De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waarheen met de Nederlandse Zendingsraad?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waarheen met de Nederlandse Zendingsraad?

8 minuten leestijd

Gaan de kerken bouwen aan moskeeën?

Op zaterdag 14 december 1974 vond in Amersfoort een consultatie plaats op initiatief van onze Nederlandse Zendingsraad (secretaris: ds. R. J. van der Veen). Hieronder volgen enige persoonlijke impressies.

De conferentie hield zich bezig met de problematiek van de zgn. 'gastarbeiders', welke voor het overgrote deel moslim zijn. Ter vergadering werd sterk gepleit voor de ontmoeting met de moslim en voor het creëren van de mogelijkheden dat de moslim in Nederland vrij zijn geloof kan beleven en uiten. Met dit laatste onderwerp hield Sectie-I zich bezig: Hoe kunnen buitenlandse arbeiders in Nederland hun godsdienst belijden?

Ter vergadering werd door verschillenden gepleit voor het verlenen van faciliteiten in de vorm van gebouwen, bij voorkeur moskeeën, waarbij de uitgangsstelling werd gehanteerd dat in een moslimse gemeenschap een moskee niet alleen een plaats voor religieuze aanbidding is, doch een algemeen centrum van ontmoeting, derhalve ook een sociale betekenis heeft. De kerken zouden hierbij (bij de bouw van moskeeën) een positieve bijdrage kunnen vervullen, zo zou men de geest van heel deze conferentie kunnen omschrijven. In een aantal gevallen is hier reeds concrete gestalte aan gegeven. In Almelo b.v. staat reeds een moskee, voor de bouw waarvan individuele kerkleden met medeweten en met daadwerkelijke medewerking van hun kerken, zich actief voor hebben ingezet. De Amsterdamse VU hoogleraar en zendingsman, prof. dr. J. Verkuyl, sprak op 17 februari 1974 in de grote kerk van Almelo, en benadrukte dat het een verheugende zaak is dat binnenkort ook over Almelo de roep van de minaret te horen zal zijn in het Arabisch of in het Turks. Verkuyl verklaarde na afloop tijdens een discussie-bijeenkomst dat hij zelf best bereid was eventueel een financiële bijdrage te leveren voor de bouw van moskeeën.

Bekend is wellicht ook de discussie welke in ter tijd binnen de Utrechtse stedelijke raad van kerken werd gevoerd (Dronkers versus Van der Werf) over de mogelijke financiële steun voor de bouw van een moskee in die stad. Verder hebben 'De Wilde Ganzen' een geldinzameling gehouden voor de Utrechtse moskee.

Het onderwerp leeft in kerkelijke kring dus wel. Het zal duidelijk zijn dat de vrijzinnige vleugels in de kerken tegenover dit nieuwe streven zeer positief staan. In Amersfoort was b.v. aanwezig dr. R. Boeke van de Nederlandse Protestanten Bond, tevens verbonden aan het Rotterdamse centrum voor Godsdienstcommunicatie, Interreligio.

Het Beraad in Amersfoort

In Sectie-I, alsmede in de plenaire vergadering, kwam ook de kwestie van het 'rituele slachten' ter sprake. Er werd sterk voor gepleit dat abatoirs daaraan hun medewerking zouden verlenen. De secretaris van de Nederlandse Zendingsraad, ds. R.J. van der Veen, pleitte er met nadruk voor dat christenen en kerken zich zouden inspannen om ervoor te zorgen dat de Werkgevers hun moslimse werknemers op 24 december 1974 vrij zouden geven, omdat die dag voor hun religieuze verplichtingen van grote betekenis was. Dit gebeurde in de plenaire vergadering.

In Sectie-II ging het om de ontmoeting en de dialoog. In de sectievergadering ('s morgens) voerden achtereenvolgens het woord: dr. D. Bakker, verbonden aan het Hendrik Kraemer instituut, drs. M. Suudi van het Instituut voor het moderne Nabije Oosten (Universiteit van Amsterdam) en ds. J. W. Wery, remonstrants predikant te Rotterdam. Dr. Bakker stelde dat christenen veelal een gekleurd beeld hebben van de islam en dat men over de profeet Mohammed en de 'verheven Koran' meestal nauwelijks iets weet. Daarna ging hij in op de vraag wat christenen nu eigenlijk aan de moslim kunnen geven. Het belangrijkste wat zij aan hem kunnen geven is: respect, zowel op sociaal, juridisch als op godsdienstig terrein. Dan zal er ook meer openheid en vertrouwen kunnen komen, aldus de spreker, hoeveel we moeten blijven bedenken dat er diepgaande verschillen zijn (nog een laatste restantje van de theologie van Hendrik Kraemer? ). Spreker benadrukte tenslotte énkele positieve aspecten bij de islam, nl. een geweldige eerbied voor de verhevenheid en majesteit van de Allerhoogste, trouw in het nakomen van de religieuze verplichtingen en een sterk saamhorigheidsgevoel.

Tweede spreker was drs. M. Suudi, zelf een moslim, die benadrukte dat de meeste gastarbeiders afkomstig zijn uit Noord-Afrika. (98% Noord-Afrika; 2% Midden-Oosten; spreker werd later gecorrigeerd door ds. Wery die opmerkte dat ook uit Turkije veel gastarbeiders afkomstig zijn). De Noord-Afrikaanse moslim is een ander als de moslim uit het Midden-Oosten. De eerste is met een 'agressief' type zending in aanraking gekomen en heeft zich daardoor duidelijk afgesloten van het christendom. Het probleem van het contact is dan ook groot, en het is dit probleem dat moet worden overwonnen. Het gaat in de verhouding tussen christenen en moslims om wat de spreker noemde 'give and take' (geven en nemen). Het is natuurlijk interessant na te gaan hoe de moslims hier te lande denken over het midden-oostenprobleem. Wanneer de Nederlandse Zendingsraad niet aarzelt om de moslims in alles tegemoet te komen, dan is te vrezen dat er ook een toenemende sympathie voor hun politieke denkbeelden zal ontstaan. Ik denk hier b.v. aan een artikel van drs. Suudi in Wereld en Zending (1974/6, p. 427 w.) over de Palestijnse kwestie, waarin de Israëlische politiek — zoals te verwachten — eenzijdig wordt afgeschilderd en veroordeeld en waarin hij pleit voor het deelnemen van de PLO aan het vredesoverleg. In de NRC van 28 december 1974 ging Suudi in op 'Israël, Nederland en de UNESCO' (Ingezonden stuk), waarin hij het voor de handelwijze van de UNESCO ter zake van Israël opnam Suudi betoogt dat de handelwijze van de UNESCO niet zuiver politiek geïnspireerd was.

Tenslotte, de derde spreker in Sectie-II, ds. Wery, die stilstond bij een mislukt experiment waarbij gepoogd werd te komen tot een contact en een dialoog tussen christenen en moslims.

Syncretistisch

Het is altijd moeilijk dit soort conferenties in concrete uitspraken vast te leggen. Er zal nog een uitvoerig werkboek en een verslag over de conferentie komen. Maar, zoals met de meeste oecumenische conferenties, de geest van de conferentie is heel duidelijk syncretistisch (syncretisme is vermenging van godsdiensten) of, om het met de Berlijnse Oecumene Verklaring te zeggen: neo-syncretistisch. Dit neo-syncretisme'') onderscheidt zich wel van het traditionele syncretisme, doordat het geen vermenging der gelovigen voorstaat, doch eerder een gezamenlijk met elkaar optrekken: dialoog, samenwerking, gezamenlijke acties en resoluties, etc. Dit neo-syncretisme zou men wellicht kunnen omschrijven als theologie èn praktijk van de dialoog. Een duidelijk voorbeeld van neo-syncretisme treft men aan in de verslagen van Wereldraadconsultaties van het zgn. dialoogprogramma (directeur: dr. Stanley Samartha). De laatste 'multilaterale conferentie' (Shri Lanka, april 1974, vijf grote godsdiensten, onder auspiciën van de Wereldraad van Kerken) 2) was sterk neo-syncretistisch georiënteerd. Samartha ontkent uitdrukkelijk dat er sprake was van 'joint worship' hoewel 'een boeddistische monnik, een anglicaanse priester en een hindoe swami, allen met een rijke contemplatieve ervaring', een plenaire zitting leidden (noot 2, p. 643). Deze mentaliteit is symptomatisch voor het oecumenisch denken namelijk: datgene wat algemeen veroordeeld wordt (nl. syncretisme en 'gezamenlijke aanbidding') een andere betekenis en inhoud geven, hoewel in beginsel het verschil alleen nog maar theoretisch is.

Op de conferentie van Amersfoort stelde iemand nog de vraag wat de Nederlandse Zendingsraad nu eigenlijk hier te zoeken had. Is het woord 'zending' in het begrip zendingsraad' niet aanstootgevend? Prof. dr. D. C. Mulder, de conferentie-voorzitter merkte echter op dat de NZR de enige Nederlandse instantie der kerken is die zich met de relatie tot de andere godsdiensten bezighoudt. Prof. Mulder benadrukte nog dat het christendom en de andere godsdiensten wel gelijkwaardig zijn, maar dat dat toch iets anders is dan 'gelijkelijk waar'.

In het licht van het Nieuwe Testament (én van het Oude) moet echter worden opgemerkt dat het geloof dat zich baseert op de Bijbel als Gods enig Woord én Openbaring noch onder de noemer van gelijkwaardig, noch onder die van gelijkelijk waar in relatie tot andere godsdiensten staat.

De dwaling van de gelijkwaardigheid gaat al verder dan de dwaling welke in 1928 op de Jeruzalemconferentie (onder protest' van vooral continentale zijde!) in de zendingstheologie is ingeslopen, nl. dat ook bij die andere godsdiensten 'waarden' zijn terug te vinden.

De oecumenische zendingstheologie en ook 'onze' Nederlandse Zendingsraad bevinden zich op hellend vlak en zijn niet ver meer af van het echte syncretisme, waarvan het neo-syncretisme de voorloper is. Hier past een oproep en een waarschuwend woord om met déze theologie en déze raad te breken. Wie daar nog achter staat dreigt te worden meegesleurd met de (kerkelijke-oecumenische) tijdgeest die Streeft naar een 'oecumene van alle godsdiensten' (zie Berlijnse Verklaring).


1) Dit begrip is bij amendement van schrijver dezes in de Berlijnse Verklaring (hoofdopsteller: prof. dr. P. Beyerhaus, Instituut voor Missiologie eii Oecumenische Theologie van de Universiteit te Tübingen) ingevoegd en vereist enige omschrijving.

2) The Ecumenical Review, vol. XXVI, p. 637 w

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Waarheen met de Nederlandse Zendingsraad?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's