De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De waarheid bevrijdt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De waarheid bevrijdt

6 minuten leestijd

Minister Gruijters (Volkshuisvesting) heeft in 1972 publiekelijk een tweetal compromitterende opmerkingen gemaakt. In de eerste plaats zei hij ten aanzien van confessionele politici: 'bij de confessionelen blijf ik mijn vingers natellen als ik handen heb geschud'. En in de tweede plaats heeft hij gezegd: 'Ik heb aan de confessionele heren geen boodschap. Ze hebben twee millennia (tijdperken van duizend jaar, v. d. G.) van onbetrouwbaarheid achter zich'.
In een nu uitgegeven bundel interviews, afgenomen door dr. G. Puchinger (zijn tiende bundel), onder de titel Toekomst van het Christendom komt ook minister Gruijters aan het woord. Hij heeft — zo licht hij toe — niet het christendom als zodanig willen aantasten maar de christelijke politiek (christelijke politiek is zoveel als misbruik van het christendom) en in zijn uitspraken zat ook een zekere verbale overdrijving (woordoverdrijving). Enfin, de uitspraken zijn er niet minder schokkend om. Maar intussen laat Gruijters — rooms katholiek van huis uit — zich kennen in dit interview als een rationalistisch mens voor wie de religie, zeg het geheimenis een gesloten boek is. Hij heeft er geen orgaan voor, wil hij zeggen. Het staat ver van zijn leefwereld. Als zodanig zou men in het interview met Gruijters een beeld kunnen zien van velen in onze tijd, die op geen enkele wijze aanspreekbaar meer zijn wanneer het gaat om het Woord van God.

Waarheid
Als het dan over de toekomst van het christendom gaat komen in dit interview echter een paar dingen voor waar ik kort op in wil haken. In verband met de waarheidsvraag wordt namelijk gezegd: 'nu kun je twee wegen gaan: óf je kunt zeggen: 'k laat die waarheidspretentie lós, maar dan ben je naar mijn mening geen katholiek meer, en ook geen orthodoxe protestant meer; nee; en dat betekent dan dat de godsdienst, de christelijke godsdienst in dit geval, binnen de kortste keren verwatert tot een wat ethische smaakmaker, want dan is ook in het christendom alles mogelijk wat de tijd tot mode maakt — óf je houdt die waarheidspretentie vol, en dan betekent dat in onze samenleving dat je als kerk slechts een kleine minderheid wordt, of als kerken — want we zijn een land van kerken, meervoud — slechts kleine minderheden aan je aan zult binden.'
En Gruijters besluit het interview dan met de opmerking dat hij zich wel realiseert hoezeer het toch ook weer een gemis is als je geen definitieve waarheid hebt. En nog eens nadenkend over wat ik over het christendom heb gezegd, heb ik toch een beetje het gevoel dat mijn verzet tegen het opgeven van die waarheid door vele christenen, mede hieruit voortkomt, dat ik toch ook mij zelf daardoor een beetje tekort gedaan voel. Want als er dan nog ergens een waarheid is, laat men die dan niet te gemakkelijk opgeven!
Dat is alles bijeen rondweg mijn mening over de toekomst van het christendom ...'

Hebben we de Waarheid? (nog)?
Het is uit deze opmerkingen toch ook weer duidelijk, dat een vervagend christendom, dat alles aanvaardt wat de tijd tot mode maakt, geen respect meer kan oproepen bij de onkerkelijken. Sterker nog: onkerkelijken kunnen zich terecht tekort gedaan voelen (heimelijk, onbewust of openlijk) als de kerk de waarheid opgeeft. De wereld mag van de kerk verwachten eerlijkheid en duidelijkheid, een eerlijk opkomen voor de Waarheid, omdat het Gods waarheid is. Maar al te vaak zeggen thans echter mensen, die tot de kerk behoren, leidinggevenden ook, dat dat te massief is. In plaats van het opkomen voor de Waarheid der Schriften verzandt men in een oeverloos relativisme, in een alles op losse schroeven zetten. En men meent zó opener te komen staan voor de wereld. Maar die wereld herkent de kerk niet meer, omdat ze geen waarheid meer herkent in wat de kerk dan zegt en wat christenen nog geloven.
De kerk heeft waarheidspretenties, niet in zichzelf maar uit Hem, die de weg, de waarheid, en hèt Leven is, zeer absoluut, en Wiens Woord dè Waarheid is, zeer absoluut, zeer exclusief, uitsluitend al datgene wat niet naar dat Woord is. Het is een misdaad tegenover God en de mensen als de kerk de waarheidspretentie prijs geeft en terecht komt in een algemene godsdienstigheid, waarin niets meer op zijn plaats staat, maar waarmee intussen mensen stenen krijgen voor brood en niet meer de kans krijgen om door de Waarheid bevrijd te worden van zichzelf, van schuld en zonde.

De waarheid bezit ons
Want hier ligt het toch ten diepste, niet dat wij de waarheid hébben maar dat de waarheid ons heeft. Christus zegt tot zijn discipelen: 'Indien gij in Mijn Woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen, gij zult de Waarheid verstaan en de Waarheid zal u vrijmaken'. Wij zijn in de waarheid niet staande gebleven, zegt hij, maar Hijzelf zegt de waarheid. Dat is de andere kant van de zaak. De wereld mag weten dat de kerk hoge waarheidspretenties heeft en de kerk heeft die waarheid aan de wereld te laten zien en horen. Maar dan zó, dat het een waarheid is die van God uit tot ons komt en die dan ook waarlijk vrij maakt. De Waarheid Gods bevrijdt. Als dat het geval is kunnen we nooit zeggen dat wij de waarheid hebben als een idee, een stelsel, een theorie, maar dat de Waarheid òns heeft in haar bevrijdende kracht. En zou dat het niet zijn wat de wereld ten diepste zal moeten zien? Christenen zien er zo weinig verlost uit zei eens iemand, en kort geleden ging iemand een stapje verder en zei: orthodoxe christen zien er zo weinig bevrijd uit. Welnu, dan kan het zijn dat men ze niet echt zoekt, die bevrijde mensen, die weten uit hoe grote nood en dood ze verlost zijn en die ook zó de blijdschap van het geloof kennen. Maar als inderdaad de Waarheid ons niet heeft vrijgemaakt zullen we weinig van die waarheid kunnen doorgeven naar buiten. En dan zijn er twee mogelijkheden: of we laten de Waarheid stollen tot een idee, die naar buiten niet werkzaam is, of we geven de waarheid prijs in een aanpassing aan de schema's en denkpatronen van de wereld.

Als de Zoon ons vrijmaakt zijn we waarlijk vrij. En dat wordt gezien. Christenen met een lamp op de rug, zei men vroeger wel. Dat verloste christendom is geen hallelujah-christendom in de oppervlakkige zin van het woord, maar de verlossing wordt wèl zichtbaar.

Als er nog ergens een waarheid is, zegt Gruijters, laat men die dan niet te gemakkelijk opgeven. We zeggen daarop: er is een waarheid, de Waarheid, en die maakt vrij en is dan ook onopgeefbaar. Een waarheid die ons vrij maakt laat ons niet meer los. Van de waarheid getuigenis geven is de opdracht, ootmoedig — we vallen er zelf onder — maar ook beslist, omdat God het vraagt.
Een interview als Puchinger met Gruijters had laat zien dat mensen, hoe a-religieus ze zich ook voordoen, ergens — diep verborgen misschien — een heimwee hebben naar die waarheid die bevrijdt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De waarheid bevrijdt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's