Onbegrensde vrede
Rondom de kerstdagen is er allerwege een andere sfeer dan anders. Oorlogsgeweld verstomt — zo mogelijk — even. Er worden even wat zachtere tinten aangebracht in de schilderstukken van het wereldgebeuren. Gezelligheid en harmonie, menslievendheid en mededeelzaamheid moeten even het leven beheersen. De ellende, die er is — verborgen of publiek — wordt heel even weggeschoven achter de coulissen van de romantiek.
Op romantiek hebben we het niet. Het kerstfeest is immers zo romantisch niet? De kribbe is gemaakt van hetzelfde hout als het kruis. En daar, bij het kruis, wordt tenvolle zichtbaar, dat Christus voor overtreders in de dood is geweest. En het is één weg van de kribbe naar het kruis, één weg, die ging naar de dood. Zó romantisch is dat niet. Zóveel sfeer was daar niet.
En toch ... ligt er in de hele inkleding van het leven rondom de dagen van Kerst niet een verborgen heimwee naar een wereld die anders, beter, minder hard is dan de wereld waarin we leven? Ligt er in dit alles niet een verholen verlangen naar een leven, waarin harmonie en vrede het allesbeheersende zijn en niet meer de disharmonie, de oorlog en het leed? En is het dan weer niet opmerkelijk, dat juist het christelijke kerstfeest wereldwijd in dat kader van een verborgen verlangen naar vrede en harmonie wordt gezet? We weten het: het kerstfeest wordt dóór en dóór werelds gevierd; maar er is tóch iets van een besef dat het in de wereld anders moet (of wordt) dan het is.
Vrede
Tenslotte is Kerst toch het feest van de vrede. Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen! Slechts het geloof verstaat wat die vrede is en hoe die er komt. De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem! De weg van die vrede gaat langs Golgotha. Als in Efeze 2 gezegd wordt: 'Hij is onze vrede', en ook: 'komende heeft Hij door het evangelie vrede verkondigd' aan mensen, die veraf, die dichtbij waren, dan staat dit ook in direct verband met Zijn bloed (vs. 13), met de vijandschap, die in Zijn vlees te niet gemaakt werd (vs. 15), de verzoening door het kruis, waar de vijandschap te niet gemaakt werd (vs. 16). Maar die vrede is er zo en wel voor mensen die zonder Christus waren, vervreemd van het burgerschap van Israël, vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbend, zonder God in de wereld. Hij is onze vrede! Dat wordt met Kerst al gehoord — vrede op aarde! — maar het wordt op het kruis ten diepste manifest, omdat daar de strijd beslist wordt, én daar geproclameerd wordt, dat het een vrede is allereerst voor vervreemden, voor mensen zonder hoop, voor vijanden.
Vrede op aarde
Maar er is méér dan alleen het persoonlijke, er is méér dan alleen de vrede voor de ziel. De vrede betreft uiteindelijk al het geschapene. Is dat het niet wat de profetieën zo ontroerend en aangrijpend maakt wanneer ze het perpectief tonen van de nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont?
Is met name het boek Jesaja niet de vertolking van de toekomstige vrede, die alle verstand te boven gaat? Dan gaat het bepaald niet alléén om de ziel. Alle dingen, die tot het gewone leven behoren, komen ook aan de orde. Zwaarden worden geslagen tot spaden en spiezen tot sikkels, het ene volk zal tegen het andere volk niet meer het zwaard opheffen, de oorlog wordt niet meer geleerd (Jes. 2: 4).
Het Kind is Vredevorst en aan de grootheid van Zijn heerschappij en van de vrede zal geen eind zijn, het is tot in eeuwigheid (Jes. 9: 5, 6).
En dan het machtige perspectief van Jesaja 11: de koe en de berin zullen samen weiden, een kind speelt als het ware met de basilisk en nergens meer leed op de berg van Gods heiligheid.
Of Jesaja 65, waar hetzelfde in andere woorden wordt gezegd: n Jeruzalem zal niet meer de stem van wening of de stem van geschreeuw zijn, maar intussen worden ook huizen gebouwd en bewoond, wijngaarden geplant en de vrucht daarvan gegeten (Jes. 65: 21).
In zovele verschillende beelden worden de vrede en de harmonie van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde beschreven, zo dat het duidelijk is dat deze vrede de engere omheining van de ziel doorbreekt en inderdaad doorbreekt naar de schepping in volkomen heerlijkheid.
Daar is dit eeuwigheidsperspectief, dat zelfs op de bellen van de paarden geschreven staat 'heilig', dat de koningen de eer en heerlijkheid van de volkeren in het nieuwe Jeruzalem indragen, dat er geen honger, geen ziekte, geen leed en geen onrecht meer is maar alles vrede is en harmonie.
Er wordt in Jesaja gezegd, dat het te gering is dat de Knecht des Heeren alleen de stammen van Jacob zou oprichten en de bewaarder in Israël zou terugbrengen, maar dat hij ook gegeven is tot een Licht voor de heidenen. Maar zo is het óók te gering, dat hij alleen de vredebrenger voor de ziel zou zijn, hij is ook het Heil tot aan de einden van de aarde. (Jes. 49: 6).
Wie de toekomstige vrede zou verengen tot alleen de ziel en wie derhalve de profetie aangaande de toekomst, met de nieuwe aarde, verspiritualiseert doet te kort aan Hem, die Vredevorst genoemd wordt. Hij is gesteld ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomende en Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en is zo de gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen. (Ef. 1: 21, 22).
Het begint hier al
Is het waar, dat achter de kerstromantiek een heimelijk verlangen zit naar vrede en harmonie in het leven in al zijn verbanden? Dan doorbreekt de Vredevorst zelf de romantische inkleding van ons kerstfeest om de werkelijke vrede in alle aspecten te tonen, de vrede die er eenmaal zijn zal omdat de zonde er dan niet meer zijn zal.
Maar intussen leven we in het intermezzo, in de tijd tussen komst en wederkomst. We schouwen wel het visioen van de vrede en we weten, dat die vrede fundamenteel al is aangebroken maar we zien er weinig of steeds minder van in een wereld, die kreunt onder lijden en dood, onder oorlog en onrecht, onder de gevolgen van de zonde
En toch begint de persoonlijke vrede hier en nu. Die vrede is ten dele maar ze is er. De volle inhoud ervan wacht nog. Maar zo begint toch óók al iets van de vrede in de universele betekenis hier en nu? Ook weer ten dele, op de wijze van een teken, maar toch ook heel reëel? En ook hier geldt: de volle inhoud wacht nog, in de nieuwe bedeling, op de nieuwe aarde en in de nieuwe hemel. Maar heeft het evangelie niet altijd en overal de zegenrijke werking naar de aardse verbanden in zich gehad?
God gaf Zijn schepping, na onze val, niet prijs maar maakte in principe een nieuw begin in de komst van de Vredevorst. Daarom kan er nog geleefd en gewerkt, gehuwd en gevierd worden. Daarom wordt de chaos nog ingedamd en is een betrekkelijke vrede mogelijk.
Maar zien we dan óók niet dat, naarmate in een land het evangelie van de vrede het volk dieper doordrong, het welzijn en de harmonie, de rust en de vrede in dezelfde mate er door worden bevorderd? Wat heeft het evangelie al niet zegenrijk gewerkt door de eeuwen heen in de verschillende landen en continenten. De angsten voor de machten werden teruggedrongen, de kwalen van het lichaam werden geheeld of verzacht, de gemeenschap werd geoefend, méér dan toen men van geen normen en waarden wist, de bescherming van het leven werd bevorderd.
En zo zijn er in de wereld de duizenden opgerichte tekenen van de vrede die de Vredevorst bracht. Hier een ziekenhuis, waar lijden verzacht wordt en tegelijk het geestelijk welzijn wordt beoogd, daar een kliniek in de binnenlanden van Afrika, een vlag van het Rode Kruis, een regering die de vrede en de gerechtigheid zoekt, hier een dokter, daar een verpleegster, weer ergens anders een vredesbemiddelaar, een landbouwdeskundige die meer opbrengst uit de bodem mag bereiken in een onderontwikkeld land en wat niet al. Het evangelie brengt alles mee aan welzijn voor mens en samenleving.
Christus staat als Vredevorst ook in het wereldgebeuren en roept op om ook de vrede na te jagen. Christenen zijn dan ook — als het goed is — geen ruziezoekers maar vredestichters in de ruimste zin, zij het dat ze de vrede én de waarheid liefhebben. Zij wéten toch wat vrede en harmonie, recht en gerechtigheid ten diepste zijn, omdat het Woord het zegt?
Ik las dezer dagen: 'Ook de schoonste wereldvrede zal nooit het Rijk van God zijn. Daarom verlangen wij naar de eeuwige vrede, die de engelen in de kerstnacht in de velden van Efratha uitroepen. Maar de hoop op eeuwige vrede maakt ons niet ontrouw aan deze aarde'.
En Luther zei: Als ik wist dat Christus morgen weerkwam plantte ik vandaag nog een boom. Een heenwijzend teken naar de volkomenheid van het Rijk.
De vrede begint hier, heel persoonlijk, maar vraagt óók om heenwijzende tekenen in het leven, op de aarde. De engelen zongen van vrede op aarde. En Hem is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde, over mensen en dingen, over Zijn hele schepping. De vrede komt in de heerlijkheid volkomen, maar, omdat die vrede al fundamenteel aangebroken is, zullen er tekenen van zichtbaar worden, in de mensen en in wereldverbanden. Hij is onze vrede! Die vrede is ongekend en ongehoord, in de wereld althans, maar onbegrensd, zo weet het geloof.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's