De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen verschijnsel maar een levende

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen verschijnsel maar een levende

Een boek over de Satan

11 minuten leestijd

Voor boeken met een oplage van twee miljoen exemplaren moet men uiteraard niet in ons betrekkelijke kleine land zijn. Maar als in het grote Amerika een boek — een christelijk boek nog wel — in een dergelijke oplage verschijnt dan is er toch ook wel iets bijzonders aan de hand. En dat is dan zeker het geval als zo'n boek ook nog in korte tijd de wereldmarkt verovert. De boeken van de Amerikaanse auteur Hal Lindsey — want daar gaat het over — hebben in korte tijd een zo grote populariteit gekregen, dat er geen boekhandel is, christelijk of niet christelijk, groot of klein, of de boeken van Lindsey liggen er, soms in stapels opgetast of in rijen naast elkaar. Al eerder hebben we aan één van deze boeken aandacht besteed, namelijk aan het boek: 'De planeet die aarde heette', waarin hij zijn visie op de toekomst gaf, een visie die we slechts ten dele konden delen vanwege het legpuzzelachtig-karakter aan het eind, maar die in ieder geval zeer aansprekend en bijbels geadstrueerd verwoord werd. Er is nu een tweede boek van hem op de markt: 'Satan leeft onder ons'. Daaraan willen we in het kort in dit artikel aandacht besteden.

Waar ligt het geheim?

Het kon wel eens zijn, dat de kracht van Lindseys boeken daarin ligt, dat hij thema's aan de orde stelt, die voluit bijbels legitiem zijn en die intussen in kerk en theologie, in 't algemeen geestelijk klimaat onder christenen verwaarloosd zijn, maar die hij dan ook zó aan de orde stelt dat ze midden in de actualiteit van het leven staan. Lindsey kent z'n Bijbel, Lindsey kent de wereld en Lindsey kent de vragen waarmee mensen (kunnen) zitten. Zijn eerste boek ging over de toekomst, de eindtijd. Een vergeten hoofdstuk vaak in de kerk. Nu schrijft hij over de satan, satan die leeft, die leeft onder ons. En daarmee schrikt Lindsey zijn lezers, zijn kennelijk miljoenen lezers, óp met de realiteit van het bestaan van de satan, de grote dirigent van het leger der demonen, die óf allang dood verklaard was óf allang niet meer gezien werd in zijn dreiging en macht. Waar is nog het besef dat de duivel, de satan leeft, een bestaande figuur, de uit de hemel geworpen gevallen engel is, die rondgaat als een briesende leeuw? Wordt er nog over hem gesproken, dan misschien in de vorm van een onpersoonlijke macht, een verschijnsel (waar we eventueel zelf wijziging in kunnen aanbrengen). Maar een levende figuur, neen dat gaat te ver voor het moderne levensgevoel. Maar zó wordt hij toch getekend in de Schrift. Zó verzocht hij in levende lijve Christus in de woestijn. Zó voer hij in een kudde met varkens. Zó was hij betrokken in het lijden van Job. En zó kreeg Luther ook met hem te maken, zodat hij in een bijna lijfelijk gevecht met hem raakte en hij — naar het verhaal zegt — hem met de inktpot te lijf ging. Maar zó weet ook het kind van God van de aanvechtingen, die van de kant van de Satan komen. Satan lééft onder ons. Die schokkende zekerheid laat Lindsey weer in al zijn klem tot ons komen, vanuit de Schrift, het moderne levensgevoel ten spijt, of liever: aanwijsbaar in het wereldwijde moderne leven.

In het persoonlijk leven

Enkele hoofdstukken wijdt Lindsey aan de aanvechtingen en verzoekingen, die Gods kinderen van satan te verduren hebben. Als hij ons onze zonde zó voor ogen houdt, dat we de wanhoop nabij worden en denken dat God ons niet genadig wil zijn; als hij ons het zicht op het kruis belemmert; als hij de schuldgevoelens over concrete zonden aanwakkert en hij zo als Beschuldiger (wat zijn naam is) optreedt en de kracht der verzoening niet doordringt in het leven; als hij mensen zó zelfs brengt aan de rand van zelfmoord. Maar ook wijst de auteur op de wapenrusting, die nodig is in de strijd tegen de boze: geestelijke wapenrusting van Efeze 6. Nodig is daartoe het vervuld worden met de Heilige Geest, de inwoning van de Heilige Geest, waardoor men de leiding van het leven aan God leert overgeven. Lindsey zegt daarvan: 'God helpt niet hen die zichzelf helpen. Integendeel, Hij helpt hen die erkennen dat ze hulpeloos zijn'.

Zonder in de dweperij van huidige geestdrijverige buitenkerkelijke stromingen te komen komt Lindsey op voor het leven uit en wandelen in de Geest, met steeds de nadruk op de eenheid van Woord en Geest en ook op de verbinding van Christus en de Geest.

In breder verband

Intussen gaat de schrijver in dit boek uitgebreid en gedetailleerd in op eigentijdse verschijnselen, waarin de satan bezig is zijn macht te ontplooien. Hij gaat in dat verband in op de beangstigend sterke toename — in Amerika en daarbuiten — van de astrologie, buitenzintuigelijke waarneming, hekserij, zwarte magie, waarzeggerij en duivelaanbidding.

Wat het laatste betreft, de schrijver geeft onthullende voorbeelden van duivelaanbidding. In de omgeving van Los Angeles is er een duivelcultus, waarbij in grote ketels hondenbloed met LSD wordt gemengd en dan wordt gedronken. De schrijver noemt een 'Kiss-in' op het strand te Santa Monica, waar vierhonderd mensen als een opeengepakte massa heen en weer deinden bij het gedreun van trommels en angstaanjagende muziek. En wist u dat er in San Francisco een eerste Kerk van de Satan is geopend? Op altaren wordt een duivels ritueel gebracht, met een omgekeerd kruis, met nadruk op de ontwijding van het christendom, soms gepaard met sexuele perversiteiten.

Dit zijn natuurlijk wel heel perverse vormen. Maar de schrijver neemt ons intussen mee naar allerlei andere verschijnselen, waar doodgewone zakenmensen, onderwijzers en huisvrouwen, mensen van de straat in zijn gaan geloven: de zwarte kunsten, de occulte krachten, de nieuwe buitennissige religies tot en met de scientologie (de religie als een exacte wetenschap; we schreven daarover al eens eerder aan de hand van een artikel over L. R. Hunbard, dat we uit het Engels vertaalden). Er is een ongekende opleving aan de gang van heksencultus en waarzeggerij. Lindsey zegt: 'Ik geloof dat de satan bezig is aan de mensen bovennatuurlijke krachten te geven met de bedoeling, dat zij zijn werk op aarde zullen bevorderen. We zijn pas aan het begin van de explosie.'

Fundamenteel

Waarom ik Lindsey's boek vooral intrigerend en ontdekkend vind is, dat hij niet in deze veelheid van verschijnselen — op zich de moeite van het kennisnemen, ter waarschuwing, waard — blijft steken. Hij steekt af naar de diepte. Vanaf de Renaissance tijd (zeg middeleeuwen) is men in toenemende mate de verschijnselen, die niet zintuigelijk te verklaren vielen, gaan verwerpen. 'Heel wat middeleeuws bijgeloof, dat betrekking had op demonen en duivelen werd door wetenschappelijke ontdekkingen en ontwikkelingen aan de kaak gesteld als dwaas — en terecht'. Maar wat de Schrift zélf dan wél zei bleef ook niet ongemoeid.

In de negentiende eeuw kwam tenslotte de Bijbelkritiek, en één voor één gingen de Schriftgegevens als mythen overboord. En daarna kwam er het openlijk verzet op colleges aan de universiteiten en hogescholen tegen het geloof. Maar ineens, aan het eind van de zestiger jaren is er een nieuwe tendens van — toch weer — aanvaarding van het zintuigelijk niet-waarneembare, juist ook aan de universiteiten, maar nu dan met uitsluiting van de Bijbel: aziatische filosofie. Yoga, Zen, Maher Baba, geloof in vliegende voorwerpen, tarokkaarten. En dan zegt Lindsey: 'Satan wenst geen wereld die het bovennatuurlijke verwerpt — hij wil een wereld die religieus is en het bovennatuurlijke accepteert. Op deze manier wordt het wereldtoneel in gereedheid gebracht, zodat hij aanbeden kan worden in de persoon van een komend wereldleider, de Anti-christ. Men kan zich afvragen of Lindsey wat dit laatste betreft — het aanduiden van een wereldleider als de Anti-christ — weer niet al te concreet aan het duiden is, maar onthullend is wel de hele analyse van het eigentijdse geestesklimaat. En hij laat zien wat het betekent dat Satan 'overste dezer wereld' wordt genoemd, bezig is in de politieke systemen in de wereld, of 'overste van de macht der lucht', of 'god dezer eeuw' ('Satan houdt van religie'). Satan, aldus de schrijver, verschuilt zich achter religie, intellectualisme, dichtkunst, beeldende kunst, muziek, psychologie, menselijk begrip en ons menselijk 'Ik'. 'Hij is de echte moderne, hoogst actieve figuur, die zich bemoeit met de allernieuwste problemen'.

Hij voert in deze twintigste eeuw een grootse campagne uit. En de 'gedachtenbommen' daarvoor zijn in vorige eeuwen uitgezet, door gezaghebbende filosofen, die de wereld hebben veroverd: Kant, die betwijfelde of de mens wel dingen kon aanvaarden, die niet door de vijf zintuigen konden worden waargenomen; Hegel, die elke absolute waarheid verwierp; Karl Marx (elk middel om maatschappij te veranderen, om te buigen naar een klasseloze maatschappij is geoorloofd); Darwin, de grondlegger van de evolutietheorie; Freud (sex is van alles het begin en het einde); Lenin (godsdienst is opium van het volk); maar ook Kierkegaard vanwege zijn verheerlijking van het Griekse denken.

De schrijver gaat verder in op de muziek van deze tijd, die vaak bedwelmend werkt; op de films met hun godslasterlijke of schijnreligieuze propaganda, met hun sex en geweld; op de wereldeconomie, waarvan de touwtjes steeds meer in enkele handen komen; op de kranten en tijdschriften met hun astrologische rubrieken.

Valse Christussen

Veel aandacht besteedt de schrijver óók aan de tekst uit Matth. 24, waarin gesproken wordt over het opstaan van valse Christussen en valse profeten, die zo mogelijk, de uitverkorenen nog zouden verleiden. Mensen zullen opstaan, die met een keur van bijbelse argumenten de gemeente zullen trachten te misleiden. In dat verband noemt Lindsey ook de charismatische beweging met de nadruk op de tongentaal (waarover hij overigens omzichtig oordeelt). Hij zegt: 'Nu staat misschien geen geestesgave zó open voor satanische nabootsing en verwarring als de gave der tongen. Men moet oppassen voor het gevoelsmatige. Het gaat bij de geestelijke wasdom — aldus de auteur — om de volgorde feit heilsfeit), geloof, gevoel. Het gaat allereerst om de Gever en dan pas om de gave, een andere volgorde kan tot ontsporing leiden.

Belangrijk is, dat Lindsey er — met een woord van Shakespeare — sterke nadruk op legt, dat de duivel de Schrift kan aanhalen voor zijn eigen bedoelingen, zich vertonend als een Engel des lichts. En dan liggen de dingen soms heel subtiel: men verlegt het accent van de genade (de souvereine genade) naar bijvoorbeeld werkheiligheid. Satan heeft zó in deze tijd zijn eigen korps van toegewijde predikers, die zich voordoen als 'dienaars der gerechtigheid'. Satan scheurt de Bijbel uiteen en plakt naar willekeur stukjes bij elkaar, zodat het geheel een bijbelse schijn heeft maar intussen een instrument in zijn hand wordt.

Neem en lees

Ik heb Hal Lindsey's boek in vrijwel één adem uitgelezen omdat het op meer dan een plaats onthullend en ook verrijkend is, diepgravend en bijbels. Men kan ook gegronde bezwaren hebben, als bijvoorbeeld weer iets uit zijn eerstgenoemde boek naar voren komt, of als hij zegt dat Satan Eva, toen hij haar verleidde, aangreep in haar vrouwelijke zwakte, de nieuwsgierigheid, of als hij nogal accentueert de gedaanteverandering van de mens, in casu Eva bij de zondeval, of als de toeëigening van het geloof toch wat te weinig nadruk krijgt of als het ontvangen van de Heilige Geest welhaast een gevolg schijnt te zijn van het ontvangen van Christus. Men kan ook bepaalde bezwaren hebben tegen formuleringen, die met de vertaling samen hangen. Maar dit alles weegt niét op tegen het feit dat Lindsey zeer indringend aan de orde stelt dat satan lééft, en waar hij leeft, en hóé hij leeft. Dat we op onze hoede zijn, met name ook de jongeren die in een tijd temidden van ongekende demonische machten opgroeien.

We weten ook — en dat wordt ook benadrukt in dit boek — dat Christus de machten, de demonen, aan het kruis heeft overwonnen. Dat Satan weliswaar Overste van de Wereld genoemd wordt, maar dat Christus, dé Overste, dé Kurios is, die de overwinning behaald hééft en behalen zal. Maar de Schrift spreekt ook over de weeën in het wereldgebeuren, over de tijd van de Anti-christ.

Wij weten niet wat de toekomst brengt. Maar wel weten we dat de satan grote macht heeft en die macht te sterker ontplooien zal naarmate het einde naderbij komt. Ik geloof dat het daarom goed zou zijn als velen dit boek eens zouden lezen ter opscherping van hun geestelijke onderscheidingsvermogen. Want Satan is er in de persoonlijke geestelijke aanvechtingen, hij is er óók in al die zeer toegespitste verschijnselen als mensen in zijn greep zijn, bij waarzeggerij, bij bezetenheid, bij occultisme en astrologie. Maar Satan is er ook in al die eigentijdse verschijnselen, die evenzo vele anti-christelijke trekken in zich hebben; in de duivelscultus, die overal de kop opsteekt.

De slimste list van de Duivel, zegt Lindsey, is te doen geloven dat hij niet bestaat. Daarmee wil ik deze bespreking maar beëindigen. De Schrift zegt, dat Hij rondgaat als een briesende leeuw, zoekende wie hij verslinden kan. In onze tijd worden er miljoenen door hem verslonden. En velen zijn te gecultiveerd geworden om zijn naam nog maar te noemen. Maar als de Schrift hem ons aanwijst als de mensenmoorder van de beginne, dan is het rampzalig als Hij wordt doodgezwegen, als men doet alsof hij niet bestaat.


Hal Lindsey: Satan leeft onder ons; Uitgave Nova Press, Laren (N.H.), 222 pagina's.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Geen verschijnsel maar een levende

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's