De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dienst*

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dienst*

Aan God - aan Zijn Woord - aan elkander

7 minuten leestijd

1

Over dienst wilde ik iets zeggen ter opening van onze contio. 'k Heb geaarzeld tussen drie teksten er één te kiezen, n.l. een binnengemeentelijke uit Galaten 3 : 13 'Maar dient elkander door de liefde' en een ambtelijke uit 1 Timotheüs 3 : 13 'Want die wel gediend hebben, verkrijgen zichzelven een goede opgang en veel vrijmoedigheid in het geloof, hetwelk is in Christus Jezus'.

'k Heb ook gedacht aan het meer algemene woord uit Romeinen 13 : 11 'Dient den Heere', omdat dit laatste alle andere dienst in zich houdt, 'k Ben echter tot geen tekstkeuze gekomen. Dienst houdt zoveel in. Wij hebben dienaren Gods te zijn, dienstknechten van Jezus Christus, dat stelt ons onder Zijn absolute gezag. Hij weet het. Hij heeft het te zeggen en wij hebben eenvoudig te doen wat ons bevolen is. Wij treden met Hem daarover niet in discussie, wij overleggen dat niet met Hem, wij hebben gewoon te doen wat gezegd wordt. Wij zijn gesteld tot dienst aan Hem en wij zijn maar knechten, dienstknechten, hebben maar te denken wat Hij zegt, hebben maar te zeggen wat Hij zegt, hebben maar te doen wat Hij zegt, hebben maar te zijn wat Hij zegt. Dat is echter geen kwade dienst, want wij zijn slechts dienstknechten van Hem om Zijns Zoons Christus' wil. Die Zelf de knecht des Heeren en ook aller dienaar heeft willen zijn. En dienstknechten van Christus dat zijn niet alleen dienstknechten van Zijn opdrachten, maar ook dienstknechten van Zijn genade. En dat kan men altijd zijn, met al zijn onbekwaamheden, raet al zijn tekorten, met al zijn weerbarstigheden. In Zijn dienst kan men staan als zondaar door de Geest Gods, door de Geest van Christus, Die het verstand verlicht, Die het hart vernieuwt, Die de wil ombuigt. Die het leven heiligt en Die tot alle goed werk volmaakt toerust.

De koningin van het Zuiden heeft eens gezegd in 2 Kronieken 9 : 7 'Welgelukzalig zijn Uwe mannen, en welgelukzalig deze Uwe knechten, die geduriglijk voor Uw aangezicht staan en Uwe wijsheid horen'. En ziet: eer dan Salomo is hier en het heeft God behaagd in Hem, die Christus, al de schatten van wijsheid te leggen. Al de heiligen hebben dan ook niet geschroomd zich tot een gewillige dienst te stellen bij Hem en aan de posten van Zijn huis zich tot een eeuwige dienst het oor te laten doorboren. En zeker hebben de groten in het koninkrijk Gods, die tot de Evangelie dienst geroepen werden, zichzelf een slavenplaats niet eens waardig geacht. Zij hebben ook hun leven niet geacht of dierbaar geacht voor zichzelven.

Tot dienst verkozen

Zijn wij nu tot die hoge dienst des Heeren verkozen, laat ons ons die dienst niet schamen, laat ons in die dienst staan en volstandig staan, al de dagen van ons leven. Het feit alleen al, dat Hij ons daartoe verkoos en riep, moet ons genoeg zijn, maar als die verkiezing en roeping tot ons kwam door de lagen van vooropleiding en opleiding, die vele jaren vergde, door een examinatie vanwege de staat, door een toelating door de kerk, door de beroeping van de gemeente Gods met een ordening van de kerk onder handoplegging, en dat niet dan met onze dure eed 'ja ik van ganser harte', dan zijn wij toch wel vele malen gebonden tot een trouwe dienst aan onze God.

Bij ontzetting uit het ambt, een vlucht uit het ambt, een nonchalante vervulling van het ambt past in geen enkele dienst, maar zeker niet in de dienst des Heeren. Wij moeten God dienen in onze prediking, in onze catechese, in ons pastoraat. De tijd die ons toegemeten wordt, is zo spoedig geleefd. De tijd, die wij in ons ambt staan is niet van óns, maar van onze Meester. De Heere gunt Zijn discipelen wel eens een ogenblik rust (een weinig!), maar zijn onze vakantietijden wel echt verantwoord? Ligt het leiden van reizen wel op onze weg? Is het preken, her en der en voor allerlei doeleinden, een zaak die om des Heeren wil geschiedt of om der heren wil? Hoeveel ononderlegdheid der gemeenten, hoeveel onverzorgdheid van zieken en gezonden klagen ons predikanten aan, als wij die onbezoldigd hadden moeten doen, alleen al omdat onze belofte daar lag, en vooral als wij daarvoor bezoldigd zijn geworden? Hoeveel jong volk werd werkelijk ingeleid in de dingen Gods en in de vreze des Heeren, zo maar van jaar tot jaar?

Is onze grote Meester het niet waard, dat wij het volk oproepen tot Zijn dienst en dat wij het instrueren tot Zijn dienst? Ons als predikanten geldt, vóór de gemeente uit, het woord: 'Dient den Heere!' Wij zullen dit doen met woord, met daad, en met onze hele persoon, uitwendig en inwendig, al onze dagen, want Zijn dienst is een eeuwige dienst. En onze Meester is én de Vader, én de Zoon, én de Heilige Geest, de Een niet minder dan de Ander. Onder Hem staan wij,  van Hem zijn wij, met lichaam en ziel.

Woord — sacramenten — gebeden

Daar is de dienst des Woords, de dienst der sacramenten, de dienst der gebeden, waarop wel het woord uit 1 Tim. 3:13 wijst. De dienst vraagt voor alles bescheidenheid. Ons past in dit heilig werk geen bravour, ons past geen grote mond. Als onze bescheidenheid allen mensen bekend moet zijn, dan zijn daar mede ook alle mensen bedoeld. De Heere Zelf heeft nooit geschreeuwd, heeft nooit Zijn stem op de straten laten horen. Zachtmoedig was Hij en nederig van hart. Hooggeplaatste mensen moet men met de bescheidenheid, maar ook met de beschaafdheid van het Evangelie tegentreden en maar niet met de wijsheid dezer wereld, maar met de wijsheid Gods. Het eenvoudige volk, ook desnoods ruw volk, moet men maar niet stijven in klein verstandigheid en zeker niet in ruwe onbeschaafdheid! Al zijn wij zelf nog zulke kleine mensen, dan vraagt de boodschap, die wij hebben, toch altijd een zekere deftigheid. Die wij dus ons niet hoeven aan te matigen, die het Woord zelf ons zo maar aanreikt en mee geeft. De toon en de stijl, waarin wij de dienst des Woords verrichten, moeten naar de waardigheid van de God des Woords zijn en naar de waardigheid van het Woord van God.

Het houdt nogal wat in om dienaar des Woords te zijn, knecht van God, knecht van Zijn Woord en knecht van de gemeente. Het Woord te laten zeggen, wat het zegt, vraagt voor eerst een aandachtig luisteren naar de woorden der Schrift en ook een opmerkzaam acht geven op de stem des Heeren in die woorden. Zonder het laatste, wordt de kennis der Schriften op zijn best niet dan Schriftgeleerdheid. Met de levende stem Gods daarin, met de levende God en Zijn Christus in de Schriften en met de werkende Geest in het Woord, wordt onze theologie hoogrechtzinnig, levend waar, religieus bepaald in de prediker en religie werkend in de gemeente. Daarmee wordt het Woord, waarlijk wederbarend én in de dienaar des Woords én in de het Woord horende gemeente. Vóór, ónder en na het preek maken is dan ook nodig de verborgen omgang met God. Eveneens is vóór, ónder en na het uitspreken van de preek de nabijheid Gods zeer nodig. Dan is de grote Meester daar en wij gaan maar helemaal schuil achter Hem en achter Zijn Woord. In de dienst des Woords staan is nogal wat.

(Wordt vervolgd)

Sirjansland


* Openingswoord contio van predikanten gehouden op 8 en 9 januari te Woudschoten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Dienst*

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's