Boekbespreking
H. M. Kuitert: Zonder geloof vaart niemand wel. Een plaatsbepaling van christendom en kerk; 111 blz.; ƒ 8, 90; Ten Have, Baarn 1974. Deze uitgave bevat de hier en daar gewijzigde tekst van een aantal radiolezingen, welke de auteur in het najaar van 1973 en voorjaar 1974 uitgesproken heeft voor de NCRV-microfoon. Kuitert plaatst in dit boek christendom en kerk binnen de horizont van de godsdienst als typisch menselijke aangelegenheid. Het moet de schrijver als een verdienste worden aangerekend dat hij zijn beschouwingen op een heldere, ook voor niet-theologen duidelijke wijze weet weer te geven. Hoewel vlot geschreven verraadt dit boekje toch de vakman die over het verschijnsel van de godsdienst, de plaats van het christelijk geloof en de niet-christelijke godsdiensten veel heeft gelezen en er diepgaand over heeft nagedacht.
Het boekje is bedoeld als hulp aan de 'randbewoners', aan allen die het niet meer zo zien zitten met kerk-zijn, geloof en het christendom. Of ze door Kuitert ook wezenlijk geholpen worden? Ik meen van niet. Hoe knap en aansprekend ook geschreven, dit boekje laat m.i. zulke wezenlijke dingen inzake het christelijk geloof los, dat we op zijn best een wat vage religiositeit overhouden. Kuitert begint zijn betoog met op te merken, dat de mens niet zonder godsdienst kan. Godsdienst hangt samen met de cultuur, met het mens-zijn. En cultuur veronderstelt geloof, nl. geloof in het geheel, wat niemand overziet, maar waaraan men toch gelooft.
In zijn godsdienst houdt de mens het erop, dat zijn leven en werken een zin heeft. Ook het christendom is zo'n godsdienst. Het is een poging naast andere religies om de wereld van God en Zijn heil te ontwerpen. Terwijl Barth destijds religie en christelijk geloof scherp tegenover elkaar stelde en zeer kritisch oordeelde over de religie, acht Kuitert Barths kritiek onjuist. Bij Barth is z.i. een echte dialoog met andere godsdiensten onmogelijk. Barth reserveert de categorie 'openbaring' te zeer voor het christelijk geloof. We moeten volgens Kuitert een zeer zakelijk gesprek voeren over de vraag: Welke godsdienst is beter? En we moeten bereid zijn ook het christelijk geloof in de waagschaal te werpen. Wat onderscheidt nu het christendom van andere religies? Kuitert spreekt in dat verband over de verschijning van Jezus. De vele visies over Jezus laten zien dat het christelijk geloof nooit eenvormig gezien mag worden, dat je dus christenen nooit kunt binden aan een bepaalde traditie, confessie of leeruitspraak. De enige maatstaf is: godsdienst moet goed zijn om mensen in hun mens-zijn te begeleiden, zodat de wereld er wel bij vaart. Gezaghebbend is daarom niet de Schrift of een confessie, gezaghebbend is een waarheid als zij toekomst opent of vrijheid schenkt.
Totzover enkele gedachten uit dit boekje. Ik moet zeggen, dat het me bijzonder teleurstelt. Men vraagt zich af: Heeft Barth met zijn kritiek op de 19deeeuwse godsdienstwetenschap tevergeefs geleefd? Zeker, de vragen van moderne mensen inzake religie en christelijk geloof zullen we serieus moeten nemen. In het gesprek met buitenkerkelijken stuit je er steeds weer op. En ieder die hier ervaring mee heeft, weet hoe moeilijk zo'n gesprek kan zijn. Dat Kuitert op allerlei vragen geen pasklare antwoorden heeft zal niemand hem kwalijk nemen. Maar mijn grote bezwaar is dat hier het typisch reformatorische onderscheid tussen algemene en bijzondere openbaring totaal wordt losgelaten. Hoe anders spreekt Paulus in Rom. 1 over godsdienst dan Kuitert doet. Wat een verschil tussen b.v. J. H. Bavinck, die ons destijds het fijnzinnige boekje schonk over religieus besef en christelijk geloof, en Kuitert: beiden hoogleraren aan de VU, de een in het verleden, de ander thans.
Terecht heeft Runia in een bespreking in het Centraal Weekblad opgemerkt dat Kuitert principieel partij kiest voor het vrijzinnige standpunt als hij het apriorische gezag van de Schrift afwijst. Bovendien zit er in zijn boek een sterk optimistisch evolutionistische tendens. Wat te denken van een uitdrukking als: God is een laatkomer in onze cultuur, of aan de bladzijden over het 'onderweg zijn naar een wereld, waarin het heil van God gerealiseerd is door ons werk heen'.
Wat blijft er bij Kuiterts beschouwingen over van de zendingsroeping van de kerk? Kan de kerk nog gezaghebbend spreken? Of moeten we bij Kuiterts visie niet kiezen voor een allen-omvattende dialoog? Resumerend: een teleurstellend boek. Een teken aan de wand voor de ontwikkeling van Kuiterts denken. Merkwaardig dat binnen de Gereformeerde Kerken op officieel niveau hier zo weinig over wordt gezegd. Terwijl ik deze beschouwingen minstens even gevaarlijk vindt als Wiersinga's aanval op de klassieke verzoeningsleer. Welke invloed gaat dit boek krijgen in de Gereformeerde Kerken? Ik denk aan de door Kuitert gevormde theologen. Ook voor het hervormd-gereformeerd gesprek is een en ander belangrijk. Gereformeerden mogen dan — terecht — beducht zijn voor hervormde vrijzinnigheid. Hervormden mogen wel uitkijken dat ze niet gedwongen worden met Kuitert de negentiende eeuw nog eens over te doen.
Utrecht A. Noordegraaf
P. F. van der Meer: Het geloof van toen en nu; Kampen 1974; 696 blz.
Dit boek, dat als een vervolg op een eerder werk van de auteur, De Hollandse Talmud wordt aangediend, bevat een warwinkel van gegevens, doch afgezien van de verbindende tekst zjjn er een aantal citaten in te vinden van grote en kleine schrijvers, die wellicht in ander verband hun nut kunnen doen. Het werk maakt de indruk, dat de heer Van der Meer behoefte had, een overladen getuigenis af te leggen van de manier waarop hij de hem omringende en te boven gaande werkelijkheid ervaart.
C. A. T.
Willem de Mérode: De Witte Roos. Bloemlezing uit zijn gedichten, samengesteld en toegelicht door Hans Werkman. Uitg. J. H. Kok, Kampen, 1973. Ingeb. ƒ 5, 90.
De dichter Willem de Mérode (pseudoniem van W. E. Keuning, 1887—1939) mogen we na Geerten Gossaert de belangrijkste Nederlandse protestantse dichter noemen tussen de beide wereldoorlogen. Bleef het werk van Gossaert beperkt — althans wat zijn poëzie betreft — tot de ene bundel Experimenten, De Mérode schreef een uitgebreid oeuvre: ongeveer 25 dichtbundels.
Hans Werkman heeft geprobeerd een representatieve bloemlezing van ca. 50 gedichten samen te stellen uit de enkele duizenden gedichten van De Mérode. Uiteraard was dat een moeilijk karwei. Werkman had een bepaalde opzet voor ogen en ik meen dat hij erin geslaagd is deze te realiseren. De opzet van de bundel is bepaald door twee principes:
1. het dichterlijk niveau: de verzen moeten esthetisch verantwoord zijn;
2. de chronologische volgorde: de gedichten, die niet los te denken zijn van De Mérodes leven, moeten een indruk geven van de vele 'ups' en 'downs' die de dichter heeft meegemaakt.
Werkman is zelf geboren te Uithuizermeeden, de plaats waar De Mérode van 1907 tot 1924 onderwijzer was en waar in 1924 de katastrofe in zijn leven plaatsvond die leidde tot 8 maanden gevangenisstraf en ontzetting uit het onderwijzersambt. We mogen Werkman dankbaar zijn voor zijn vele activiteiten om het werk van De Mérode meer bekendheid te geven. De bloemlezing 'De Witte Roos' voorziet beslist in een behoefte. ledere belangstellende kan nu weer beschikken over een — zij het beperkt — aantal gedichten van De Mérode.
De bundel bevat een 50-tal gedichten uit de jaren 1911 tot en met 1938 en deze geven een goede indruk van De Mérodes oeuvre. We treffen erin aan het kernconflict van de dichter: de strijd tussen zijn aardse liefde — i.h.b. zijn homofiele geaardheid — en zijn liefde tot God. Naast vele gedichten met de thema's zonde, berouw, vergeving, eenzaamheid en droefheid vinden we enige gedichten met een wat andere inhoud. Elk gedicht is gedateerd en indien nodig van een korte aantekening voorzien, waardoor het gedicht wat toegankelijker wordt gemaakt.
Enige voorbeelden van zijn poëzie:
Mijn God, ik ben zo lusteloos en moe.
Ik weet niet, wat ik in dit leven doe.
Ge ontneemt mij liefde, ontfutselt mij vertrouwen.
Toch zegt Gij: leef! mijn God, mijn God, waartoe?
(Geschreven in 1924, het jaar van de katastrofe)
Kind, komt Gij ditmaal in ons hart
om alle duisternis en smart
en alle zonde en plagen
op eenmaal te verjagen?
O Kind, dat glimlacht zacht en teer,
wij zien uw ster, wij zien U weer.
O Jezus, wil ons horen:
Word nu in óns geboren.
(de 1ste en 5de strofe van 'Kerstliedje' uit 1918)
De bundel is aantrekkelijk uitgegeven en de prijs is billijk. Enkele drukfouten zijn storend. Ik beveel de bloemlezing van harte aan. In het bijzonder denk ik hierbij aan onze jongelui bij het voortgezet onderwijs die een boekenlijst samen moeten stellen voor het vak Nederlands. 'De Witte Roos' zal op deze lijst voor de letterkunde na 1880 zeer zeker niet misstaan.
Ede J. de Gier
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's