De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Koninkrijk is nabij gekomen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Koninkrijk is nabij gekomen

De verwachting van het rijk

9 minuten leestijd

Het hoofdmoment
Wellicht hebt u wel eens een boek gelezen, waarin de schrijver aan het eind van een hoofdstuk of hoofddeel in een paar zinnen de hoofdmomenten van zijn verhaal samenvat. Iets dergelijks vinden we in het evangelie van Marcus, vermoedelijk de oudste evangelist. Een evangelie is immers maar geen neutrale beschrijving van wat er rondom Jezus Christus geschied is. Een evangelie is ook maar niet een biografie, waarin alle gebeurtenissen keurig netjes op een rijtje gezet worden. Nee, het is verkondiging van wat door God gedaan is en gedaan wordt. Een verkondiging die oproept tot geloof. Evangeliën zijn Christusprediking! Nu geeft de evangelist Marcus deze korte samenvatting van de inhoud van zijn bericht in het begin. In Marcus 1: 14, 15 lezen we: En nadat Johannes was overgeleverd ging Jezus naar Galilea om het evangelie Gods te prediken, en Hij zeide: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods is nabij gekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie.
Kijk, zegt de evangelist zijn lezers, daar gaat het om. Dat is het hoofdmoment geweest in Jezus prediking. Dat is het evangelie, het goede nieuws, dat uw leven honderdtachtig graden wil veranderen.
Jezus predikt na de gevangenneming van Johannes de Doper — Marcus gebruikt het woord 'overleveren'; een woord dat we ook in de lijdensgeschiedenis van de Heere Jezus herhaaldelijk tegenkomen — het evangelie van God. Opvallend is hier het gebruik van het woord 'evangelie'. Dat woord is in de eerste christelijke gemeente een vaste term geworden voor de boodschap die Jezus Christus bracht en die Hem zelf tot inhoud had. De manier waarop Marcus deze term in zijn boek gebruikt doet denken aan Paulus, die in zijn brieven op verschillende plaatsen dit woord bezigt als aanduiding van de christelijke heilsboodschap. Het Evangelie dat is ten diepste Christus zelf.
Voor joodse oren bezat het woord een diepe klank. Een wereld van geloof en verwachting klonk er in mee. In Jesaja 40: 9 en Jesaja 52: 7 wordt het gebruikt van de vreugdebode die tot Sion komt met de goede tijding dat Gods overwinnende heerschappij zich baan breekt. Dat er een nieuwe tijd, een heilstijd voor Israël en de volkeren op handen is.
En in de eerste christelijke gemeente kreeg het woord een bijzondere toespitsing. In de hellenistische wereld werd het woord 'evangelie' verbonden met de keizerverering. Berichten over de geboorte, de mondigverklaring, de troonsbestijging van de keizer werden als evangelie uitgebazuind. En tegenover deze 'evangeliën' van diverse keizers, die gezien werden als 'de sterke man', als wereldheiland, beleed de jonge gemeente de ene Heere en Heiland Jezus Christus en proclameerde zij zijn evangelie.

Joodse toekomstverwachting
Wat is dan het ongehoord nieuwe geweest van het Evangelie? Waarom bevatten die paar woorden uit Marcus 1: 15 de kern van de christelijke boodschap?
In elk geval is dat ongehoord nieuwe niet geweest dat er over het Rijk van God werd gesproken. Want dat was bij de Joden een bekend en veelbesproken thema. We moeten in dit verband even ingaan op de joodse prediking en de joodse verwachting inzake de heerschappij van God. Het kunnen slechts enkele aanduidingen zijn. Laten we nooit vergeten dat die joodse verwachting veel veelvormiger is geweest dan wij doorgaans denken.
De rabbijnen b.v. spraken over het op zich nemen van het juk van het Koninkrijk der hemelen. De rabbijnen leerden dat de mensheid in de dagen van de zondvloed de koningsheerschappij van zich heeft afgeworpen. Maar als de Heere God zijn volk verkiest en verzamelt, wordt het anders. Abraham vereerde God weer als Koning van hemel én aarde. Bij de uittocht nam zijn geslacht het juk van Gods heerschappij op zich, door andere goden af te wijzen, door zich te onderwerpen aan de geboden van God, aan de Thora, de heilige leer. Wie tot de joodse gemeente toetrad nam dit juk op zich.
Tegelijk was men er diep van doordrongen dat dit Koningschap van God toekomstmuziek was. Men kon het juk van de wet immers van zich werpen. Bovendien, was Israël niet voortdurend in de greep van vreemde machten? Ging men niet gebukt onder het lijden van de tijd? Daarom riep men op tot boete. 'Morgen, als de Israëlieten boete doen, ontneemt Hij de heerschappij aan de volkeren der wereld en geeft haar aan Israël terug', luidt een joodse uitspraak.
Morgen! Dat deed uitzien naar de toekomst. Men wist van de belofte: De Heere zal komen en Zijn Rijk vestigen.
Niet alleen in de theologie van de rabbijnen leefde deze verwachting. Ook anderen waren ervan doordrongen. We denken aan de zgn. apocalyptische literatuur, geschriften die ontstaan zijn in bepaalde kringen of groepen binnen het Jodendom, waarin men, voortbouwend op de uitspraken van de profeten, elkaar troostte met het visioen van een nieuwe toekomst. Deze apocalyptische geschriften waartoe o.m. behoren: het boek Henoch, de openbaring van Ezra, de apocalypse van Baruch, bouwen dus voort op het erfdeel van de profeten, maar hebben ook invloeden ondergaan van de wereld buiten Israël. Kenmerkend voor deze apocalyptische literatuur, die haar bloeitijd beleefde van de 2e eeuw voor Christus tot de 2e eeuw na Chr.; is de gerichtheid op de eindtijd, de hemelse wereld en de toekomst, die door visioenen, goddelijke boodschappen enz. onthuld werd.
Vanuit de duisternis van het heden zag men uit naar de lichtende toekomst van de heilstijd. In kleine kringen troostte men elkaar. Zeker, ze waren nu wel de onderliggende partij, maar de rechtvaardigen zouden toch eenmaal triomferen. Zo lezen we in de apocalypse van Baruch: 'Want als gij verdraagt en volhardt in de vreze voor Hem en zijn wet niet vergeet, zullen de tijden voor u ten goede veranderen en gij zult de vertroosting van Israël zien. Want alles wat er nu is, is niets, maar wat er zijn zal, is zeer groot'.
Ook uit de zgn. psalmen van Salomo spreekt deze verwachting: 'Zie toe, o Here en laat voor hen hun Koning opstaan, de Zoon van David, op de tijd die Gij ziet dat Hij moge regeren over Israël, uw knecht. En omgordt hem met kracht, dat hij de onrechtvaardige regeerders verbrijzele, dat hij Jeruzalem zuivere van de volken die het vertreden en vernietigen'. We zien uit dit citaat hoe deze toekomstverwachting soms sterk nationaal-getinte vormen kon aannemen. Ook hier laten de joodse bronnen geen eenvormig geluid horen. Een meer nationaal gerichte verwachting en een wereldomspannend, boventijdelijk toekomstvisioen komen beide voor.
Maar een citaat als het bovenstaande laat wel zien hoe allerlei nationalistische groepen die zich verzetten tegen de overheersing van de Romeinen uit deze toekomstverwachting voedsel ontvingen.

Toekomstmuziek
Soms trok men zich terug uit de verworden maatschappij in de woestijn, gegrepen door het oude profetenwoord uit Jesaja 40 over de weg des Heeren in de woestijn. Daar, in de woestijn, zou de Messias zich openbaren en zijn getrouwen verzamelen. Daar zou de opmars van het Rijk beginnen. De geschriften van de joodse sekte van Qumran bij de Dode zee spreken een duidelijke taal. Deze sekte, wier geschriften in 1947 en volgende jaren gevonden zijn, wist zich volgens hun eigen uitspraken: het laatste geslacht. Het geslacht dat vlak voor de grote gebeurtenissen van de eindtijd stond.
Vurig zag men naar de toekomst uit. Soms in stil verwachten en uitzien naar het wonder van God. In het bezig-zijn met de heilige leer van de Thora. In verootmoediging en boetedoening. Want men zei: 'Als de Israëlieten ook slechts één dag boete zouden doen, zouden ze dadelijk verlost worden en kwam de Zoon van David'.
Maar anderen wilden niet lijdelijk afwachten. De hoop op een oorlogsmessias, die als zegevierend veldheer zijn vijanden zou verslaan, wakkerde bij velen het revolutionaire élan aan. De joodse geschiedenis in de eeuwen voor en na onze jaartelling is vol geweest van revolutionaire geluiden, van een theologie en een practijk der revolutie, waarbij men via geweld en harde actie, de komst van het Rijk wilde forceren.
Maar het was en bleef toekomstmuziek. Hoe intens het verlangen ook leefde, hoezeer men uitkeek naar voortekenen. Hoe vurig men ook bad in de synagogediensten en de dagelijkse gebeden: 'Verdelg de overmoedige heerschappij en breek haar stuk en heers, Heere, onze God, als Koning spoedig over al uw werken in Jeruzalem, uw stad en op de berg Sion, de woning van uw heerlijkheid'.
Je kon proberen een tipje van de sluier op lichten. Het lukte je niet. Niemand kon naar joods besef weten, wanneer het Messiaanse rijk zou zijn aangebroken. Niemand kon de keerpunten van Gods handelen op het spoor komen.

Marcus 1: 15
En nu is dit het ongehoord nieuwe in Jezus proclamatie, dat Hij zegt: Het beslissende moment voor alle tijden is aangebroken. De tijd is vervuld. Het woord 'tijd' dat hier gebruikt wordt, betekent: Het door God aangewezen tijdstip.
Het grote keerpunt is nu gekomen. De tijd is vol geworden. Dat wil zeggen: Het doel, waar God op aan gewerkt heeft, gaat in zicht komen. De verwachting van profeten en psalmisten gaat nu in vervulling.
Het Rijk van God is nabij gekomen. We mogen deze uitdrukking ook weergeven als: Het is binnen handbereik. Het breekt door in deze wereld.
Elders zegt Jezus het nog sterker: Indien Ik door de Geest van God de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God over u gekomen (Mt. 12: 28; Luc. 11: 20). Prof. dr. G. Sevenster wijst er dan op dat er in het griekse werkwoord de betekenisnuance ligt: Iets of iemand is tot zijn doel gekomen.
En op de vraag van enkele Farizeërs: Wanneer komt het Rijk Gods — en we zagen, dat was voor hen een brandende vraag, die eigenlijk geen mens kon oplossen — antwoordt Jezus, dat de komst, van het Rijk niet te berekenen valt. Maar de Heere zegt er nog iets bij, en dat moet zijn hoorders als schokkend nieuws in de oren geklonken hebben: Zie, het Koninkrijk Gods is bij u (Lucas 17: 21). Men heeft dit woord wel verklaard als: Het Koninkrijk van God is in u, in uw hart. Maar dat lijkt ons niet juist. Het zou toch wel heel vreemd zijn, dat Jezus tegen die Farizeërs zou zeggen dat het Rijk in hun hart was.
Anderen vertalen daarom: — en dat lijkt ons juister — Het Koninkrijk Gods staat midden onder u.
Het Rijk van God binnen handbereik! Beloften worden vervuld. En tegelijk richt de verwachting zich op de toekomst: Uw Koninkrijk kome! Het spreken over het Koninkrijk staat in de spanning van vervulling en verwachting.
Utrecht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het Koninkrijk is nabij gekomen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's