De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Fantasie of werkelijkheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Fantasie of werkelijkheid

Kerst en de Engelen

11 minuten leestijd

Engeltjes, door 't luchtruim zwevend ...!

Uit hoeveel kindermonden zal dit overbekende lied rondom de Kerstdagen van het jaar onzes Heeren 1974 weer klinken? Gloria in excelsis Deo. Met het Kerstfeest zijn voor ons gevoel onafscheidelijk ook engelen verbonden.

Speelse sprookjesmotieven?
Maar is dat verhaal over zingende engelen in Bethlehems dreven, dat de evangelist Lukas ons vertelt, in onze tijd eigenlijk nog wel geloofwaardig? Voor mensen, die mondig geworden zijn en die nu eenmaal een radicaal ander wereldbeeld hebben dan de mens uit de antieke wereld, lijkt dit verhaal voorgoed verouderd. Een God boven wolken en sterren in een zuiver plaatselijk voorgestelde hemel, die bevolkt is door een menigte van hemelwezens, moet plaatsmaken voor een pantheïstische macht of op zijn best voor een God, wiens bestaan opgaat in een aantal relaties, die Hij onderhoudt met de wereld. Engelen als verbindende schakels tussen een God van verre en de mensheid hier beneden zijn dan in elk geval volmaakt overbodig geworden. Engelen moeten nodig tot het rijk der fabelen verwezen worden. God is zo nabij, dat er tussen Hem en ons persé geen engelenwereld staan kan. Engelen zijn goed voor een sprookjesboek. Zij doen het alleen maar goed in de fantasierijke voorstellingswereld van een kind en dan spelen ze hun rol naast kerstmannetjes en kabouters. Engelen zijn misschien geschikt speelmateriaal voor de schilderkunst: produkten van speelse penselen, projecties van een stuk romantiek in een kunstenaarshart. Maar vandaag hebben wij immers wel wat anders te doen dan ons blind te staren op zingende engelen en daarmee de ellende van de aarde en onze taak daar midden in te ontvluchten. Ook als wij de engelen, die door 't luchtruim zweven, uit Lukas 2 hebben geschrapt, blijft er toch nog wel het volle Evangelie over. Vandaag schrijven mondig geworden mensen met een gerust geweten daarom de engelen af.

Een vertekening van de hemel
Dat is een veelgehoord verhaal. En het is een verhaal, dat wij niet zondermeer naast ons neer kunnen leggen. Engelen zijn in het verleden inderdaad nogal eens goed bruikbaar materiaal gebleken om van het Kerstverhaal een prachtig sprookje te maken, dat sterk tot onze verbeelding spreekt. Kerstspelen helpen daar een handje in mee. De tekeningen, die de kunst ons heeft geleverd van de engelen, loopt steeds weer het gevaar een grandioze vertekening te zijn van de hemel. Engelen zijn dan geliefde stijlfiguren, die de leegte tussen hemel en aarde, God en mens moeten opvullen. Wij hebben het al te bont gemaakt met de engelen. Dat is al begonnen in de eeuwen van vlak voor Christus' geboorte in het Joodse denken. Er komt dan zoveel nieuwsgierige aandacht voor de engelen, dat ze de hemel haast gaan verduisteren door hun menigvuldige optreden. En God en de boodschap van Zijn heil komen daarmee op de achtergrond te staan.
Dat moge waar zijn. Maar dat wettigt ons anderzijds toch niet om de engelen, ook die uit het bekende Kerstverhaal van Lukas 2, als een omlijsting uit de fantasierijke dichterlijke, musicale, kunstzinnige wereld naar het rijk der fabelen te verwijzen. Men kan het niet ongestraft volhouden: Engelen, daar geloven we vandaag niet meer in. Daarvoor zijn de engelen, ook in het Kerstgebeuren, te levensecht. Het is niet zonder betekenis, dat zij bij de geboorte van de Zaligmaker de hemel uitzwermen en als eersten de boodschap van de geboren Messias aankondigen.

Liturgie op nievau
Door heel de Bijbel heen wordt van het bestaan en het werk van de engelen getuigd. En daarin dienen zij zich niet aan als fantasierijke gestalten, die opkomen uit de diepte van de menselijke geest, maar als levende realiteiten uit de onmiddellijke tegenwoordigheid van de hemelse God. Ze zijn dienaren van Zijn Goddelijke kroon, die reeds als morgensterren tesamen jubelen, toen God de fundamenten van de aarde legde (Job 38: 7). Zij zijn altijd bezig in hun liturgische dienst, toegewijd aan de lof van de Almachtige. Duizendmaal duizenden en tienduizendmaal tienduizenden dienen Hem (Dan. 7: 10). Onderling verschillen zij ook van elkaar. De Bijbel spreekt althans over cherubs met een half menselijke, half dierlijke verschijningsvorm, troondragers van God, zoals zij afgebeeld staan op de ark in het Heilige der heiligen, wachters van Gods heiligdom. En naast deze engelen is er sprake van serafijnen, voorgesteld met zes vleugels. Zij zingen het 'heilig, heilig, heilig is de Heere der heidscharen ... (Jesaja 6: 3). Er wordt in de Bijbel meer over de engelen gestameld dan dat er beschrijvingen worden gegeven, die onze nieuwsgierigheid zouden kunnen bevredigen. Precies zeggen, hoe een engel eruit ziet, een lichtdruk van de hemel maken, dat is ons kennelijk niet gegeven.

Diakonaat van de hoogste orde
Maar dat ze er zijn, dat staat voor ieder Bijbelgetrouw christenmens vast. En dat zij staan voor God als Zijn gedienstige geesten (Ps. 103: 21), dat betekent, dat zij 't ons mensen voluit verbeterd hebben. Godlovers zijn het. En dat is 't hoogste goed. Maar tegelijk worden de engelen in de heilige Schrift ook uitgezonden in ganse legerscharen soms (Gen. 28: 12; 32: 1; 2 Kon. 6: 16, 17) of ook wel één voor één (Hand. 5: 19; 12 : 7vv.) tot hulp en bescherming van Gods volk op aarde. Dat is hun diakonale taak. En dit hemelse diakonaat is telkens weer ook een hemels pastoraat (Jes. 6: 6 vv.). Zij zijn de boodschappers van Gods heil: U is heden geboren de Zaligmaker ...' (Lukas 2: 11). In de Kerstnacht, schoner dan de dagen, staat de stormladder opgericht tussen hemel en aarde en engelen klimmen op en neer op de Zoon des mensen (Joh. 1: 52), Een ware Jakobsladder.

Kloof en brug
Dit alles is maar een greep uit de veelheid van Bijbelse gegevens over de engelenwereld. Eén ding is bij dat alles duidelijk. Engelen willen niet meer zijn dan onopvallende gestalten. En alszodanig mogen ze er echt wel zijn. Niet om de hemel te verduisteren en de aandacht van God af te leiden, maar juist om alle aandacht alleen voor God op te eisen, zoals steeds een boodschapper terugtreden moet achter Hem, die hem de opdracht verleende.
Engelen prediken ons de oneindige afstand tussen hemel en aarde, tussen de heilige God en de schuldige mens. Hun verschijning wekt steeds weer ontzag en vrees (Luk. 2:c9). Een cherub met een zwaard roept aan het begin van de Bijbel reeds de pelgrimerende mensheid, die op zoek is naar een verloren paradijs, een halt toe en barricadeert de weg naar het leven. Dat is een prediking, waaronder een mens het moet besterven: Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben en woon in het midden van een volk, dat onrein van lippen is' (Jes. 6: 5). Maar diezelfde engelen brengen toch ook steeds weer het intense meeleven van de hemel met het lot van verdoolde zondaren tot uitdrukking. Zij leggen op gezag van God verbinding tussen hemel en aarde. Het zwaard is hun uit de handen gevallen, als zij staan op het verzoendeksel van de ark, waar het bloed der verzoening op de Grote Verzoendag gesprenkeld wordt. Zij jubelen het uit, begerig als ze zijn om in te zien in Gods heilgeheim, wanneer zij in de volheid des tijds naar de aarde doorbreken in een machtige exodus boven Bethlehems dreven. God gaat er wat aan doen om zondaren terug te brengen in Zijn heerlijke gemeenschap. Dan raakt de hemel gemobiliseerd. God legt Zijn Eniggeborene in het stro van een kribbe. Tienduizendmaal tienduizenden zijn op de been om dit grote nieuws uit te bazuinen.

Hemelse publiciteitsmedia
Mensen laten het af weten rondom de heilsfeiten vaak. Wie haalt het immers in zijn hoofd om in het arme Kind van Bethlehems stal de langbeloofde Messias te aanbidden? En wie ontdekt in de Man van smarten de Zaligmaker van zondaren? Ongeïnteresseerdheid, wanbegrip, vijandschap omspoelen kribbe en kruis. God doet er wat aan. Maar waar blijven de aanbidders? Ook dat laatste is kennelijk een geschenk van de hemel. Engelen zijn er het eerste bij. Zij worden als 'randfiguren van de heilsgeschiedenis' ingeschakeld om kribbe en open graf te omringen met een spraak van de hemel. Zij prediken het herstel van de verbroken gemeenschap tussen God en Zijn volk. Geloof het toch! 't Is geen praatje. Wij zijn als Gabriel, wij staan voor God! Aanbidt het Kind van de stal. Werp u neer aan de voet van het kruis. Dat is hun hemelse oproep tot Gods militaire dienst. Even vullen zij de leegte tussen de oneindige verre God en de Godvergetende wereld. Even maar. Dan zijn ze weer weg. Want zij kunnen in feite de brug niet slaan. Zaligmakers zijn het niet. Het woord Zaligmaker kan slechts in het enkelvoud geschreven worden. U moet bij Jezus zijn om God te vinden. En als u dat mag doen, dan leeft heel de hemel op, dan is er blijdschap daarboven over één zondaar, die zich bekeert (Luk. 15: 7). De hemel leeft van a tot z mee, ook in het stuk der bekering.
Engelen zijn er steeds geweest op de snijpunten van de heilsgeschiedenis, in Bethlehem, in de woestijn, waar Jezus verzocht werd, in Gethsemané, bij 't open graf, op de hemelvaartsberg. Ze zijn er geweest als signalen van herstelde Godsgemeenschap, op en neer. En ook daarna treden zij niet af. Zij blijven onze opperzangmeesters:
Ere zij God in de hoogste hemelen. Ook de hemel heeft zijn publiciteitsmedia. Denk er niet gering van.

Openbaring en ervaring
Maar wat doet men vandaag nog met dat oude engelengeloof? Engelen zijn immers op zijn best slechts voorwerpen van openbaring, niet meer van ervaring? Zou dat waar zijn? Blijven ze niet rondom ons staan als gestalten uit een heerlijk verleden, die de mens van toen en nu verwijzen naar het Lam, dat de zonde der wereld wegneemt? Ja, meer nog, de gemeente, die dit Lam heeft Ieren kennen, mag ook uit ervaring weten van een engelenmacht. Engelen zijn geen figuren uit een sprookjestuin. Zij zijn de stille toeschouwers en toehoorders bij iedere samenkomst van de gemeente. Dat kunt u lezen in Efeze 3. De gemeente maakt aan de overheden en de machten in de hemel de veelvuldige wijsheid Gods bekend. Boven het kleine kuddeke, dat zich in deze wereld schaart rondom Bethlehems kribbe, verzamelt zich ook in 1974 een uitgebreid hemels gehoor. Engelen vangen de echo op van hun Kerstzang: Ere zij God ...!' Dat geeft moed om er mee door te gaan, ook in dagen, waarin de kerk haast tot niet gekomen schijnt te zijn. Maar dat roept ons tegelijk ook op om te bedenken, dat wij onder hemels toezicht staan. Zullen de engelen op het Kerstfeest misschien ten aanzien van de Kerstpreek tegen elkaar zeggen: Dat is niet om aan te horen?' Zij houden in elk geval de adem in, als zij de dingen in leer en leven in Christus' gemeente zien scheefgroeien. Zij komen zelfs op voor een gemeentelijke levensstijl, waarin de vrouw zich onderscheidt van de man door het hebben van een bedekking op haar hoofd. (1 Kor. 11: 10).

Wapenbroeders-poortwachters: welkom thuis.
Christus' gemeente zwere het ongeloof van de moderne mens ook met betrekking tot de engelen recht grondig en recht hartelijk af. Van daemonen wil men vandaag nog wel weten, duistere machten, die de mensheid overvleugelen en naar 't verderf dreigen te slepen. De ganse wereld is in angst. Hoe lang redden we het nog? Maar Christus' Kerk mag een geheim in haar hart omdragen. Zij staat in de strijd tegen deze machten niet alleen. Er wordt met haar meegestreden door hemelse legerscharen, 'uitgezonden tot dienst aan hen, die de zaligheid beërven zullen' (Hebr. 1: 14). 'Des Heeren engel schaart een onverwinbre hemelwacht rondom hem, die Gods wil betracht; dus is hij welbewaard'. Vooral de kleinen mogen het weten, dat zij in de hemel hun engel hebben, vlak voor God (Matth. 18: 19). Dat zijn realiteiten des geloofs. Dat is ervaring des geloofs.
Daarom vallen we niet voor het moderne ongeloof, waarin van de engelen weinig meer is overgebleven dan enkele haarlokken aan een Kerstboom. Sadduceeërs, die de engelen afschrijven zijn er altijd al geweest. Maar al staan dan vandaag de papieren van de engelen niet hoog genoteerd, het geloof mag het weten, dat zij niet voor niets gezongen hebben: 'Ere zij God en vrede op aarde onder mensen van Gods welbehagen'. Het geloof strijdt met hen mee in de zekerheid van de victorie van het Lam en met het uitzicht op de grote dag van de oogst, waarop het opnieuw de engelen zullen zijn, die de korenschoven zullen dragen in Gods schuur. De oude slang uit Genesis 3 was ook een engel. Maar hij legt het eeuwig af tegen God. De Bijbel eindigt met het uitzicht op een menigte des hemelse heirlegers, die hun beginsel bewaard hebben. Zij zijn de uitvoerders van Gods eindoordeel. Ze komen terug. Vast en zeker. Dan is 't één van tweeën: het eeuwige vuur, voor de duivel en zijn engelen bereid. Of een nieuw Jeruzalem, een stad met twaalf poorten en in elk der poorten twaalf engelen, die als poortwachters hun opwachting maken voor allen, die geschreven zijn in het boek des levens des Lams (Matth. 25: 41; Openbaring 21: 12, 27).

Van tweeën één.
Ere zij God . . . !

Wageningen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Fantasie of werkelijkheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's