De sociale academie te Ede
In het ledencontactblad van de C.H.U. schrijft drs. G. van Leyenhorst:
De Chr. Academie in Ede komt de eerste jaren (nog) niet in aanmerking voor subsidie.
In een brief die het bestuur van de Stichting ter bevordering van Geref. Sociaal Pedagogisch Onderwijs op 30 oktober j.l. van staatssecretaris Veerman ontving, werd medegedeeld dat bekostiging zelfs niet vóór 1 januari 1978 zal kunnen plaatsvinden.
En na die datum zal dit alleen kunnen gebeuren als blijkt wanneer er op dat moment voldoende behoefte aan deze academie zal bestaan.
Een bijzonder teleurstellend bericht voor het bestuur, voor de docenten, voor de studenten en voor allen die op welke wijze dan ook aan de totstandkoming van deze school hebben bijgedragen.
Het belang van de academie
Naar onze stellige overtuiging heeft deze sociale academie een zeer belangrijke functie te vervullen. Nu in verband met de partiële leerplicht onze werkende jongeren een of twee dagen per week vorming en onderwijs moeten ontvangen, is het van grote betekenis dat deze zo kwetsbare jeugd vormingsleiders ontmoeten die hun vormende taak verrichten overeenkomstig de uitgangspunten en doelstellingen welke de ouders aan dit type onderwijs wensen te verbinden.
Voor het dagonderwijs bestaan er reeds duizenden Christelijke scholen; het partiële onderwijs is echter (nog goeddeels overgeleverd aan krachten die de Christelijke levensovertuiging eerder ondermijnen dan ondersteunen.
Is het wonder dat talloze ouders daarom hun kinderen niet naar bepaalde vormingsinstituten wensen te sturen?
Inmiddels zijn er reeds een 20-tal Christelijke vormingsinstituten opgericht en dit aantal neemt gestadig toe.
Daarvoor zijn docenten nodig, die dit onderwijs uit overtuiging willen dienen.
Ze zijn trouwens overal nodig, waar er de mogelijkheden zijn om het Woord van God in onze gehele samenleving te doen doorwerken.
Maar ook in de culturele en maatschappelijke sector zijn er zulke mensen nodig.
De sociale Academie in Ede tracht daarin mede te voorzien.
Hierdoor moge het belang van deze academie voldoende zijn aangetoond.
De kamer
Het valt te begrijpen dat onze CHU-fractie over deze zaak niet mocht zwijgen, toen een week na het bovengenoemde teleurstellende bericht de begroting van onderwijs en wetenschappen in de Tweede Kamer aan de orde werd gesteld.
De sociale academie in Ede is per 1 augustus van dit jaar gaan draaien.
Volgens de wet op het voortgezet onderwijs betekent dit dat men in dit geval niet eerder dan 3 jaren na de oprichting voor bekostiging in aanmerking komt (art. 65 lid 4) tenzij de Minister op grond van de aangetoonde behoefte (art. 69) of het voor de school positief uitgevallen beroep (art. 72) tot opneming op het scholenplan moet besluiten.
De discussie in het parlement speelde zich vooral af rond dat woordje 'tenzij'.
Staatssecretaris Veerman vond dat deze uitzonderingsbepaling niet van toepassing is op een instelling voor hoger beroepsonderwijs, waaronder de sociale academies.
Voor zijn opvatting pleit dat de scholen voor hoger beroepsonderwijs in art. 69 niet met name genoemd worden, terwijl dit wel het geval is voor b.v. athenea, havo en mavoscholen.
Maar daar werd onzerzijds tegenover gesteld, dat de planprocedure als onderdeel van de wet op het voortgezet onderwijs, voor het gehele terrein van het onderwijs tussen lager-en wetenschappelijk onderwijs geldt.
Degenen die dit willen nagaan, wijs ik in dit verband op de art. 2, 5 en 64 van deze wet.
Bovendien is bekend, dat er op het departement voor de in art. 69 niet met name genoemde scholen zogenaamde interne normen bestaan, die naar analogie van de wet met name genoemde scholen worden gehanteerd.
Waarom kan dit in het ene geval wel gebeuren en in het andere geval niet? Mijn conclusie was (en is) dat er dus een ongelijke rechtsbedeling bestaat tussen de verschillende soorten scholen, die op grond van de wet onder het voortgezet onderwijs worden gerekend.
Motie
Om die reden hebben wij in de kamer een motie ingediend, teneinde deze gelijke rechtsbedeling mogelijk te maken, hetzij door een minder enge interpretatie van art. 65, hetzij de toepassing van interne normen op basis van de bovenvermelde analogie.
De staatssecretaris volhardde in zijn van het begin af aan ingenomen standpunt en wees de motie dan ook van de hand.
Teleurstellend was voor ons bovendien, dat de ARen KVP-fracties zich uiteindelijk ook van onze motie distancieerden door zich achter de opvatting van de regering te scharen en wel op juridische gronden. Dit betekende, dat onze motie vanaf dat moment niet meer door een kamermeerderheid werd gesteund, zodat we nu voor de keus stonden een verworpen motie te riskeren (en dat risico was groot) of de motie in te trekken.
De beslissing is op het laatste gevallen met name omdat ons inmiddels bekend was geworden dat het bestuur van de G.S.A. tegen de beschikking van de Staatssecretaris in beroep wilde gaan.
Een aangenomen motie zou voor de Sociale Academie een duidelijke steun in de rug zijn geweest, een verworpen motie achtten wij niet in het belang van de Academie, waarom het tenslotte toch te doen was.
Wij hopen hiermede geantwoord te hebben op de vragen die ons van verschillende zijden werden gesteld waarom wij de door ons ingediende motie tenslotte hebben ingetrokken.
Beroep
De sociale academie is nu in beroep gegaan bij de Kroon.
De staatssecretaris heeft toegezegd zo mogelijk de procedure te helpen versnellen.
Dat betekent een beetje moed voor al degenen die door hun inzet en offervaardigheid voorlopig nog met veel onzekerheden zullen moeten voortleven.
Deze boog kan niet al te lang gespannen blijven. Waar zo overduidelijk blijkt dat er een reële behoefte bestaat aan dit type onderwijs, zal er spoedig een positieve beslissing dienen te worden genomen. En wel met het oog op een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen, in het belang van een groot deel van onze Nederlandse jeugd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's