De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verpleging en pastoraat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verpleging en pastoraat

4 minuten leestijd

Door prof. dr. W. H. Velema werden op de conferentie over medische ethiek te Lunteren de volgende stellingen uitgereikt.

1. De opleiding van verpleegkundigen moet ook omvatten een geestelijke toerusting tot hun taak. Men mag in de christelijke ziekenzorg verwachten dat de opleiding meer omvat dan het bijbrengen van medische, technisch-vakkundige of psychologische kennis. Er behoort ook bij toerusting tot de begeleiding van de patiënt. Daarbij moet natuurlijk rekening worden gehouden met de eigen aard van het werk van verpleegkundigen. Ze zijn er niet ter vervanging van de pastor. Ze zijn er mede om zieken door moeilijke fasen heen te helpen. Het lijkt niet te veel gezegd, te stellen dat een verpleegkundige soms nog intensiever met de patiënt kan spreken dan de predikant. Met name de begeleiding van stervenden moet in de opleidingstijd een punt van instruktie en gesprek zijn.

2. Nodig is dat er tegenwicht komt tegen de kille en koele sfeer van zakelijkheid in het bezig zijn met de ziekte van de patiënt. Het blijkt dat verpleegkundigen soms in hun geestelijke beleving geen aansluiting vinden bij het werk in het ziekenhuis. Het is niet toevallig dat — als reaktie daarop — tegenwoordig het pleit gevoerd wordt voor het plaats geven aan emoties in de verpleging. Wij voor ons zouden niet willen pleiten voor het ongeremd uitleven van allerlei emoties. We begrijpen wel dat aan het uiten van emoties behoefte is. De oplossing voor deze vragen ligt veelmeer in een goede leiding, waarbij vragen van geestelijke aard geïntegreerd worden. Naast het 'technisch', zakelijk en deskundig bezig zijn met patiënten moet ook de zedelijke en geestelijke kant van het handelen de volle aandacht krijgen.

3. Daarbij is teamvormjng in ziekenhuis of ziekenzorg van groot belang. Men dient zich hierbij voor elkaar verantwoordelijk te weten. Ook binnen de christelijke gemeente dient er aandacht te zijn voor werkers in dit veld.

4. De christelijke gemeente ziet verpleegkundigen te weinig als een groep mensen die op vooruitgeschoven posten, plaatsvervangend doen, wat in de huizen en gezinnen niet gedaan kan worden. Verpleegkundigen schijnen veel meer de onregelmatigen in het gemeentelijk leven, omdat zij door hun diensttijden alle schema's in de war sturen. In plaats van deze etikettering dienen ze de koplopers te heten, voor wie bijzondere aandacht moet zijn.

5. In de kerk zou belangstelling moeten bestaan voor de vragen met betrekking tot de medische ethiek. Om twee redenen: de uit die belangstelling voortvloeiende beslissingen zijn een vorm van de heiliging, waartoe de Bijbel oproept. Die belangstelling verlost verpleegkundigen uit het isolement, waarin ze veelal verkeren. De vragen van de verpleegkundigen dienen ook de vragen van de gemeente te zijn.

6. Bij de vragen in verband met abortus en euthanasie dient uitgegaan te worden van de eerbied die God voor het leven vraagt. Abortus of euthanasie toe te passen betekent een zich vergrijpen aan het leven van een medemens, al is dat leven nog zo pril (embryonaal) of deficiënt. De zogenaamde medische indicatie voor abortus voorondersteld dat gekozen moet worden tussen twee levens; dat is een andere beslissing dan wanneer gekozen moet worden tussen het belang van de moeder en het leven van het kind. In verband met de euthanasie moet er onderscheid gemaakt worden tussen leven verlengen en sterven rekken. Er zijn gevallen waarin dit onderscheid moeilijk te constateren is. Tot rekken van het sterven zijn we niet geroepen; tot verlengen van het leven wel.

7. Verpleegkundigen bevinden zich soms in een gewetenscrisis, welke veroorzaakt wordt door de toegenomen medische macht en het liberalisme in de moderne medische ethiek. Voor indicaties van dit liberalisme is te verwijzen naar de publicaties van J. H. van den Berg en P. J. Roscam Abbingh.

8. Er dient in de ziekenhuizen gelegenheid te zijn om problemen van medisch-ethische aard door te spreken. De staf dient een open oog te hebben voor deze vragen..

9. Bij conflicten moet de verpleegkundige het recht hebben om naar eigen gewetensovertuiging te kunnen handelen, resp. zich van handelen te kunnen onthouden.

10. Met name aan de opvang van jonge mensen in de ziekenzorg moet vanuit de christelijke gemeente meer gedaan worden. Er moeten kringen gevormd worden waar binnen hun problemen en vragen rond ethische beslissingen kunnen worden doorgesproken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Verpleging en pastoraat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's