Onze geestelijke weerbaarheid
Voor de Tweede Wereldoorlog hieven de sociaal-democraten de leuze aan ontwapening en kozen daarbij het gebroken geweertje als symbool. Hun streven mag toen niet gelukt zijn, de stemmen die hetzelfde bedoelen zijn allerminst verstomd. Ook nu dringen velen aan op ontwapening en tracht men onze weerbaarheid in militair opzicht te breken. Wat echter nog verder gaat is, dat er allerlei krachten werkzaam zijn die de geestelijke weerbaarheid van ons volk trachten te breken en onze samenleving van binnenuit rijp maken voor communistische overheersing.
Socialisme
A. J. Koejemans heeft in zijn boek Van Ja tot Amen geschreven, dat wij leven in de eeuw van de overgang van de kapitalistische maatschappij naar een socialistische. Het woord christelijk wordt hier vermeden, waarbij men zich dus kan afvragen aan welke kant Koejemans het christendom ziet staan. Het is echter waar, dat we toegroeien naar een socialistische maatschappij. We zien allerwege in Europa en ook in ons eigen land de invloed van het socialisme, van de socialistische maatschappij en wereld- en levensbeschouwing toenemen en het lijkt welhaast zó te zijn, dat het enige wat christenen te doen hebben is te kiezen tussen kapitalisme, zeg liberalisme, en socialisme. Waarbij het dan momenteel toch wel zo is dat in de christelijke politiek maar al te veel wordt aangeleund tegen het socialisme, met verlies overigens van eigen identiteit.
***
Eén van de punten, die we in de socialistische maatschappij aantreffen, is de vergaande staatsbemoeienis. De staat bevoogdt het leven. Die tendensen worden in onze samenleving meer en meer openbaar, zeker nu we een links progressief kabinet hebben.
Op één van die tendensen heeft drs. G. van Leyenhorst in de Tweede Kamer gewezen, toen hij interpelleerde over de op te richten Stichting voor de Leerplanontwikkeling. Deze stichting maakt modellen voor onderwijsleerplannen, schoolwerkplannen en onderwijsleerpakketten. Bij die modellen gaat men echter al bij voorbaat uit van bepaalde doelstellingen, namelijk de vermaatschappelijking van het onderwijs, het aanleren van sociale vaardigheden en het 'aankweken van een bepaalde houding'. Van Leyenhorst wijst erop, dat de modellen bij voorbaat ideologisch gekleurd zijn en dat dit z'n inhoudelijke consequenties zal hebben voor het onderwijs in vakken als geschiedenis, economie, maatschappijleer en sociale en culturele vakken. En als men in bepaalde sectoren van het onderwijs deze modellen niet accepteren wil, dan kan men zélf wel nieuwe maken maar centra, die daarvoor bestaan, krijgen daarvoor van de minister niet voldoende middelen. De minister is wél bereid zélf enkele alternatieve modellen te laten produceren, maar dat kan alleen als 8 van de 30 leden van de zogenaamde bestuursraad daarmee instemmen, een bestuursraad die wat de onderwijsmensen betreft bestaat uit 6 r.-k. en 5 prot.-chr. vertegenwoordigers, 5 personen uit het openbaar onderwijs en 4 uit het neutraal bijzonder onderwijs. 'Wil een protestantse minderheid dus een alternatief model, dan moeten niet alleen alle protestants-christelijke leden daarmee instemmen maar dan moeten ook nog drie andere leden veroverd worden', aldus Van Leyenhorst. Hier komt de vrijheid van onderwijs in gevaar. Bovendien heeft de minister in de stichting veto-recht ten aanzien van de te nemen besluiten. Terecht heeft drs. Van Leyenhorst bij deze kwalijke ontwikkeling de vinger gelegd. In een toelichting op zijn interpellatie besluit hij met te zeggen:
'De Stichting voor de Leerplanontwikkeling zal niet het eerste bouwwerk van de minister zijn. Straks krijgen we het onderwijsplanbureau en nog allerlei andere daarmee in verbinding staande organen.
In de onderwijs-contourennota, die omstreeks de jaarwisseling zal verschijnen, wordt wellicht eerst duidelijk hoe de verbindingslijnen tussen de verschillende gebouwen lopen. De SLO staat niet solitair (op zichzelf — red.) op ons Nederlandse onderwijsveld. Degenen, die er echter hun fiat aan hebben gegeven weten niet eens voor welke dingen zij impliciet misschien al hebben gekozen. Wie weet welke troeven nu al uit handen zijn gegeven! Waar de 'aanhoudende zorg' van de overheid zich uitstrekt tot de inhoudelijke aspecten van het onderwijs, dienen zowel het onderwijsveld als de beide Kamers uiterst alert (op hun hoede) te zijn op de 'ontwikkelingen' die worden voorgesteld.'
Het zal dunkt ons, gezien de ontwikkelingen in onze samenleving, steeds moeilijker worden om de eigen identiteit van het christelijk onderwijs en andere christelijke organisaties te handhaven. Dat is te meer het geval omdat velen, die zich christelijk noemen, aanknopen bij de socialistische maatschappijbeschouwing — een zorgelijke ontwikkeling! Daarom is te hopen, dat signalen als die nu door Van Leyenhorst op dit concrete punt werden gegeven de ogen mogen openen voor de gevaarlijke ontwikkelingen, die zich aan het voltrekken zijn.
Communisme
Nog weer een stap verder is wat zich dezer dagen afspeelde rondom het Zwolse Carolus Clusius College. Daar werd de godsdienstleraar G. Los ontslagen omdat hij lid was van de CPN, de Communistische Partij Nederland. Protesten echter allerwege, bepaaldelijk ook uit het 'christelijke' kamp. Ik geef een bloemlezing.
Eerste geval: het dagblad Trouw vraagt zich af of het karakter van het marxisme niet zó is veranderd, dat het voor christenen minder moeilijk wordt zich bij de CPN aan te sluiten. Het is niet ondenkbaar, dat een christen zich in de politiek bij het marxisme meent te moeten aansluiten. De statuten van de CPN gaan wel uit van een atheïstische ideologie en zeggen wel duidelijk, dat een lid van de partij tégen die ideologie géén propaganda mag maken. Maar zó behoef je, aldus Trouw, de statuten ook weer niét te lezen, want je mag best laten merken dat je christen bent, 'als je je lidmaatschap maar niet misbruikt voor geloofspropaganda'.
De ideologie van de CPN — nog steeds Trouw — is wel god-loos, 'maar het is de CPN niet begonnen om bestrijding van het christendom'.
Tweede geval: theologische studenten (sic!) hebben in een open brief hun 'droefheid' uitgesproken over het bestuursbesluit van de Zwolse school. Het besluit is ondemocratisch, het christelijke 'dat toch al zo bezoedeld is' wordt zo nog verder uitgehold, het is indoctrinatie. 'Wij beschouwen de indoctrinatie, die hieruit zou kunnen voortvloeien, als zeker niet minder gevaarlijk dan die waarvoor uw bestuur zo bang schijnt te zijn'. Die studenten spreken hun angst uit voor de toekomst met name vanwege diegenen, die straks óók als godsdienstleraar gaan werken. Dit bericht kreeg in Trouw opvallende aandacht.
Derde geval: de heer C. Barnhoorn voorzitter van de overkoepelende organisaties van christelijke onderwijzers en leraren, wees erop, dat er heel wat leraren zijn, die zich van het christelijke karakter van de school óók weinig aantrekken en tóch aan mogen blijven. Moeten nu leraren die wel christelijk maar ook lid van de CPN willen zijn, ontslagen worden?
***
Het is onvoorstelbaar dat mensen, die zich christen noemen, zo vergoelijkend of — erger nog — zó positief over de houding van de godsdienstleraar Los kunnen oordelen. Zijn we niet veel verder weg dan we denken? Wordt de geestelijke weerbaarheid van ons volk hier niet ondermijnd en wordt de vermolming, die aan het optreden is, niet allerwege zichtbaar? Grote delen van het christendom zijn in de ban van het marxisme en menig publiciteitsmedium geeft daaraan bewust leiding op een ergerlijke wijze. En laten we niet vergeten, het is de schóól die de inzet van dit alles vormt. Het gaat om de jongeren. Wie de jeugd heeft heeft de toekomst. De jongeren worden geïndoctrineerd, onder het vaandel van democratie en vrijheid. Bepaalde godsdienstleraren zijn een gevaar voor de school. Er komen theologische studenten af, die er niet meer aan denken om de pastorie in te gaan maar slechts ten doel heben hun marxistische ideeën over te dragen op de jongeren. Daarbij gaat men zeer indoctrinair te werk. Ik heb er de brokken van zien vallen. Men komt soms jongeren tegen van twaalf jaar met linkspolitieke acties aan boord. Een geval als in Zwolle is een exponent van een ontwikkeling, een weliswaar zeer uitgesproken maar niet op zichzelf staand geval. Prof. dr. H. N. Ridderbos heeft in het Geref. Weekblad (Kok, Kampen) de open, brief van de theologische studenten onintelligent, onkritisch en onnozel genoemd. Ik zou erbij willen zeggen onaanvaardbaar voor wie bijbelse theologie wil bedrijven.
***
Wat hebben we als christenen en als samenleving van het communisme te verwachten? Dezer dagen kwam er een rapport van Amnesty International uit over De godsdienstige toestand in de Sowjetunie. Ik citeer nu wat ik daarover vond in Kerknieuws:
Dat Lenin de godsdienst zag als opium voor het volk, als een kapitalistisch middel om het volk ui te buiten, wisten we al. Dat hij aan deze filosofische theorie een wat minder diepgravende praktijk verbond, is helaas toch wat minder bekend, maar mag o.m. blijken uit zijn brief van 19 maart 1922 aan het Politburo, waarin hij vraagt: 'De meest genadeloze maatregelen te nemen om ieder verzet tegen de door hem voorgestelde verbeurdverklaringen van kerkelijke eigendommen neer te slaan. We moeten ons te allen prijze de bron van verschillende miljoenen — of misschien zelfs miljarden — in goudroebels toeëigenen. Het verzet van de geestelijkheid moet zó brutaal worden onderdrukt, dat zij het zich nog zullen herinneren in de komende decades.'
En aldus geschiedde dan ook. Ten koste van ongetelde mensenlevens. We bepalen ons even tot de Russisch-Orthodoxe Kerk en citeren: 'Volgens het rapport van de procureur van de Heilige Synode waren er in 1905 in Rusland bijna 54.000 parochiale kerken, ruim 23.000 kapellen en secondaire kerken en 1000 abdijen. Lenin en Stalin hadden het aantal zover uitgedund, dat er in 1939 nog slechts een kleine honderdtal kapellen en kerken waren en geen kloosters of abdijen meer overbleven. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog was er een heropleving, zodat er in 1952 weer 22.000 kerken en 67 abdijen en kloosters waren. Van 1958 tot 1964, onder Chroesjtjow, werd een nieuwe anti-godsdienstige campagne gevoerd, waarbij kerken en kloosters massaal werden gesloten. Men neemt aan, dat er op dit ogenblik nog 4 a 5000 kerken en 12 abdijen, en kloosters bestaan.'
4 a 5000 kerken op ongeveer 100 miljoen Russisch orthodoxe gelovigen. Zegge één kerk op 20.000 potentiële kerkgangers.
Wat zijn de réchten van deze gelovigen? Een vraag die elk overtuigd communistisch partijlid met graagte en overtuiging zal willen beantwoorden, onder verwijzing naar de Russische grondwet. Agitator, het blad van het Centraal Comité van de Partij, schreef in 1971 zelfs trots: 'Nergens en nooit was de vrijheid van overtuiging op zulke consequente wijze gewaarborgd, als in ons land, na de overwinning van de socialistische revolutie.' Tijd om de Russische grondwet op te slaan op het onderwerp geloofsvrijheid. Het rapport van Amnesty International noemt er drie versies van: die van 1918, die van 1929 en de huidige. In die van 1918 wordt de burgers nog 'vrijheid van religieuze en anti-religieuze propaganda' gewaarborgd. Die van 1929 perkt dat al in tot vrijheid van religieuze belijdenis en anti-religieuze propaganda. Het huidige artikel 124 luidt tenslotte: 'Teneinde de burger gewetensvrijheid te garanderen, is in de Sowjetunie de Kerk van de Staat gescheiden en de School van de Kerk. De vrijheid van eredienst en de vrijheid van anti-religieuze propaganda is aan alle burgers gewaarborgd.'
Ziedaar wat er voor de gelovige aan recht is overgebleven: hij mag alleen nog zijn eredienst houden, terwijl zijn atheïstische tegenstanders anti-religieuze propaganda mogen bedrijven. En dan kunnen we dat mógen opvatten als móéten, want met de in de grondwet vastgelegde discriminatie van de gelovige zijn we er nog lang niet.
Zo bepalen de statuten van de communistische partij in de Sowjetunie niet alleen, dat het de leden van die partij en ook de komsomol-leden verboden is de godsdienst te beoefenen, maar ook, dat ze verplicht zijn anti-religieuze propaganda te voeren. Gevolg: een gelovige zal nooit partijlid kunnen worden en dus ook nooit enige rol kunnen spelen in het politieke leven.
School en kerk zijn gescheiden. Het Amnesty-rapport schrijft: Godsdienstonderricht is op school verboden, maar het hele onderwijs is doordrongen van een atheïstische geest. Kinderen van gelovigen worden verplicht de anti-religieuze tendens van de onderwezen vakken te assimileren. In het hoger onderwijs is de cursus 'Wetenschappelijk atheïsme' ook voor gelovige studenten verplicht; zij moeten hierover een examen afleggen.
En dan ook nog even de vrijheid van het kerkelijk leven zelf. Een paar grepen uit het Amnestyrapport:
— ledere godsdienstige gemeenschap en groep van gelovigen is verplicht zich te laten registreren bij de plaatselijke autoriteiten.
— Het registrerend orgaan is gemachtigd de regisstratie zonder opgaaf van redenen te weigeren.
— De samenstelling van het dagelijks bestuur van de gemeenschap wordt bepaald door de autoriteiten, die zonder opgaaf van redenen bestuursleden ook mogen ontslaan.
— Het is de religieuze gemeenschappen en de geestelijken verboden onderlinge bijstandskassen op te richten, aan liefdadige werken te doen, uitstapjes, sanatoria, medische hulp, speciale gelaedsstonden voor kinderen, jongeren en vrouwen, algemene bijbelstudies, literatuurlezingen of godsdienstige studiecursussen te organiseren.
— Religieuze gemeenschappen mogen geen eigendommen bezitten. Hun enige bron van inkomsten zijn vrijwillige giften van de gelovigen.
— Het wetboek van strafrecht: de overtreding van de Wetten over de scheiding van Kerk en Staat en van School en Kerk wordt gestraft met één jaar strafkamp of een geldboete van 50 roebel bij de eerste overtreding en met drie jaar strafkamp bij een tweede.
Ziehier wat de terk van het communisme heeft te verwachten. Men moet al met blindheid geslagen zijn als men daarover nog vergoelijkend wil spreken. Maar ja de neo-marxisten van nu zijn in feite cryptocommunisten, die hun bijbel gebruiken (voorzover ze hem nog gebruiken) om in feite het christelijke leven om zeep te brengen.
Gelukkig reageerde het volk anders dan de theologen, die zo democratisch wilden zijn. Met overgrote meerderheid hebben de 500 ouders, die op een vergadering van de Zwolse school aanwezig waren, het schoolbestuur in het gelijk gesteld. Het kreeg een onopvallend berichtje in Trouw. Maar duidelijk is, dat de ouders begrepen hebben, dat het om hun kinderen ging, die men niet met quasi-christelijke redeneringen mag uitleveren aan anti-christelijke ideologieën.
Anarchisme
Waar eindigen de ontwikkelingen als we de normen van het Woord verliezen? Koejemans sprak over de komst van de socialistische maatschappij. Daar komt dan heel wat in mee: atheïstische ideologieën, anarchistische ideeën ook, die men dan wel weer niet linea recta op rekening van het socialisme schrijven mag, maar fasen zijn op een weg, die we als samenleving ingeslagen zijn. Het christelijke karakter van onze samenleving is in de vernieling gekomen en de weg naar de chaos ligt open. Aan de leerlingen van een scholengemeenschap voor middelbaar onderwijs te Breukelen werd een alternatieve schoolkrant De Anarchist uitgereikt, een anarchistische brochure die doorspekt was met schuttingtaai en pornografische uitlatingen. Het boekje bevatte verder voor alle leerlingen een cadeautje, namelijk een zakje hasj en een NVSH-voorbehoedsmiddel. Een typisch staaltje van de verzieking van onze maatschappij. En weer zeg ik: het is de jeugd, die de inzet van dit alles is. Laten we op onze hoede zijn. Laten ouders ook niet berusten in situaties op te schorten, waar hun kinderen met ideeën van neo-marxistische aard of anarchistische aard worden doordrenkt. Er wordt misschien te weinig geageerd. Ik werd gewezen op De Schoolwacht (postbus 12 Zaandam), waar men terecht kan met moeilijkheden op de scholen, die betrekking hebben op activiteiten als bovengenoemde. Zulke stichtingen zijn broodnodig. Er moet meer beweging komen. Er is geen tijd meer voor gezapig berusten.
Alarmsituatie
We wennen aan alle ontwikkelingen, omdat het ontwikkelingen zijn. De verschijnselen komen niet van de ene dag op de andere maar ze groeien geleidelijk. Dat is het gevaarlijke. Langzaam maar zeker worden we — als we niet voor onszelf en onze jongeren op onze qui vive zijn — ingepalmd. De ontwikkelingen in politiek en maatschappelijk opzicht gaan door. En het regeerbeleid in deze laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Me dunkt, dat de ernst van de situatie met 'gedogen' van deze ontwikkelingen — ook concreet in politieke bindingen met diegenen, die hun onchristelijke ideologieën niet onder stoelen of banken steken — ontoelaatbaar maakt. Er staat veel op het spel. Dat dan allen, die samen zouden moeten optrekken — bij alle verschillen die er zijn kunnen en mogen — dit ook inderdaad doen. De tijd is voorbij, dat we beuzelen kunnen over onbenulligheid.
Dat echter vooral degenen, die de kracht van het gebed kennen bidden voor volk en samenleving, voor onze scholen en onze eigen kinderen, die in een niet-christelijke samenleving groeien naar de volwassenheid met alle gevaren van dien. Keer weder tot Mij, zegt de Heere en Ik zal tot u wederkeren!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's