De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van waar?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van waar?

6 minuten leestijd

'En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt'.

Het is merkwaardig, maar het woord: kerst, laat zich met veel woorden verbinden. Het wordt tot een soort voorvoegsel: kersttijd, kerstdag, kerstboom, kerstaanbieding, kerstverpakking, kerstverlichting. Dat 'kerst' heeft z'n eigenlijke betekenis al lang verloren; wie denkt er aan dat het een samentrekking is van de naam Christus? Raakt Hij zelf niet zoek in al de kerstdrukte? Het gevaar is niet denkbeeldig. Maar ik blijf dichter bij de naam, en bij het Kind, als ik met u getuige ben van een kerstverrassing. Voor Elizabeth, de vrouw van Zacharias. Het bezoek, dat Maria haar bracht, was toch een echte kerstverrassing. En hier heeft het wel degelijk met Christus te maken. Kerstfeest is immers het feest van Gods grote verrassing. God zond Zijn eigen Zoon. Vieren is in dit geval: er door verrast worden. En er over verwonderd raken. Ik denk, dat het een met het ander samenhangt, toen en nu, voor oud en jong. Elizabeth kent ze tenminste allebei: de verrassing en de verwondering. U hoort het uit haar woorden: Van waar komt mij dit? Waaraan heb ik dit te danken; hoe valt mij dit te beurt? U mag raden, wat ze met 'dit' bedoelt. Natuurlijk het Kind, dat ze in haar ouderdom nog mocht verwachten. Ze wordt moeder en haar ogen stralen van stille vreugde. Ze heeft het zich wel duizend keer afgevraagd: Vanwaar? Is het geen wonder? Ze kan het niet onder woorden brengen: dit! Het einde is er van weg.

Nu komt Maria. En ze maakt haar deelgenoot van haar vreugde en haar verwondering. Wat een verrassing; ja, er gaat heel wat door mij heen, en er gaat heel wat in mij om. Drie maanden duren niet te lang om er samen over te praten. Ze zullen het niet over 'ditjes' en 'datjes' hebben. Ze worden in beslag genomen door 'dit' en 'dat'. Elizabeth verwondert zich over haar eigen geluk, over haar eigen kind. Neem het haar eens kwalijk?

Ondertussen slaan we de plank lelijk mis. Ze heeft het niet over haar kind. Ze heeft het over het Kind dat Maria draagt, binnendraagt in het huis van Zacharias. Dat Kind dat was haar Heere! De Heilige Geest maakt haar dat bekend; Elizabeth werd immers vervuld met de Heilige Geest. Maria die jonge vrouw, daar voor haar, is de moeder van haar Heere. Daarmee doet ze belijdenis van het geloof, net als Thomas, veel later: Mijn Heere en mijn God.

Dat onderstrepen we dus: Heere. Christus, de Heere. Kerstfeest is het feest van de komst des Heeren, en wat er in het huis van Zacharias plaats grijpt is daar een voorspel van. De Heere had het beloofd: Ik kom. Ik kom om u te verlossen. Ik kom om u te vertroosten. Ik kom om onder u te wonen. Het kon nog goed komen, want de Heere zou komen. Een heilrijke toekomst, die komst des Heeren. Advent: komst. Hij komt er aan. Hij komt naar ons toe. Hij komt tot ons over. Nee, God stuurt niet iemand, maar Hij daalt Zelf neder. Daar hadden de vrouwen van de oude dag, die het om God te doen was, naar verlangd en om gevraagd. Overkomst dringend gewenst! Ze waren ontroostbaar, tenzij de Heere hen troostte. Er was voor hen geen verlossing, tenzij de Heere hen verlost. Scheurden de hemelen al? Heere, kom toch. De wolken worden uiteengereten. Daar is Hij. Om van te schrikken, een oordeel. Om voor te danken: genade is het. Geweldig: de Heere. Hoe moest men zich dat voorstellen? En wie kon dat verdragen? De Heere. Ver weg leek het ongevaarlijker dan van vlak bij. Dat ook.

Hoe zou Hij komen? Als een wervelwind, die alles ontwortelt en neervelt? Als een vuur, dat alles verteert. Is de Heere in de storm? Is Hij in het vuur? Wij mensen hebben het daarnaar gemaakt. Als het waar is, dat de Heere komt, dan keert dat mijn leven onderste boven. Het gericht Gods vaart er vernielend over heen. Waarom menen wij zo hardnekkig, dat de komst des Heeren geen kwaad kan? Kan vuur geen kwaad bij hout en stro? De oudsten van Bethlehem gingen Samuel bevende tegemoet: Is uw komst met vrede? Zo moest Elizabeth vrezen; ze kreeg er erg in: De Heere. Zo vreesden de herders, zo vreesden allen, voor wie deze Jezus de Heere was. Hoogheid, heiligheid. Zijne Hoogheid, Zijne Heiligheid.

Van waar dit? Dit heel andere, dit genadige, zo verborgen en zo verblijdend, zo vol van vrede. Verborgen. In de schoot van een vrouw; ons eigen vlees en bloed. Die grote God maakt Zich zo klein, die hoge Heere, vernedert Zich. De moeder mijns Heeren. De Heere in Zijn moeder. Hier staat ons verstand bij stil. Hier kunnen we alleen belijden en aanbidden. Elizabeth doet het. Ze doet het heel persoonlijk. Ze erkent Hem als haar Heere. Mijn, zij is, met Maria, de dienstmaagd des Heeren.

Velen geloven niet, omdat het zo verborgen. Een kind in de kribbe, een man aan het kruis. De Heere! Dat kan toch niet. Jezus, een mens. Dat kan. Maar de Heere in de gedaante van een mens, die onze weg gaat van wieg tot graf, van de moederschoot tot de schoot der aarde, wie kan dat geloven. En inderdaad, het gaat al ons begrip te boven. Wij lopen gevaar, de Heere te verwerpen, omdat er van de moeder des Heeren sprake is. De Heilige Geest leert het ons anders. Hij opent er onze ogen voor: Ziet, hier is uw Heere. Mens onder de mensen, onzer één geworden. Hij komt van al zo hoge tot ons neer. Hij komt van al zo verre, tot ons over. In dit Kind. En dat is ons behoud. Hij bezoekt ons zo, zodat wij er ons over verwonderen. Verrassing wekt verwondering. De verwondering is de oudste dochter van het geloof.

Want gij weet de genade van de Heere Jezus Christus. Arm geworden, daar Hij rijk was. Hij zit niet hoog te paard, gewapend en gespoord; het veulen van een ezelin is Zijn rijdier. Hij blaast niet hoog van de toren: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Komt, verwondert u hier, mensen. Elizabeth doet het, en zij zegt het. Haar Heere is haar Heiland. Voor Zijn aangezicht, het aangezicht des Heeren, zal Johannes heengaan. Ook hij zal zich in klimmende mate verwonderen. Komt Hij zo? Waaraan hebben wij dat te danken. Er is maar één antwoord: Gij weet de genade.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Van waar?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's