De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Evenwichtig geheel van  onderwijsvoorzieningen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen?

5 minuten leestijd

In een schrijven van 21 oktober 11. ontving het bestuur van de Gereformeerde Sociale Academie te Ede van de staatssecretaris van O. en W. bericht, dat deze academie erkenning heeft gekregen op grond van het ingediende leerplan, hetgeen inhoudt dat de diploma's, die zullen worden uitgereikt, rechtsgeldig zijn en dat de studenten voor rijksstudietoelagen in aanmerking komen.
Ruim een week later, per brief van 29 oktober, ontving het bestuur van de staatssecretaris van O. en W. mededeling van het besluit om de academie niet op het scholenplan 1975, 1976, 1977 te plaatsen, zodat de academie op z'n vroegst in 1978 voor subsidie in aanmerking zou kunnen komen. Het besluit is gebaseerd op artikel 65, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, waarin gesteld wordt, dat een school die niet op het scholenplan voorkomt en met eigen middelen begonnen is, minstens drie jaar op subsidie zou moeten wachten. Evenwel stelt artikel 69 van de wet, dat de minister in het plan in elk geval opneemt de dagscholen, waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij, gelet op de belangstelling voor het desbetreffende schooltype en het leerlingenverloop, in het laatste leerjaar zullen voldoen aan bepaalde getalscriteria. Op grond van dit artikel had de academie gehoopt op het scholenplan te komen, maar de staatsseicretaris acht dit artikel niet van toepassing voor de academie. Nu heeft de academie voldoende 'hard' kunnen maken dat ruimschoots aan de gestelde getalscriteria wordt voldaan. De levensvatbaarheid is al op overtuigende wijze gebleken. Aan de dagopleiding en de part-time opleiding studeren bij elkaar in het nu lopende eerste jaar ongeveer 150 studenten, komend uit die sectoren van de bevolking, die zich achter deze academie hebben gesteld. Wanneer alle studiejaren in werking zijn zal bepaald aan de getalscriteria zijn voldaan. De prognose was vóór de start al voldoende hard. De nu geldende getallen en de spreiding van de studenten bevestigen slechts de prognose. Gezien één en ander overweegt de academie dan ook in beroep te gaan bij de Kroon, teneinde een juridische uitspraak te krijgen.

Geen behoefte?
Eén zinsnede uit het besluit heeft intussen grote bezorgdheid gewekt. In het besluit staat, dat bij de „beoordeling van het verzoek niet is gebleken dat er een zodanige behoefte aan de beoogde school bestaat dat deze in overeenstemming zou zijn met een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen". Het is ons onbegrijpelijk hoe een dergelijke beoordeling in een stuk onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris dr. Veerman ooit geschreven kon worden. Dit temeer daar wij nooit de gelegenheid hebben ontvangen om voor de 'fatale' datum 1 oktober met de staatssecretaris van gedachten te wisselen. Wij menen echter dat uit alle stukken, die naar het departement zijn gezonden, de behoefte aan de academie voldoende is gemotiveerd. En nu krijgen we dan te horen dat niet gebleken is dat aan de nieuwe academie een zodanige behoefte bestaat, dat deze in overeenstemming zou zijn met een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen. Is niet juist op het terrein van het sociaal pedagogisch onderwijs het evenwicht danig verstoord? Is dat met name niet gebleken bij 'hete hangijzers' onder het vorige kabinet? Ik interpreteer de uitdrukking evenwichtig daarom inhoudelijk omdat de staatssecretaris dit koppelt aan déze nieuwe academie.
Een evenwicht heeft te maken met de ligging van het zwaartepunt. Meent de staatssecretaris dat het zwaartepunt bij het sociaal pedagogisch onderwijs wel goed ligt? Daar wordt dan in een zeer groot deel van protestants Nederland, maar ook van niet-protestants Nederland, bepaald anders over gedacht. Mag uit het feit, dat de nieuwe academie uit een brede bevolkingslaag uit het gehele land de studenten betrekt, studenten die slechts naar déze academie willen, niet duidelijk worden geconcludeerd dat de opmerking over de behoefte er gewoon naast is?
Wanneer in het besluit slechts juridische argumenten zouden zijn gehanteerd dan kan men daarover zakelijk verschillen en een juridische uitspraak vragen. Maar ligt er nu in het besluit niet een beleidsuitspraak die te denken moet geven? Gegeven het feit dat de staatssecretaris voldoende op de hoogte kan zijn met de achtergrond van het ontstaan van de nieuwe academie en de beoogde doelstellingen moeten we aan de uitspraak over de behoefte aan deze school en het evenwicht van onderwijsvoorzieningen wel zwaar tillen. Is de vrijheid van onderwijs zo nog wel voldoende gewaarborgd? We hebben hier bepaald onze zorgen.
Intussen bestaat de nieuwe academie wel. Ze is mogelijk gemaakt door de offervaardigheid van tienduizenden in den lande. Per jaar moet minstens een bedrag van ƒ 700.000, — worden opgebracht door al die Nederlandse staatsburgers, die menen dat ten aanzien van het sociaal pedagogisch onderwijs het evenwicht in het geheel van onderwijsvoorzieningen zodanig verstoord was, dat financiële offers geboden waren, omdat wachten niet langer verantwoord was. Móet dat de staatssecretaris niet iets te zeggen hebben?
Dat er intussen nóg een initiatief ontwikkeld is vanuit Kampen (prof. dr. H. N. Ridderbos, prof. dr. J. Plomp, burg. Van Tuinen, de heer Veenendaal) is een argument te meer, waaruit blijkt dat velen vinden dat het evenwicht verbroken is.
Of is het zo — wat bij geruchte te vernemen is en waarvoor wij hadden gevreesd — dat juist dit laatstgenoemde initiatief tot de besluitvorming ten departemente heeft bijgedragen? Als dat zo zou zijn zou onze teleurstelling alleen nog maar groter worden. We kunnen in dit stadium niet anders doen dan hopen op steun uit het parlement. Daar is tenslotte de volksvertegenwoordiging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Evenwichtig geheel van  onderwijsvoorzieningen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's