Bladerend in een fotoalbum
Bij een uurtje fotokijken komen de verhalen los. Ik zou me kunnen voorstellen dat dit óók het geval zou zijn bij lezing van een pas verschenen boek van Ben van Kaam en Anne van der Meiden De dominee gaat voorbij (uitgave Ambo, Bilthoven). Het is — zo zegt de ondertitel — een familie-album van driekwart eeuw protestants leven in Nederland.
De schrijvers vertellen het verhaal bij de vele foto's, die het recente verleden tot leven brengen. Als een film zien we deze eeuw aan ons voorbijtrekken. We zien de Algemene Synode van de Herv. Kerk in 1903, in het jaar van de verschijning van de brochure 'Het christelijk barbarendom in Europa' van dr. L. A. Bahler, de man die het boeddhisme aanprees en tegen wie de kerk niet optrad. We zien op dezelfde bladzijde de predikanten Van Lingen en Wisse, die een aantal gemeenten meekregen om een zelfstandig voortbestaan van de oude Chr. Geref. Kerk te garanderen, die in 1910 al 55.000 leden telde.
Men ziet Geelkerken — geschorst om de kwestie-Assen in de Gereformeerde Kerken — (tóch) op de preekstoel in de Amsterdamse Parkkerk. De jongelings- en meisjes verenigingen — vele in getal — trekken aan ons oog voorbij, alsook de toogdagen van organisaties en verenigingen. Soms herken je de mensen nog en glimlach je als je ziet hoe ze veranderd zijn, ik bedoel qua uiterlijk. Ds. M. A. Groenenberg met gitzwart haar, dr. H. Bout onder de Delfshavense collega's, de Vroegindewey's (vader en vier zonen die ik overigens niet van elkaar kan onderscheiden), prof. C. Veenhof met zwarte borstelkuif.
We leven snel. Onder een foto van het zilveren feest van prof. dr. H. Visscher staat dat 'vele bekende bonders van toen' om hem zijn geschaard. Ik herkende er enkelen van, waaronder de man, die ik in Ridderkerk nog hoorde preken, ds. R. Bartlema. Er zullen er onder de lezers echt wel zijn die er veel meer kennen. Vandaar dat de foto hier staat afgedrukt. Een zoekplaatje voor de liefhebbers.
Men maakt nog eens mee de discussies in christelijke kring bij de invoering van de radio. De NCRV geeft toe dat er gevaar schuilt in het binnenhalen van een ontvangapparaat. 'Het is noodig om dat gevaar te zien en er nauwlettend acht op te slaan. Hier past waakzaamheid en christelijke zelftucht voor den volwassene, hier past wijze leiding van de ouders ten opzichte van hun kinderen.' 'Maar het zou zondige nalatigheid zijn wanneer men de radio geheel aan de wereld overliet. ..' We leven snel. Wie denkt nog aan déze discussies nu de huizen vol zijn van het geschetter en de 'christelijke zelftucht' ook vaak ver weg is.
We zien Colijn voor de KRO-microfoon als hij het volk goede nacht wenst — zoals het heet maar nooit gebeurde — vlak voor de inval van Hitler ('Ga maar rustig slapen, uw regering waakt'). Wat zou ik meer noemen. De naoorlogse jaren met de Generale Synode van de Hervormde Kerk in het koor van de Nieuwe Kerk te Amsterdam voor het eerst na de oorlog bijeen, 'vermagerd maar bruisend van de plannen', zeggen de schrijvers. In ieder geval ook met toga en bef of in het zwarte pak, een plechtstadig geheel.
Er kan ook lering getrokken worden uit dit foto-album. We leven in een dynamische tijd, een tijd die jaagt naar verandering. Er is in enkele decennia zoveel veranderd dat het patroon van toen haast onherkenbaar is. De wijze van kleding van de meisjes — van welke kring ook — en de jongens, van de dominees — van welke kring ook — en de ouderlingen, het uiterlijk van de heren synodeleden. Het was toen alles stemmiger, zoals dat heet, dan nu. Vergis ik me als ik zeg dat er ook meer stijl was? Of is dat omdat je er vanuit déze tijd tegenaan kijkt? Ik moet zeggen dat, als ik zie dat de synodevergaderingen van die tijd het beeld gaven van stemmige heren en we zien nu de vergaderingen met de leden in (opgerolde) hemdsmouwen soms, dan is er toch wel iets weggeraakt aan stijl, wat een verarming is. Heeft de democratisering ook de stijl niet aangetast?
Het tweede is, dat we in een foto-album als dit ook geconfronteerd worden met de neergang van het kerkelijk leven. De vele kiekjes uit het verleden met de volle kerken enerzijds en de foto's van overbodige kerken in onze tijd anderzijds: de Koepelkerk te Amsterdam, de Hervormde kerk van Rijk, gesloopt in 1959, de kerk van Hoorn, ingericht als showroom voor zeiljachten en motorboten. Een triest beeld van een kerk in verval.
Het derde is dat dit boek leert — of wekt het die schijn? — dat het protestantse leven van driekwart negentiende eeuw toch wel voor een zeer groot deel werd bepaald door het gereformeerde organisatieleven. Maar ik zou toch willen zeggen, dat de schrijvers bij al het nobele werk dat ze deden wat meer hadden moeten kijken of er soms ook nog ander jeugdwerk geweest is dan het jeugdwerk in de Gereformeerde Kerken. Het deed me af en toe toch ook wel een beetje denken aan het boek van prof. Berkouwer Een halve eeuw theologie, waarin de indruk wordt gewekt alsof er bijvoorbeeld in hervormd gereformeerde kring nooit aan theologie gedaan is (slechts één verwijzing naar een recente publikatie temidden van de honderden literatuurverwijzingen). Was er geen jeugdwerk en ander kerkelijk werk in de kring van de Gereformeerde Bond?
Soms ligt de toon van de schrijvers — smeuïg, jawel — een tikje naar de kant van (selectieve) ironie. Vandaar dat je al plaatjeskijkend ook wel eens je eigen commentaar geeft. In ieder geval, een boeiend boek. Voor de prijs van ƒ 17, 50 verkrijgbaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's