Kind en geloof - kind en leven - kind op aarde*)
(1)
Dit zijn de titels van de drie boeken, geschreven door dr. J. L. Klink, predikante bij de Remonstrantse Broederschap, speciaal vrijgesteld voor de godsdienstige opvoeding. Enkele jaren geleden verscheen het eerste deel 'Kind en Geloof', waarvan inmiddels de vijfde druk verscheen. In 1971 verscheen het tweede deel 'Kind en Leven', dat ook verschillende herdrukken beleefde. Een jaar later werd het drie-delige werk voltooid met 'Kind op Aarde'.
Deze boeken van dr. Klink hebben een grote lezerskring gevonden, wat o.a. blijkt uit het feit dat deel 1 'Kind en Geloof' tot de tien bestverkochte boeken van najaar 1970 behoorde. Op de achterflap van één der delen lezen we: een verplicht boek voor allen die te maken hebben met godsdienstige opvoeding (Trouw); rijk materiaal voor ieder die iets te maken heeft met de opvoeding van het kind (De Tijd); een verrukkelijk boek.
Methode
De boeken van dr. Klink zijn eensdeels boeiend van inhoud. Klink wil speciaal schrijven over de theologie uit de kindermond. Daarom geeft ze een paar duizend citaten van ouders en opvoeders over hun kinderleeftijd van vroeger of van gesprekken met kinderen in de leeftijd van 4 tot 9 jaar. In die kindercitaten komen bijna alle themata voor van het christelijk geloof: een kind kan vragen over God, Jezus, zonde, vergeving; geboorte en dood enz. Al deze themata worden door de kindermond in alle ernst geloofd en beleden, evenzeer in alle ernst geloochend, net naar de gesteldheid van het kind. Klink heeft als ondertitel van haar werk: de theologie van de kinderen - een kleine theologie voor ouders. Daarmee wil ze zeggen: uit de 'theologie' van het kind, zoals die uit de kinderuitspraken tot ons komt, blijkt aan de ouders hoe ze het kind opvoeden of hebben opgevoed. Ouders worden door de kinderuitspraken als het ware teruggeworpen op zichzelf. Terwijl diezelfde uitspraken hen ook zal helpen tot een beter verstaan van het christelijk geloof en het verwoorden daarvan. Misschien ook wel dat ze moeten worden als een kind.
Bij de methode van Klink zijn echter vragen te stellen. Klink bouwt vele van haar gedachten op vanuit deze citaten van ouders en kinderen en geeft zo een empirische basis (d.w.z. een basis op ervaringen berustend) voor een geloofstheologie van het kind (deel 1, blz. 9). Het is de vraag of dat hetzelfde is als een Bijbelse basis.
Inhoud
Het is ondoenlijk een overzicht te geven van alles wat er aan de orde komt. Slechts een kleine indruk: Klink schrijft dat de eerste vier levensjaren van het kind fundamenteel zijn voor de gehele verdere ontwikkeling; de eerste 7 jaren zijn, opvoedkundig gezien, de belangrijkste jaren van het mensenleven. Iets voor ouders en opvoeders om voor ogen te houden. Bij het tot-geloof-komen is zeer essentieel de vader/moeder-verhouding die het kind opdoet. Is die verhouding thuis verstoord, dan dreigen ook andere storingen. Klink geeft daarvan een voorbeeld: de juffrouw op school vertelt van de Vader in de hemel die voor de kinderen zorgt. Een jongetje roept emotioneel uit: 'mijn vader had je vanmorgen moeten horen; die ging te keer'. Daarom zegt Klink: de verregaande ontwrichting van het gezinsleven is mede één van de hoofdoorzaken van het ongeloof in onze tijd.
Komt het kind met vragen als: Wie of waar is God? dan moeten we die vragen niet direct beantwoorden met: God is in de hemel (het kind denkt dan in de wolken). Ook niet: in je hartje (dat denkt het kind te letterlijk). Antwoord maar als het kind vraagt: Waar is God? 'Je moet maar denken: God is bij ons; meer hoeven we niet te weten'.
Het doet goed Klink te horen pleiten voor opvoeding in de allereerste plaats door de ouders thuis. Daarbij is niet de 'aparte' godsdienstige opvoeding belangrijk (de gesprekken met het kind over God; het kind leren bidden enz.), maar de gehele christelijke sfeer. Klink pleit ook voor seksuele opvoeding in het gezin. Eigenlijk moet er geen aparte seksuele opvoeding zijn, maar het gesprek daarover moet gewoon ingebed zijn in het geheel van de opvoeding en meegroeien met het bevattingsvermogen van het kind. Laten de ouders er niet omheen draaien, maar al voor het vijfde jaar een totaalbeeld geven, dat vanzelf op een natuurlijke wijze kan uitgroeien. Klink zegt: seksuele opvoeding hoort in de eerste plaats thuis in het gezin; pas in de tweede plaats op school.
In deel 3 lezen we een hoofdstuk: 'Sinterklaas en God'. Als het kind tot de ontdekking komt, dat Sinterklaas niet bestaat, kan het tot de conclusie komen, dat God ook wel niet zal bestaan. Het kind kan zelfs zeggen: Sinterklaas is liever dan God, want Sinterklaas geeft cadeautjes. Klink zegt: laten we het Sinterklaasfeest gewoon zó spelen, dat de kinderen weten dat hij een man is, die vele jaren geleden heeft geleefd, wiens verjaardag we echter nu nog vieren met een spel.
Ik kom in de verleiding nog meer te noemen: er is groot gevaar dat we het Kerstfeest infantiliseren, d.w.z. op een kinderachtige manier vieren, door bijv. kribje wiegen, het poppenspel, of door sommige kinderliederen als: engeltjes door 't luchtruim zweven. Ook moeten we ervoor waken, dat voor het kind God en Jezus niet door elkaar worden gehaald. Omdat God 'zo ver weg is' komen velen er gemakshalve toe met het kind meteen maar over Jezus te spreken die 'alles gemaakt heeft' enz. Klink noemt dit Jesulogie en meent dat dit met name in R. Kath. kring erg groot is.
In het slothoofdstuk lees ik: het kind wordt in onze tijd teveel geconfronteerd met sex, misdaad enz. op de T.V. Moet het kind werkelijk alle verschrikkingen der wereld verwerken? Ook in de kindercatechese wake men ervoor het kind niet te zeer de ogen te openen voor de werkelijkheid waarmee het later vanzelf in aanraking zal komen.
Bedenkingen
Vorig jaar stonden in de Waarheidsvriend twee artikelen naar aanleiding van het 2e deel 'Kind en Leven' waarin op de pedagogische kant van dit boek werd ingegaan. Deze bespreking eindigde met de opmerking: 'Het is erg jammer dat we toch moeten stellen, dat het boek voortkomt uit een theologisch-pedagogisch optimisme ten aanzien van de reikwijdte van het menselijk denken en geloven, dat ik niet deel, omdat het naar mijn overtuiging niet in overeenstemming is met de realiteit in Bijbels licht'. Ik deel deze mening.
Wat is namelijk de hoofdstelling van dr. Klink? We hebben onze kinderen verkeerde beelden voorgehouden van God, straf, zonden en genade en daardoor in de opvoeding het kind voorgoed verknoeid. Met die verkeerde beelden doelt Klink speciaal op de 'orthodoxe' beelden. Klink rekent in haar werk namelijk af met Bijbelsreformatorische waarden als de voorzienigheid Gods, de opvattingen over hemel en hel, de erfzonde, de leer van verzoening door voldoening enz. Over de eeuwige verlorenheid schrijft Klink: 'Wat een verschrikkelijke God die zelf in alle eeuwigheid troont en 'de goeden' bij zich heeft in eeuwige zaligheid en het zou kunnen verdragen dat zijn schepselen eeuwigdurend het vreselijkste lijden moeten ondergaan in duistere verlorenheid. De hemel zou toch een hel worden als dat zo was'.
De hoofdteneur van Klink is nu: Wie zal zeggen, welk een onherstelbare schade is aangericht door een opvoeding waarin het kind geconfronteerd werd met dogma's als voorzienigheid, erfzonde, straf? Die orthodoxe indoctrinatie (eenzijdige beïnvloeding) is misschien wel één van de voornaamste oorzaken van het ongeloof geworden. Van daaruit is het voorwoord van dr. H. Berkhof te verstaan: 'Velen die de kerk hebben verlaten vallen haar aan op de presentatie van het geloof, zoals ze die in hun jeugd hebben meegekregen: de voorstelling van een almachtige God die alles ziet en leidt en dé mensen in hun levenservaring straft en beloont. Voor tallozen komt een ingrijpende correctie van deze karikatuur te laat' (blz. 8). Vandaar dat Klink zich in haar werk geweldig afzet tegen orthodoxe kinder-en kleuterbijbels als die van W. G. v. d. Hulst en Anne de Vries en ernstige kritiek heeft op het christelijk onderwijs op vele scholen en zondagsscholen, zoals tot nog toe gebracht werd. Het werk van Klink is een pleidooi voor een andere wijze van opvoeden waarin niet zozeer de methode van opvoeden in het geding is, alswel de Bijbelse boodschap zelf.
(slot volgt)
Wapenveld
*) Dr. J. L. Klink; Ambo, Bilthoven; 3 delen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's