De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Breuklijnen in kerk en theologie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Breuklijnen in kerk en theologie

10 minuten leestijd

Nadere bezinning

Enkele maanden na de verschijning van het Getuigenis maakte iemand in een discussie op een wat hautaine toon de opmerking: Ach, dat Getuigenis stelt niets voor... over een paar jaar praat geen sterveling er meer over! Ik vond — en vind — dat een tamelijk nietszeggende en oppervlakkige bewering; Immers, de betekenis van een bepaald geschrift of een bepaalde beweging wordt niet bepaald door de vraag of een dergelijke zaak na geruime tijd nog de voorpagina's haalt en week aan week in de tijdschriften besproken wordt.

Het is inderdaad wat stiller geworden rondom het Getuigenis. Dat is geen wonder. We leven snel, ook in kerkelijk Nederland. Sinds de discussie rondom deze zaak hebben weer zoveel andere problemen ons bezighouden: Bangkok, de bevrijdingstheologie, de ethische problemen (abortus, euthanasie) enz.

Maar 't Getuigenis heeft zijn werk gedaan en is voor velen van grote betekenis geworden. Allerlei fronten zijn duidelijk gemarkeerd. En wie zal zeggen, hoevelen door de lezing van het Getuigenis zich weer zijn gaan bezinnen op de betekenis van de reformatorische belijdenis voor de prediking en het kerk-zijn. En dat is niet het enige wat er van te zeggen valt. De opstellers van het Getuigenis zijn met elkaar in contact en gesprek gebleven. De plaats van wijlen prof. Van Niftrik is ingenomen door dr. De Ru, één van de eerste adhesiebetuigers, En de vrucht van deze doorgaande bezinning ligt thans voor ons in een door Kok keurig uitgegeven paperback met een aantal bijdragen van de hand van de opstellers van het Getuigenis en enkelen uit de kring der eerste adhesiebetuigers. De titel is ontleend aan 't Getuigenis zelf. Daarin wordt o.a. gezegd: 'Het is overduidelijk dat de huidige kerkelijke crisis een geloofscrisis is, en het wordt met de dag duidelijker, dat de veranderingen in theologie en prediking een volledige breuk met het verleden der kerk kunnen gaan betekenen, gesteld dat dit mogelijk zou zijn'. Op deze zinsnede is de titel van het boek gebaseerd.

Wij staan immers nog altijd voor dezelfde vragen als in 1971. Denk aan dé discussies rondom de verzoeningsleer van Wiersinga, aan de politieke theologie, aan de roep om een zwarte theologie; denk ook aan de invloed van het (neo) marxisme; aan de publicaties van dr. Sölle, Moltmann en vele anderen. Daarom blijft bezinning en toetsing nodig.

Opnieuw een appèl

De samenstellers van dit boek willen daarom met dit boek opnieuw een appèl op de kerken doen. Zij signaleren niet alleen ontsporingen, maar wijzen ook positief de weg aan van 't rechte belijden. Of dit appèl ook zovelen zal bereiken als het Getuigenis?

Dat staat m.i. te bezien. Dat ligt niet aan de kwaliteit van 't gebodene, aan de ernst en de bewogenheid waarmee zij in dit geschrift met de lezer in gesprek treden. Dat ligt aan de aard van deze publicatie. Een kort stuk als het Getuigenis nodigt eerder tot lezen dan een boek van 140 bladzijden, zeker waar het het kerkvolk betreft.

Maar wanneer dit boek in de handen van de predikanten komt en van belangstellende gemeenteleden, is aan hen de taak om hetgeen de schrijvers in dit boek poneren, in kleine munt door te geven. Ik hoop van harte dat dat het effect zal zijn en dat wellicht studiekringen in dit boek stof voor een serie gespreksavonden vinden.

Want het boek is dat tenvolle waard. Om meerdere redenen. Tot het Getuigenis verscheen, werd onder meer als kritiek geuit: 'U spreekt te ongenuanceerd. Tegen wie richt u zich? U bent te eenzijdig en poneert onbewijsbare stellingen'. Welnu, in dit boek geven de schrijvers 'n bredere uitwerking van hetgeen in 't Getuigenis signalerenderwijs gezegd werd. Die bredere uitwerking betekent tegelijk dat zij in staat zijn misverstanden recht te zetten, in gesprek te treden met hun critici en nogmaals hun bedoelingen te verwoorden.

Enkele voorbeelden

Menigmaal is aan de opstellers van het Getuigenis verweten dat zij geen oog zouden hebben voor de politieke taak van de kerk, voor de betrokkenheid van het Evangelie op de politieke en maatschappelijke vragen, ja, dat zij in dit opzicht de heiliging tekort zouden doen. Wie in de bundel Breuklijnen de bijdrage van Mevr. v. RuIer bestudeert, getiteld: Politiek engagement? Natuurlijk, dat spreekt vanzelf!, zal onmogelijkheid het hierboven genoemde verwijt volhouden. Mevr. v. Ruler maakt duidelijk hoe een theocratisch verstaan van het Evangelie politieke consequenties heeft, ook wat betreft de taak van de kerk. Tegelijk waarschuwt zij voor een politieke theologie, die het Schriftgetuigenis door de filter van een bepaalde, doorgaans linkse politiek laat gaan; die de gemeente op een onbarmhartige wijze in een bepaalde richting dwingt, en haar een politieke stellingname opdringt.

Ook Prof. dr. H. Jonker verzet zich tegen het Schriftgebruik in de maatschappijkritische theologie. Hij haakt in bij de zinsnede in het Getuigenis over het Procrustus bed, een uitdrukking die destijds niet door iedereen begrepen is. Gebondenheid aan een maatschappelijke idee belemmert Kerk en theologie gehoorzaam te luisteren naar de Schrift, zegt Jonker. In dat verband herinnert hij aan publicaties van dr. W. A. de Pree en aan de zgn. alternatieve preekschetsen in de Postilles van de Werkgroep Kerk en Prediking.

Bevrijdende ontdekking

Ir. v. d. Graaf schrijft op een indringende wijze over de actualiteit van de belijdenis van de rechtvaardiging van de goddeloze. Terecht maakt hij er bezwaar tegen om de belijdenis van zondag 23 al te zeer aan de historische context van de 16de eeuw te binden, alsof die belijdenis in een andere historische situatie van minder betekenis zou zijn. Niet de historische omstandigheden maar de Schrift bracht Luther tot zijn bevrijdende ontdekking. Ik meen dat dat juist is. Een andere vraag is wel: Hoe vertolken we zondag 23 zó, dat deze belijdenis een bron van kracht is voor een generatie (jongeren b.v.) die nauwelijks geïnteresseerd is bij de kerkgeschiedenis en die dogmatische begrippen maar moeizaam hanteert.

Dat neemt niet weg dat we het Van der Graaf voluit toegeven als hij zegt: Hier, in deze belijdenis van het 'sola gratia', door genade alleen, door Christus alleen, zijn we bij de fundamenten van de kerk. Vervlakking van deze belijdenis tast het wezen van het kerk-zijn aan.

Dr. W. Aalders maakt duidelijk wat het Getuigenis bedoelt met de zin: Daarom verwerpen wij een prediking die ons zegt, dat God niet vergeeft 'achter de rug van de mens om', tegen wie wij gezondigd hebben'. Hij verzet zich in dit verband tegen de theologie (of moet ik zeggen: filosofie) van Dorothee Sölle, en laat de achtergronden zien van het moderne atheïsme. Karakteristiek voor de secularisatie-theologie is de terzijdestelling van de Godsnaam. Een boeiend opstel, waarin dr. Aalders zoals in vele van zijn publicaties scherpe analyses geeft van de cultuurgeschiedenis. Mij trof wat hij schrijft over Shakespeare en de Engelse Puriteinen. En heel bijzonder ook de bladzijden over het taalbederf en de taalondergang, als gevolgen van dit atheïsme.

Ik kan onmogelijk alle bijdragen afzonderlijk bespreken. Ds. W. L. Tukker schrift over het geheim van de gemeente als lichaam van Christus. Prof. dr. G. P. V. Itterzon maakt duidelijk dat de prediking van de verzoening geen goedkope genade is. Van Prof. dr. A. A. v. Ruler, die de verschijning van het Getuigenis niet meer heeft meegemaakt, maar die bij een eerste gesprek aanwezig was, is een — nog niet eerder gepubliceerde — lezing opgenomen: De positie van de mens in het heilproces. Op en top van Ruler: Diep borend, breed van opzet, met indringende opmerkingen ter zake van het werk van de Heilige Geest.

Van Prof. dr. G. C. v. Niftrik is een artikel overgenomen dat hij destijds publiceerde in het orgaan van de Confessionele vereniging over God en de geschiedenis, een onderwerp dat steeds weer actueel blijkt: Beleed men vroeger God boven en in de geschiedenis, thans dreigt God in het historisch proces te worden opgesloten. Ds. S. Kooistra pleit voor een persoonlijk gerichte prediking en wijst het verwijt van 'heilsegoisme' af. De Oudtestamenticus, Prof. dr. Th. C. Vriezen geeft een verhandeling over het begrip 'Bevrijding' in het O.T. Hij verzet zich tegen het gesol met dit woord in allerlei theologische uiteenzettingen. Er is geen bijbelse prediking van de Bevrijding zonder de oproep van bekering tot die God die redt en bevrijdt, en Die ons leven verbinden wil aan Zijn dienst. De diepste nood waaruit wij bevrijd moeten worden is de schuld (Jes.53).

Ark of proefpolder

Tenslotte nog iets over het opstel van dr. G. C. de Ru, De Ark als symbool van de kerk. Zonder aan de waarde van de andere opstellen tekort te doen, moet ik toch zeggen dat deze knappe studie mij het meest getroffen heeft. In het Getuigenis is sprake van de kerk als ark van Noach die veiligheid biedt als de golven van het oordeel over de wereld gaan. Hierop is de hele meute van theologen af gevlogen met scherpe veroordelingen als: hoogmoed, heilsegoisme, onbarmhartigheid tegenover de wereld enz. Dr. Buskes heeft tegenover dit beeld van de ark een ander beeld gezet: de kerk als proefpolder. De Ru gaat nu in een uitvoerig gedocumenteerd betoog na, hoe het Nieuwe Testament wel terdege een verbindingslijn trekt van de ark van Noach naar de redding uit de oordelen Gods. Hij bespreekt Hebr 11:7; 1 Petr. 3 : 20; 2 Petr. 2 : 5v; Matth. 24 : 37. De ark is het van God gegeven middel tot redding in het gericht dat over de wereld gaat. 

Voorts laat De Ru zien, hoe kerkvaders en reformatoren het beeld van de kerk als ark kennen. Let wel: de kerk niet als zelfgenoegzaam heilsinstituut, maar de kerk in haar verkondiging van het Evangelie des kruises. De Ru wijst de gedachte van de kerk als proefpolder af, omdat daarin naar zijn mening een onbijbels heils-universalisme (allen behouden) naar voren komt en 't appèl van bekering en geloof als noodzakelijk tot zaligheid nauwelijks meer doorklinkt. Dan is de wereld tot ark geworden en de grens tussen kerk en wereld uitgewist. Hij pleit voor 'n prediking waarin de accenten van Gods verkiezend handelen, dat in Christus door de Heilige Geest gestalte krijgt in persoonlijke bekering en geloof, voluit doorklinken. Dan zal de kerk wervend en winnend in de wereld staan. Ik hoop van harte dat de tegenstanders van het Getuigenis de moeite zullen nemen naar dit betoog van De Ru te luisteren.

Ik ben er niet zo gerust op. Want — de goeden niet te na gesproken — bepaalde politieke theologen vinden nuchtere exegese van de Schrift een overbodige en haast achterhaalde zaak. Dat vertroebelt nu juist de discussie.

Het opstel van De Ru, en het geldt toch heel deze bundel, wil vanuit de Schrift positief het belijden van de kerk dienen. Ieder van de scribenten heeft zijn eigen accent. De geluiden klinken niet altijd gelijk. Dat behoeft ook niet. Maar allen getuigen zij van dat heil, dat als een vreemde werkelijkheid van God uit in deze wereld gekomen is, het heil in Jezus Christus in Zijn kruis en opstanding, en dat een mens alleen door het geloof puur uit genade, kan ontvangen, tot eer van onze God en Koning.

Utrecht


Breuklijnen in Kerk en Theologie; Uitgave J. H. Kok, Kampen, 139 pagina's; ƒ 13, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Breuklijnen in kerk en theologie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's