De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kind en geloof - kind en leven - kind op aarde*)

Bekijk het origineel

Kind en geloof - kind en leven - kind op aarde*)

2

8 minuten leestijd

Wat is de hoofdstelling in de boeken van Klink ? We hebben het kind overladen met onze orthodoxe dogma's als voorzienigheid Gods, erfzonde, eeuwige straf etc. Let wel; het gaat Klink daarbij niet zozeer, om het feit dat het kind overladen zou zijn. Maar om het feit waarmee het overladen is: de orthodoxie, die een erfenis is uit lang vervlogen tijden. Hieruit volgt onmiddellijk haar tweede hoofdgedachte: de heersende orthodoxie is o.a. het gevolg van wat Klink noemt: de indoctrinatie in de kinderleeftijd. De orthodoxe dogma's zijn er zo ingegoten, dat velen die ellende op latere leeftijd nooit meer te boven komen.

Ik meen, dat zo het werk van Klink tendentieus is te noemen. Hier vallen m.i. beslissingen niet op pedagogisch maar op theologisch gebied. Het werk van Klink is geladen met theologische vooronderstellingen die we niet kunnen delen. Die vooringenomenheid is niet dat het kind in de opvoeding godsdienstig overladen zou zijn. Maar het gaat Klink veel meer om de onbijbelse denkpatronen waarmee het kind overladen is. Met verschillende voorbeelden wil ik dit duidelijk maken.

Voorbeelden

1) Klink rekent af met de voorzienigheid Gods zoals die beleden wordt in zondagen 9 en 10 van de Heid. Catechismus. De voorzienigheid Gods is een rest van de oer-religie van de mensheid, die bij regen en droogte, vruchtbaarheid en ongeluk meende te doen te hebben met het ingrijpen van de goden en machten (deel 1, blz. 156 V.). Klink zegt: het begrip 'Gods almacht' heeft o.a. lijdelijkheid en kerkelijk conservatisme in de hand gewerkt. God kan voor ons niet doen wat Hij van ons verwacht. Voor de opvoeding betekent dat bijvoorbeeld, dat we het kind niet moeten leren bidden: bewaar ons voor het drukke verkeer ! Het kind zou dan onverhoeds de straat over kunnen steken met de gedachte: God bewaart me wel! Klink schrijft: 'Het is beter dat het eeuwenoude godsbeeld van de Albeschikker slechts als een kunsthistorische herinnering in oude kerken blijft prijken' (blz. 160).

2) We moeten, aldus Klink, af van het patroon van vele kinderbijbels van een God, die het goede beloont en het kwade straft. Dit patroon heeft het kind onder zware morele druk gezet en bij het ouder worden gaat dat er niet meer af. Hoe kunnen we het kind laten bidden: schoon mijn zonden vele zijn ? Bidden om Jezus te volgen, om een nieuw hartje, om vergeving van zonden, kweekt alleen maar schuldbesef. Er kan niet genoeg op gehamerd worden, dat wij moeten gaan nadenken over wat wij in dit opzicht kinderen aandoen of hoe wij hen in een bepaalde godsdienstige traditie willen inleiden. De ellendige gevolgen van dit alles in het belijden en beleven van veel christenmensen zijn we nog steeds niet te boven (deel 1, blz. 179 v.). Vooral Anne de Vries en W. G. van de Hulst moeten het hier ontgelden. Op blz. 208 lees ik: 'Wat  heeft men weerloze, gevoelige kleuters en opgroeiende kinderen onder een zware morele en godsdienstige druk gezet. Wat een absurde eisen zijn aan hen gesteld; met welk een intensiteit moesten kinderen deelnemen aan het godsdienstige leven. Het is erin gestampt, hoe méér hoe beter !' Dit is een karikatuur, waardoor het werk van Klink m.i. nauwelijks serieus is te noemen.

3) De orthodoxe opvoeding was doordrenkt van de leer der erfzonde en de verzoening door voldoening. Klink: 'Welk een verschrikkelijk God staat achter dit gebeuren, is Heer over deze gevangenis, waar alle mensen om de overtreding van één gestraft worden en alle menselijkheid en vreugde ten onder gaat en zelfs kinderen binnen deze muren worden getrokken. Is dit misschien de zondeval van de kerk geweest ? Het paradijsverhaal is in een duistere kerker van een middeleeuwse burcht terechtgekomen.' Zo rekent Klink af met de anselmiaanse verzoeningsleer: 'zo is er mede dankzij Anselmus over de catechese van het paradijsverhaal een gedachtenpatroon gegroeid, dat uitgaat van een autoritaire God, de absolute heerser (...), die niet kan afwijken van een ijzeren wetmatigheid. Zijn recht en eer waar Hij op moet blijven staan om God te zijn. Geen mens kan het meer bij Hem goedmaken totdat hij ook maar de laatste penning betaald heeft' (deel 2, blz. 121). Met deze opmerking van Klink staat of valt m.i. alles. Dit is een karikatuur van de leer van de verzoening door voldoening, waarin niets doorklinkt van de liefde Gods in de zending van Zijn Zoon in onze verloren wereld. Klink trapt hier tegen datgene wat het meest wezenlijke uitmaakt van het christelijk geloof en wat de enige troost is voor een christen in leven en sterven.

4) Klink leeft zich pas goed uit in het hoofdstuk 'De Zwarte Bladzij' in deel 1: Het kind is eeuwenlang geïndoctrineerd door straf, duivel en hel. Velen komen hun leven lang niet boven deze erfenis uit. De orthodoxe kinderbijbels hebben hier de meeste schuld. Klink zegt: 'Men moet zelfs spreken van een ongelofelijke demonie en geestelijk sadisme, waarmee kleuters zijn benaderd en waarmee voor hun leven dé doodschrik voor God op het lijf is gejaagd. Het is menselijk gesproken één van de raadselachtige kanten van de kindercatechese geweest.' Eén citaat van Jan Ligthart is voldoende om te doen zien, hoe Klink dit bedoelt: 'Men moet mij verteld hebben van de hel. Vreselijk heb ik daaronder geleden. Dat ik dag aan dag zondigde wist ik maar al te goed. Ik moest dus eeuwig branden, eeuwig. Stel u dat eens voor. Kon ik maar terug naar het. niet-geboren-zijn. Zou de godsdienstige opvoeding of wat men zo noemt, geen afstand kunnen doen van dit onchristelijk gemartel?'

Gedachten

Het gaat Klink, als ik het goed begrepen heb, niet zozeer om de wijze waaróp het kind is of wordt benaderd. Maar in de allervoornaamste plaats om de inhoud van die benadering. Die inhoud is voor Klink een geheel andere dan de bijbels-reformatorische. Klink zegt: er is in de loop der eeuwen theologisch en ook in de opvoeding zoveel bijgekomen, dat het nodig is dat de grond grondig wordt omgespit.

Daarbij baseert Klink haar 'theologie van het kind' op citaten en uitspraken die zij van ouders en opvoeders heeft ontvangen. Daarbij zijn echter veel vragen te stellen: Wie zijn die ouders en opvoeders? Wat is hun sociale omgeving ? Wie is tegen deze achtergrond het kind dat zich uit ? Hoort men in vele citaten niet veel meer de weergevende ouder, die zijn jeugdervaringen van vroeger door de bril van nu weergeeft dan de uitspraken van het kind zelf ? In veel citaten zal men wellicht meer de mens van nu dan het kind van vroeger herkennen. In het blad Ministerium, okt. 1971, las ik: 'Het zou de moeite waard zijn te onderzoeken of de geciteerden het zelf eens zijn met de wijze waarop Klink hun citaat gebruikt. Is het om een voorbeeld te noemen vol te houden, dat de gedachte van de belonende en straffende God één van de voornaamste oorzaken van het huidige ongeloof is geworden?'  Klink geeft in dit werk een empirische basis (d.w.z. op ervaringen berustend) voor de geloofstheologie van het kind.

Het kon wel eens zijn, dat we in de komende jaren naar een vernieuwing in de kindercatechese groeien, die een ondermijning is van veel bijbels-reformatorische waarden. Dit geldt het onderwijs op de christelijke kleuter-en basisscholen, op de zondagsscholen, als ook de verschijning van nieuwe kinderbijbels. Het rapport van het Ned. Bijbelgenootschap over kinderbijbels tendeert zéker in die richting. Zoals Klink echter meent, dat het kind geïndoctrineerd werd met onbijbelse denkpatronen, zullen we voor ogen moeten houden dat het kind bij vele vernieuwingen in de catechese evenzeer geïndoctrineerd zal worden; dan echter met denkpatronen, die ons aangereikt worden vanuit de nieuwe theologie. Laten onderwijzers en besturen van scholen en zondagsscholen (incl. kleuterschool) hier hun gedachten eens over laten gaan. Ook wat betreft de opleiding aan pedagogische academies en kleuterkweekscholen.

Pleidooi

Ik zou een pleidooi willen voeren voor een goede begeleiding vanuit de kerk (b.v. via leestafel en huisbezoek) bij de aanschaf van een kleuter-of kinderbijbel. Laten ouderlingen, predikanten en evangelisatiewerkers van de inhoud der kinderbijbels op de hoogte zijn, zodat ze kunnen adviseren.

Het is duidelijk, dat de kinderziel nog niet rijp is voor (alle) dogmatische conclusies. We kunnen aan, het kind alleen zinvol vertellen wat aansluit bij de kinderziel. Maar die aansluiting bij de kinderleeftijd wordt, dacht ik, juist zo goed gevonden in o.a. de kinder-en kleuterbijbels van W. G. van de Hulst, Anne de Vries en mej. Ingwersen. Dat het kind op vele bijbelse verhalen anders reageert dan een oudere is niet erg; het ene kind zal dat weer anders doen dan het ander. Als de opvoeding maar doordrenkt is van een bijbelse ernst: we zullen het niet verbergen voor de kinderen, maar vertellen de loffelijkheden des Heren, opdat het volgende geslacht die weten zou, en die weer zouden opstaan en vertellen het hun kinderen. Opdat zij hun hoop op God zouden stellen en Gods daden niet vergeten (Ps.78).

Wapenveld


*) Dr. J. L. Klink, Ambo, Bilthoven; 3 delen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Kind en geloof - kind en leven - kind op aarde*)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's