De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rond het predikambt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rond het predikambt

9 minuten leestijd

Vele malen hebben we als redactie brieven ontvangen en ingezonden stukken inzake het beroepingswerk. Gemeenten zijn teleurgesteld als men bedankje op bedankje krijgt. In stadssituaties ligt het extra moeilijk en menigmaal hebben lezers gevraagd iets daarover te mogen zeggen in ons blad. Nu zijn er aan zaken als het beroepingswerk zoveel kanten, dat het ons onjuist voorkwam de stukken en brieven, die steeds vanuit bepaalde situaties werden geschreven, in ons blad op te nemen teneinde onjuiste voorstelling van zaken hij het geheel van het beroepingswerk te voorkomen. Wel hebben we al deze brieven en reacties aan ds. L. Kievit gegeven en hem gevraagd aan de vragen van het ambt, het predikantschap, het beroepingswerk e.d. in breder verband aandacht te besteden. Het eerste van enkele artikelen volgt hier.
De Redactie.

Reeds eerder werd in deze rubriek aandacht aan het beroepingswerk geschonken. Dat was als een aanloop bedoeld tot verdere overwegingen, maar het is bij een aanloop gebleven. Verschillenden hebben hun bezorgdheid over het beroepingswerk kenbaar gemaakt, en de redacteur heeft die brieven mij toegeschoven, met de belofte dat ze beantwoord zouden worden. Ik zou kunnen volstaan met een verwijzing naar genoemde artikelen in de Waarheidsvriend, 60e jaargang 1972. Gesteld, dat u die gebonden en wel bij de hand hebt, zult u zien dat veel vragen daarin werden beantwoord.
De tijd gaat snel. Op gevaar af, in herhalingen te vervallen, waag ik het maar op, over dezelfde onderwerpen, beknopt wat te schrijven. En, wie weet blijft het deze keer niet bij een aanloop, maar wagen we de sprong. In ieder geval stof genoeg.
Wanneer we ons rekenschap geven van de stand van zaken, dan kwam daarin weinig verandering. Wel worden in onze kerk aanmerkelijk veel minder beroepen uitgebracht als vroeger, maar in de gemeenten, die geestverwant zijn aan de gereformeerde bond, is dat niet zo. De vraag overtreft blijkbaar het aanbod, om in markttermen te spreken. Het aantal vacatures blijft vreemd genoeg, ongeveer gelijk, gemiddeld 50. Wel deden veel candidaten hun intrede, maar er is nog steeds sprake van een ernstig predikantentekort. Er worden regelmatig predikantsplaatsen gesticht, terwijl er nagenoeg geen worden opgeheven. Dat is verheugend en het getuigt van grote offervaardigheid. De in standhouding van een predikantsplaats vergt tegenwoordig grote bedragen, daarom is er reden om dankbaar te zijn voor de inspanningen die menige gemeente zich getroost.
De vraag is, of dat in de toekomst zo zal blijven. Wie de begroting van de kerkvoogdij eens doorneemt merkt dat twee posten aanzienlijk verhoogd werden: de bijdrage aan de centrale kas van de predikantstraktementen en de pensioenlasten. En dat, behalve de 'trend' die met de inflatie gelijke tred houdt. De eerste post hangt samen met het optrekken van de traktementen. Dit besluit werd op een ongunstig tijdstip genomen. Niet alleen woekert de ontkerstening voort, maar ook de economische toestand wordt gaandeweg slechter. Het is mij een raadsel dat de synode in deze verhoging bewilligde — de vakbond van predikanten drong er op aan! — zonder ook maar bij benadering te weten, hoeveel predikantsplaatsen dat zal kosten. Men mocht van een kerkelijke vergadering meer zorg voor de gemeenten verwachten. Wij lezen herhaaldelijk: predikantsplaats opgeheven, gemeenten gecombineerd! Hoe lang kan dat doorgaan? Het is altijd nadelig voor het leven van de gemeente, dat is zeker. Synode, let op de zaak van de kerk, daar zit u voor. Men fluistert wel eens, dat deze aftakeling van de gemeenten sommigen in de kaart speelt. Hun staat een andersoortige kerk voor ogen, waarin de predikantsplaats niet helemaal meer past. De gemeenten, van allerlei soort en slag zijn dan filialen geworden van de kerk. Zij betalen hun 'contributie' en er is een distributie van predikanten, al dan niet 'full time' die centraal geregeld wordt. De tijd zal leren, wat daarvan waar is. Kerkvoogden moeten niet met zich laten sollen, ze dragen een eigen, hun door de gemeente verstrekte, verantwoordelijkheid.
Wat de tweede post betreft, hier wreken zich fouten van vroeger; de pensioenen waren niet voldoende veilig gesteld. De gemeente moet nu per predikantsplaats veel meer premie voor de pensioenen opbrengen. Menige kerkvoogdij zit met de handen in het haar; de aanslagen worden steeds hoger. Door deze ontwikkeling sneuvelen veel predikantsplaatsen, vooral in de grote steden en de kleine dorpen, voorlopig althans zal dat plaatselijk tot een samengaan met b.v. de gereformeerde kerken nopen. Ziet men daarin perspectief, nu de financiën niet toereikend zijn om afzonderlijk te blijven bestaan. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken, dat de huidige oecumene, veel met economie te maken heeft. Maar dan staat ze meer in het teken van de afbraak dan van de opbouw.
Daar komt nog iets bij: steeds minder predikantsplaatsen betekent steeds meer verplichtingen voor de overblijvenden. Een spiraal, waarin we op een steeds hoger plan van uitgaven terecht komen. Maar misschien is er al een commissie aan het werk, die ons hierover eens inlichtingen en richtlijnen geeft.
Men kan niet volhouden, dat onze predikantsplaatsen geen gevaar lopen, afgezien van het feit, dat het welzijn van heel de hervormde kerk ons ter harte gaat. Er is nergens iets mee gewonnen, als het gemeentelijk leven in verval raakt, integendeel. Wij betreuren het, dat hele streken van kerkelijk leven vervreemd raken ook zijn de gemeenten tot een streekgemeente samengevoegd. Mede, omdat ze zijn samengevoegd, mag men wel stellen. In de grote steden en de kleine dorpen, zullen ook 'onze' predikantsplaatsen op de tocht komen te staan. Dan is solidariteit vereist; gelukkig blijkt daar, zo nu en dan, wat van. Draagt elkanders lasten. Laten we plaatselijk niet al te hoge sprongen maken, maar anderen helpen, die krap bij kas zitten. Zo valt er nog wat te voorkómen.
Terug tot het predikantentekort! Als het aantal predikantsplaatsen op peil blijft, dan wordt dat tekort in de eerstkomende jaren beduidend minder. Er melden zich veel studenten aan, en veel candidaten komen met hun studie gereed en stellen zich beroepbaar. Het valt niet nauwkeurig te voorspellen, maar de 'candidaatsgemeenten' raken langzamerhand voorzien van een predikant. Dat is zeer te wensen. Een vacature bevordert het leven van de gemeente niet, zeker van een 'eenmans' gemeente. Eigenlijk een vreemde uitdrukking. Ze legt de vinger op een wondeplek: de gemeente is veel te veel dominees-gemeente. Ook 'onbemand' moet ze zich als gemeente vertonen, geloofsgemeenschap en gebedsgemeenschap. De kerkeraad is er toch nog. Waren we ervan overtuigd, dat de gemeente niet bij de gratie of door de actie van een dominee bestaat, dan zouden wij genezen worden van veel krampachtigheid in het beroepingswerk. Mits de kerkeraden doen, waartoe ze geroepen zijn. En, uiteraard, dankbaar zijn, als ze weer een dienaar des Woords in hun midden hebben, om de gemeente met dat Woord van dienst te zijn.
Zouden die gemeenten voorzien zijn, dan gaat het om de doorstroming naar grotere gemeenten. Die verloopt trager dan vroeger, om wat voor reden dan ook. Laten de kerkeraden daar eens op letten. En de predikanten die in hun eerste gemeente een beroep ontvangen. In het algemeen gesproken, laat men zich weinig aan de stand van zaken gelegen liggen bij de beslissing. Trouwens, bij de beroeping ook!
Het predikambt moet onderhouden worden. Wij schamen ons dat wij in deze hachelijke tijd, duidelijk te kort schieten. Tot schade van kerk en volk! Maar, als de predikantsplaatsen, binnen afzienbare tijd, bezet kunnen worden, komen er dan niet te veel predikanten? Slaat het tekort niet om in een te veel? Dat laat zich denken. Maar ... Wat trekken we de grenzen dan nauw. Over de grenzen, daar ligt evenzeer een roeping. Waar blijven de zendingspredikanten? Er wordt om geroepen, maar bijna niemand weet zich geroepen. Waarom niet? Zouden wij de kerk in naburige landen bijstand kunnen verlenen? Ik denk aan België en Duitsland. Hoeveel predikanten kwamen daar niet vandaan, in vorige eeuwen. Gaat het hier misschhien mettertijd om plicht en schuld; schuldige plicht. En, zouden we de grenzen binnen de kerk niet wat moeten verleggen? Er zullen ongetwijfeld hervormde gemeenten zijn, die een gereformeerde prediking begeren, en die niet tot 'onze' gemeenten behoren. Er doet zich duidelijk een verschuiving voor, die om voorzieningen vraagt. Is het ons te doen om de verbreiding van de waarheid, dan kunnen we niet werkeloos toezien. Tenslotte: de school wordt steeds belangrijker voor de vorming van onze jeugd. Moeten hier geen predikanten inspringen, die de geestelijke vorming naar het Woord bevorderen. Er ware meer te noemen. O wee, als wij niet verder kijken, dan onze neus lang is. Als wij geen gezichten meer zien, en geen dromen dromen! Dan zouden we de Heilige Geest bedroeven.
Het mag de schijn hebben, dat we betogen: als de vacatures maar vervuld zijn! Doch er is een andere nood. Dat wij de bekwaamheid missen om in deze tijd het woord des Heeren te verkondigen en te vertolken. Komt het over? Slaat het op het hedendaagse leven en denken. Of blijven de woorden wat zweven boven de werkelijkheid, en vinden we dat wel goed zo. Iedereen moet geen dominee worden. Wordt hij het, dan worstele hij om de gaven van de Heilige Geest, die uitgestort is over alle vlees. Het mag ons niet onverschillig laten, dat wij zo velen niet meer bereiken. Wij mogen het ons niet te gemakkelijk maken, door te klagen over de tijd en de wereld en ons zodoende verontschuldigen. Het is niet voldoende wat achterhoede gevechten te leveren, terwijl de terugtocht voortgaat. Waarom niet in de voorhoede en tot de aanval? Dan zouden we de wapenrusting nog eens aan een grondig onderzoek moeten onderwerpen, waartoe ieder bij deze wordt uitgenodigd. O, dat zoeken van zichzelf. Die zelfgenoegzaamheid. Wij doen het goed, en bij ons gaat het aardig. Als het nog maar loopt in onze gemeente, als we onze groep maar bij elkaar houden. Beroep overal een dominee zoals ik ben, en de zaak is voor elkaar. Och arme. Zijn we dan ziende blind? Beroepsblind. God opene de ogen. Dan zal het óns een zorg zijn dat de kerk in grote gebieden, in verval raakt, uitvalt. En als de kerk uitvalt, dan krijgt de staat het alleen te vertellen. Haar program en haar dictaat bepalen dan het volksleven.
De stand van zaken? Zorgelijk, zouden we zeggen. Kansloos? Och, wat zijn onze kansen. Maar ontegenzeggelijk zijn er mogelijkheden voor de dienst van het Woord en ze zijn er waar wij het niet voor mogelijk houden. Dat is dan naar het woord: zou enig ding voor de Heere onmogelijk zijn?
L. K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Rond het predikambt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's