De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uw Beschermheer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uw Beschermheer

6 minuten leestijd

'de Heere is uw Bewaarder; de Heere is uw schaduw aan uw rechterhand'. Psalm 121 vers 5

Nog even, en we schrijven 1975! Een nieuw begin? Dat hangt er van af. Waar maakt u dat nieuwe begin? Voor het aangezicht des Heeren, en in de naam des Heeren. Anders zetten we het leven op de oude voet voort. Eigenlijk maken we iedere week zo'n nieuw begin: de eerste dag van de week. We gaan naar de kerk. Waarom eigenlijk? Het lijkt alsof het leven daar stil valt; het is haast onwezenlijk, die stilte. Alsof het leven stil staat, even maar. Straks gaan we weer naar huis, alles gaat zijn gewone gang; de tijd hier is verloren tijd, we doen er immers niets mee. Morgen begint het, morgen is het maandag. Morgen is het de tweede van de eerste maand. De dag, de dienst: een pauze.
Nu, zo'n pauze is ons welkom, we snakken er eigenlijk naar. Pauze betekent niet alleen ophouden, maar meer nog: opademen. Op adem komen, een mens zou het benauwd krijgen in al die doordeweekse en alledaagse drukte. Maar ... een pauze is maar terloops; we houden de dag en de dienst des Heeren, tussen de bedrijven door. Zo voelen wij dat vaak, zo dreigt het ook inderdaad te worden.
Waarom gaan we dan die eerste dag van het jaar, die eerste dag van de week, naar de kerk? Omdat we ergens op wachten. Dat is een schot in de roos. We wachten op ... Herinnert u zich de mensen, die op Zacharias wachten, die op de hogepriesterlijke zegen wachtten? Zo vergaat het u en mij: Wij wachten op het Woord des Heeren. Het woord, dat Hij spreekt. En Zijn woord is een zegen. We kunnen het er mee doen, we kunnen er mee verder. Als we dit eigenaardige wachten geleerd hebben, laat de Heere ons niet ongezegend gaan. Dat ervaren we, daarnaar verlangen we, vandaar dit wachten, deze 'verloren' tijd, die 'gewonnen' tijd is.
De Heere zegene u en Hij behoede u. Hij beware u. We hebben niets méér nodig dan het bewarende woord en de bewarende hand des Heeren en dat mag vandaag wel tot ons doordringen. Ons leven is vol gevaren. Onze weg voert soms langs smalle paden, over enge passen. Klimmen en dalen; een wankel evenwicht zoeken over de bergkammen. Wegglijden, omdat de aarde geen steun verleent aan onze voet, een stuk steen losraakt en wegrolt. Wil ik u onzeker maken? Wie zou daarbij gebaat zijn! Ik wil u verzekeren, dat er slechts Eén is, Die u kan bewaren, Die u wil be­waken. Dat is de Heere, onze Beschermheer.
De Heere is uw Bewaarder. Dat is, welgeteld, de derde maal. Waarom wordt het in dit lied herhaald: Bewaarder, bewaarder, bewaarder. Omdat deze Ene het alleen is en omdat u zonder Hem niet verder kunt reizen. U moogt uw tocht zonder Hem niet voortzetten, dat wordt u hierdoor ingeprent. En dit: Bewaarder — wordt als een stempel op uw reispas gedrukt; duidelijk, nietwaar. De tekst is een reistekst. Het leven is een voortdurend verder trekken. Vertrekken van ... vertrekken naar ... zoals u die de borden op de perrons raadpleegt: Vertrek — aankomst. Wat daar tussen ligt is de reis, de route die we gaan. Doen we elkaar uitgeleide bij de deur, tot aan het hek, op het perron, dan met een handdruk, met een armzwaai, met een enkel woord. Eigenlijk een machteloos woord, want er staat slechts een mens achter, het is niet veel meer dan een wens. Het woord des Heeren is geen vrome wens, geen zoethouder, geen soort 'rustgever'. De mensen slikken tegenwoordig veel pillen om wat op te kikkeren en pillen om te kalmeren. Zó wil het woord niet gehoord worden. Het wil ontvangen worden als een zegen: een woord, dat kracht doet omdat de Heere er achter staat. Die hemel èn aarde gemaakt heeft; vlakt Hem niet uit! Gaat heen in vrede, ontvangt de zegen des Heeren. Het klinkt u vertrouwd in de oren, raakte het ooit uw hart?
De Heere is uw Bewaarder. Wie is de Heere voor u? Eerlijk zeggen. Niets! Dat is erg, dan gaapt er een leegte, die om vervulling roept. Van wie is dan uw hulp? Mijn hulp is van de Heere. De man die het zegt verzint geen mooie spreuk om daarmee de gevaren te; bezweren, een soort toverspreuk. Hij aarzelt veeleer, hij ziet de gevaren als berggevaarten en het wordt hem bang te moede. Heere! Dat is hulpgeroep. De Heere is een Helper. Bewaar mij. De Heere is uw Bewaarder Die voor u zorg draagt. Uw, met nadruk. Dan ben ik van angst en kramp bevrijd. En, als wij vragen, verwonderd vragen: mijn Bewaarder? dan knikt de Heere ons toe, dan verzekert Hij ons: de Heere bewaart de eenvoudigen. Die ootmoedig naar Hem vragen, ouderen en jongeren. Ook jongeren. Hij is de God van het verbond. Hij wil ons van alle goed verzorgen en alle kwaad van ons weren of te onzen beste keren. Hij hechtte Zijn Naam als een zegen aan jullie leven. Waarom het nog langer bij anderen gezocht, als Hij de Beschermheer is. Geen engel, geen mens kan Hem vervan­gen; Hij schakelt hen in, Hij maakt van hen gebruik, maar Hij laat het niet aan hen over.
Bewaren, u wist het al, is beschermen. De Heere is uw Schaduw. De reis is een woestijnreis. De zon schijnt onbarmhartig, en tegen de middag hijgt een mens naar schaduw. Uw schaduw. De Heere breidt Zijn vleugelen uit. Ga met mij mee naar het heiligdom, midden in de woestijn. In het heilige der heiligen, waar Hij troont, daar zijn die vleugelen. Want God is ook een zon, een verzengende hitte, een verterend vuur. Amechtig sleep ik mij voort, o die gloed! Christus hing aan het hout. Hij vond nergens schaduw. Waar is de schaduw van Gods vleugelen? Boven het verzoendeksel. Daar is het zo weldadig stil en koel. De hitte van Uw gramschap is geblust. Bij het kruis van Christus. De paal en de balk werpen een smalle schaduw, maar breed genoeg om er in te schuilen, om er de toevlucht te nemen. Gij zijt mij een verberging.
Uw schaduw aan uw rechterhand. De rechterzijde is onbeschermd. In de strijd draagt men de lans in de rechter- en het schild in de linkerhand. De aanklager staat ook aan de rechterzijde. Wie verdedigt mij in aanvechting en beschuldiging? Wel, als u beschuldigd wordt en geen verweer hebt — u kunt niets weerleggen — : de Heere, die de schuldige rechtvaardigt om Christus' wil. Klaagt uw geweten u aan? De schaduw aan uw rechterhand is de vergevende genade. Maken de vijanden het u moeilijk? De schaduw aan uw rechterhand is de verdedigende genade. Uw schaduw. Als u zich onbeschermd weet, als niemand u in bescherming neemt, dan doet de Heere dat.
Het geloof mag die schaduw als een schild ervaren in de meest hachelijkste omstandigheden. De Heere is net daar waar het nodig is en wanneer het nodig is. De priester spreekt de pelgrim bemoedigend toe, hij zegent hem. Hij zegt tegen hem: de Heere. Voor menigeen is dat niets zeggend; helaas. Maar door de Heilige Geest wordt het veelzeggend; alles is er eigenlijk mee gezegd: De Heere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uw Beschermheer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's