De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Contrasten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Contrasten

8 minuten leestijd

Rome — pracht en praal

Op reis doe je soms indrukken op, die je bezig houden. Parijs, de lichtstad, heeft een keur aan fraaie gebouwen. Eén daarvan, en dan ook één van de meest imponerende is de zogenaamde Madeleine, waarvan de bouw in 1764 onder Lodewijk XV begon, terwijl Napoleon in 1806 het onvoltooide gebouw liet afbouwen in de vorm van een Griekse tempel, bedoeld als erehal voor zijn grote leger (Grande Armee). In 1842 werd het gebouw, dat omgeven is door 52 Corinthische zuilen van 20 m hoogte, definitief tot kerk bestemd. Een magistraal gebouw uit Frankrijks 'grote' tijd, toen Napoleon met al z'n overwinningen de stad Parijs ook gebouwen en gedenktekenen als deze gaf. Een gebouw dat met z'n pracht en praal geheel kon worden ingepast in de rij van kathedralen, die de één voor de ander 'het rijke roomse leven' demonstreren.

Op de eveneens 20 meter hoge bronzen deuren van het gebouw zijn de Tien Geboden uitgebeeld, vier beeldhouwwerken op elk van de twee halve deuren en twee boven de deuren, en bij elke afbeelding de beginregel — in het Latijn — van het betreffende gebod.

En zo staat er ook: 'Gij zult u geen gesneden beeld maken ... u voor die niet buigen, noch hen dienen'. En in zo'n kerk is het er intussen vol van, van de beelden van Christus, van Maria, van de heiligen. En mensen lopen af en aan, ontsteken hier een kaars en maken daar een knieval. En centraal staat het altaar, waar het offer moet worden herhaald. En centraal staat de misdienaar. De preekstoel staat terzijde en op de preekstoel geen opengeslagen Bijbel. Meer dan ooit kwam het op me aan hoe in zo'n gebouw alles om aandacht roept, maar een opengeslagen Bijbel niet!

De Reformatie — soberheid

Op zo'n moment realiseer je je ook wat een geweldig ingrijpend gebeuren de Reformatie is geweest, toen met de beelden en het altaar korte metten werd gemaakt en — de artistieke waarde van allerlei liturgische ornamenten ten spijt : — teruggekeerd werd naar soberheid in de gebouwen en naar de centrale plaats voor het Woord daarin.

Rome is uiterlijk veel aansprekender dan de Reformatie. Wie gevoelig is voor uiterlijke weelde en pracht en voor liturgische uitbundigheid moet bij de Reformatie niet zijn. Dit bedenkend beseft men, dat het Gods hand was, die Zijn gemeente meenam uit deze pracht en praal en haar weer bracht tot dat éne indrukwekkende: het Woord alléén, het Woord centraal! En mocht er sindsdien ook in protestantse kerken veel aandacht zijn geweest voor stijl en architectonische schoonheid, dan toch altijd op deze wijze, dat alles daarbij heen wees naar dat ene naakte Woord, waarbij slechts doopvont en avondmaalstafels de zichtbare tekenen, hangend aan het Woord, vertegenwoordigen.

Het contrast tussen de Rooms-katholieke kathedralen en de protestantse kerken is even groot als het contrast tussen Rome en Reformatie — ten principale — zélf. De gebouwen spreken. En in die gebouwen spreekt ook het verleden.

Gods trouw

De enige functie van het gebouw, het kerkgebouw, is om in de aanwezigheid van de gemeente Gods daden te doen horen in de verkondiging en dit zichtbaar uit te beelden in de sacramenten. En ligt daar weer niet het grote verschil met Rome, waar in de gebouwen dagelijks — of er nu een gemeente bij is of niet — missen worden opgedragen en waar eeuwenlang aan de parochianen alles werd onthouden door het Latijn als kerktaal? (Al is dat nu hier en daar gewijzigd).

In de wekelijkse verkondiging, in verkondiging en sacrament, komt Gods trouw over Zijn gemeente aan het licht. Daaraan is het gebouw dienstbaar. Als we die trouw op ons laten inwerken — geestelijk — dan kan een mens daar stil onder worden en klein. God is getrouw. Dat heeft hij in de Reformatie en sindsdien, ook hier, nu, betoond, de ontrouw van de gemeente ten spijt. Men kan die trouw ervaren als men in de kerk, waarin men gedoopt werd, eens bij al die dingen stilstaat. Op die plaats, onder aan de kansel, daar gebeurde het een keer: in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. God is ons altijd al vóór geweest. Zijn trouw kreeg daar gestalte. Het is Zijn trouw die mee gaat door de jaren heen. Leer het volk z'n doop verstaan — maar dan ook verstaan, geestelijk, bevindelijk — en het is gered. O nee, de doop werkt niet automatisch, het vraagt om bekering. Maar is de doop voor het gelóóf niet een machtig teken van Gods trouw? In de kerk waar je gedoopt bent mag de herinnering, aan dat eerste begin van Gods trouw wel indringend spreken. En als het dan ook nog door de prediking heen klinkt... De sacramenten zijn zegelen aan het Woord. Moedgevend in de meest donkere tijden.

Breder Contouren

Maar de trouw van God heeft breder contouren. Die gaat over het gehéél van een gemeente, die bij het Woord bewaard blijft. En ook nu is, Gode zij dank, dié gemeente er. Ze is er gebleven door de eeuwen heen. En ook nu nog zijn er in ons land de vele gemeenten, vele ook met goede, zelfs zeer goede kerkgang, en menige gemeente ook met beter kerkgang dan in het verleden soms het geval was. Meermalen horen we daar óók van. Laten we dat ook eens zeggen.

Het zit 'm niet in het aantal, zegt men tegenwoordig. Om van de nood een deugd te maken! Maar het dóét bepaald wat als de kerk tot tweemaal toe meer dan vol is. Ook al is dat een gemeente met hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Een gemeente met z'n hoogten en diepten, met z'n zorgen en z'n zonden. Maar een gemeente waar God door de jaren heen Zijn kinderen had en heeft. Een gemeente waar markante en minder markante dominees stonden, dominees waar nóg over gepraat wordt — al is het na tientallen jaren — en dominees die niet meer zó worden genoemd, maar die in stilte — hoewel met zegen — hun werk deden. En als je dit alles overweegt dan zeg je: een gemeente waar de prediking voortgang mocht vinden, want Gód is getrouw. We zeggen wel eens dat het kerkelijk gezien een tijd van neergang is. Dat zal waar zijn. Maar de gemeente is er óók nog. In bepaalde plaatsen zelfs gegroeid, flink gegroeid, in meelevendheid toegenomen. We kunnen de kerk ook altijd naar omlaag praten en vergeten dat Gods trouw er óók nog is, dat God voortgaat zijn gemeente bijeen te vergaderen en ook in onze tijd voor dienaren van het Woord zorgt. De prediking is er nog zondag aan zondag in alle vrijheid.

God zorgt zo ook verrassenderwijs, ook in deze tijd voor de zo gedeukte en geschonden kerk der Reformatie hier te lande, die we Hervormde Kerk noemen. Daar is de prediking naar het Woord nog, door dominees in de eerste, tweede of derde fase van hun ambtelijke bediening, door oude voorgangers — desalniettemin groen en fris — en door jonge voorgangers met al hun onervarenheid — desalniettemin Verbi Divini Minister. God zorgt voor dienaren én zorgt voor een gemeente. Gemeente soms met toch nog weer veel jonge gezinnen, met veel jongeren. En je denkt: het kan misschien wel eens een geslacht overslaan, maar God is getrouw. Zijn trouw blijft tot in duizend geslachten. Een gemeente van nu bestaat uit mensen, die er honderd jaar geleden nog niet waren, maar er nu bij getrokken — jawel bij gebleven maar ook bij getrokken — zijn. Misschien merken we toch wel eens te weinig op welke zegeningen God ook nu in de gemeente geeft. Elke gemeente is Zijn Schepping. En in de gemeente is Hij wakker over Zijn Woord.

Een lamp

Het Woord geeft aan de gemeente glans. En niet het goud van kathedralen met liturgische ornamenten.

In de kerk waarin ik gedoopt ben hangt recht voor de kansel een prachtige koperen lamp met vele rondingen en krullen. Toen ik er de laatste keer was werd ik getroffen door de zee van schitteringen. Hoe langer je er naar keek hoe meer lichtpunten je zag. Duizend en Eén. Maar je realiseert je, dat zo'n koperen lamp alleen maar flonkert dank zij die achttien kaarslampen — als kind telde je die al — die aan de lamp z'n licht geven. Kijk je onder de lamp door dan zie je de statenbijbel op de kansel liggen. En je realiseert je dat een gemeente haar glans ontleent aan dat Woord, de lamp en het licht en dat God over dat Woord wakker is. God is getrouw, niet alleen over ons individuele leven, maar ook over de gemeente. Wat een verantwoordelijkheid intussen voor een gemeente om ook trouw te blijven. Maar Gods trouw is altijd meer dan onze trouw aan waarheid en belijdenis. Door Zijn trouw bestaat de gemeente nog en zijn er zelfs nog trouwe gemeenten.

Hoop

Misschien was dit artikel deze keer een beetje persoonlijk getoonzet. Maar temidden van alle zonden, verwarring en zorgen, kerkelijk en in de wereld, kan het moed geven als we denken dat God getrouw is. We weten dat de kandelaar ook geweerd kan worden. Maar zolang we ervaren dat God doorgaat om Zijn gemeente door Woord en Geest bijeen te brengen moeten we zelf de kerk maar niet omlaag praten.

Ik begon met iets te vertellen over de Franse Madeleine. Hoe fraai zo'n gebouw ook is, we kunnen niet dankbaar genoeg zijn als we in een gemeente geboren werden die stamt uit de Reformatie en waar het Woord het enige Licht is. Dat is ook verkiezing. Dat licht is lichter dan de flonkering van Roomse kathedralen. In de inrichting van de kerken spreekt de religie. In dat opzicht ervaren we ook nu — de oecumenische gedachte van onze tijd ten spijt — het contrast.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Contrasten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's