De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Die ten dode wankelen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Die ten dode wankelen

8 minuten leestijd

Het is altijd ietwat onbillijk als we spreken over de jeugd. Dé jeugd bestaat niet.
In elke jongerengeneratie is verscheidenheid, grote verscheidenheid zelfs. Dat geldt ook voor de jongeren van nu. Wie generaliserend over dé jeugd van tegenwoordig spreekt is ernaast. Wat wél waar is is dat de jeugd momenteel aan gevaren bloot staat, die er vroeger, overigens nog niet zo heel lang geleden, eenvoudig niet waren. Eén van die gevaren is momenteel het druggebruik, dat zich als een olievlek uitbreidt, ook over ons land. Duizenden jongeren, trouwens ook ouderen, zijn in de wurggreep gekomen van deze verdovende middelen. Op de scholen worden de jongeren ermee geconfronteerd, al zal dat op de ene school meer het geval zijn dan op de andere.
Nu zou men kunnen zeggen: zwijg er maar over. Wat de jongeren niet weten deert hen niet. Maar zo is het niet. Want ze weten het wél. Ze komen ermee in aanraking. En ik zou er niet over schrijven als ik niet wist dat er ouders zijn die dat nooit van hun kinderen verwacht hadden, terwijl het toch gebeurde. Op elke school zie je zitten, de jongens of de meisjes met verwijde pupillen, of met zwartomrande of versufte ogen, na zich te buiten gegaan te hebben aan deze middelen, die de geest 'verruimen', maar tegelijk verdoven. Ik begrijp niet hoe er in onze tijd nog zovelen zijn, die over dit voortwoekerende kwaad genuanceerd kunnen schrijven of spreken. Dan wordt er b.v. direct tegenover gesteld dat roken en drinken van alcohol op hetzelfde vlak liggen. Alsof je het ene kwaad kunt goedpraten door er een ander kwaad tegenover te stellen! Maar bovendien, ook al is er een overeenkomst — het roken eist immers ook tal van slachtoffers? — dan nóg moet gezegd, dat de uitwerking van de drugs veel ernstiger is. Telkens weer kunnen we in de kranten lezen van slachtoffers van het druggebruik. Telkens lees je van 'prominente' figuren uit de popwereld etc, die om het leven komen door het gebruik van deze middelen. En dat zijn dan alleen nog maar diegenen die de voorpagina's van de kranten halen. Maar hoevelen zijn er intussen niet waar je nooit van hoort? Als het eens waar is wat ik dezer dagen las, dat een verslaafde aan de drugs, naar de mens gesproken hoogstens nog 10 jaar te leven heeft? En dan te bedenken dat er voor diegenen, die eraan beginnen, geen weg terug is. Het begint met marihuana. Wie daaraan begint heeft niet het idee dat hij eraan verslaafd zal raken. Maar de praktijk leert anders. Tot steeds zwaardere middelen neemt men de toevlucht om de geest te 'verruimen'. Men schrikt intussen als men de getallen leest van hen, die eraan verslaafd zijn. En is Amsterdam zo langzamerhand niet een vermaard Europees drugcentrum geworden? Jongeren leven toch in onze tijd wel heel bepaald in de gevarenzone.

Opvang
De vraag is intussen wel wat onze roeping is in deze problematiek. Men wordt daar met de neus op gedrukt wanneer men leest ... een boekje van David Wilkerson, getiteld Op reis naar Nergens (uitgave Gideon, Hoornaar). Ds. Wilkerson, die o.a. ook het boekje geschreven heeft Het kruis in de asfaltjungle, werkt onder de jongeren in New York en beschrijft in dit boekje zijn ervaringen onder die jongeren, die aan drugs verslaafd zijn. Uit dit boekje spreekt een diepe bewogenheid met deze verslaafden. Ik vroeg me tijdens het lezen van dit boekje af waarom we de strijd tegen dit soort publieke zonden en de-generaties altijd overlaten aan diegenen, die behoren tot Pinksterkringen of aanverwante bewegingen.
In boekjes als het onderhavige gaat het wat de dingen van het geloof betreft nogal eens wat te vlot. Jongeren die de ene dag nog verslaafd zijn aan de drugs en middenin de wereld leven, hebben de andere dag hun hart gegeven aan Jezus. Je hebt vaak het idee dat de hele bekering zich in één dag voltrekt. Al is het wel zo dat een mens op één moment krachtdadig bekeerd kan worden, de Bijbel nl. spreekt toch over de strijd des geloofs, over de dagelijkse bekering, over het jagen of ik het ook grijpen mocht, over het zuchten van de Geest in ons, over het vastmaken van onze roeping en verkiezing en over zoveel diep bijbelse noties meer, waarover in boekjes als genoemde gezwegen wordt. De oproep tot bekering wordt wel gehoord, maar soms heb je de indruk dat het ingelijfd worden in Christus zich haast automatisch voltrekt, zonder dat de geloofsworsteling uit de verf komt. Het is me dan ook vaak niet bevindelijk genoeg.
Maar desalniettemin kom je onder de indruk van de daadkracht van diegenen, die met zelfverloochening en overgave hun leven in dienst stellen van hen, die wankelen ten dode. Aansprekende voorbeelden noemt ds. Wilkerson in dit boekje van zijn werk onder de verslaafden aan sex, verdovende middelen, alcohol, pornografie, vanuit zijn werk onder deze jongeren in New York.

Ik zou ook kunnen wijzen op een boekje van Arthur Blessitt, getiteld Dominee van de 'Sunset Strip', uitgegeven bij dezelfde uitgever. Sunset Strip is de 'straat der zonde' van Los Angeles. Daar werkt deze Blessitt als evangelist onder hoeren, souteneurs, gangsters en verslaafden. In een milieu, waarin de zonde hoogtij viert, worden — aldus dit boek — mensenlevens radicaal veranderd door het evangelie van Christus.
Boekjes als deze geven ons een beschamend voorbeeld van evangelisatiedrift. Hoevelen wankelen niet ten dode, letterlijk en figuurlijk. En moeten we niet eerlijk bekennen dat we het werk onder de verdoolden, de afgedwaalden vaak hebben overgelaten aan diegenen, die met het bijbels reformatorische Anliegen weinig of geen verwantschap hebben, maar wier evangelische bewogenheid over mensen in nood intussen toch hun leven stempelt? Ik heb al eerder geschreven, dat inwendige zending wel even sterk onze aandacht mag hebben als uitwendige zending. Ik ben dankbaar dat er een initiatief op gang komt vanuit de IZB om een jeugdevangelist met een eigen centrum aan te trekken. De velden zijn wit om te oogsten, of liever de nood grijpt ons allerwegen aan. We hebben uit te gaan in de heggen en de steggen. En is Christus één zondaar uit de weg gegaan?

Roeping
In een tijd als de onze is het zaak dat we met het eeuwig blijvende Woord Gods gewapend ons keren tegen het verval, de degeneratie, de verwording, tegen al datgene wat zich niet verdraagt met de bedoeling Gods met het menselijke leven.
De jongeren, die zich overgeven aan de verslaving aan de drugs, verzoeken God.
En als we dan zien dat dit kwaad hand over hand toeneemt, dan mogen we wel toezien op onze jongeren dat ze door dit kwaad niet worden overmeesterd, maar tegelijkertijd mag er wel de evangelische bewogenheid zijn om allen die hier ten onder dreigen te gaan.
Misschien zijn er wel onder de lezers, die de kwalijke gevolgen van nabij ervaren.
Laten we dan maar niet doen alsof het ons niet deert. Want, ik heb ze gezien, de jongeren van orthodoxen huize, die óók door dit kwaad werden aangestoken. Ik ben ervan overtuigd, dat in veel gezinnen om deze dingen geleden wordt. Enerzijds om de afval van het geloof, die zich onder veel jongeren voltrekt. Maar anderzijds, en dit is vaak het kwalijke gevolg, om het verwordingsproces, dat je dientengevolge zich ziet voltrekken.
Onze jeugd staat aan vele gevaren bloot.
Wie voor de Naam van God wil uitkomen, op de scholen en in de werkplaatsen, in de bedrijven en op de kantoren, staat op zich al op een niet beschutte plaats. Dat ervaren ouderen én jongeren.
Maar de jongeren zijn momenteel des te méér kwetsbaar. De jonge planten worden gemakkelijk vertrapt. En wat de verslaving aan verdovende middelen e.d. betreft, het begint vaak zo onschuldig. Je wil ook eens flink zijn. Totdat je in de greep bent van datgene wat zo onschuldig leek te beginnen.
Het druggebruik gaat als een epidemie over ons land. Als er een polio-epidemie is wordt het verloop dagelijks in de kranten vermeld. En dat is óók een verschrikkelijke zaak. Dat sta voorop. Hier worden we ten volle geplaatst voor de spanningsvolle verhouding tussen Voorzienigheid Gods en eigen verantwoordelijkheid. Maar zal het druggebruik niet zijn duizenden slachtoffers gaan eisen?
Degenen die zich graag keren tegen de 'achtergebleven gebieden', waar men bezwaren heeft tegen inenting — bezwaren die ik overigens niet deel — doen er het zwijgen toe als het gaat over de verslaving aan drugs. Alsof hier de Voorzienigheid niet verzocht wordt! Allerwege worden pleidooien gevoerd om een ruimer wettelijk beleid inzake het druggebruik en de drugverkoop. Zou deze zaak zich nu gaan ontwikkelen als volksziekte nummer één? De ontwikkeling onder de jeugd is hier beangstigend. Daarom mogen we wel op onze hoede zijn. Het gaat hier om een stuk volksgezondheid, in lichamelijk en geestelijk opzicht. De geestelijke armoede van onze tijd begint zich in toenemende mate te manifesteren in het zich vastklampen aan andere ervaringen, in het ontvluchten van de harde realiteit van het leven in de droom. We kennen echter een uitnemender weg. Het is het antwoord dat Paulus gaf aan de stokbewaarder toen alles om hem heen ingestort was: Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden ... Dat wordt niet in één dag geleerd. Maar het wordt geleerd en dan ook geleefd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Die ten dode wankelen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's