Volkomen uitkomst
'Er is geen andere God, Die alzo verlossen kan'. Daniël 3 : 29
Wat krijgen we nu? Een woord van Nebukadnezar als meditatietekst? Wel, waarom niet. Voor hém een woord, waarmee hij zijn totale nederlaag tegenover de Heere moet erkennen. Is het niet goed, dat cok eens te horen? Belangrijker is, dat het een woord is, dat de gemeente van Christus op haar vaandel heeft staan. Nebukadnezar heeft de wind van voren gekregen; zo wappert de vlag met dit woord terug over het dal Dura. En het bevestigt het geloofswoord van de drie jonge mannen, Sadrach, Mesach en Abed-nego, in de uiterste benauwdheid gesproken: onze God, Die wij eren, is machtig ons te verlossen uit de oven des brandenden vuurs. Alles scheen er een bespotting van te zijn. Waar was die God? Ergens ver weg, verslagen, in het verwoeste Jeruzalem? Wie durfde Hem in Dura te verwachten? Hier de alleenheerser, hier het gouden beeld, hier de knielende menigte, de heidense muziek, de vuuroven. Wat kon God hier doen? Als in het rumoer van deze wereld de kerkklokken luiden en de gemeente opgaat onder de verkondiging van het Evangelie, is er dan niet alle reden om meewarig het hoofd te schudden? Is er nog wel een God? Is er nog wel plaats voor Zijn Woord? Hij nam Zelf Zijn plaats in en maakte ruimte. Hij zond Zijn Zoon, de Ruimtemaker en gaf Hem het bestuur in handen. Dat erkennen en belijden we en niet tevergeefs.
Onze God, Die wij eren. Wordt dat veel gehoord? Hier waren het er maar drie. Als het getal het zou moeten doen ... Eren, wat is dat eigenlijk? Opstaan en opzien naar de Hoge en Verhevene. Geef de Heere de eer Zijns Naams! Zingen van de eer en de heerlijkheid van Zijn Koninkrijk. Maar dan ook met diepe eerbied Hem dienen naar Zijn Woord. Geen duimbreed daarvan willen afwijken, niet kunnen hebben, dat Zijn Woord, Zijn dienst, Zijn geboden onteerd wordt. Dat is het werk en het onderwijs van de Heilige Geest. Die neemt het immers uit Hem, Wiens spijze het was de eer van Zijn Vader te zoeken.
Er is geen andere God, die alzo verlossen kan! Het mag uitgedragen worden. Het heeft kracht om te wederbaren, te bekeren, te bemoedigen in het strijdperk van dit leven. Het mag gerust onderzocht en beproefd worden. In Dura wordt bevestigd, wat de apostel Petrus later aan de verstrooide vreemdelingen zal schrijven: in de kracht Gods bewaard door het geloof tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in de laatste tijd en de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt, zal bevonden worden te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus!
Uitkomst! Heerlijk woord. De Heere is nabij. Zeer nabij. In het vuur vergaderd in Zijn Naam was Hij in het midden van hen. Volledige uitkomst ... in het vuur! Weet u wat het inhoudt: Die in de nood uw Redder is geweest?
Het wordt wat moeilijk. Mógen ze er nu uit of móeten ze er uit. Als we erover nadenken, kiezen we voor het laatste: ze móeten er weer uit. De verslagen Nebukadnezar roept hen naar buiten. Wat kan het toch veranderen! We huiverden toch, toen we die drie in het vuur zagen werpen. En nu? Nu zijn we geneigd om te zeggen, dat dat minder erg was als toen ze er weer uit moesten. Want wat is wonderlijker en heerlijker en zaliger dan de gemeenschap met de Heere! En let toch eens op: het vuur dat verteren moest werd een bescherming tegen de vijand. De uitkomst was er; nu moesten ze er weer uit. Staat er ook iets dergelijks in het dagboek van iemand, die dit leest? Het is mij goed nabij God te zijn — en dan weer verder in deze wereld. Evenwel, het staat vast dat u er dan ook voor mag uitkomen.
Sprakeloos staren Nebukadnezar en al die anderen die drie aan. Hoe is het mogelijk! Geen schroeiplekje op hun kleren, geen haar van hun hoofd verzengd. Zelfs geen geur van rook! En hoor nu die Nebukadnezar toch eens; hij gaat ineens spreken. Helaas maar voor even, maar toch, iedereen kan het horen: God wordt geloofd en geprezen: Er is geen andere God, die alzo verlossen kan! Zie toch eens: boodschappers moeten het verder brengen, het hele rijksgebied moet het weten. Zware straffen voor hen, die lastering spreken zal tegen de God van Sadrach, Mesach en Abednego. Natuurlijk, u hoort het wel: nóg noemt hij ze bij hun slavennamen, innerlijk laat hij zijn goden niet los. Maar toch: de Naam van God wordt geloofd: Er is geen andere God, Die alzo verlossen kan! Wat zullen al die bannelingen opgekeken hebben toen de herauten de boodschap rondbazuinden! Zit daar iemand in ellende en onmogelijkheid neer? Wel, hoor dan en vat moed: de Heere verlost! Nog niet dé Dag der Vreugde, maar toch een dag van vreugde. Dé Dag komt, vast en zeker, als de hemelse heraut zal roepen: zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babyion.
Maar ruist in deze wereld de wind des Geestes al niet vanuit die toekomst en naar die toekomst?
Het is van eeuwigheidsbelang, dat u de les geleerd hebt: Die Mij eren, zal Ik eren, maar die Mij versmaden zullen licht geacht worden. Vreselijk het vuur dat nooit meer uitgeblust zal worden! Hoor dan toch nu, buigt u dan nu in 't stof voor de Heere en neem deze woorden maar mee: Gij alleen verlost! En let eens op wat Hij doen zal. Heden is het een dag der vreugde; het wordt alom verkondigd dat God leeft en wonderen doet. Kom, waarom zou u deze gelegenheid niet aangrijpen? Wie weet mag u spoedig ook roemen: als een brandhout uit het vuur gerukt. Blijf toch niet achter. Zie toch wat een veranderingen hier al. U weet toch, dat die er eens en voor altijd zullen zijn? Kijk maar: daar staat dat gouden beeld; wie let er nog op? Het maakt ineens een belachelijke indruk. En Babels muziek! U hoort het niet meer. U hoort de Naam van de God Israels prijzen. Alle aandacht voor de Heere en, ja, ook voor die drie jongelingen. Zo wil de Heere dat. Ieder zal horen van Zijn Koninkrijk en ieder zal ook Zijn werk bewonderen.
Ja, Dura is vol profetie! De afgehouwen tronk zal blijken te leven. God houdt getrouw Zijn Woord. De Beloofde komt. Hij is er al. Zaligmaker is Zijn Naam, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. U hebt toch van Hem gehoord? Zijn Naam wordt verkondigd over de ganse aarde. Hij trad als Overwinnaar uit de vuurgloed van graf en dood en geen reuk des doods is aan Hem. En zie, Hij leeft in alle eeuwigheid! Amen. En zij zullen uit de grote verdrukking komen, die hun leven leerden verliezen om Zijn leven te ontvangen en zij zullen in witte klederen wandelen voor Gods Aangezicht en geen reuk des doods zal meer aan hen zijn in eeuwigheid.
De wereld met alle strijd en vreselijkheid is er nog. Maar zo nu en dan komt de Kerk in de geschiedenis al op een bizondere wijze openbaar. Ook kunnen ontmoediging en ballingschap weer neerdrukken. Houdt toch maar vast: er is geen andere God, Die alzo verlossen kan! En hier is de psalm er al en zal eens in hemelse melodie worden gezongen tot eer van God en van het Lam: Hier scheen ons 't water te overstromen, daar werden wij bedreigd door 't vuur — maar Gij deed ons 't gevaar ontkomen; verkwikkende ons te goeder uur.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's