De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

G. C. Berkouwer, Een halve eeuw theologie, motieven en stromingen van 1920 tot heden, 412 blz., ƒ 37, 50, Uitg. J. H. Kok B.V., Kampen 1974
In zijn afscheidscollege in oktober 1973 heeft Berkouwer in vogelvlucht nog eens het veld van de theologie zoals deze zich in de laatste vijftig jaar heeft afgespeeld, bewandeld. In het boek, dat nu voor ons ligt, wordt van dit afscheidscollege een nadere uitwerking gegeven, wat betekent een verhandeling van een goede 400 bladzijden. Alleen al door dit feit van de vermeerdering en uitbreiding wordt het theologisch werk van Berkouwer getypeerd. Door zijn fenomenale kennis wordt het veld, dat hij betreedt, al wijder en genuanceerder, zozeer zelfs, dat het soms lijkt alsof er geen grenzen en afbakeningen meer bestaan.
Dit boek neemt ons op een boeiende wijze mee en doet ons rondkijken in de halve eeuw, die achter ons ligt. Er blijkt dan heel veel te zijn gebeurd. Namen als Kuyper en Bavinck, Earth en Brunner, Moltmann en Pannenburg en vele anderen passeren de revue. Maar ook wordt niet vergeten de ingrijpende ontwikkeling, die in de Rooms-katholieke theologie heeft plaatsgevonden. Het is een veelkleurig gebeuren, dat door Berkouwer ons wordt voorgetekend, al blijkt het ook nu te gelden, dat de taferelen wel voortdurend wisselen, maar de diepere motieven en vragen blijven gelijk, en keren telkens weer terug. Natuurlijk is de lezer ook geïnteresseerd in de vraag, hoe het met Berkouwer zelf gegaan is in deze achter ons liggende vijftig jaar. Welnu, Berkouwer zelf spreekt daarover niet al te vaak en niet overduidelijk, maar toch ook niet onduidelijk. Zo geeft hij toch wel de aandachtige lezer te verstaan, hoe en waarom hij in zijn Schriftbeschouwing een andere koers is gegaan. Ook zijn andere beoordeling van Barth licht hij toe, terwijl hij ook aangeeft hoe de ontwikkeling van de Roomse kerk hem diep heeft aangegrepen. Berkouwer is met zijn tijd meegegaan. Van een staan in het isolement van de gereformeerde theologie is hij geworden tot een vooraanstaand theoloog in de grote kring van het contemporaine denken. Deze ontwikkeling is niet alleen voor hem maar voor zijn hele kerk van ingrijpende betekenis gebleken.
Op bepaalde punten stelt het boek echter teleur. In de behandeling van de z.g. verifikatie-theologie, die door Berkouwer wordt afgewezen, had hij beslist aandacht moeten geven aan de opvattingen van zijn collega Kuitert. Ook wordt binnen zijn brede belangstelling de theologie-beoefening vanuit de rechter flank van de Gereformeerde Gezindte opvallend gemist. Kennelijk was er van die kant in Berkouwer's oog geen relevante inbreng. Maar dat typeert evenzeer de waardemeter van Berkouwer als wat er van genoemde zijde is geleverd. Het is een boek dat vooral predikanten en theologisch geïnteresseerde gemeenteleden veel te bieden heeft.
De B.                                           C. G.

J. J. Buskes e.a.. Dwarsliggers, Nonconformisten op de levensweg van ds. J. J, Buskes, 216 blz., ƒ 16, 90, Zomer & Keuning, Wageningen, 1974.
Uitgevers Zomer & Keuning wilden dr. Buskes bij zijn 75ste verjaardag een boek aanbieden en vroegen hem zelf, wat voor een boek het moest worden. Buskes vond, dat het een boek moest worden over dwarsliggers, die hij zelf in zijn leven, persoonlijk of via hun geschriften, had ontmoet en aan wie hij veel te danken gehad heeft. Zo ging Buskes zelf het lijstje opstellen en tegelijk heeft hij erbij bepaald, wie over wie zou moeten schrijven. Zo is ds. M. G. L. den Boer over J. H. Gunning jr. gaan schrijven, en Lt. Kol A. M. Bosschardt over William Booth en dr. G. Hartdorff over prof. M. J. A. de Vrijer, enz. Ik telde een dertig opstellen over dertig verschillende figuren. Ik moet zeggen, dat dit op bepaalde momenten nog aardig gelukt is ook, hoewel, als het in zo'n kort bestek over zoveel zo verschillende mensen moet gaan, het voor de hand ligt, dat er van enige diepgang moeilijk sprake kan zijn. Het zijn meer flitsen, die soms verrassend zijn, maar vele keren toch vermoeiend en verwarrend werken.
De grote crux van dit boek is, dat alle behandelde personen per se als dwarsliggers moeten worden getypeerd. Dat Buskes zelf zo getypeerd wil zijn, daarmee zal denk ik wel niemand enige moeite hebben. Maar dat dit nu ook moet met De Vrijer en met Herman Bavinck, met G. C. Berkouwer en Herman Ridderbos, dat wordt toch wel wat moeilijk. Het is dan ook te begrijpen, dat prof. Berkhof het in zijn Ter Inleiding daar al te kwaad mee heeft en later blijkt dat bij de diverse schrijvers zich voortdurend te herhalen. Het is kennelijk niet denkbeeldig, dat iemand zijn eigen dwarsliggersaard in anderen projecteert. Waarbij het ook nog mogelijk is, dat degenen die deze dwarsligger zelf werkelijk hebben dwars gezeten door hem over het hoofd worden gezien.
Zo wordt dit boek wel minder dwarsliggers-achtig dan het suggereert. Maar het wil een positieve kant ermee op. Het gaat om die dwarsliggers, die, zoals bij de spoorrails, de weg naar de toekomst banen. Velen van de in dit boek behandelden hebben inderdaad baanbrekend geleefd en gesproken. En dat kan van iedere dwarsligger niet worden gezegd.
De B.                           C. G.

P. Koenes, In de kracht van de Geest, 118 blz., ƒ9, 90, Uitg. J. H. Kok B.V., Kampen, 1974.
Dit boek bevat een aantal gesprekken met mensen, van wie de schrijver meent, dat zij op een bijzondere wijze in hun leven blijk geven van de kracht van de Geest. Zo komen achtereenvolgens aan het woord: ds. L. J. Boeyenga, Corrie ten Boom, ds. George Brucks, Luc Goeree, dr. K. J. Kraan, drs. P. C. van Leeuwen, F. A. Stroethoff. Voor het merendeel mensen, die relatie hebben met de charismatische beweging of met de pinksterbeweging of diverse opwekkingsbewegingen. Het boekje is goed geschreven en het geeft inzicht niet alleen in de concrete levensgeschiedenis van de verschillende personen, maar ook in de achtergronden van hun denken en doen. En dat heeft te maken met een stuk actuele geestelijke en kerkelijke realiteit.
De B.                                               C. G.

E. de Vries, Genesis 1—3, 72 blz., ƒ 5, 90, Uitg. J. H. Kok B.V., Kampen, 1974.
Dit boekje bevat een viertal preken van iemand, die als wetenschappelijk medewerker aan de Theol. Hogeschool van de Geref. Kerken te Kampen verbonden is. Vele predikanten preken wel eens over Gen. 1—3, maar ik vermoed, dat deze preken speciaal uitgegeven zijn, omdat zij er bijzonder in geslaagd zijn om dit gebeuren aan het begin van de geschiedenis tot een actueel gebeuren in het heden te maken. Dat daarbij enkele hermeneutische ingrepen plaatsvinden, die vragen oproepen, valt te verwachten. Ik krijg de indruk, dat de actualisering in deze preken gaat ten koste van het historisch karakter van het scheppingsverhaal. Trouwens, dit willekeurig hanteren van de tekst laat zich ook gelden in de situering van de applicatio, die een moderne kijk op de dingen veronderstelt. Niettemin is het een boekje, dat ons wat doet.
De B.                                                 C. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's