De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Is het met opzet?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is het met opzet?

7 minuten leestijd

'Nebukadnezar antwoordde en zeide tot hen: Is het met opzet, Sadrach, Mesach en Abednego, dat gij mijn goden niet eert, en het gouden beeld, dat ik opgericht heb, niet aanbidt?' Daniël 3: 14

Het dal Dura een dal des doods. Er is alle reden om het zo te zeggen. De Joden beschouwden zichzelf in de ballingschap als dood. Dood en begraven voor de wereld. Wat kan hier het profetenwoord uitrichten: Ik zal u uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! Zijn die verstrooide slaven nog wel een volk? En dan nog wel een volk van God? Ze wilden Hem toch niet als hun eigen Koning en Behouder? Buigen onder Zijn recht? Jeremia had het voortdurend in Zijn Naam gezegd. Wat deden ze? Jeremia moest de gevangenis in, zelfs in de rioolput. Wat kan het ver komen! Satan had zijn sluipwegen, zoals nog. Eerst lokte hij naar de grens van het verbondserf. Toen liet hij ze de smokkelwegen zien en ... zij over-traden. Wil God aan overtreders nog denken? Velen bewegen zich aan de grenzen die de Heere gesteld heeft. Pas op! Hoe dichter bij de grens, hoe verder van huis. Waar bent u?
Ja, maar het is allemaal zo ingewikkeld. Wat mag wel en wat mag niet. Zou het kunnen zijn dat u zich door satan hebt laten inwikkelen? Gods wegen zijn rechte wegen. 'Zoek Mij en leef!' Heere, bekeer ons! Leid ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze en dat Uw getuigenissen onze vermakingen en raadslieden zijn! In Dura grijnst de overste der wereld in het gouden beeld de menigte aan. Hoog laait het vuur op van de vuuroven, knetterend en loeiend. Daarin zal geworpen worden wie Nebukadnezars bevel zou durven weerstaan. Geen schijn van kans er vandoor te gaan. Eén mogelijkheid om het te overleven: knielen en het gouden beeld aanbidden!
En toch ... als de muziek invalt en de duizenden neerzinken, blijven er drie staan! Ze vallen natuurlijk direct op boven al die gebogen ruggen en hun namen zijn al gauw op ieders lippen: Sadrach, Mesach en Abed-nego. Metgezellen van Daniël, de door zijn droomuitleg hoogbevoorrechte aan het hof. Ook deze drie hebben een hoge positie gekregen. Ze zijn van koninklijke bloede en Nebukadnezar heeft besloten ze aan zijn hof te nemen, ze óm te vormen. Wie weet, kan dat later nog nuttig blijken. Natuurlijk moeten ze wel grondige hersenspoeling ondergaan. Vooral Gód moeten ze vergeten. Hun eigen namen: Daniël, Hananja, Misaël en Azarja, namen waarin de namen van Israels God vernoemd zijn, zijn al meteen omgevormd tot Beltsazar, Sadrach, Mesach en Abednego. Namen, die heenwijzen naar Babels goden. Daniël zelf is hier nu niet. Hebben ze misschien teveel op hem geleund en moeten ze misschien daarom nu alleen staan?
Wat een opschudding! Drie jongens, die het streng bevel niet hebben opgevolgd. Jongens? Zeker. Nog geen twintig jaar oud. U schudt meewarig het hoofd. Als het nu eerbiedwaardige grijsaards geweest waren, beproefd en geoefend in de vreze des Heeren. Herinnert u zich dan Jozef niet? Of Obadja, of Hizkia? Werden die niet in donkere tijden door de Heere naar voren gehaald? Denk niet te klein van de kracht van Zijn Geest. Zie niet te wantrouwig naar de jonge mensen van nu. Wie weet, wat de Heere nog met hen voorheeft! Nee, die drie zijn geen relschoppers, geen oproerkraaiers, maar jongens, die de Heere vrezen en Zijn geboden liefhebben. Intussen, daar staan ze — en dat tot groot genoegen van Nebukadnezars geheime agenten. Wat hebben ze gespeurd om iets in hun nadeel te kunnen vinden. Die gehate Joden, ten koste van hen voorgetrokken. Nu is er niets geheims aan. Openlijk midden tussen de menigte, staan ze daar!
Hoe ze durven, begrijpt niemand. De vuuroven trotseren, dat kan geen branie of overmoed zijn. Wat dan wel? Is het opzet? zal straks de koning vragen. Inderdaad, maar dan niet zoals Nebukadnezar dat bedoelt. Het is opzet in de betekenis van overeind gezet worden. En dat is van de Heere alleen! Een lichtstraal van de genade Gods in het dal van de dode volkeren. Een Godsbewijs van de levende profetie van de rollende steen — o, heel klein nog en nauwelijks op te merken — die de wereldmachten zal verpletteren. Hier werpt Christus Zijn licht vooruit. Hij ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij. Die alle dingen aan Zijn voeten onderworpen heeft en Zijn gemeente gegeven is tot een Hoofd boven alle dingen! Is het opzet, dit verzet? Het is maar hoe u het verstaat. Het is verzet tegen het bevel van Nebukadnezar, maar het is gehoorzaamheid aan het gebod van hun God.
Geen andere goden! De Geest heeft het gegrift in hun binnenste. Het koord Gods houdt hen overeind. Gods Zoon draagt de wet in Zijn ingewand. Wie daar zicht op kreeg, krijgt de wet hartelijk lief. Het wordt er niet gemakkelijker door in de wereld, dat niet. Hóe zullen die jongens daar gestaan hebben? Zeker niet trots en hoogmoedig; overeind blijven met de vuuroven voor ogen doet niet zo hooggevoelend zijn. Tenslotte zijn ze de koning ook dank verschuldigd; hij is goed voor hen geweest. Maar ze kunnen niet anders. Dat is het. Ze moeten Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen.
Niet benijdenswaardig, zegt u. Daar ziet het wel naar uit. Haastig snellen de verklikkers naar Nebukadnezar. Verrukkelijke boodschap voor hen! 'O koning, leef in eeuwigheid! U hebt dat bevel gegeven, u hebt gezegd dat ... en kijk nu eens, die drie Joodse mannen, door u voorgetrokken, zij achten u niet, zij eren u niet, zij aanbidden het beeld niet!' En daar worden ze dan voor hem gebracht. Als een alleenheerser toornig en grimmig is, kijk dan uit. Toch is er nog een rem; die drie jongelingen liggen de koning na aan het hart. Is het met opzet, dat gij mijn goden niet eert en mijn beeld niet aanbidt? Eén kans nog. Eenmaal nog de muziek en als ge dan neervalt en aanbidt, welnu dan zal ik het nog door de vingers zien. Maar zo niet: daar is de oven! En wie is de God, Die u uit mijn handen verlossen zou? Kijk, Nebukadnezar, dat laatste had u nu net niet moeten zeggen. Wie God uitdaagt, verliest het. Nu moet u horen wat de beproeving tevoorschijn brengt: Gods werk. De houding en de taal van Gods gemeente in deze wereld ten voeten uit! Bescheiden, beleefd, maar onverzettelijk als het gaat om de ere Gods. U begrijpt het toch niet, o koning! Bedreigen kunt u ons, overreden niet. Zal het zo zijn, onze God, die wij eren, is machtig ons te verlossen uit de oven des brandenden vuurs en Hij zal ons uit uw hand, o koning, verlossen. Maar zo niet, u zij bekend dat wij uw goden niet zullen eren, noch het gouden beeld, dat gij hebt opgericht, zullen aanbidden. Dat zijn woorden, die het merk dragen van de Heilige Geest. Geen compromis, geen bedelen om de gunst van de wereld en haar machten. Wij houden ons aan het Woord van onze God!
Maar wat komt daarop af. Alle waardigheid valt weg. Weg met hen! Zevenmaal heter dat vuur! Zó is er geschreeuwd om de Christus Gods en Zijn woorden dood te krijgen. Kruis Hem! Kruis Hem! Maar daarom is dit niet het einde, niet voor die jongens, niet voor de gemeente Gods. Want Hij ging zonder zonde in de verterende gloed van de toorn Gods over de zonde, en herrees als Overwinnaar. Opdat Hij voor Zijn Kerk verwierf verlossing en grote vrede.
Lunteren                                                                                                                             P. de Jong

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Is het met opzet?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's