De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een onmogelijke mogelijkheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een onmogelijke mogelijkheid

Reformatieherdenking

9 minuten leestijd

Het is weer 31 oktober en de Reformatieherdenkingen zijn er weer, vandaag, of waren er weer gisteren. Jaarlijks wordt de lijst met interkerkelijke herdenkingen in (bepaalde) kerkelijke bladen langer. Een verheugende zaak!? Ik zet met opzet een uitroepteken én een vraagteken. Het is een verheugende zaak dat de Reformatie nog herdacht kan worden en dat het dan ook samen gebeurt. Vandaar het uitroepteken. Maar ik zet tegelijk een vraagteken, als ik besef dat deze interkerkelijke samenkomsten vrijwel de enige interkerkelijke ontmoetingen zijn, die de Geref. Gezindte zich permitteert. Daarna kruipt ieder weer in eigen schulp, 't Samen reformatorisch (willen) zijn beleef je gemakkelijker op één zo'n avond dan een heel jaar lang. Is er gedurende de rest van het jaar intussen vaak niet de houding — en nu citeer ik ds. H. G. Abma in Gewoon Hervormd — waarin het gereformeerde, zég het reformatorische, overtroefd wordt door het gereformeerdere en het gereformeerdere door het gereformeerdste? Totdat tenslotte — aldus nog steeds Abma — een uiterste verbijzondering als alleenzaligmakend overschiet.
Het is met zeggen niet te doen, zeggen de Friezen. Het is met samen zéggen op een herdenkingsavond niet te doen. Vandaar mijn uitroep -en mijn vraagteken.

Kan het nog?
Kunnen we nog wel de Reformatie herdenken? Het schaamrood stijgt ons naar de kaken als we zien wat ervan geworden is. De kerk uit het diensthuis van Rome uitgeleid, jawel. Maar inmiddels viel de kerk der Reformatie in scherven uiteen, zó dat we voor Rome allerminst een voorbeeld ter navolging zijn. Het oude Rome bleef sindsdien, door alle grotere en kleinere spanningen heen — in onze tijd zeker ook grote spanningen — één. De kerk der Reformatie brak en scheurde en om steeds kleinere oorzaken ging het versnipperingsproces verder. We zeggen — en dat móéten we zeggen en blijven zeggen — dat het geding tussen Rome en de Reformatie nog even actueel is als in de zestiende eeuw, toen Luther op zijn schreeuw 'hoe krijg ik een genadig God?' bij het Woord terechtkwam, dat spreekt over goddelozen die gerechtvaardigd worden. Maar we kunnen het Rome niet meer duidelijk maken waar in onze tijd de Reformatie gehuisvest is. Daarom mag reformatieherdenking wel in het teken van verootmoediging staan.

Moet het nog?
De vraag of reformatieherdenking nog wel móét is meer en meer ontkennend beantwoord. In een tijd van oecumene gaat men — zo wil men het tenminste — niet meer kerkelijke brandjes uit het ver­ leden ophalen. De pastoor en de dominee dwalen nu, ver van de brandhaard die in de zestiende eeuw ontstond, op de oecumenische velden van deze tijd.
Maar stelregel van de Reformatie was: reformata quia reformanda! Gereformeerd om telkens weer gereformeerd te worden. De Reformatie is geen eenmalige zaak, maar een doorgaande, omdat het om niets minder gaat dan om de vrije genade van God, die goddelozen rechtvaardigt, om de bekering die voor alle mensen van alle tijden nodig is.
Iemand zei eens: gereformeerd is tot God bekeerd. Dat is, wat het persoonlijke betreft, juist. Daarom hield ds. Jac. Vermaas op de laatste jaarvergadering van de Gereformeerde Bond zijn afscheidsreferaat onder de titel: Zijn wij al gereformeerd?

Het was voor Luther een bevrijdende ontdekking toen hij in de torenkamer van het klooster te Wittemberg door de Heilige Geest de verlichting ontving, dat het in Romeinen 1: 17 niet gaat om de eisende gerechtigheid maar om de geschonken gerechtigheid. Het was hem toen 'als werd hij geheel opnieuw geboren en als was hij door geopende deuren in het Paradijs binnengetreden'. Reformatie was voor Luther: persoonlijke bekering, bevrijdende ontdekking van Gods genadige toewending naar een goddeloze. Hij mijn zonde, ik Zijn gerechtigheid! Het was een ontdekking uit de Schriften.
Hij zegt: 'Wanneer ge vraagt: 'Wat is toch dat Woord, dat zulke grote genade verleent en op welke wijze moet ik ermee omgaan?' luidt het antwoord: 'Het is het Woord van Gods openbaring in Christus, van genade en vergeving. Het komt tot allen, die aan zichzelf vertwijfelen wegens hun schuld en die begeren van zichzelf, dat is van hun verderf, verlost te worden. God plaatst Zijn geliefde Zoon voor hen en laat hen door Zijn levend, vertroostend Woord zeggen, dat ze zich aan Hem moeten overgeven. Wie in Hem gelooft, heeft vergeving, hij is vol vrede en gerechtvaardigd, want alle geboden zijn in Christus vervuld. Hij is vrij van alle dingen. Christus prediken, dat is: aan de ziel een weide bereiden, haar vroom en vrij en zalig maken, wanneer zij aan die prediking gehoor schenkt. Want het geloof is het enige heilzame en doeltreffende gebruik van het Woord Gods'. Zó blijft reformatie geboden. Het gaat om die gerechtigheid die voor God kan bestaan in het persoonlijk leven en dus in de verkondiging van de kerk.

Durven we het nog?
Wanneer we bedenken, dat voor Luther de Reformatie betekende de bevrijdende ontdekking van Gods geschonken gerechtigheid tot vergeving der zonden, een ontdekking vanuit het Woord, durven we dan nog zo gemakkelijk te zeggen dat we gereformeerd zijn? Gereformeerd zijn is méér dan een kerkelijke naam hebben, het is een ding dat beslissend is voor het leven. Het is óf van genade leven óf voor eigen rekening staan. Het is weten — zo hoorde ik het pas in een preek — dat God een mens altijd zet op een plaats, die tegenovergesteld is aan de plaats die hij zichzelf toewijst: goddelózen (in zichzelf) worden gerechtvaardigd, rechtvaardigen (in zichzelf) worden leeg weggestuurd. Gereformeerd zijn is een zaak voor het leven. Gereformeerd, reformatorisch zijn kan dan ook nooit iets zijn van alleen maar gedenken, terugzien op hoe het tóén — bij Luther, Calvijn en anderen — was, herhalen wat tóén gezegd is. Het is gedurende het hele leven — persoonlijk en kerkelijk — staan in de spanning van het simul iustus et peccator, tegelijk zondaar en tegelijk gerechtvaardigd. Waarbij de reformatoren ons vanuit het Woord door de verlichting met de Heilige Geest wel zeer duidelijk de weg gewezen hebben.

Reformatieherdenking mag dan ook in zoverre wel een zaak van gemeenschappelijke verootmoediging zijn, dat we ons af moeten vragen of de klaarheid van het getuigenis van de reformatoren zó nog in de kerken aanwezig is. De prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze gaat als over het scherp van een scheermes. Is de belijdenis van deze rechtvaardiging niet vaak vergeten of verzwegen bezit? Nergens wordt deze belijdenis meer ontkracht dan daar waar het de grote vooronderstelling is ('natuurlijk is dat ons uitgangspunt') maar geen vlees en bloed krijgt in de prediking. Maar we kunnen ook vroom of stichtelijk, met een schijn van gereformeerdheid, de rechtvaardiging van de goddelózen verduisteren, door de mens niet onvoorwaardelijk te werpen op de vaste grond van Gods genade maar op de drassige bodem van eigen gevoelens of ervaringen. Zelfs onze bevindingen zijn geen grond om op te staan, al komen we dat wel bevindelijk aan de weet.

Als we de Reformatie herdenken dan doen we, dunkt me, het best om niet allereerst te kijken naar hoe het bij Rome nog steeds is (dat is óók nodig) en niet allereerst te vragen hoe anderen de klare belijdenis van de Reformatie zo hebben kunnen loslaten, maar is nodig, dat we ook voor de Gereformeerde Gezindte de vraag hebben te stellen of we onverminderd bij de belijdenis van de Reformatie zijn gebleven.
We zien momenteel een opleving van het woord reformatorisch. Rondom deze benaming scharen onderscheiden delen van de Gereformeerde Gezindte zich in onderwijs en andere organisatievormen. Maar dekt de vlag altijd een Calvijnse, Lutherse, kortom een reformatorische lading? We zullen moeten wéten wat we zeggen. Het woord reformatorisch zal anders al te snel gedevalueerd raken. Waarbij ik me bewust ben van het feit, dat tussen Luther en Calvijn ook verschillen waren — niet geringe zelfs — en dat er door de eeuwen na hen voortgaande bezinning, voortgaande reformatie is geweest, waar we niet omheen kunnen en mogen. Zonder meer terug naar de Reformatie, met voorbijzien van wat na de zeventiende eeuw is gekomen — bijvoorbeeld ook in de Nadere Reformatie, zou miskenning zijn van wat onder de leiding van de Heilige Geest in onze kerkgeschiedenis tot stand kwam. Maar Luther en Calvijn hebben wel het spoor mogen uitzetten: alléén de Schrift, alléén genade, alléén het geloof, alléén Christus! Leeft dit nog onverkort en onverdund bij alles wat nu reformatorisch heet of wil zijn?

Zien we het nog?
Reformatie is bekering, persoonlijk en kerkelijk. Die bekering is ook nu nodig, persoonlijk en kerkelijk, zowel voor de dominee als voor de pastoor, zowel voor de Reformatorische Kerken als voor de Rooms-Katholieke Kerk. Iemand schreef mij dezer dagen, dat in de kerk(en) van de Reformatie de voorbede voor de R.-K. Kerk altijd (te veel) ontbroken heeft en zou het van het grootste belang achten om een appèl in die richting te doen uitgaan. Inderdaad, voorbede, maar dan voorbede om bekering tot de leer van de genade, de eenzijdige genade.
Reformatorische christenen zijn anti-papisten, als het goed is, in die zin dat ze de paus die stedehouder van Christus wil zijn, als ambtsdrager, die over de wereldkerk gaat, afwijzen, en dan ook alles wat uit het roomse hiërarchische systeem voortvloeit, ook alle uitspraken ex-cathedra van de paus. Onbegrijpelijk hoe reformatorische christenen ook onder de indruk kunnen zijn van pauselijke woorden en encyclieken. De paus is — zo zei Van Ruler — door Calvijn met de ouderling schaakmat gezet. Een ouderling heeft meer gezag dan de paus. Maar op deze wijze 'anti-papist' zijn dringt wel tot gebed om bekering van allen die nu onder het pauselijk juk zijn. Calvijn zag altijd nog vonkjes van de kerk in Rome. En ook in onze tijd zijn er die zich in de Rooms-Katholieke Kerk bevinden en aangeraakt door de Geest, worden omgebogen tot de belijdenis van de Reformatie. Jawel, vroeg of laat breken ze met deze kerk, maar ook dat is soms een proces. Reformatieherdenking betekent ook bidden om bekering van alles wat 'rooms' is, in de Rooms-Katholieke Kerk én in de Reformatorische Kerken. Reformatieherdenking in een tijd van verval, in een situatie van een gescheurde kerk, van een kerk en van kerken, die aan de inzet van de Reformatie veelal ontrouw zijn geworden, is bijkans een onmogelijkheid. Het is echter een onmogelijke mogelijkheid wanneer we bedenken dat het Gód is die reformeert, toen en nu. En daarom mag en moet wat toen ontdekt werd ook nu worden doorgegeven en uitgedragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een onmogelijke mogelijkheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's