Een stervende kerk?
Het Groninger Hogeland
Titel en boventitel van dit artikel zijn ontleend aan het bijschrift, dat stond bij een foto in Hervormd Nederland van 16 november. De foto liet zien een met gras en onkruid begroeide oprijlaan naar de kerk in het Groninger Hogeland. Aan het begin van de laan een scheefgezakt hek. En boven de foto stond dus: Het Groninger Hogeland: een stervende kerk?
De foto diende ter illustratie bij een vraaggesprek met ds. F. Mooi, scriba van de Groninger Provinciale Kerk Vergadering. Men kan bij lezing van de feitelijke situatie, die in dat artikel geschetst wordt, moeilijk anders concluderen dan dat de kerk in het Groninger Hogeland dreigt weg te sterven. Van de 86 predikantensplaatsen, die er 1 januari van dit jaar in de provincie Groningen waren zullen er over vijf jaar nog maar een zestig over zijn. Bovendien moeten 31 predikantsplaatsen — aldus ds. Mooi — waar men al jaren geen predikant heeft kunnen beroepen gesaneerd worden. En dan te bedenken, dat Groningen, naar mij uit andere informatie bleek, in 1940 172 bezette predikantsplaatsen had. De één voor de andere gemeente kan de financiën voor een predikantsplaats niet meer opbrengen. En zó is de kerk drastisch op retour.
Welke uitweg?
Ik moet intussen zeggen dat de analyse, die ds. Mooi van de situatie geeft, meer een sociologische dan een geestelijke is. Door een hele reeks sociale ontwikkelingen, aldus ds Mooi, is in Groningen de kerk voor velen een inhoudloos verschijnsel geworden. De vroegere tegenstelling tussen de boeren en de landarbeiders, en de huidige problematiek in de industrieën van Oost Groningen en de Veenkoloniën krijgt alle nadruk. Op het vlak van de sociale verhoudingen zoekt ds. Mooi óók de remedie. De christenheid in Oost Groningen ziet het probleem nog niet, heeft nog te weinig geleerd van de harde lessen van het verleden. In Oost Groningen moet de kerk nu juist tot een dialoog komen met de communisten, die juist hier 'in hun strijd tegen het sociale onrecht werken met termen als recht, bevrijding, onderdrukking en solidariteit'. De zwakheid van de kerk is, dat men met elkaar geen vorm kan geven aan onze opdracht in de samenleving. Aldus ds. Mooi.
De prediking
Het moet intuseen opvallen dat ds. Mooi aan de prediking als zodanig geen aandacht schenkt, hoewel opmerkingen in de marge voor zichzelf spreken. Over de streekgemeenten, die op initiatief van de Groninger PKV werden gevormd en meer en meer gevormd gaan worden, zegt ds. Mooi namelijk, dat het experiment met de streekgemeenten mislukte (sic!, v. d. G.), omdat men de predikant nog teveel bleef zien als de spil, de man met wie alles staat of valt. Bij de gedachte van de streekgemeente ging het namelijk om 'streven naar grotere mondigheid van de gemeente'. Ds. Mooi hekelt dan verder het feit, dat in de dorpen de luxe bestaat van meerdere kerkgenootschappen. Men is totaal introvert bezig met de vraag hoe de eigen zaak te redden en dat acht ds. Mooi 'schandalig'.
Uit dit alles blijkt dat achter de gedachte van de streekgemeente veel meer steekt dan schaalvergroting uit nood vanwege de financiële moeilijkheden. Ds. Mooi borduurt duidelijk verder op de gedachte, die ook in vroegere synodale discussies geuit werd, waarin de mondige gemeente centraal staat en de functie van de gemeente niet meer primair bij de verkondiging ligt. Uit ds. Moois opmerkingen en ook uit ervaring, die we zelf opdeden in Groningen, blijkt dat er in dat verband duidelijk spanningen optreden tussen de PKV en bepaalde gemeenten.
Heroriëntering
Er is in Groningen namelijk ook duidelijk de tendens van een heroriëntering op de Gereformeerde prediking en terwille van het behoud van de identiteit van de gemeente is er dan ook de drang om de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente en het behoud van de eigen predikantsplaats te garanderen. Dat heeft niets te maken met strijd om eigen belang maar wel met de zorg om de voortgang van de bijbelse prediking. Er is zo ook in Groningen één en ander aan het groeien rondom de Gereformeerde Bond. De Gereformeerde Bond was in het Groninger land goeddeels onbekend en alleen het noemen van de naam al deed en doet allerlei wenkbrauwen fronsen. Maar het feit ligt er, dat op meerdere plaatsen de Gereformeerde prediking kwam en ook een gezegende uitwerking blijkt te hebben. Dat moeten we ons niet al te spectaculair voorstellen maar treffend is het wél, dat in een deel van de kerk, dat op de laatste stellingen teruggeworpen schijnt te worden, voor de gereformeerde prediking een voedingsbodem overblijft. Dat wil niet zeggen dat de Gereformeerde prediking er nu pas komt. Het kanaal van gereformeerd leven is gelukkig breder dan het kanaal van de Bond. Dat geldt ook in Groningen. Maar nogmaals het feit ligt er dat we daar de laatste jaren duidelijk geroepen werden.
Dr. C. A. Tukker, die onlangs een poosje in Groningen verbleef, schreef mij: 'waar Groningen aan lijdt en laboreert is niet dat de Heere er niet zijn wil, maar dat van de dagen van de Groninger richting af — een tussengroep tussen modernisme en evangelisch geloof — halfheid het kerkelijk leven goeddeels ondermijnt. 'Intussen ontken ik niet — aldus dr. Tukker — dat waar de kenmerken van de kerk van Christus (rechte Woordbediening, rechte bediening der sacramenten, en uitoefening van de christelijke tucht) ontbreken, moeilijk vol te houden is dat verkondigd en gewandeld wordt in de Naam des Heeren. Wij behoeven niet te verhelen dat, wil het wolkje als eens mans hand tot een regenbui worden op het dorre land, de kenmerken der kerk ook weer in ere hersteld zullen worden.' Daar wil ik graag bij aansluiten. De remedie voor de kerk in Groningen ligt niet in de streekgemeente ter wille van de mondigheid van de gemeente maar in de rechte prediking, in het functioneren van de kenmerken van de kerk in catechese en pastoraat. En dan mogen we zeggen dat er hier en daar inderdaad ook in Groninger land wolkjes zijn als eens mans hand.
Onze zorg
De situatie daar vraagt ons meeleven en -denken. We zijn de laatste jaren vanuit 't hoofdbestuur van de GB vele malen in het Groninger land geweest en ervaren daar tot onze verrassing, dat er nog velen zijn, die juist in de kerkelijke noodsituatie, waarin ze zich bevinden, zo bewust en betrokken op het hart van de zaken hun weg gaan. Wanneer we momenteel vergaderingen beleggen in het Groningerland — er is ook een regionale afdeling van de Gereformeerde Bond gekomen— dan staat men te kijken van de grote opkomsten (weer of geen weer, afstand of geen afstand). Dan zou het wel eens kunnen zijn, dat in streken waar het kerkelijk leven nog goed (wat is goed?) functioneert lessen getrokken kunnen worden uit de betrokkenheid en meelevendheid, die we daar momenteel bemerken. Gemeentelijk gezien mag het allemaal klein beginnen, regionaal en provinciaal bezien constateren we dat er velen zijn die zichzelf over hebben voor de Gereformeerde zaak. Laten we in het Westen en het Zuiden meeleven met die broeders — of het nu predikanten of ambtsdragers zijn— die daar in een geheel eigen probleemveld staan en daar onder Gods zegen (ook evangeliserend) gestalte mogen geven aan het gereformeerde leven. In dit opzicht geldt ook dat we elkanders lasten hebben te dragen en zo de wens van Christus hebben te vervullen. Ook als dat financiële offers vraagt mag daarvoor bepaald wel de bereidheid zijn. De zaak is het waard.
Uit een brief
Ik kan niet beter doen dan eindigen met een stuk uit de genoemde brief van dr. Tukker, dat ik met zijn toestemming hier overneem. Hij schreef dit na een verblijf in enkele gemeenten. Dr. Tukker zegt dan: 'Inmiddels ben ik in die week ook wel grondig afgeholpen van de gedachte dat wij uit het 'gezegende zuiden' Groningen iets te brengen zouden hebben. Wanneer ik optel wat ik in die week aan zegen en onderwijs heb gekregen, dan zeg ik: Wat God gééft door zo'n bezoek, is veelmeer en veel beter dan wat Hij van ons vraagt daar te doen. En dan doel ik niet in de eerste plaats op al die prachtige Godshuizen die met interieuren m'n aandacht hadden. Ook dat is goed, te bedenken dat in de dagen van Lampe en Schortinghuis Groningen een centrum van geestelijk leven en theologie was. Doch ik doel op wat we dan onvangen in de contacten met mensen en gemeenten, die daar ergens in de uithoeken van ons land hun strijd strijden temidden van modernisme, oppervlakkigheid, langzame uitholling ... Welnu, van die mensen heb ik nameloos veel ontvangen en even zoveel geleerd. Voorbede gevraagd voor die mensen die op die fronten staan waar u en ik (nog) niet toe geroepen zijn. Voor en tot hen te spreken is een lieve lust. De wisselwerking was nagenoeg voelbaar.
Daar heb ik ook op het duidelijkst gezien dat een regionale afdeling van de Gereformeerde Bond goed kan functioneren, enerzijds als een plaats waar ervaringen en practijk worden uitgewisseld, anderzijds als een ontmoetingscentrum van geestverwanten, die het ene geloof nodig hebben en vervolgens daarin versterking behoeven. Laten de broeders, die uit het zuiden genodigd worden om daar te komen helpen, dat vooral doen. Ze zullen er zelf slechts rijker en wijzer van kiumén worden.'
Ik wil deze opmerkingen onderstrepen en tenslotte nog opmerken dat het in Groningen en elders niet om de Bond gaat, maar om de gemeente. Zo mag onze inbreng niet anders zijn dan een dienende samen met allen die er al waren voor wij er waren en zich hebben ingezet voor de rechte verkondiging.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's