De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Intermezzo

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Intermezzo

Schaalvergroting bij maatschappelijk werk en gezinszorg

8 minuten leestijd

U kent dat woord 'intermezzo' vast wel. Het duidt een soort van tussenspel aan. Met andere woorden, er is al iets geweest, na het tussenspel komt het vervolg.
Met deze woordspeling zou ik een tussentijdse balans op willen maken over de huidige situatie in de sectoren van het maatschappelijk werk en de gezins- en bejaardenzorg. Dit mede naar aanleiding van het korte bericht opgenomen in de Waarheidsvriend van 3 oktober j.L, onder de titel 'schaalvergroting verontrustend'.
De genoemde werksoorten, zoals het maatschappelijk werk en de verzorging voor het gezin in nood, zijn veelal gekomen en ontwikkeld vanuit het diakonaat. Door het proces van schaalvergroting is het één en ander wel veranderd, ook wat betreft de betrokkenheid van het diakonaat.
Aanzet om te komen tot grotere organisaties was destijds een brief van de Minister van Cultuur, recreatie en maatschappelijk werk van 26 april 1971. Immers naar het oordeel van de Minister, moest men uit hoofde van doelmatigheid, bereikbaarheid en vanwege de specialisatie, komen tot grotere uitvoerende organisaties voor het maatschappelijk werk, al dan niet gecombineerd met gezins- en bejaardenzorg.
Vooral voor de stichtingen met een kerkelijke signatuur kwam dit alles nogal hard aan, omdat het in de meeste gevallen neerkwam op verdwijning en fuseren. Allerlei modellen voor grotere organisaties zijn vanaf 1971 aangegeven. In de Tweede Kamer werden er vragen gesteld of vergroting van het aantal werkers en daardoor het ontstaan van grotere instellingen ook betekende dat men partners van andere levensbeschouwing moest zoeken. Het duidelijk antwoord van de zijde van de Overheid was toen:
'In de circulaire is nog eens nadrukkelijk vermeld, dat erkend wordt, dat er in een aantal situaties behoefte bestaat aan dienstverlening van een bepaalde levensbeschouwelijke signatuur en tevens dat de relatie tot de eigen bevolkingsgroep van invloed kan zijn op de wijze waarop men de meest doelmatige werkopstelling en de daarbij passende vorm van schaalvergroting kiest'.

Proces ten einde
Dat er vragen rondom het proces van schaalvergroting gesteld moesten worden was niet zonder aanleiding. In die tijd is er niet altijd even objectief geadviseerd in plaatselijke en/of regionale situaties. Vaak deed men het voorkomen alsof er maar één model mogelijk was, n.l. om met alle levensbeschouwelijke instellingen (inclusief de r.k. instellingen en humanitas) te komen tot één grote instelling. Met nadruk werd dan gesteld, dat het hier niet ging om een 'algemene', dat wil zeggen 'neutrale' instelling, doch om een organisatie, waarin alle levensbeschouwingen zich zouden herkennen in de zogenaamde 'gevulde algemeenheid'. We laten op dit moment dit begrip 'gevulde algemeenheid' voorlopig voor wat het is. We constateren nu alleen nog maar de feiten. Gelukkig waren er ook andere ontwikkelingen. In ons land bestaan een behoorlijk aantal protestants christelijke organisaties. Met alle kracht is hieraan gewerkt en wil men het christelijk karakter behouden, dan zal dit nog veel vragen van de bestuurders. Er zijn namelijk ook ontwikkelingen binnen dit kamp die zorgen geven.
In andere gevallen heeft men bij de zogenaamde gevulde algemeenheid statutair zoveel waarborgen kunnen inbouwen zodat het op papier — in de gegeven omstandigheden — een meest gunstige oplossing was. U bemerkt, ik druk mij zeer voorzichtig uit.
Al met al, het proces van schaalvergroting, in 1971 op gang gekomen, is zo goed als ten einde. Men is waar men wilde komen. Doelmatigheid, bereikbaarheid en specialisatie zijn nu organisatorisch verzekerd.

Gunstige berichten?
Gezien dit alles zou men kunnen verwachten, dat nu allerlei gunstige berichten de ronde doen.
Deze, door mij aangeduide, intermezzoperiode, laat echter zo op het eerste gezicht wel wat anders zien.
Kritische beschouwingen worden gehoord van verschillende zijden. Ze komen van de zijde van de participanten, maar ook van de werkers, alsmede van de plaatselijke overheid.
We willen in een globaal overzicht u het een en ander niet onthouden.
Een eerste conclusie — opgedaan na enkele jaren — is: de gevulde algemeenheid functioneert niet!
Hoe komt dat? Het negatieve resultaat is reeds aan te geven vanuit de geschiedenis. Aan de 'vulling' van de algemeenheid ging vooraf het zich ontdoen van de christelijke organisatie vorm.
O ja, er werd hierbij zeer principieel geredeneerd.
Christen zijn in de Nederlandse samenleving — zo werd betoogd — behoeft nog niet te betekenen, dat men komt tot christelijke organisaties. Misschien opzichzelf een weinig aanvechtbare stelling. Een christelijke organisatie met statuten, die klinken als een klok, houdt nog niet de garantie in dat er inderdaad ook gewérkt wordt uit dit gegeven.
Dat men tot een dergelijke uitspraak komt ligt echter aan het secularisatie-proces, dat hieraan vooraf ging. Wanneer men op zoek is naar 'de stad van de mens' is de uitkomst reeds aangegeven.
Het is zo langzamerhand een duidelijke zaak, dat het binnen onze samenleving bijna afgelopen is met de christelijke organisatie met een positief Bijbels confessioneel karakter.
Men heeft wat losgelaten en is nu duidelijk op zoek — zoals men zegt — naar 'de eigen identiteit'.

Welzijnsberaad
Als die eigen identiteit in de sector van het welzijn is gevonden, dan pas zou de gevulde algemeenheid goed kunnen functioneren.
Het klinkt allemaal niet zo geloofwaardig. Deze gehele ontwikkeling doet denken aan de oude schoen van de christelijke organisatie, die reeds is weggeworpen vóór dat de nieuwe schoen is aangetrokken van de eigen identiteit. Het is echter een ontwikkeling waarmee we te maken hebben.
In dit verband denk ik bijvoorbeeld aan het zogenaamde 'Evangelisch Welzijnsberaad'. Er is een werkgroep aan het werk, die op 11 oktober j.l. met een groot aantal personen uit de wereld van het welzijn — uitvoerend en organisatorisch — heeft vergaderd.
Tijdens de opening viel het woord 'verontrusting' ten opzichte van het functioneren van de levensbeschouwing in het werk. Men probeert vanuit deze groep de vraag te beantwoorden 'wat het evangelie concreet betekent voor de individuele werker en bestuurder in de gefuseerde organisaties'.
Interessant was ook de stelling ten aanzien van de zogenaamde vrijwilliger. Een figuur, die vooral binnen de kleine kerkelijke stichtingen van onschatbare betekenis is geweest. Nu heeft men alleen maar oog voor de vakbekwame kracht. De vraag werd gesteld: 'waar blijft de vrijwilliger? Hebben de beroepsorganisaties voor deze figuur nog plaats? Bieden zich nog vrijwilligers aan? Is er een evangelische motivatie hiertoe? De waarde van de vrijwilliger werd tijdens deze bijeenkomst onderkend en er werd geconcludeerd, dat de kerk bij de toerusting van vrijwilligers een belangrijke functie kan vervullen.
Al deze stellingen tonen intussen een wending aan van denkrichting die enkele jaren geleden nog niet aan de orde was. Dat dit evangelisch beraad niet terug wil tot de oude situatie werd overigens wel duidelijk in de krantenverslagen.
Ik las b.v.: 'Ook wilde de werkgroep elke schijn vermijden toch weer een protestants christelijk bastion op te richten'.

Er bij zijn
Men is op zoek, dat is nu wel duidelijk. In het algemeen brengt men dit onder woorden als: op zoek naar Evangelische inspiratie.
We zullen er vanuit onze kringen bij moeten zijn en een gesprek over deze zaken niet uit de weg gaan.
Maar zeg ik te veel, wanneer ik stel dat we tegenwoordig moeilijk uit de voeten kunnen met bepaalde reeds gevulde begrippen zoals evangelische inspiratie?
Die moeilijkheid is zeker aanwezig na al de ontwikkelingen bij de schaalvergroting. Enerzijds zijn we dankbaar dat er over de 'inhoudelijke zaken' een gesprek op gang komt. Dat is meer dan niets.
We zullen nu echter, na al de wrange ervaringen die zijn opgedaan, een aantal kritische vragen moeten stellen.
Als ik mij nu beperk tot het begrip 'gevulde algemeenheid' denk ik in het bijzonder aan het zo juist verschenen boek van prof. dr. W. H. Velema: 'Ethiek en Pelgrimage'.
Het begrip gevulde algemeenheid wordt door hem gekoppeld aan 'n ander element, namelijk de deconfessionalisering. Hij zegt in dit verband: 'Ieder mag, ja moet zelfs zijn bijdrage leveren, maar onder het voorbehoud, dat hij akkoord gaat met het aanvaarden van de grootste gemene deler die uit de onderscheiden inbreng te trekken is. Wie binnen deze algemeenheid aan zijn eigen inbreng, als iets van de ander onderscheiden, zou willen vasthouden, doet een stap terug'.
Deze stellingen zijn niet zonder gevolgen als zij ook van toepassing zijn op het terrein van het maatschappelijk werk en gezins- en bejaardenzorg. Was kerkelijke participatie in de meeste gevallen al onmogelijk in de algemene instellingen, voor individuele christenen wordt het dan eveneens dan onmogelijk. De consequenties daarvan durf en kan ik nu nog niet overzien. Dat behoeft in deze intermezzo periode ook nog niet. Het gesprek is nog maar nauwelijks op gang én we hebben nog lang niet alle kritische geluiden aangehoord. Want er is meer aan de hand. Daarover de volgende keer.
Dordrecht                                                                         W. Huizer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Intermezzo

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's