De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. Dr. G. A. Lindeboom  over medische ethiek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof. Dr. G. A. Lindeboom over medische ethiek

4 minuten leestijd

Het onderstaande is een korte samenvatting van de inleiding, die prof. dr. G. A. Lindeboom I.I. zaterdag hield op de conferentie voor medische ethiek.

Onder medische ethiek kan men verstaan de stelselmatige bezinning op de zedelijke implicaties (het onderscheiden tussen goed en kwaad) van het handelen van de arts. De medische ethiek is uiteraard een onderdeel van de ethiek in het algemeen, maar door de aard van de vragen en in overweging komende waarden, door de bijzondere verantwoordelijkheid, alsmede door een zekere deskundigheid, welke voor de beoordeling nodig is, kan ze als een afzonderlijk gebied gelden.
Dit veld tekent zich als zodanig niet af in de Bijbel, maar is het eerst ompaald op Griekse bodem, waar ook de wieg van de westerse geneeskunde heeft gestaan. In de eed van Hippocrates (460—377 v. Chr.) zijn voor het eerst de hoofdlijnen van de medische ethiek (o.a. de onaantastbaarheid van het leven (ook van dat in de moederschoot), het zo nodig plaats maken voor specialisten, het beroepsgeheim) aangegeven.
In het algemeen konden christenen en humanisten — zij het van een andere mensbeschouwelijke achtergrond — zich daarop verenigen, en zo bleef de eed inhoudelijk tot voor kort gezaghebbend, en droeg ze bij tot de instandhouding van algemeen aanvaarde zedelijke beginselen in de geneeskundige praktijk. (De eed, die sinds 1865 in Nederland aan artsen wordt afgenomen, en slechts gewaagt van het uitoefenen der geneeskunst volgens wettelijk vastgestelde bepalingen en alleen het beroepsgeheim speciaal benadrukt, heeft er weinig gelijkenis mee).
De ingrijpende beweging, welke de medische ethiek in de laatste jaren te zien geeft en gepaard gaat met het verlies van traditionele zekerheden, heeft verschillende oorzaken en wortels. De natuurwetenschappelijke ontwikkeling van de geneeskunde heeft geleid tot een vroeger ondenkbare vergroting van haar technisch kunnen. De medische macht is ontzaglijk toegenomen en schiep geheel nieuwe problemen. Moet of mag alles wat technisch mogelijk is? De verantwoordelijkheid is toegenomen (Roscam Abbing).
Voorts is ook de theologische en wijsgerige ethiek in beweging gekomen. Het evolutionisme laat zich gelden. De heteronome moraal verliest veld ten koste van de autonome moraal. Een Amerikaans ziekenhuispastor (Fletscher) schreef een nieuwe medische ethiek vanuit een andere mensbeschouwing. De mondige, autarche mens heeft recht op gezondheid, op waarheid, op nakomelingschap, op abortus, en zo nodig op zijn dood. Vanuit een ontkerstende, toegeeflijke samenleving ('permissive society') worden soms harde eisen aan de artsen gesteld.
De medische ethiek dreigt haar normen te verliezen (situatie-ethiek) en uit grenssituaties te worden gebouwd. Albert Schweitzer (1875—1968) schoof de eerbied voor het leven als dragend beginsel onder de medische ethiek (wat is reeds menselijk leven, wat is nog menselijk leven?). Wanneer men gaat spreken van absolute eerbied voor het leven kan zich ideologie ontwikkelen.
Gevaarlijker is de vanuit een evolutionistische zienswijze geponeerde stelling, dat het biologisch belang het spelkader aangeeft zowel voor de autonome als heteronome ethische regels (Drogendijk Jr.). Het bestaan en de kwaliteit van de soort gaat dan boven de plichten en rechten van het individu.
Het menselijk leven in gezondheid en ziekte is het veiligst bij een door bijbelse motieven van wet en evangelie geïnspireerde mensbeschouwing. Een christelijke medische ethiek dient ook de bedoeling, de gezindheid, de intentie in aanmerking te nemen, zonder die als de hoogste norm te beschouwen. De medicus heeft door de veranderingen in de maatschappij zijn ivoren toren moeten verlaten. De dialoog, ook met verpleegkundigen, kan zijn zedelijk bewustzijn verdiepen en bijdragen tot het ethisch gehalte van zijn handelen. In het ziekenhuis is de verpleegster dikwijls ook de, zij het veelal zwijgende, kritische begeleidster van de dokter in zijn menselijke omgang met de patiënt.
Een voortgaande bezinning over tal van aktuele vragen, zoals die van levensverlenging (onder allerlei omstandigheden) en levensverkorting, van de waarheid aan het ziekbed, van proeven op mensen, blijft noodzakelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Prof. Dr. G. A. Lindeboom  over medische ethiek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's