijd wordt er een kerkdienst gehouden, tot voor kort in de Pieterskerk, die dit jaar — vierde eeuwfeest van het ontzet — zijn deuren weer opende.
3 oktober 1574. De mensen stroomden naar de Pieterskerk, door straten en stegen.
Daar gingen ze heen 'om God voor zijn oneindige goedheid hardgrondig te danken en te loven'. De oproep loopt over van dankbaarheid. Waar kan die beter onder woorden gebracht worden, dan in het huis des Heeren? Een dankdienst, waarin ds. Pieter Corneliszoon voorging, en de gemeente het lied van bevrijding op de lippen legde, de sindsdien in Leiden bekende psalm 9.

Heer' ik wil u uit 's harten grond
prijzen en overal doen kond
Uw' wonderen in alle wijken
die niet en zijn om vergelijken.

Daar werd God de toevlucht allein
des armen, die men acht zeer klein
Ja, zijn toevlucht die hem in 't lijden
zal verkwikken en doen verblijden.

Looft nu met lofzange zeer klaar
God die tot Sion woont eenpaar
vertelt Zijn grote wonderwerken
maakt dat z' alle mensen bemerken.

Dat ik midden in Uw gemeen
Uwen lof zing en anders geen
zijnde verblijd en ook gedachtig
dat Gij mij verlost hebt, waarachtig.

Dat hebben ze uit volle borst gezongen, voorzover de krachten het hun toelieten, en de ontroering hen niet te machtig werd. Vier lange, bange maanden had het beleg geduurd; steeds hoger steeg de vloed van nood en angst en honger. Hoe hielden zij het vol? De stad werd bijna uitsluitend door de eigen burgers verdedigd; de gewone man weerde zich maandenlang met een verwonderlijke moed en waar haalde hij die moed vandaan? De schutters op de wallen weken niet voor de overmacht van de vijand. Daar had de Spaanse veldheer Fransisco Valdez niet op gerekend. Leiden zou hem spoedig in handen vallen en daarmee zou de strijd in de Nederlanden vrijwel beslist zijn. Als alles volgens plan verliep. Maar dat was niet het geval.
Hoe hielden ze het vol, vroeg ik zo even. Wat was de zenuw van het verzet? Men mag zeggen een weergaloos vertrouwen op God de Heere. Natuurlijk niet bij iedereen. Misschien slechts bij een minderheid. Maar minderheid of meerderheid geeft de doorslag niet, als er geloof geoefend wordt. Zo'n sterk vertrouwen leefde er bij de kern; en ook vertrouwen werkt aanstekelijk. Een vertrouwen, dat in de gemeente werd gevonden en gevoed. De gereformeerde gemeente was van meet af aan bij de overgang van de stad Leiden naar de prins, betrokken, zij speelde er een voorname rol in. Men kan dit trouwens in heel de geschiedenis van de opstand tegen Spanje vaststellen. Het gemenebest is uit de worsteling van de gemeente geboren. Touw trekken tussen vrijheid en godsdienst — libertatis causa of religionis causa — is overbodig. Het ging om de vrijheid om God te dienen naar Zijn Woord en dat is kenmerkend voor de ware vrijheid. In de gemeente werd de naam des Heeren aangeroepen als de naam van de Helper in de nood.
Dat is het geheim van de weerstand geweest. Dat vertrouwen was het bolwerk, dat overeind stond, al werden de muren bestormd. Daar trokken de bidders en strijders zich in terug, toen alles hopeloos scheen. En zo waar, Leiden werd ontzet als door een wonder. Door de 'onvoorziene barmhartigheid Gods'. Wat de gouverneur Dirk van Bronkhorst, vlak voor zijn dood, aan zijn vrouw had geschreven, gold van velen: 'zeker, zeker, ik betrouwe mijn alleenlijck up de genade ende hulpe van den almoghenden ende machtigen God'. Dat vertrouwen is niet beschaamd.
Over vertrouwen gesproken: wat is dat voor een vertrouwen? Uit overoude tijden komt deze vraag tot ons overwaaien. Hij wordt niet uit nieuwsgierigheid gesteld; de bevelhebber van de grote koning, de koning van Assur, snauwt hem wrevelig aan de gezanten van Hiskia toe. Wat is dat voor een vertrouwen, dat gij koestert. Hij begrijpt er niets van. Er is bedrog in het spel en van dit bedrog, van deze goed bedoelde misleiding zullen de inwoners van Jeruzalem de dupe worden. Daarom stelt hij die vraag ten aanhore van heel de burgerij.
De grote koning. Met recht! Assyrië is dé wereldmacht; een militaire macht die zijns gelijke in de geschiedenis nog niet kent. Dreunend marcheren Assurs legers door landen en steden; ook door het land van Juda, tot voor Jeruzalem. De maarschalk — Rabsaké is een titel — wil de stad tot overgave dwingen, indien niet goedschiks, dan kwaadschiks. De woorden gaan voor de daden uit. De woorden zijn wapens. De maarschalk voert hier een propagandaoorlog op grote schaal. En propaganda maakt de inwoners murw.
Hij tast de mogelijkheden af, hij rekent er één voor één mee af. Jeruzalem zou het niet wagen zich tegen de grote koning te verzetten, wanneer het niet vertrouwde op hulp. Dat is duidelijk. Koning en volk hebben nog vertrouwen. Dat vertrouwen is de ruggegraat van hun strategie. Daarom geven zij zich niet voetstoots gewonnen. Vreemd is dat, en gevaarlijk. Kan hij dat vertrouwen breken, dan zakt de weerstand in elkaar. Dan kan hij ook dit land inlijven en dit volk wegvoeren. Want de grote koning neemt geen halve maatregelen; hij wil de landen die hij verovert vast in handen houden. Dat vertrouwen zet hem de voet dwars. Hij heeft er naar geïnformeerd, hij is goed op de hoogte. De propaganda is echt geen slag in de lucht. Zij is doelgericht. Hij valt dat vertrouwen aan. Hij stelt het als ijdel, als ongegrond en in strijd met de feiten, daarom als tevergeefs, aan de kaak. Leest u het maar eens na en u merkt hoe listig hij daarbij te werk gaat.
Vertrouwen. Op eigen macht en eigen raad. Dat ligt voor de hand, maar dat is toch dwaasheid. Assur is verre de meerdere van Juda, het loopt Juda eenvoudig onder de voet. Waarop dan? Op Egypte. Wel zeker. Hiskia rekent op een bondgenoot, daarom zet hij de strijd voort. En wat voor een bondgenoot. Egypte. Een rietstengel: wie er op leunt komt bedrogen uit: zijn hand wordt doorboord. Zou Hiskia u kunnen redden? Geen sprake van. Met behulp van Egypte. Vergeet het maar. Wat rest u dan? Wat is dat voor een vertrouwen, waarmee gij vertrouwt? Ik weet het! Op de Heere! Daarover wil ik ook wel met u spreken. Want dat vertrouwen is zo vreemd, het stamt uit een andere wereld! En dat doet het dok. Maar niet uit de wereld van de fantasie, maar uit die van het geloof.
L. K.

P.S. Willen de gemeenten, waar ik in de maand december een dienst zal vervullen zich per omgaande met mij in verbinding stellen, aangezien mijn desbetreffende gegevens zoek geraakt zijn.
L. Kievit,  Gouda

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vertrouwen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's