De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De bescherming

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De bescherming

Meditatie

6 minuten leestijd

De zon zal u des daags niet steken noch de maan des nachts. De Heere zal u bewaren van alle kwaad, uw ziel zal Hij bewaren. De Heere zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in eeuwigheid. Psalm 121 vers 6—8

Bescherming, beveiliging, verzekering, ze zijn ons alle drie even welkom. We zoeken ze dan ook naarstig. Maar volledige bescherming, beveiliging, verzekering, die vinden we niet. Het is nooit helemaal 'rond'; er blijven risico's, we lijden schade. De bescherming des Heeren voldoet aan de hoogste eisen; zij is volkomen. De psalmdichter kan er niet over uit. Hij kreeg bij zijn vertrek de zegen mee, en die zegen wint het van iedere verzekering.

De zon zal u des daags niet steken. Zonnesteek kan dodelijk zijn, dat weet iedereen in het Oosten. Denk maar aan Jona, die geen boom had, die schaduw bood, en zo blij was, toen de Heere er een deed groeien vlak naast hem. Noch de maan des nachts. Dat komt ons wat vreemder voor. Men dacht, dat het maanlicht een schadelijke invloed had voor de gezondheid en bij voorbeeld koorts kon veroorzaken. Men kon er ook 'maanziek' van worden. Bovendien, zon en maan waren goden voor de heidenen. Machten, die het leven beheersen. Israël was daarvan bevrijd dank zij de openbaring des Heeren. Hij schiep de grote lichten: de zon tot heerschappij van de dag en de maan tot heerschappij van de nacht. De hemellichamen zijn scheppingslichten, meer niet.

De zon zal u des daags niet steken. Hitte, dat is ongeluk en ongemak. Daarvoor zal de Heere u bewaren, zegt de priester. Als u een pelgrim bent, onderweg naar de stad Gods, houdt u dan niet vreemd over de hitte van de verdrukking, vermaant de apostel. Die vóór de troon zijn komen uit de grote verdrukking. De Heere waakt echter over hen. Hij zal hen nimmer om doen komen. Daar staat de Heere voor in. En de maan dan? Noch de maan des nachts.

Daar komt het weer, tot drie keer toe: Bewaren, bewaren, bewaren! Kleingelovigen, dat is om uwentwil geschreven, en nog en nog eens. Zulke woorden genezen ons van het wantrouwen, dat diep in ons hart wortelt, en dat vrucht draagt in de vrees dat het toch nog wel eens mis kan gaan. Onkruid is het, het wordt met krachtige hand uitgerukt en in het vuur van dit woord  geworpen. Want er brandt een vuur in dit woord: De Heere zal u bewaren van alle kwaad. Dat is nogal wat. Het kwaad in velerlei vorm, kwalen en kwaden. We moeten er mee rekenen, we kunnen er op rekenen.

Geen kwaad zal u wedervaren. Nee, ik ga niet breed uitmeten, wat er al zo voor kwaad is. Laat ik volstaan met — u raadde het al — de zonde. Dat is een groot kwaad. We schrikken er van. En de boze! Heere, bewaar ons voor de zorgen die wij ons maken, over ons zelf en over anderen. En voor ... Maar dat kan niet waar zijn: voor alle kwaad. Inderdaad, wie op de bewaring des Heeren hoopt, hem wordt nog menig haar gekrenkt. Hij gaat door een duister dal, schaduw van de dood genoemd. Ik zou geen kwaad vrezen. Toch niet. En als Job zegt: zou ik het goede van God ontvangen en het kwade niet?

Het kwaad, dat ik niet als kwaad onderken — hoe gaat het? goed! — en het kwaad dat mij overkomt, alle kwaad. Dat is te mooi om waar te zijn en dat klopt niet met de werkelijkheid. U wilt wel twee dingen bedenken: Bewaren van, betekent niet altijd bewaren voor. Het kan even goed betekenen: bewaren in. Dat wil zeggen: het kwade krijgt mij niet in zijn macht, want de Heere beschermt mij. Hij maakt, dat het kwaad mij niet smart, bij voorbeeld. Dat het mij niet schaadt. Uiteindelijk kan het kwade geen kwaad, want de Heere houdt een oog in het zeil; Hij zal mij geen kwaad doen, dat weet ik vast. Hij wil mij bewaren voor de boze, zodat die niet met de winst gaat strijken. Hij leert mij wegen: het gewicht van het kwade is lichtgewicht, vergeleken bij het gewicht van het goede, dat voor mij is weggelegd. Vervolgens: de Heere. Hij is bij mij als mijn Bewaarder. Hij is tegenwoordig. Hij bewaart mij bij het geloof en de hoop en de liefde. Hij fluistert mij toe in de stilte: De Heere zal u bewaren voor alle kwaad. En Hij voegt het mij toe door de mond van de dienaar; hij zet het hier zwart op wit. Om Christus' wil! Toch goed, ondanks alles wat mij als kwaad zou wedervaren. Want ik wordt bewaard. Ik geniet een hoge en hechte bescherming, die beschikte de Heere voor mij, in Zijn vaderlijke goedheid.

Uw ziel zal Hij bewaren. Uw ziel, dat is uw leven. Hij staat voor uw leven in. En omgekeerd: uw leven, dat is uw ziel. Ziel bewaard, alles bewaard; ziel verloren, alles verloren. Hoe staat het er met ons voor? Hebben we aan die Ene, aan de Heere onze ziel, ons leven leren toevertrouwen, omdat het verloren was. Hij redt het leven van de dood. Hij bewaart het tot het eeu­wige leven. Wat een afdoende en doeltreffende bescherming.

De Heere zal uw uitgang en uw ingang bewaren. Dat is heel uw handel en wandel. Mozes betrok die bij de zegen en bij de vloek. Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, en gezegend zult gij zijn in uw uitgaan. — Deut. 28  vs. 6 — of vervloekt. Vloek en zegen zijn volstrekt, alles valt er onder, zo is de bescherming volstrekt, de Heere omringt ons gaan en staan. Hij geleidt ons 'in' en 'uit'. Uw uitgang, 's Morgens gaat de mens uit naar zijn werk — Ps. 104 : 23 — Een vrouw kijkt haar man na, een moeder haar kinderen. Uw ingang: daar zijn ze weer. De Heere waakt er over, in Zijn hoede bevelen we elkander aan. Onze werkkring valt niet buiten deze bescherming; ook onze verantwoordelijkheid wil de Heere mee dragen. Uit en thuis, dag voor dag: morgen en avond, verdriet en vreugde, voorspoed en tegenspoed een voortdurend wentelen en wisselen. De Heere bewaart.

Het leven is ingaan en uitgaan. Meestal verloopt dat onopvallend. Soms is het pijnlijk genoeg. U moet uw huis uit, u moet uw werk beëindigen, u moet naar het ziekenhuis. Het kan allemaal gebeuren. De Heere zal uw uitgang en uw ingang bewaren. Ingaan: geboren worden. Uitgaan: begraven worden. Ook dat, vroeg of laat. Ik weet mij geen raad. Raadpleeg de priester eens, in het heiligdom. Hij spreekt groot van de Heere. Uw uitgaan uit dit leven, wordt een ingaan tot het eeuwige leven. Als de Heere beide bewaart. Van nu aan tot in eeuwigheid. De psalmist slaakt een zucht van verlichting. Van nu aan. Niet met morgen te beginnen. En tot... Bewaren voor eeuwig. Dat is een verstrekkend woord. De meeste dingen gaan niet zo lang meer mee als vroeger. En zó lang gaat niets en niemand mee. Mijn ziel, mijn uitgang, mijn ingang. In Uw hoede zijn wij wel geborgen. Wat hier gezegd werd is een zegen. En wie hier gezegend werd die kan reizen. Waarheen? Naar het Jeruzalem, dat boven is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De bescherming

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's