De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Reactie op twee antwoorden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Reactie op twee antwoorden

10 minuten leestijd

Dr. Van den Heuvel is zo vriendelijk geweest in te gaan op de vragen; die ik hem stelde in De Waarheidsvriend van 23 januari over uitlatingen van minister Pronk en over uitlatingen van hemzelf in het Waalse blad l'Echo. Ik stelde hem die vragen omdat het om geen geringe zaken ging, zowel in het betoog van Pronk, die in onze kerk mede aan de wieg van een bepaalde ontwikkeling stond, als in het interview met dr. Van den Heuvel, die in zijn functie van secretaris-generaal van onze kerk een spreekbuis van de Hervormde kerk is en wiens uitspraken over de kerk en de synode bepaald ernstig worden genomen. De reactie van dr. Van den Heuvel staat uiteraard geheel in ons blad. Niet uit lust tot discussiëren maar ter verkrijging van duidelijkheid ga ik op zijn antwoord in. Een uitvoeriger gedachtenwisseling, ingaande op vele fundamentele punten, zou eigenlijk gewenst zijn, bijvoorbeeld op de wijze zoals jaren geleden ds. G. Boer en prof. dr. H. Berkhof een gedachtenwisseling hebben gehad in Woord en Dienst. Nu kan mijn reactie niet anders dan puntsgewijs zijn.

1. Dr. Van den Heuvel geeft eerst een persoonlijke kwalificatie van mijn bijdrage(n). Ik zou militanter zijn dan hij. Ik weet niet of zulke dingen hier terzake zijn maar antwoord slechts dat de kerk militia Christi is en dat een eerlijke strijd tegen gevaren die de kerk bedreigen van binnen en van buiten, een zaak is van een eerlijk geweten voor God en de mensen.

2. Ik zou suggesties hebben gedaan over het geloofsleven van de minister. Met suggesties over het geloofsleven van anderen heb ik me nooit opgehouden en ik hoop het ook nooit te doen. Niet ik heb gesuggereerd, dat de minister niet in een God gelooft, die zich met de wereld bemoeit, en dat hij dus niet meer bidt (waarom laat dr. Van den Heuvel deze uitspraken geheel liggen? ) maar de minister heeft het zo zelf gezegd. T. van den Heuvel zegt dan dat het geschreven is door een boulevardblad, dat men (hij) alleen bij de tandarts pleegt te lezen. Maar de minister liet zich toch maar over deze meest intieme dingen door dit boulevardblad interviewen en had achteraf ook geen behoefte een rectificatie te geven. Daar komt bij, dat de redactie van Hervormd Nederland — toch geen boulevard-blad wil ik aannemen — zo goed was het blad bij de tandarts vandaan mee te nemen en de hervormde lezers mee liet kijken in het leven van de minister (4 januari). Heers ik dan nu opeens over iemands geloof als iemand daar zélf een en ander over zegt en dit brede publiciteit krijgt?

3. Ik had moeten oproepen tot inkeer. De generatie van minister Pronk keert zich van ons af omdat er bij ons (bij wie? ) zo weinig te zien is van geloof, hoop en liefde. Ik ben gans en al bereid tot die inkeer op te roepen en meen het naar eer en geweten ook menigmaal in deze kolommen te hebben gedaan. Wij en onze vaderen hebben gezondigd. En de golf van de secularisatie, die aan niemand voorbijgaat is aangrijpend. Maar was dat nu hier ter zake? Het gaat erom Wat in de kerk 'recht' van spreken heeft. Minister Pronk was ooit in onze kerk een belangrijk woordvoerder in zaken waar we in de kerk keer op keer mee te maken hebben. Bij Pronk bleef — toen hij enkele jaren geleden op de synode sprak — van de kerk niet veel meer over dan een politieke pressiegroep. En daarin staat hij niet alleen. Kan dat en mag dat? Iemand vroeg mij enkele jaren geleden op een vergadering of ik hem — hij was theoloog — het recht ontzegde in de kerk te zijn als hij het met de stelling van dominee Krop 'dood is dood' eens was. Ik zei hem dat ik niemand het recht ontzeg om in de kerk te zijn (hoe zóu ik en wie ben ik? ) maar dat hem wel het recht moest worden ontzegd om dit namens de kerk en in de kerk te leren. Nu moet dr. Van den Heuvel dunkt me niet opeens de situatie in de gezinnen en bij de Hervormd Gereformeerde ambtsdragers erbij halen om een motief te vinden voor minister Pronks afkeer van het kerkelijk instituut (inclusief zijn opmerkingen over het geloof in God? ). Zoiets vind ik onthutsend. Op deze wijze kan men elke vraag met elk antwoord afdoen. Er is tweeërlei nood. De nood van de ontkerstening en de nood van de secularisatie (theologie) in de kerk. Als mensen in de kerk een kerkelijk beleid voorstaan dat iri^feite ankert in een geseculariseerd theologie dan kan men dit niet vergoeilijken — want in feite doet Van den Heuvel dit — door te wijzen op allerlei toestanden in de gezinnen en dergelijke. Er is tenslotte ook een wisselwerking tussen wat de kerk zegt en de gemeente gelooft.

4. Ik heb het idee dat een gedachtenwisseling over de twee procent ontwikkelingssamenwerking fundamenteler moet geschieden dan hier mogelijk is. De gedachte als zou de GZB anders over deze zaak denken is geheel onjuist. Binnen de Hervormd Gereformeerde kring is de gedachte van de twee procent ontwikkelingssamenwerking als derde tak van kerkelijke arbeid overzee — of dat nu tijdelijk is of blijvend — afgewezen vanwege de principia die hier achter zaten. Al wat de kerk te doen heeft is verkondiging en diakonaat; overzee: zending en werelddiakonaat. Al wat geschiedt los van de verkondiging is de kerk 'innerlijk wezensvreemd'. Wat mij intussen erg bevreemdt is, dat dr. Van den Heuvel er het Getuigenis bijhaalt om te pleiten voor een combinatie van mentaliteitsverandering en maatschappijvernieuwing. Het is bij mijn weten voor het eerst dat dr. Van den Heuvel een goed woord doet voor. het Getuigenis. Maar ik heb toch het idee — om in zijn eigen taalgebruik te blijven — dat hij dit doet om er zijn 'politieke tegenstanders door te treffen'. Maar bovendien' gaat het in het Getuigenis echt niet om die mentaliteitsverandering en die maatschappijvenieuwing, die diegenen voorstaan die aan de wieg van de twee procent ontwikkelingssamenwerking hebben gestaan. Dr. Van den Heuvel zat nog in Geneve toen hier de befaamde synodezitting over het Getuigenis werd gehouden. Waren het niet de mensen van de ROS, die toen het felst opponeerden? Het Getuigenis is eens speels genoemd 'de vijf artikelen tegen de demonstranten'. Ik zou willen zeggen dat het een protest was tegen die stroming en kerk en theologie, die het kerk-zijn op een politieke noemer en dan nog wel van een bepaalde soort brachten. Ik ben bang dat dr. Van den Heuvel dat niet heeft gezien. Anders zou hij er nu niet het Getuigenis bij halen om daaraan-vreemde ideeën te dekken.

5. De rechten van de mens. In een niet onvermaard synodaal geschrift, De politieke verantwoordelijkheid van de kerk, lees ik, dat de kerk de humaniteit, zoals die naar voren komt in 'de rechten van de mens' niet veilig acht wanneer de levende achtergrond van Gods recht uit het bewustzijn wegzakt en de afglans van Gods gerechtigheid, barmhartigheid en menselijkheid in de conceptie van humaniteit verbleekt. Welnu, dat heb ik bedoeld en gezegd. Ik meen daarmee in de lijn van de 'oude theocraten' te zijn. Heeft de verklaring van de rechten van de mens die 'levende achtergrond van Gods recht? ' Men kan die verklaring zo interpreteren, zoals bijvoorbeeld de medici door de eeuwen heen de eed van hypocrates over de eerbiediging van menselijk leven hebben aanvaard en christen medici deze eed een christelijke duiding gaven. Maar zien we in onze tijd niet gebeuren dat deze verklaring een soort nieuwe belijdenis wordt, die in de secularisatietheologie een eigen leven leidt los van de levende achtergrond van Gods recht? Minister Pronk zei: niet God moet het doen maar wij en in God die zich met de wereld bezig houdt gelooft hij niet. Dan wil ik met genoemd synodaal geschrift zeggen dat ik de conceptie van humaniteit en gerechtigheid bij hem niet veilig acht. En dan zeg ik het Van den Heuvel niet na blij te zijn dat Pronk de genoemde dingen in de kerk mee aan de gang heeft gebracht. Ik zou vanuit de kerk maar niet aansluiten bij de ideeën van hen, die met Gods recht geen rekening houden. Wanneer ik merk dat dr. Van den Heuvel dat doet en Pronk toch wel een gesprekspartner voor de kerken blijft noemen dan ben ik op mijn qui vive.

Het is voor mij bijv. ook onverklaarbaar hoe dr. Van den Heuvel een uitgebreid voorpagina artikel heeft kunnen schrijven in Hervormd Nederland, waarin hij zegt vanwege zijn functie zijn handtekening voor de VARA (P.v.d.A.) actie voor Portugal te hebben ingetrokken maar waarin hij dan tevens zijn excuses maakt aan Mario Soares en zegt het spijtig te vinden dat het — vanwege zijn functie — niet kan. Nu heeft hij het nog veel geprononceerder gedaan (het gironummer stond er in Hervormd Nederland nota bene bij). Hier scheiden onze wegen. En ik ben bang, dat onze wegen óók scheiden als het gaat om de confrontatie (wat toch een hoop op verbinding inhoudt? ) van neo-marxcisten en oude theocraten., Na talloze gesprekken van de laatste jaren met neo-marxisten heb ik de hoop opgegeven — zo ik die al had — dat er verbindingen tussen die twee gelegd kunnen worden. Hier is sprake van twee geloven, twee verschillende wijzen van kerk-zijn, die elkaar niet insluiten maar uitsluiten. Ik heb intussen dankbaar nota genomen van het feit dat dr. Van den Heuvel deze week in het Hervormd Weekblad in antwoord op prof. Van Itterzon zegt dat als hij kiezen moet hij voor de oude theocraten kiest. Maar zijn artikel in Hervormd Nederland is daar ver vandaan.

6. Omdat dr. Van den Heuvel kort is over zijn interview in l'Echo zal ik er ook kort over zijn. Op de retorische vraag of ik zo'n vreemdeling ben in kerkelijk Jeruzalem dat ik niet weet hoe synodeleden worden gekozen stel ik op mijn beurt dezelfde retorische vraag of Van den Heuvel tijdens het interview niet heeft geweten hoe de synode gekozen wordt omdat hij meende te kunnen zeggen, dat de synode op een politiek program gekozen wordt. Van de zinsnede over het 'winnen' of 'bereiken van de synode' nam ik met dank kennis. Van de opmerking over de duistere zinsnede over het politiek program nam ik nota. Omdat de zin zo duister en voor verkeerde interpretatie vatbaar is zou Van den Heuvel er beter aan hebben gedaan een wat minder duistere zinsnede — na de vermaning in dat blad van It.gen. Calmeyer — als rectificatie te hebben inge­zonden aan het Waalse 'blad. Ik onderschrijf één van de laatste zinnen in het antwoord van Van den Heuvel dat ook de politiek naar gereformeerd inzicht een levensterrein is waarover het Woord Gods gaat en de heiliging zichtbaar wordt. Hij leze daartoe mijn bijdrage in Breuklijnen in kerk en theologie. Het gaat alleen om de uitwerking. En dan heb ik het gevoel dat er toch sprake is van verschillende sporen. Intussen mijn dank voor de uitvoerige reactie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Reactie op twee antwoorden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's