Uit de pers
De waardering van het Oude Testament
De tijd is gelukkig voorbij dat het Oude Testament afgedaan werd als 'Jodenboek'. Het heil is uit de Joden, zegt Joh. 4. De geschiedenis van God met Israel is wezenlijk verbonden met het heilsgebeuren in Jezus Christus. Jezus zelf heeft geleefd uit de Schriften van het Oude Testament. En het verbond met Abraham, Gods vriend, bevestigt Hij van kind tot kind, zingen we nog vaak bij de doop van onze kinderen.
Te allen tijde heeft de kerk gelukkig nee gezegd tegen hen die de christelijke kerk wilden loskoppelen van het Oude Testament. De kerk heeft in de eerste eeuwen nee gezegd tegen Marcion en de Gnostiek. De christelijke kerk heeft in de twintigste eeuw nee gezegd tegen de door Hitler beïnvloede stroming van de Deutsche Christen. Hier zouden vele namen te noemen zijn. We denken aan de uiteenzetting van Calvijn, en Kohlbrugge, wat het verleden betreft. We denken voor wat onze tijd betreft aan de arbeid van geleerden als Miskotte, Koopmans, de Wilde, v. Ruler e.a.
Wie commentaren uit de twintiger jaren vergelijkt met commentarenseries die nu verschijnen, zoals de breed opgezette Biblische Kommentar in Duitsland en de serie 'de Prediking van het Oude Testament' ten onzent ontdekt bij alle overeenkomst grote verschillen. Was het in het verleden vaak zo, dat zeer geleerde commentaren vaak niet verder kwamen dan een gramaticale ontleding van de tekst en een aantal historische opmerkingen, al dan niet kritisch bewerkt, de beide genoemde series gaan er van uit dat in de christelijke gemeente uit het Oude Testament gepreekt wordt.
Toch zien we ook telkens dat de verhouhouding tussen Oude en Nieuwe Testament niet zo simpel op één noemer te brengen is. Dreigt enerzijds een onderwaardering van het Oude Testament, vandaag signaleren we ook geluiden die in het andere uiterste dreigen te vervallen. Ds. J. T. Wiersma schrijft in Woord en Dienst van 11 januari over de vraag: Is het Oude Testament de eigenlijke Heilige Schrift? Nadat hij op de grote betekenis van het Oude Testament en de positie van Israël gewezen heeft (de verbinding van synagoge en kerk en de gescheiden wegen!) schrijft hij.
Nu signaleer ik ter zake van het geloof in Jezus en de omgang met het Oude Testament inzichten, die ik niet begrijp. Voor zover dat mijzelf betreft is dat weinig belangrijk. Er is zoveel dat ik niet begrijp. Maar ter wille van de zaak stel ik het aan de orde. Niet met opzet alsof ik op de gedachte gekomen ben dat ik daar eens over moet schrijven. Nee, ik ben op wat mij hier bezighoudt opnieuw gestoten bij het schrijven over de werkwijze en het werk van de Heilige Geest. Dat bracht mij bij 2 Korinthe 3, waar de vertalers boven hebben gezet: Het Oude en het Nieuwe Verbond. Je zou er op de inhoud afgaande ook boven kunnen zetten: De bedeling van de letter en van de Geest. Bedeling in de betekenis van bestel.
Wat ik niet begrijp breng ik hier vragenderwijs onder woorden: waarom spreekt men tegenwoordig zo vaak over Josjua i.p.v. over Jezus Christus, over Tenach i.p.v. over het Oude Testament, over de Thora i.p.v. over de Wet? Wij lezen de Schriften toch in de kerk van Christus en niet in de synagoge? Verder, hoe kan men zeggen dat de onderscheiding van Oud en Nieuw Testament fout is omdat er maar één Testament is? Het meest verantwoord zou waarschijnlijk zijn: het Oude en het Vernieuwde Testament. Hoe kon professor Van Ruler zijn beroemd geworden stelling poneren dat de eigenlijke Heilige Schrift het Oude Testament is met het Nieuwe als verklarend woordenlijstje er aan toegevoegd? Ik zou eerder geneigd zijn te zeggen dat het Nieuwe Testament de eigenlijke Heilige Schrift is met Het Oude als interne prolegomena daaraan voorafgaande. Hoe komt het dat de inhoud van woorden uit het Oude Testament als verbond, gerechtigheid, barmhartigheid, waarheid, vrede en andere zo leergierig, nadrukkelijk en bekwaam opgedolven wordt, zonder dat dat even toegewijd met de inhoud van diezelfde woorden uit het Nieuwe Testament gebeurt? Is het omdat het getuigenis van het Oude Testament aardser gericht is en daardoor juist in onze tijd meer ter zake in de strijd voor een concreet leefbaarder bestaan op aarde?
Nog eens als voorbeeld het woord sjaloom. Ik ben dankbaar voor het inzicht dat het woord vrede niet zonder de inhoud van het woord sjaloom verstaan mag worden. Dat behoedt je er voor vrede te verinnerlijken tot zielevrede. Maar moet niet tegelijk vanuit het Nieuwe Testament gezegd worden, dat wij, bij voorbaat de strijd voor de vrede moeten kunnen relativeren omdat VREDE met hoofdletters eschatalogische werkelijkheid is? Hoe komt het, die enorme nadruk op de prediking van het Oude Testament? Ben ik ernaast als ik zeg dat de diepste reden daarvan de christologie is, de vraag hoe men Jezus ziet? Moeten wij Hem plaatsen op de lijn van de profeten van het Oude Testament? Zonder méér? Als het zo is, dan wordt mij heel veel duidelijk. Dan kun je Jezus inlijven bij Mozes en de profeten. Dan is er met hem (zonder hoofdletters dan) misschien wel de hoogste voltooiing van Mozes en de profeten verschenen, maar niet iets principieel anders en unieks ingetreden. Dan is er alleen continuïteit, geen discontiunïteit. Dan kun je het getuigenis van de bijbel ook alleen maar zinnig lezen als je het van voren naar achteren leest. Het is dan dé grote vergissing van het Jodendom geweest dat het Jezus niet aanvaard heeft. En het christelijk geloven en belijden van de kerk is in dat geval een nog veel groter vergissing.
Hij niet alleen maar toch, de man die meer dan wie ook gedurende 1900 jaar miljoenen mensen op het spoor van die grote vergissing van de kerk heeft gezet, is dan Paulus geweest.
De bedoeling van Wiersma is m.i. niet onduidelijk. Wat hij vragenderwijs stelt, betekent impliciet een afwijzing van een trend in het theologisch denken, waarbij we vervallen in een Judaïsme zonder weerga, waarbij de synagoge de norm aangeeft en waarbij Jezus Christus, de Zoon van God en de Zoon des mensen op de lijn van het joodse Messiasideaal komt te staan.
In een bepaalde vorm van politieke prediking zien we dat gevaar levensgroot voor ons. Of deze politieke prediking overigens het O.T., met name de prediking der profeten recht doet, waag ik te betwijfelen. Het beroep op het 'tegoed van het Oude Testament' behoeft niet misplaatst te zijn, maar kan licht leiden tot een brok inlegkunde, waarbij men eigen wensen en verlangens op de lijst van het 'tegoed' gaat plaatsen.
Ik ben dankbaar dat ds. Wiersma in deze vragende vorm dit gevaar aanwijst. Laat de christelijke gemeente blijven bij het Woord van Hem, Die de vervulling is, van wet en profeten, zonder te vervallen in een Judaïsme, waarbij het Evangelie in feite een nieuwe wet wordt en het kruis verijdeld wordt.
Sensitivity Training
In het Hervormd Weekblad van 23 januari schreef prof. dr. G. P. van Itterzon over deze zaak het volgende artikel, dat we hier in zijn geheel aan u doorgeven.
Sensitivity training (Gevoeligheidsoefening)
In ons blad van 5 december 1974 schreef ik op blz. 78, 79 over bovenstaande onderwerp. Ik kreeg daarna een brochure over deze zaak van dokter J. E. de Vries, huisarts in Garijp (verkrijgbaar bij het sekretariaat Friese Chr. Plattelandsvrouwen Bond, Hesseweg 8, Kollum, tel. 05114-1991). Er staat in te lezen, dat hij slechts enkele aspecten van ST heeft genoemd, dat de beschreven ervaringen slechts een onderdeel zijn van alles, wat op een training letterlijk en onomwonden gezegd, gevoeld en doorleefd wordt en dat dit straks uitgebreid te lezen staat in een boek over ST, dat binnenkort bij Callenbach verschijnt, en waarin een socioloog, psycholoog, paedagoog en agoog over de wetenschappelijke en maatschappelijke achtergronden zullen schrijven. In afwachting van de verschijning van dit boek kan het zijn nut hebben iets uit de brochure mee te delen.
ST heet dan een fantastisch middel tegen communicatie-stoornissen, dat ons bevrijdt van moeite, zorg en pijn. In groepsbijeenkomsten, klein of groot, worden intieme en persoonlijke zaken, meningen, morele maatstaven en waarden, benevens het geloof, openlijk ter discussie gesteld. Gevoelens en emoties, die bij de deelnemers worden opgewekt, worden onomwonden uitgesproken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de techniek van zelfbeschuldiging en wederzijdse kritiek op elkaar. Men kan daarbij gaan huilen of kwaad worden en agressief. Dat laat je allemaal de vrije loop gaan. Een leider van de ST verzekerde zelfs, dat ST hard op weg was een nieuwe religie te worden. In de Verenigde Staten is het al zover. Iedereen kent wel van die mensen, die vertellen hoe ze een wildvreemde hebben betast, beroken, hoe ze hebben gedanst, gevochten, gevreeën en gehuild.
In Nederland wordt ST al sinds 1962 op grote schaal toegepast. Voor veel bedrijven en instellingen is het zelfs verplicht. Meestal wordt het gebracht onder een andere naam als: herscholing, nascholing, vormingsweek, weekendrelatie-training enz. Er zijn zelfs mensen door deze trainingen helemaal overstuur geraakt en in een psychiatrische inrichting beland. In de Tweede Kamer zijn er op 29 mei 1973 vragen over gesteld, ook over de slachtoffers. Dokter De Vries wilde er het zijne van weten en heeft in maart 1974 twee verschillende trainingen meegemaakt. Hij koos, omdat er zeer veel beunhazerij op dit gebied is, bonafide trainingen en ging er voorbereid heen. Met haar tot de modelengte, zonder hemd en in een wild spijkerpak. Na een knetterende vloek van een der deelnemers, brult en vloekt de groep in koor. De remmen komen wat los, maar het lukt nog niet helemaal. Daarom nodigt de trainer de deelnemers uit de ogen dicht te doen en door elkaar te gaan lopen zonder iets te zeggen. Daarna moeten ze op de tast af iemand opzoeken en elkaars gezicht betasten. Vervolgens vraagt hij hen ook de rest van het lichaam van de partner te betasten. Nog steeds met de ogen dicht. De dokter vindt, dat je door betasten vlot door allerlei remmingen ten opzichte van elkaar heen bent. De rest laat zich raden.
Later volgen ontzettend afmattende, uitputtende oefeningen, zodat het hele lichaam gaat trillen en schudden. Bij het roepen van 'Vader' of 'Pappa' hoor je, behalve 'schat' en 'lieverd', dat bij sommigen een enorme schuttingtaal loskomt; één brult er luid: 'Ik haat je'. Van één lijkt het of hij gek wordt, maar na een uur komt de rust terug, al blijft het vreselijk zielig. Een homofiel gaat voor de bijl. En hij gaat af als een gieter. Liefdeloos.
Een tweede keer werd de schrijver zo gevoelig, dat hij voelde dat hij zijn geest en lichaam niet meer in de hand had en zou doorslaan. Hij ging bidden of bijv. Psalm 23 opzeggen; dan ging de verzoeking weer weg. Hij verklaart: Je moet erg goed opletten. Voor je het weet, word je een kant uitgetrokken, die je niet wilt. Als mij dit 10 jaar geleden overkomen was, onvoorbereid, en tóén ik me echt nog niet zo'n kind van God wist, had ik waarschijnlijk mijn God verloochend.! Het was eigenlijk levensgevaarlijk wat ik gedaan heb. Naar aanleiding van de vragen over ST in de Tweede Kamer heeft hij, na contact hierover met de Inspecteur van de Geestelijke Volksgezondheid in Friesland, Groningen en Drenthe, een lijst van enkele honderden slachtoffers op schrift gesteld.
Dokter De Vries wil bekennen, dat hij, als hem dit 10 jaar geleden overkomen was, en zonder redelijke voorbereiding en voorlichting, hier volkomen kapot aan gegaan zou zijn en zijn vrouw vaarwel had gezegd. Hij noemt het levensgevaarlijk om deze geestelijke roofbouw op een nog niet volgroeide persoonlijkheid toe te passen. Hij wil de vele goede trainingen, waarvan hij er twee meemaakte, beslist niet afkraken. De trainers hadden bewust het allerbeste met de mens en de mensheid voor. Maar onbewust kan ernstige schade ontstaan. Het is de grote vraag, of de ST de relatie tussen de mensen verbetert, maar in elk geval niet de relatie met God. De lezer zal begrijpen, dat ik alle nare dingen niet heb opgesomd. Ook niet het voor en tegen. De brochure vertelt, daarover met plaatjes erbij. Na de vragen, die ik in mijn artikel van 5 december 1974 heb gesteld, behoeven er geen andere te worden gesteld. Ik wacht het aangekondigde boek verlangend af.
U merkt uit dit verhaal, dat het begrip sensitivity-training, waar achter een groot aantal vormen van groepsprocessen schuilgaan, processen die gericht zijn op persoonlijke ontplooiing of de wederzijdse communicatie, heel wat problemen oproept.
Wat is de zin er van? Wat zijn de gevaren? Van welke mensbeschouwing gaat deze training uit? Wat is het doel? Iemand zei onlangs tegen mij: ST is een ander woord voor 'hersenspoeling'. En wie het artikel van Van Itterzon leest, gaat onwillekeurig in die richting denken. Terwijl je tegelijk moet vragen: Kan men daarmee de zaak afdoen?
Het zijn zoveel vragen dat een persoverzicht niet de plaats is er op in te gaan.
Hier signaleren we slechts. En ik meen dat nu deze zaak in allerlei sectoren van het bedrijfsleven, het vormingswerk en de dienstensector aan de orde is en velen er soms, tegen wil en dank, mee geconfronteerd worden, het van bijzonder belang is, als deze zaak ook onder ons kritisch, vanuit de Schrift, bezien wordt en op zijn vooronderstellingen wordt getoetst.
Wie overigens een eenvoudige eerste inleiding over dit onderwerp wil lezen, kan ik verwijzen naar een artikel van mej. G. v. d. Kuil in het kaderblad Leiding van de Herv. Geref. Jeugdbonden. Het is het 8ste nummer van de 19e jaargang, april-mei 1974. In dit artikel wordt op de achtergronden ingegaan, een aantal gevaren gesignaleerd en tevens gewezen op het belang van die groepsprocessen waarbij niet de mens de maat aller dingen is, maar de bijbelse visie op de mens de norm en de toon aangeeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's