De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerstfeest...  tussen geloof en gevoel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerstfeest... tussen geloof en gevoel

9 minuten leestijd

Nu ik deze bijdrage voor dit kerstnummer schrijf brandt hier in Hilversum al enige tijd de verlichting boven enkele van de voornaamste winkelstraten.
Rondom Kerstmis willen we immers graag wat licht ontsteken in de akelige winterse donkerheid. Ook in de winkels is feestverlichting aangebracht. En straks zien we de elektrische lampjes en de waskaarsen branden in de huizen.
Nu lopen we als Hervormde Gereformeerden beslist niet voorop bij deze illuminatie. Het mag dan honderdmaal 'Kerst' heten wat ons gepresenteerd wordt tot streling van al onze zintuigen. Het moge een aangename verademingspauze voorstellen in de kille duisternis van dit jaargetijde. Maar we kijken er doorheen. En we zeggen: dat licht is toch maar kunstlicht. Straks gaan de lichten weer uit en is het lekkers weer op. De emballage gaat met de vuilnisemmer mee. Wat blijft er van over? Het is op z'n best als het tijdelijke soelaas, dat een pijnstillend middel een zieke geeft. Het helpt even tegen de pijn. Maar genezing geeft het niet.
Bovendien: stelt al dat uitbundig Kerstfeestvieren met nog weer eens ouderwets volle kerken en met feestelijke samenkomsten voor kinderen en grijsaards, voor verenigingen en inrichtingen, voor zieken en gezonden — stelt dat wel zoveel voor? Wanneer tenminste de belangstelling voor Christus' geboorte — en daarom gaat het toch bij dat Kerstfeest — gaat tanen, wanneer diezelfde Christus straks ons mensenleven bij Zijn licht gaat doorlichten en het laat zien in z'n broosheid en voosheid. En wanneer diezelfde Christus straks Zijn eenzame, diepe, ondoorgrondelijke lijdensweg gaat door de diepten van Gethsemané en Golgotha. Dan moge de Passiemuziek van Bach en anderen de muziekminnaars naar kerken of zalen trekken. Maar voor het thema van 'de straf, die ons de vrede aanbrengt' is heel wat minder belangstelling dan voor de engelenzang, waar men speciaal de woorden 'vrede op aarde' uitlicht, hoewel door de buitenwacht cynische vragen gesteld worden over het na 20 eeuwen nog altijd uitblijven van de vrede. Alsof het een billijke verwachting zou zijn vrede tegemoet te zien in een wereld, die zwijgt als de engelen zingen: ere zij God in den hoge.

Het grote feest (?)
Het is een wonderlijke geschiedenis met dat hele Kerstfeest. De eerste eeuwen heeft de christelijke kerk er niet aan gedaan. Het grote feest was toen het Paasfeest. Men leefde zo sterk bij de gemeenschap met de verhoogde Heiland en bij de verwachting van Zijn wederkomst, dat men niet toe kwam Zijn geboorte zo speciaal te gedenken. Trouwens de Evangelisten zijn er ook erg sober over. Mattheüs zegt er heel summier iets van. Markus helemaal niets. Johannes duidt 's Heeren geboorte meer aan met woorden als: 'het Woord is vlees geworden', dan dat hij de geboortegeschiedenis vertelt.
Toch is die er wel. En ieder jaar trekt Lukas 2 onweerstaanbaar. Rondom de taferelen van Maria en Jozef en het Kindeke in de stal en de geopende hemel boven de velden van Efratha is een onafzienbare menigte ontstaan van verhalen, gedichten, schilderijen, etsen, liederen en oratoria.
Dat alles komt ieder jaar allemaal weer te voorschijn. De bladen hebben soms hun prachtige kerstnummers. Kerstboeken bundelen tal van kerstverhalen. En de romantiek van de kerstboom, die we misschien buiten de deur houden, dreigt toch weer binnen te komen in andere vormen en op andere golflengten. We gaan bij dit alles 'leentje-buur' spelen als we Kerstfeest gaan vieren met de kinderen, met de bejaarden, met de zieken in ziekenhuizen en verpleeginrichtingen. Zo wordt geen enkel feest meer gevierd in het hele jaar.
Zullen we dat allemaal met één veeg wegvagen en zeggen: weg er mee? Laten we terugkeren naar de practijk van de eerste eeuwen toen nog geen Kerstfeesten georganiseerd werden en naar de stijl van de prille Reformatie, die op de zondag, die het dichtst bij 25 december lag alleen de geboorte van Christus wilde herdenken. Maar daarmede dan ook uit!
Dat zal moeilijk zijn. Dat is niet absoluut nodig ook. Absoluut nodig is wel, dat we ons goed realiseren, wat we doen, wanneer we Kerstfeest vieren.
Dat Kerstfeest is komen te liggen - grof gezegd - in een grensgebied tussen gevoel en geloof. Ik zou ook kunnen zeggen: tussen romantiek en realiteit. De romantiek heeft ook wel oog voor realistische details. Zij zoekt naar Middeleeuwse liederen over het 'Kindeke Jesu met oogkens zo blij', over een Kindeke 'op strooisel geleid' (gelegd). Maar die details geven dan vaak wel voedsel aan fantasie en gevoel. Maar daarom nog niet aan het geloof.

Met ons lot bewogen
Nu ik dit artikel schrijf denk ik terug aan de vele Kerstfeestvieringen, die ik leidde in het ziekenhuis in mijn tweede gemeente. Bijna alle patiënten waren dan bijeen. Ze lagen of zaten daar in de sober versierde ruimte van conversatie- en eetzaal. De zusters probeerden zoveel mogelijk het gemis van het eigen huiselijk leven te vergoeden. Ieder kreeg ook een aardig geschenk. We luisterden naar de koorzang van meestal bekende Kerstliederen. We zongen ze ook samen. Voorop ging de Kerstoverdenking. De prediking van dat Kindeke, dat niet komt om onze deernis op te wekken. Maar dat kwam, omdat Hij met ons lot bewogen was. Om ons van zonde en ongeval te ontslaan.

Geloof en gevoel
Dat vraagt niet in de eerste plaats om gevoel, maar om geloof. Het vraagt niet om mensen, die wat licht willen ontsteken in de donkere Kerstnacht, maar naar mensen, die het licht niet meer zien, die wachten op de morgen, de morgen, ach wanneer?, die hunkeren naar het licht. Het vraagt niet om vervoering, maar om vertrouwen. En nu lopen die twee sferen zo licht door elkaar. Dat gevoel met z'n door allerlei uitbeelding gevoerde voorstellingswereld, heeft alleen bestaansrecht, wanneer dat alles geïntregeerd, dus opgenomen en verwerkt wordt in datgene, wat door het geloof alleen geschouwd en ontvangen wordt. Anders fungeren allerlei dingen rondom de Kerstfeestviering als bliksemafleiders, die het hete vuur van Gods heilige liefde langs ons heen doen gaan, in plaats van ons te raken, ons neer te werpen in het stof, maar ook onze harten brandend te maken van geheiligde vreugde. Want inderdaad — rondom de geboorte des Heeren gaan mensen, van wie we nooit gehoord hebben, dat ze dichterlijke of muzikale talenten hadden, zingen. Denk maar aan Maria, aan Zacharias en Simeon. Daar wordt gezongen:

Mijn ziel verheft Gods eer:
mijn geest mag blij den Heer
mijn Zaligmaker noemen.

Dit is geen hemelbestormend lied. Maar een lied, dat geboren wordt omdat de hemel de aarde raakt. Daarom wordt het echte Kerstfeest vaak gevierd, wanneer al de lichtjes, die wij ontstoken hebben, zijn uitgeblust.
Het kan wezen, dat die patiënt, die alleen op z'n zaaltje achterbleef, omdat zijn toestand te ernstig was om naar de Kerstfeestviering te gaan, er dieper mocht inblikken, dan de anderen. Of het kan zijn, dat iemand er wel bij was, maar dan 's nachts niet zo best slapen kan. En dan kan er een bezinning komen op datgene, wat het Kerstfeest eerst waarlijk tot Kerstfeest maakt. Daarbij kan het gehoorde in woord én lied een rol spelen. Maar dan vallen de randfactoren weg. En het wezenlijke gaat leven. In het licht van wat God openbaarde mag het geloof iets aanschouwen van de barmhartigheid onzes Gods, waarmede ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte. Dan krijgt Hij, Die de Bron is van alle goed de dank, ook voor de hartelijkheid van mensen. Want hoog boven alles uit staat het wonder van de liefde Gods in Christus Jezus, als Zaligmaker van schuldige en onreine zondaren.

Kerstfeest 1944
Het schijnbaar onmogelijkste Kerstfeest is voor velen geweest dat van het jaar 1944. Ook voor mijn gemeente en mij. Slechts enkele dagen voor Kerstmis had de grote razzia plaats, die uit mijn gemeente honderden jongens en mannen tussen de 17 en 40 jaar wegvoerde naar Duitsland. Een ontwikkeld, maar onkerkelijk man zei toen tegen mij: het was beter, dat we allemaal op de knieën gingen liggen, dan dat we Kerstfeest gingen vieren.
Wat een misverstand! Wie bij 'feest' alleen kan denken aan versiering en verlichting, vrolijkheid en lach, die moet misschien tot zulk een conclusie komen. De hongerwinter had geen elektriciteit meer overgelaten en het rantsoen was mager. Bovenal was er het grote verdriet om het gemis van en de grote zorg over het lot van hen, die weg waren. Dat maakt feestvieren wel moeilijk.
Daarom dan maar geen Kerstfeest? Ja, juist daarom wel. Want Kerstfeest is het feest van het licht, dat schijnt in de duisternis.

De vrucht
Het is altijd moeilijk na te gaan welke blijvende vrucht speciaal de viering van het Kerstfeest oplevert. Predikanten komen juist in die tijd aan allerlei pastorale arbeid nauwelijks toe. De samenhang tussen het persoonlijke beleven en de alom gepredikte en bezongen heerlijkheid van het objectieve heilsgebeuren — de verborgenheid der godzaligheid, die groot is, nl. dat God is geopenbaard in het vlees — de verhouding ook van het gevoel — en het geloofselement, van de menselijke Kerstromantiek en de goddelijke heilsrealiteit, ze zijn vaak moeilijk na te speuren. Het duidelijst tekenen zich de geloofsbelevingen af, waar de lampen die ons menselijke leven plegen te verlichten worden uitgeblust. Ik denk aan iemand, van wie het jonge stralende huwelijksgeluk in een bijzonder kort tijdsbestek werd teniet gedaan. Maar toen het na een half jaar Kerstmis werd, brak op een onvergetelijke manier het licht door, dat licht waarvan Zacharias en Simeon gezongen hebben.
Ik denk ook aan een man van een zeldzame godsvrucht. Zijn verblijf leek wel wat op een stal. Een stukje van de 'deel' was voor hem afgetimmerd. Voor deze man was het na een leven in de zonde en na een crisis van diepe verootmoediging en schuldbesef Kerstmis geworden, door een voor hem gezegende prediking over Jesaja 9: 5: Want een Kind is ons geboren. Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam: Wonderlijk, Raad, sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.
De man leeft niet meer. De prediker van die Kerstmorgen ook niet meer. Maar onvergetelijk is voor mij gebleven het verhaal van deze begenadigde man, die daar nooit zonder gevoel over kon spreken. Maar daarbij kwam het gevoel aan de goede kant van het geloof te staan. Ze vormen dan geen tegenstelling. Het geloof mag, schiftend en zuiverend winst doen, met allerlei wat in woord, beeld en lied de heerlijkheid van dit grote heil heeft uitgedrukt. En als we horen zingen van een welbehagen in mensen zeggen geloof en gevoel: hoe is het mogelijk? Dit is groter wonder dan dat van de maagdelijke geboorte. Het is het wonder van Gods grote liefde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Kerstfeest...  tussen geloof en gevoel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's