De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijke wasdom

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geestelijke wasdom

3

9 minuten leestijd

Door het Woord in de prediking

Wat is het rijk dat God wasdom geeft in de genade. Anders zou het er hopeloos uitzien. Geen wasdom zou betekenen stilstand, achteruitgang, afsterven. Maar er zal, wanneer het wél is, zij het al struikelend en telkens weer vallend, tóch een voortgang zijn op de - weg des levens. De zaligheid zal nader kómen, dan toen we eerst geloofd hebben. Vanwege de vaste spijzen, die God in Zjjn Woord en de prediking van dat Woord uitdeelt. Juist bij het minder worden in zichzelf, bij niets in zichzelf vinden dan zonde voor zover het de oude mens betreft, mag de nieuwe mens zich verheugen in toenemende mate in het heil dat in Christus wordt gevonden. Omdat Gods Geest hem meer en meer een open oog daarvoor geeft. Hij mag zien welk een almachtig, maar ook barmhartig Vader hij in Christus heeft en hoe de Heilige Geest in - hem levendig houdt het werk dat God begonnen heeft, voortzet en eens zal voleinden. De Heilige Geest werkt door het Evangelie dat vaste vertrouwen in ons hart, . dat niet alleen anderen, maar ook mij, vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid geschonken is. Dan kennen we, arme zondaars in onszelf, een rijke Christus. Dan gaan we de vruchten zien en er ons in verblijden: van Christus' dood, ter hellevaring, opstanding, hemelvaart. Zijn zitten aan de rechterhand des Vaders en Zijn a.s. wederkomst. In één Woord, we kennen de enige troost in leven en in sterven.

Of ze met hun hart hier altijd bij leven ? Mocht het waar zijn. Wat kunnen er een omstandigheden in het leven zijn, die naar beneden halen. Hoe kan de satan trachten — en wat lukt het hem dikwijls — om de blik op Christus te benevelen, het hart in verwarring te brengen, het geloof tot twijfel aan te zetten en daardoor de wasdom tegen te gaan. Hoe tracht hij ook door verdraaide en uit hun verband gerukte waarheden het geestelijk leven op een zo laag mogelijk peil te houden, waardoor God in Christus zo weinig mogelijk verheerlijkt wordt.

Schaamte

Zo hebben we het dan gehad over geestelijke wasdom, over melk en vaste spijzen. Wie zou er, wanneer we ook in dit opzicht in de spiegel van Gods Woord zien, niet beschaamd zijn ? Moet Gods kind het niet met smart belijden: zo'n rijke en milde hemelse Vader en hoe weinig vertoon ik, door mijn zonde en klein geloof, het beeld van een kind, dat door genade mag wandelen in de vrijheid der kinderen Gods? Hoe weinig dragen we de vruchten des Geestes. Moge er in ons geboren worden meer en meer, de; levendige begeerte, of we die door God gewenste stand des levens enigermate bereiken mogen.

Wie wasdom noemt, noemt ook melk en vaste spijzen. Mag ik even met de melkfles rondgaan ? Wie daarvan mogen drinken? Zij die de volgende twee vragen bevestigend kunnen beantwoorden.

Heeft u vanwege uw zonden werkelijk een mishagen aan uzelf ? Ja ?

De tweede vraag bedoelt niet een vraag te zijn naar hetgeen u bezit, maar déze vraag: gelooft u van harte dat alleen, maar dan ook alleen, uw zaligheid in Christus Jezus te vinden is, in Zijn borgtochtelijk lijden en sterven ? Indien dit van harte uw belijdenis is, dan mag ik u de melkfles toereiken en zeggen: 'drink en geloof'. Want dan moet ge niet, maar dan moogt u geloven dat al de beloften, die in Christus Jezus ja en amen zijn, ook door u mogen worden toegeëigend. Vindt u het ongelofelijk dat u geloven moogt ? Dat is begrijpelijk. Het is ook een aanbiddelijk grote zaak. Zie dan ook niet op uzelf, maar op Hem die het beloofd heeft. Op wiens belofte u aan kunt. Pleit in de gestalte des harten, die uit uw ja-woord op de twee gestelde vragen naar voren kwam, pleit op Zijn belofte o.a. deze belofte: 'Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven', dat wie de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. Dit is een belofte waarop u staan kunt.

Met deze belofte kunt u als het ware uw eerste wankelende stappen op de weg des levens en des geloofs zetten. Wanneer u oprecht ja heeft kunnen antwoorden, dan hééft u geloof. Wat u nu vérder nodig heeft is: oefening des geloofs in de weg van gebed en onderzoek van Gods Woord. Stamel dan maar: ik geloof Heere, kom mijn ongeloof te hulp.

Als ge in de dagen der apostelen als een heiden of goddeloze met deze belijdenis van toenemend mishagen tot hen gekomen was en met de mond zou vertolken de taal des harten, dat u uw zaligheid alléén buiten uzelf, in Christus zocht, dan zouden ze u gedoopt hebben als een getuigenis dat ge met Christus gestorven zijt en ook met Hem opgestaan. God ziet naar waarheid, in het binnenste. Welnu, als deze beide vragen in waarheid bevestigend kunnen beantwoord worden, dan - heeft God dat zelf daarin gewerkt. Dan moogt ge met uw ledige zondaarshanden deze onvervalste melk aannemen en drinken. En zij die reeds geruime tijd geleden, 1 of 2 jaar misschien, van deze melk gedronken hebben: twijfel niet te gauw aan die ontvangen genade. Maar dat men dan wel met de vraag tot zichzelf inkere: hoe staat het met mijn wasdom ? Geen wasdom na verloop van langere tijd ? Dat moge dan tot verontrusting strekken, tot dieper zelfonderzoek dringen bij het licht van Gods Geest.

Kennen we de wasdom ? Laten we dan niet ontkennen wat God geschonken heeft. Veel te weinig wasdom, zegt u ? Ja, daar zal de verstgevorderde in het leven der genade, van harte mee instemmen.

Welke vruchten ?

Wel past hier de vraag: welke vruchten dragen wij, welke verlangen wij ? Zoeken we uitsluitend vruchten, die we naar onszelf toetrekken om er zelf van te genieten ? Dat mag, doch slechts ten dele. Dat mag, want uit de vruchten worden we verzekerd van onze uitverkiezing, verzekerd ook van de echtheid van ons geloof. Door het aanschouwen en proeven van deze vruchten, wordt de wasdom bevorderd en het geloof versterkt. Daardoor getuigt de Geest zelf in onze harten van de dingen die ons geschonken zijn. Maar daarnaast dient er ook een levendige begeerte te zijn om vruchten te mogen voortbrengen, niet voor onszelf, maar allereerst tot verheerlijking Gods. Tevens óók vruchten, die zich o.a. openbaren in zulk een wandel, dat daardoor onze naasten voor Christus gewonnen worden. Hoe opent zich hier een arbeidsterrein, waarvoor vaak geen oog is, wanneer men alleen maar kijkt naar binnen, naar eigen geestelijke gesteldheid. Gaat dan heen, zo is de roeping Gods. Wel telkens weer zitten aan de voeten van Christus, maar van daaruit heengaan; wandelen in de vrijheid, strijden de goede strijd des geloofs, arbeiden in Gods wijngaard, die wereld-wijd is. Heengaan naar het erf van de kerk, naar het erf van de evangelisatie-arbeid, naar het erf van de verre zendingsvelden. Zo mogelijk op één van deze erven ons persoonlijk geven met de talenten, hetzij één hetzij vijf, die God ons ge­schonken heeft. Minstens die arbeid steu­nend met ons gebed en gaven. Zoveel als maar mogelijk is. Opdat Gods Koninkrijk kome. De zaak des Konings heeft haast. De roeping ligt er om niet alleen hoor­ders des Woords te zijn, niet alleen pra­ters over het Woord, maar bovenal daders des Woords, die de wil des Heeren doen. God zoekt onder de vruchten van geestelijke wasdom, ook naar de vruch­ten van goede werken. En dit alles ge­dreven, niet door ónze liefde, maar door de liefde van Christus.'

Onvervalst te werk

We dachten met elkander na over de: geestelijke wasdom, die verkregen wordt in de weg van melk en vaste spijzen. Waar onvervalste melk door middel van de prediking uitgedeeld wordt, daar kan de wasdom niet uitblijven, tenzij er iets bijzonders tegen Gods wil plaats heeft. En het gebruik van onvervalste melk gaat langzaam maar zeker over in het gebruik van vaste spijzen. Het zou onnatuurlijk en onschriftuurlijk zijn, indien 't zo niet was. De oorzaak dat er niet méér wasdom gezien wordt, dat zuigelingen zuigelingen blijven, ligt voor een belangrijk deel hierin, dat de melk die vaak uitgedeeld wordt geen onvervalste melk is. In vervalste melk zit nl. geen groeikracht en veroorzaakt geen wasdom. Een andere oorzaak kan ook zijn, dat men altijd weer voortgaat zuigelingen melk voor te zetten en hen niet leert over te gaan tot het gebruik van vaste spijzen. Toch is dat de bedoeling des Heeren. Daarvoor heeft Hij de prediking van Zijn Woord ingesteld, vooral ook de bediening van de sacramenten, inzonderheid van het Heilig Avondmaal. Opdat de Avondmaalganger vastelijk zou geloven, dat hij tot het Genadeverbond behoort. Hoe horen we in het gebed vóór het Heilig Avondmaal de bede om de voortgaande wasdom. De Avondmaalganger bidt: 'opdat wij ons met waarachtig vertrouwen in Uw Zoon Jezus Christus, hoe langer hoe meer over geven'. Hoe langer hoe meer: dat is wasdom. En in het dankgebed is er weer de bede om toenemende wasdom. Er wordt immers gebeden om dagelijks toenemen in het rechte geloof en in de zalige gemeenschap van Jezus Christus'. Maar er is niet alleen de bede om meerdere wasdom. De Avondmaalganger getuigt ook bij die Dis in het, gebed van die wasdom. En de aanzittende zuigelingen en nieuwgeboren kinderen zullen het al opwassende meer en meet mee gaan belijden. Want openbaart zich in dit dankgebed niet de geesetlijke wasdom, zich uitend in de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden? En hoe zal die taal van geestelijke wasdom door de Heere met welgevallen beluisterd worden, als in de dankzegging tot Hem opklinkt: 'O, almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken u van ganser harte, dat Gij, uit grondeloze barmhartigheid, ons Uw eniggeboren Zoon tot een Middelaar en offer voor onze zonden, en tot een spijs en drank des eeuwigen levens geschonken hebt; en dat Gij ons geeft een waarachtig geloof, waardoor wij zulke Uwe weldaden deelachtig worden'.

Dit is de lofzang, die uit Sions zalen met stil ontzag opklimt. Er zal een lofzang bij Gods volk zijn. En de Heere woont op de lofzangen Israëls.

Kennen wij deze lofzang, als vrucht van geestelijke wasdom ?

's-Gravenhage

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Geestelijke wasdom

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's