De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

W. H. Gispen, Genesis I, 392 blz. geb. ƒ 59, 90, Uitgeversmij. J. H. Kok, Kampen, 1974

Dat er in dit deel van de Commentaar op het Oude Testament veel aan de orde komt blijkt alleen al uit de omvang: De eerste elf hoofdstukken van het boek Genesis worden vertaald en verklaard in een boek van groot formaat van bijna vierhonderd bladzijden. Er wordt gelukkig nog veel aan Bijbelstudie gedaan en elk commentaar, dat uitkomt spreekt daarvan! Hier is een vakman aan het woord, die met grote eerbied en voorzichtigheid zich met de tekst bezighoudt en die het Woord wil laten staan. Zijn opzet is een andere dan bij vele gevonden wordt, die het mes van de kritiek er soms diep inzetten; hoe wordt soms kritiekloos de kritiek doorgegeven! Het boek Genesis stelt de uitlegger voor onoplosbare problemen en de schrijver aarzelt niet om meer dan eens te verklaren: Hier zie ik geen oplossing. En dat schrijft hij, nadat hij de vragen van de ene en de andere kant heeft overwogen:

De vragen over de auteur van Genesis en de tijd van het ontstaan van het boek komen in het kort in de inleiding en meer dan eens in de tekst aan de orde. Zonder twijfel is Mozes de schrijver van verschillende delen van de Pentateuch. Mogelijk hebben de mannen van Hizkia het geheel samengesteld. Al denkt de schrijver in de richting van de fragmentenhypothese, een sterk accent legt hij op het feit, dat de uitlegger — om het met eigen woorden te zeggen — geen hypothetische bronnen uitlegt, maar de Schrift zoals deze tot ons is gekomen en in zijn canoniciteit voor ons ligt. Hij denkt er dan ook niet over om bijvoorbeeld het verhaal van de zondvloed in twee verhalen te ontleden (dit gedeelte is een schoolvoorbeeld van bronnensplitsing). De schrijver wikt en weegt woord voor woord en zinsdeel voor zinsdeel om daarna de vertaling voor te stellen. In de verklaring haalt hij verscheidene malen uitspraken van Calvijn aan, die een inzicht geven in de methode van uitleggen bij Calvijn; deze had een visie, die voor de exegeet tot de dag van vandaag van betekenis is. Uit de vele noem ik er één. Bij Gen. 3 : 19 ( in het zweet uws aanschijns tekent Calvijn aan: Mozes somt niet alle kwaden op, die uit dezelfde bron (der zonde) opwellen. Hij schrijft slechts in korte woorden op zijn manier naar de eenvoudige mens verstaan kan. Uit dit ene voorbeeld moeten wij leren, dat de gehele orde der natuur door de schuld van de mens is omgekeerd.' Uit de verklaring haal ik enige stukken op. Als hij schrijft over Gen. 5:15 geeft hij terloops een hermeneutische regel: de tekst is pas in zijn volle diepte te verstaan in het licht van de gehele Schrift. Ten aanzien van de slang (h. 3 : 1) zegt de schrijver: volgen deze plaatsen van het Nieuwe Testament (Joh. 8 : 44 e.a.) is de boze macht achter de slang de duivel.

Bij de uitleg van h. 1 : 26 noemt hij zes verklaringen. De opvatting, dat God tot de engelen spreekt heeft wel iets, dat hem aanspreekt, al sluit hij de trinitarische opvatting niet uit. Beeld en gelijkenis verschillen in deze tekst niet zoveel. Men kan dus ook uit de voorzetsel (men vertaalt wel in Gods beeld) geen (dogmatische) conclusies trekken. De voorzetsels voor beeld en gelijkenis zijn wel niet gelijk, maar in dit verband worden zij naast elkaar gebruikt (vergelijk h. 5 : 3).

De auteur onderstreept, dat de sabbat van Israëlitische oorsprong is. Het wordt wel eens vergeten van welke grote betekenis deze Israëlitische instelling de eeuwen door is geweest, sociaal allereerst om van het meerdere maar te zwijgen. Ik wijs er alleen op zonder conclusies te trekken.

In verband met het offer in h. 4 : 4 geeft de schrijver als zijn mening, dat in h. 1 : 28 (heerschappij over) aan de mens de beschikking over het leven van het dier is gegeven. Vele opmerkingen verdienen te worden onderstreept bijv. h. 4:15, hoe Kaïn onder Gods bescherming wordt gesteld. Bij 8 : 22 De mens heeft een hart, dat tot niets goeds in staat is van zijn jeugd af. Hij moet het hebben van de tolerantie van Jahwe.

Ik denk er wel eens anders over, blijft ook wel eens zitten met een non liquet. Bij h. 2 : 17, 3 : 19 zegt de schrijver, dat het vonnis des doods niet dadelijk wordt uitgevoerd. In het wederkeren tot het stof wordt de straf werkelijkheid. Ik dacht niet, dat dit juist is. Hier wordt het begrip dood versmald, terwijl het zovele vormen in het Oude Testament heeft. Als de zonde komt in de wereld der mensen, dan verandert het leven in een gestage dood en dat betekent zelfs meer dan de geestelijke dood. Dit boek is in de eerste plaats voor theologen bestemd, maar uit wat ik boven aanhaalde — enige losse aantekeningen — moge blijken, van hoe grote betekenis een boek als dit is. Ook wie geen hebreeuws kent — en er staat veel hebreeuws in — zal er inzicht door ontvangen in de vragen van vertaling en verklaring.

Ik hoop, dat het Prof. Gispen gegeven moge worden ook het tweede deel van Genesis te bewerken. Door zijn arbeid dient hij velen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's