De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Interviews met minister Pronk en dr. A. H. van den Heuvel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Interviews met minister Pronk en dr. A. H. van den Heuvel

8 minuten leestijd

Minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking gaf een dezer dagen zijn hart bloot in een interview in het weekblad Panorama. De minister heeft een goede kerkelijke opvoeding gehad (Scheveningen) en was aanvankelijk christelijk-historisch maar is nu radicaal links-socialistisch. Het instituut kerk is voor hem — zo zegt hij — al jaren niet relevant meer. God en de hemel en de hel ook niet! Bidden doet hij al jaren niet meer. Hij gelooft niet in een God die het werk doet. Wij moeten het doen. Letterlijk zegt hij: 'Ik geloof niet in een God, die zich met de wereld bemoeit. Ik geloof in het evangelie als inspiratiebron, als superieure inspiratiebron'.

Bij het lezen van ontboezemingen als deze komt in alle schrilheid op ons af hoe de ontkenning van Gods bestaan in de kring van onze regeringsleiders niet in het minst geuit wordt door hen, die van huis uit beter weten. Onze minister-president weet het 'van huis uit' goed, zo ook minister Vredeling, zo óók minister Pronk. En juist onder deze ministers raakten we de bede kwijt in de troonrede. Niet God moet het doen, maar wij zegt minister Pronk. We hebben God niet alleen niet-meer-nodig, maar "we rekenen óók publiekelijk met Hem af, voorzover God met zich laat afrekenen tenminste.

Op zichzelf is het aangrijpend, dat mensen als deze ministers — die óók een ziel hebben, die óók eenmaal voor de God van hemel en aarde zullen staan om rekenschap te geven van hun leven — tot de ontkenning van God in hun leven komen. Maar publiek gezien moeten we het bepaald als een oordeel zien, dat onze regering in uitingen van diverse van haar leden laat weten het zelf wel te zullen en te moeten rooien. De regering laat God er buiten. Zou het een teken zijn, dat God ons aan onszelf overlaat?

Kerkelijke afkomst

Ik weet niet — althans dat blijkt niet uit het interview— van welk moment of welke tijd het dateert, dat minister Pronk met de kerk als instituut afrekende en ook het geloof in God kwijt raakte. Maar ik weet wél, dat het nog niet zo lang geleden is, dat minister Pronk één en ander maal een fél woordvoerder was op de Hervormde synode, namelijk toen hij als pleitbezorger optrad voor de twee-procents ontwikkelingssamenwerking, die door de kerken op gang moest worden gebracht. Ik herinner mij óók nog heel goed dat juist hij het was die op vragen van de synodeleden of zulk werk, zónder relatie tot de Woordverkondiging, wel op de weg van de kerk lag — ook weer in felle bewoordingen een samengaan van ontwikkelingswerk en verkondiging van de hand wees. Dit moest zelfstandig kerkelijk werk zijn, een derde tak van kerkelijke-arbeid overzee, naast maar ook los van werelddiakonaat en zending. Tóén zei minister Pronk niét, dat hij niet in God geloofde maar hij wilde van welke verhouding tot de verkondiging dan ook niet weten. In feite wordt het ons nu duidelijk dat Pronk toen ook al bedoeld heeft: 'niet God moet het werk doen, maar wij.' En we zijn als Hervormde Kerk toen meegegaan op een spoor, dat uitgezet is door hen die vinden dat het zonder verkondiging ook wel kan of zelfs moet. De politieke idealisten — of moet ik zeggen ideologen — zetten met initiatieven als de twee-procents ontwikkelingssamenwerking (inclusief mentaliteitsverandering) de kerk op een spoor, dat haar innerlijk wezensvreemd is en moet zijn.

Gaan we nu te vér als we een verband leggen tussen dit interview met minister Pronk en zijn optreden tóén ter Hervormde synode, dat zoveel weerstanden opriep bij diegenen, die zich aan het Woord en de confessie bij alle kerkelijke arbeid gebonden achten? En moeten we ons nu als kerk niet schamen, dat iemand als minister Pronk toen zo'n belangrijke plaats kreeg in een kerkelijke commissie om een zaak op gang te brengen die de kerk zó nooit had mogen aanpakken?

Inspiratiebron

Het verraderlijke is dat minister Pronk zegt niet in God te geloven maar wel in het evangelie als superieure inspiratiebron. Elk weldenkend mens zal zeggen dat dit niet kan. Wat is het evangelie zonder God? Maar ik ben bang dat minister Pronk er niet alléén zó over denkt. Hij zou wel eens een exempel kunnen zijn van veel christelijke ideologen van onze tijd, die eveneens vinden, dat niet God het moet doen maar wij, en die daarbij het evangelie als inspiratiebron nodig hebben, als hefboom onder hun politieke wensdromen of als inspiratiebron om die te leggen over hun (neo-) marxistische ideologieën. Met Jezus-Messias als het grote voorbeeld, die ons voorgaat in de revoluties van deze tijd. Velen vinden het in onze tijd het summum van christelijkheid als het evangelie nog maar wordt genoemd, als inspiratiebron bijvoorbeeld. Maar een evangelie is het intussen zonder levende God.

Een evangelie dan ook, waarin geen plaats meer is voor fie récht-en van God op mens en samenleving, maar uitsluitend voor de 'rechten van de mens'. En zo sluit dit nieuwe evangelie dan nauw aan bij de Verklaring van de Rechten van de mens uit het handvest van de Verenigde Naties, die teruggaat tot op de beginselen van de Franse revolutie: geen God en geen meester!

Er is een tijd geweest, dat in christelijke kring scherp werd gereageerd op deze verklaring van de rechten van de mens, omdat deze stoelde op de beginselen van de Franse revolutie. Die kritische stemmen zijn méér en meer verstomd en meer en meer is deze verklaring positief overgenomen door theologen en christelijke leiders, die het evangelie als inspiratiebron hebben voor in feite buitenbijbelse ideologieën. Het interview met minister Pronk laat het ons in z'n consequenties zien.

Professor Van Ruler heeft eens gezegd dat om de gedachte van Gods recht over het leven tegenwoordig alles wat christen heet lacht. Een Van Ruleriaanse uitdrukking (!? ) Maar zien we het in onze tijd niet gebeuren? Gods recht op het leven wordt ingeruild voor de rechten van de mens. En de Bijbel als Woord van God wordt ingeruild voor het evangelie als inspiratiebron, met ontkenning intussen van het Godsbestaan.

Een vraag aan dr. Van den Heuvel

Ik wil in dit verband ook een vraag stellen aan dr. Van den Heuvel, de secretaris-generaal van onze kerk. Dr. Van den Heuvel heeft zijn vriendschap met minister Pronk nooit onder stoelen of banken gestoken en ook niet zijn verwantschap met diens ideeën. Ik zou het interessant vin­den om van hem te vernemen hoe hij tegen de uitlatingen van Pronk in Panorama aankijkt. Ik zou het ook bijzonder interessant vinden van de secretaris-generaal te horen of hij vindt, dat we de ideeën van Pronk in de kerk nog wel kunnen gebruiken, vooral als we bedenken dat deze mede bepaalde dingen in onze kerk op gang heeft gebracht. Ik vraag dat vooral ook daarom, omdat dr. Van den Heuvel in een interview in het — in het Frans uitgegeven — Waalse blad l'Echo enkele onthutsende dingen heeft gezegd. Professor dr. G. P. van Itterzon heeft dit interview in het Hervormd Weekblad weergegeven en van commentaar voorzien. Van den Heuvel zegt ónder meer in dat interview, dat hij de neo-marxistische ideologen (waar Pronk er uiteindelijk één van is) en de oude Calvinistische theocraten (wie zijn dat? , v. d. G.) met elkaar wil verbinden. Hoe dat — tussen twee haakjes — mogelijk is, is me een raadsel. Maar hij zegt ook dat de synode gekozen is op een politiek program (!). Waarop oud-staatssecretaris It.gen. M. R. H. Calmeyer reageerde — in dat zelfde Franse blad — dat dr. Van den Heuvel met een vrijmoedigheid die aan onbeschaamdheid grenst, spreekt uit naam van een minderheid, die de synode heeft 'gewonnen'. Ik geloof dat het tijd wordt dat dr. Van den Heuvel, die zich met grote vrijmoedigheid als spreekbuis van onze kerk opwerpt, zich hierover publiekelijk rekenschap geeft. Het interview met Pronk zou voor hem aanleiding kunnen zijn om daartegen een getuigenis te laten horen. Maar zijn eigen interview in l'Echo vraagt daar op z'n minst ook om. Want als hij de neo-marxistische ideologen (a la Pronk? ) en de oude Calvinistische theocraten bij elkaar wil brengen, dan wil hij ijzer en leem samenvoegen.

Het wordt tijd dat er klare wijn geschonken wordt. We zijn in de kerk met (van) Pronks ideeën niet gediend, maar ook niet van die ideeën die daar (stilzwijgend) bij aansluiten. We hebben van de politieke ideologen in de kerk al te veel ellende beleefd en als die nu van dr. Van den Heuvel een vriendelijk knikje krijgen dan voelen we ons geroepen hem daarover openlijk ter verantwoording te roepen.

Het zou ook kunnen zijn, dat we nu in onze kerk, in commissies en raden van advies, te maken hebben met mensen, die over enkele jaren — als minister of op andere posten — uitlatingen doen zoals nu minister Pronk deed.

Enkele jaren geleden zei Pronk in onze kerk z'n zegje onder de verpakking van 'evangelische inspiratie'. Maar zou hij toen al niet bedoeld hebben wat hij nu openlijk zegt? Daarom mag dr. Van den Heuvel wel ter verantwoording worden geroepen ten aanzien van wat hij nu over die politieke ideologen heeft gezegd, en vooral ook over het kiezen van de synode op een politiek program. We zijn namelijk ook wel benieuwd welk politiek program dit wel zijn mag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Interviews met minister Pronk en dr. A. H. van den Heuvel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's