Kenmerk van de kerk? 1
Tucht
Inleiding
De komende synodevergadering van de Hervormde Kerk zal van het grootste belang zijn, niet in het minst omdat daar de grote ethische vraag naar het begin van het menselijk leven en de verantwoordelijkheid van de mens daarin, aan de orde komt. Onder andere de kwestie tussen de overheid en een kliniek voor het verrichten van abortus provocatus in Heemstede laat zien, dat het hier om een probleem gaat van meer dan persoonlijk, meer dan kerkelijk, meer dan regionaal belang. En de medische 'verzetsgroep' o.l.v. mensen als professor Plate en mevrouw Plomp tegen de medische en rechterlijke wettiging van abortus provocatus onderstreept nog eens, welk een belangen hier medisch en ethisch op het spel staan. Alle tot nog toe verschenen literatuur doet dat ook. Voegen wij hieraan toe, dat in deze zelfde tijd de euthanasie als vraag op ons afkomt, waarin niet het begin maar het einde van het leven en dat dan in een meestal onbewust stadium, om bescherming vraagt en op het spel staat, dan wordt ons duidelijk dat hier een heel complex van verschijnselen en vragen aan de orde is. De mens bezint zich ethisch op het begin en het einde van het leven. Hij is technisch in staat om ingrepen te doen, die de meest verreikende gevolgen hebben voor zijn eigen bestaan en dat van zijn nakomelingen. Maar juist die technische mogelijkheden onderstrepen zijn ethische verantwoordelijkheid en zijn psychisch en geestelijk onvermogen. Hij moet — om Bonhoeffer aan te halen — bidden voor zaken die hij maar al te goed weet en maar al te zeer in handen heeft. Dat schijnt hem te onderscheiden van vroegere generaties, die in kennen en kunnen niet het stadium bereikt hadden waar onze tijd in verkeert. Wellicht leefden ze meer in harmonie met hun innerlijk zijn.
Dat is echter een halve waarheid. Immers, met de problemen van abortus provocatus en euthanasie staat niet alleen het menselijk leven in eerste en laatste fase op het spel, doch tevens een werkelijkheid, een bestaanswerkelijkheid, een wereld die geworden is tot wat zij nu is. Wij maken daar op een of andere wijze deel van uit. Hoe? Met kritische distantie tot de gevolgen waar wij ons voor geplaatst zien, doch met aanvaarding van de wetenschappelijke en vooral technische ontwikkelingen, die ons zulke resultaten hebben bezorgd? Laat ik concreet zijn. De Kerk zal zich aan de hand van rapporten en uitspraken oriënteren op het probleem en de practijk van de abortus provocatus. Behandelt zij dat probleem afzonderlijk óf in verband met een stuk medische en teclinische ontwikkeling, die zich reeds voordeed voordat deze zaken in hun hardheid zich onontwijkbaar aan ons en dus ook aan de Kerk aandienden? Aanvaardt de Kerk de ontwikkelingen, het spoor dat tot dit alles geleid heeft, of stelt zij nu ook dat spóór ter discussie? Me dunkt dat veel artsen en zielzorgers, die lidmaat zijn en kerkelijk meeleven, om zulk een behandeling zitten te springen. Gaat de trein van onderzoekingen en wetenschappelijk werk gewoon verder, of wordt de verantwoordelijkheid die lidmaten dragen, onderstreept, met inbegrip van de mogelijkheid (wenselijkheid), dat verdergaand technisch en wetenschappelijk werk en onderzoek, wordt afgewezen omwille van het geloof? Het geloof heeft immers ook ethische consequenties voor de hele manier van staan van een gelovige in die 'wereld', welker voortgang dit soort problemen veroorzaakt als waarvoor wij nu staan? Wordt straks alleen een zijspoor afgewezen — zó dat al gebeurt en zó de Kerk al tot unanimiteit kan komen — óf wordt een hele lijn afgesneden om Godswil en om der mensen wil? Opnieuw: om deze vraag kunnen we niet heen, want het gaat om de hele werkelijkheid en om al wat bestaat.
Wat is ethiek?
Dit brengt me zowel op de ethiek als geheel, als op de tucht als een van de kenmerken der Kerk. Volgens het academisch statuut wordt aan een universiteit zowel wijsgerige als theologische ethiek gegeven, en dat in één en dezelfde faculteit der godgeleerdheid. Ethiek is een vak, dat het gehéél op het oog heeft. Het geheel van het menselijk leven, het geheel van de samenleving, het geheel van al wat op aarde als mens, als dier, als plant leeft. Tegelijk laat de ethiek de lens op dat geheel richten door de mens. Het gaat om zijn verantwoordelijkheid te midden van en voor dat rijk geschakeerde gebied. Is daar echter alles mee gezegd? De wijsgerige ethiek zal met de menselijke stellingname in dat geheel van verantwoordelijkheden geen enkele moeite hebben. Voor haar is het terrein van de mens vanzelfsprekend. Maar de theologische ethiek weigert het hierbij te laten. Wat namens onze Hervormde Kerk aan ethiek gedoceerd en gestudeerd wordt aan de universiteiten, is theologische ethiek, behoort dat althans te zijn. De mens is daar tenvolle in opgenomen, en het geheel van al wat leeft, komt daar tenvolle in uit, doch daar is het laatste en meest eigene niet mee gezegd. Theologische ethiek betekent: ethiek die door God gewild en vanuit de leer aangaande Hem bepaald is.
Ook dan zijn we er echter nog niet. Wie is God? Is Hij alleen de God der menselijkheid, der diepste medemenselijkheid? Of is Hij ook de Regeerder en Koning Die wetten verschaft in Zijn Rijk en onder Zijn wetten doet leven? Gaat het om de Mens Jezus, Die in Zijn ware mens-zijn ons ware mens-zijn voorspiegelt en profeteert, en belooft en mogelijk maakt? Of gaat het ook om de God-mens Jezus Christus, Die als de Meerdere, de Hemelse niet slechts in de verzoening mét ons is, doch tevens in het gericht tégen ons is en ons in Zijn verzoening onder Zijn juk brengt en zo terugbrengt tot het gelukzalige leven? Heeft de religie afgedaan en is zij ingeruild voor de messianiteit waaraan alle mensen om Jezuswil deel hebben? Dan heeft de Kerk geen recht om anders te zijn, en dan heeft de theologische ethiek slechts recht om op zichzelf te staan voorzover zij de pretentie voert, de diepste achtergrond en ondergrond van de wijsgerige ethiek te onthullen. Of gaat het juist om een leven dat in de verbondenheid met God de religie van Israël en de apostelen nodig heeft, de religie van de Kerk nodig heeft, wil het geleefd worden waardig de roeping waarmee wij geroepen zijn? Ik durf te stellen dat van de vraag naar God en het verstaan van Zijn wezen en Personen afhangt, of de Kerk anders is en leeft dan de wereld of niet.
De Kerk met oogkleppen op?
Nu denken velen, dat het anders-zijn van de ethiek der Kerk als vanzelf betekent, dat de Kerk oogkleppen op heeft. Allerlei dingen ontgaan haar. Het politieke leven, sociale leven, sexuele leven, economische leven wordt onttrokken aan de mensen, zo menen en zeggen velen, wanneer de Kerk anders is dan de wereld en ook haar ethiek een andere is. Ja, men gaat verder en veroordeelt de Kerk als alleen 'op de hemel' gericht en, nu dat argument op die manier niet steekhoudend blijkt, alleen op de burgermaatschappij gericht. Men veroordeelt de Kerk, wanneer zij zich op haar anderszijn niet slechts beroept maar dat ook laat gelden, en men verwijt haar dat zij de partijgangster der rijken en zelfzuchtigen is, terwijl Jezus toch de Partijganger der armen was en is! Men veroordeelt de Kerk, wanneer zij zich niet laat porren om partij te kiezen in juridische, economische, politieke en sociale vragen en reeds in de vraagstelling haar anders-zijn doet gelden. Dan zegt men op wat de Kerk dan wél te leren en te beweren heeft: Dat zijn doekjes voor het bloeden om de voortgang van wereld en maatschappij af te remmen'. En men vergeet Jezus' vraag: Mens, wie heeft Mij tot een rechter of scheidsman over ulieden gesteld?' (Luk. 12: 14).
Tegen dit verwijt wil ik graag opkomen in dit artikel. Het anders-zijn van de Kerk is niet gelegen in oogkleppenpolitiek, in de keuze van de gemakkelijkste weg, of in een gezapige aanpassing aan wat men de burgermaatschappij noemt. Haar gang is niet traag en werkt niet vertragend. De ethische vragen worden niet versmald doordat de theologische ethiek, dus de ethiek vanuit de Godsleer, er zich mee gaat bemoeien. Ook worden niet van te voren de kaarten geschud, welke gebieden van het bonte leven en samenleven wel en welke niet op de kerkelijke tafel mogen komen. Het politieke spreken van de Kerk is niet van tevoren uitgesloten: anders konden wij een heel stuk Reformatiegeschiedenis wel uit onze handboeken, hoofden en harten schrappen. Maar het anders-zijn van de Kerk is ook niet daarin gelegen, dat zij zich alles laat aanreiken wat als vraag uit de wereld op haar afkomt, om nu met dezelfde accenten als waarmee een en ander haar aangediend werd, er een antwoord op te vinden. Wie dat bijvoorbeeld inzake de problematiek van de abortus provocatus van de Kerk verlangt, die, verlaagt de Kerk tot een schilder, wiens enige taak het is om het rotte houtwerk nog een keer op te schilderen na de slechte plekken met stopverf opgevuld te hebben. 1)
(Slot volgt)
1) Wie haar haar hemelse richting verwijten en haar dus docetisme aanwrijven, moeten eerst Filipp. 3: 20 exegetiseren met het oog op de ethiek!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's