De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rekenen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rekenen

8 minuten leestijd

'zo is het met dien, die zichzelven schatten vergadert'. Lukas 12 vers 21

Overal, in stad en land, wordt de dankstond voor gewas en arbeid gevierd. Dankstond! Want al is de hemel alles behalve wolkeloos, en de toekomst niet erg rooskleurig: Er valt te danken, want de Heere is goed. Hij doet Zijn hand open, daarom kunnen wij, als uit de hand des Heeren leven. Maar dat zijn we eigenlijk niet van zins. Danken? Eerst eens rekenen. Uit de hand des Heeren leven. Eerst eens zien of ik rond kom en overhoudt; het befaamde appeltje voor de dorst, groeit uit tot een grote appel, waarin we gulzig onze tanden zetten. En zo niet, dan voelen we ons wat misdeeld. Danken en rekenen verdragen zich slecht met elkaar. Dat leert het evangelie ons, en het heeft ons nog meer te zeggen.
Uit de schare loopt iemand op de Heere Jezus toe. Hij maakt zich als het ware los van de omstanders, en treedt naar voren, zoals dat zo vaak in het evangelie het geval is. Wat moet hij van Jezus? Hij vraagt Hem om scheidsrechter te zijn tussen zijn broer en hem. Er valt een erfenis te verdelen, en daarbij is het, volgens hem, niet eerlijk toegegaan. Kan Jezus dat niet even rechtzetten? Maar de Heere Jezus gaat er niet op in. Niet alleen omdat een andere zaak de voorrang dient te hebben: Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechttigheid, maar omdat de vraag van deze man zijn hebzucht verraadt. Daar waarschuwt Christus tegen. Alsof dat leven zou zijn, als een mens naar hartelust over geld en goed beschikken kan. Dat misverstand wil Hij uit de weg ruimen.
Hij stelt een man aan ons voor; zo maar een man, iedereen kan het zijn, u kunt het zijn, ik kan het zijn, een mens. Hoe staat het er met hem voor, en hoe gaat het er mee? Hij is rijk. Dat is heel wat en velen benijden hem daarom. Hij is landeigenaar, grootgrondbezitter. Hoe hij aan die eigendom kwam? Misschien trok hij akker aan akker, misschien ook niet. Hij kan tevreden zijn, de verwachtingen voor de oogst zijn gunstig; het koren rijpt op de akkers, het loont de moeite. Geen wonder dat de man zich vergenoegd in de handen zit te wrijven. Jonge, jonge wat een jaar! En even rekenen, hoe krijgt hij het allemaal onder dak.
U zou zeggen: de man houdt dankstond, net als wij dat doen. Dankstond voor het gewas, al zijn wij merendeels geen landbouwers en geen veehouders, we worden allen van het veld gevoed, en er is ruim­ schoots voldoende. Hoewel ... die regen van de laatste weken. Een lelijke kink in de kabel. Er zit nog te veel in de grond, dat er al lang uit moest zijn. Er zijn andere redenen, waarom een boer zou kunnen klagen. Maar er staat bij ons geen honger voor de deur.
Dankstond voor de arbeid. Eigenlijk doemt voor het eerst het spook van de werkeloosheid weer op. Dat kon niet meer, verzekerde men ons, we hebben de economie goed in de hand. Maar, ziet daar. Minder arbeid, men moet er bij zeggen: minder arbeidslust. Al is de arbeid nog lonend. Wat vast staat: wij hebben beide, gewas en arbeid aan de Heere te danken, die voor kracht en vrucht zorgde. Laten we Hem dan danken. Laat die man wien het zo goed ging Hem met ons danken.
Die man denkt er niet aan, hij komt er eenvoudig niet aan toe. Hij zit in de zorg: wat zal ik doen? Als straks het graan gemaaid is en wordt binnengebracht, zullen de schuren te klein blijken om het koren te bergen. Wat dan? Hij is een man met een vooruitziende blik, een zakenman: wat nu. Vandaag moet hij voor morgen en overmorgen zijn maatregelen nemen. Hij praat voor zich uit, hij mompelt wat, hij oppert een plan: Dit zal ik doen. Ik gooi mijn schuren tegen de grond en bouw nieuwe, ruimere. Voorraadschuren, voor alles wat ik binnenhaal en overhoud.
Danken kan dit niet genoemd worden; de man rekent. Wanneer kregen geld en goed hem te pakken? Past er voor op, lezers. Want mettertijd houden ze u stevig in hun greep. Hij is iemand, die voor zich schatten vergadert. Opkopen, ophopen, oppotten. Het kan niet op. Dat is de levenshouding, die Christus hier wraakt. Iemand werpt mij tegen: Die man kan het toch niet helpen, dat zijn land zo goed draagt en dat hij zo voorspoedig zaken doet? Mag dat soms niet? Wel zeker. Maar weet u waar de schoen wringt: hij zoekt zijn leven veilig te stellen door dit 'vergaderen'. Hij lijdt aan levenskramp. Dan dit, dan dat en dan ...
Wat zal ik doen? Ligt u daar wel eens van wakker? Arbeid brengt moeite met zich mee: dit zal ik doen. Er vallen beslissingen. Uitbreiden, steeds uitbreiden. Het moet wel, wie zijn zaken inkrimpt, kan er wel mee ophouden. Schaalvergroting. De hoge investeringen dwingen er toe. Nee, het is echt ingewikkelder dan menigeen denkt. Toch heeft dit evangelie niets aan betekenis verloren. Waarom neemt deze man de beslissing om uit te bereiden? Hij denkt: dan kan mij niets gebeuren. Dan zit het goed voor nu en later. Hebzucht is niet alleen zucht om meer te hebben, het is de heimelijke gedachte, dat het leven ligt in de veelheid der goederen. Dan kunnen we, dan zullen we. En die anderen vermanen gaan vaak aan hetzelfde euvel mank. Ook dominees zijn er niet voor gevrijwaard. Waarom doen we ons zo vreemd voor, alsof zo'n houding ons van huis uit vreemd is? Uit het hart des mensen komen voort ... Menigeen, die niet zo ruim in z'n middelen zit denkt er net zo over als deze rijke. Wat zal ik doen? Dit zal ik doen. En dan zit het goed. Wie niet zo hoog te paard zit, roept de staat om hem in het zadel te helpen. De rijke er af, en de arme er op! De hele samenleving is er van vergeven.
Hoe krampachtig voert deze man het gesprek met zichzelf: ik en mijn, dat is schering en inslag. God komt er niet aan te pas. Zijn heimelijke gedachte is, dat er geen God is. Hij is er maar alleen en het gaat om hem. Hier legt de Heere Jezus de vinger bij de wonde plek. Als het over gewas en arbeid, over oogst en loon gaat, doet dan de Heere ineens en helemaal niet mee? Hij wil er in gekend worden; als het een eerlijke zaak is mag u Hem vragen: Heere, wat zal ik doen, wat wilt U? Daarmee zou ik de zaak uit handen geven en dat is bevrijdend.
Hij wil er voor erkend worden. Wij herinneren er elkaar aan, dat Hij de Gever van alle goede gaven is. De een ontvangt meer dan de ander; wie kwam tekort, wie werd tekort gedaan door Hem? Dan verschijnt de oogst en het loon en de winst in ander licht. Dan mogen wij, verheugd, van zorg ontslagen, Hem roemen, die ons mild verleent wat tot het leven nodig is. Wie niet meer danken kan, die heeft de boog te strak gespannen. Die knapt zelf af.
Ik en mijn. De naaste doet ook niet mee, er wordt niet met hem gerekend. Het zakenleven is keihard vandaag. Maar deze mens was ook keihard. Hij wenst niet gestoord te worden, door weduwe en wees. Het zijn zijn zaken, en hij behoudt zich het recht voor om die alleen te behartigen en te behandelen. Een ander moet maar zien hoe hij er aan komt. Ook dat is te laken.
Wie God uit het oog verliest, verliest de naaste uit het oog. En dat is voor de samenleving ingrijpender, dan dat de staat met haar program en dienaar dat kan verhelpen. De naaste vlak bij u in de verre, de derde wereld. Het Westen beraadt zich: wat zal ik doen, dit zal ik doen. Ondertussen deden wij nauwelijks iets aan de armoede en ellende. Nu raken we, naar te vrezen is, er zo in verwikkeld, dat ook wij het aan den lijve gewaar zullen worden. Ik en mijn. Nu, goed dan. Grotere schuren bouwen. Voorraden, voorzieningen, verzekeringen. Léven! Mens — ziel staat hier — wat een geluk. Straks ga ik wat kalmer aan doen, stil leven heet dat. Eten, drinken, vrolijk zijn. Het er van nemen. Vergeten dat alle goed, gegeven goed is. Het er van nemen dat is leven naar eigen lust. Het is een lieve lust zo te leven. Volgend jaar, volgende maand, volgende week. Als alles binnen is dan ... En wij maar rekenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Rekenen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's