De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het belijden in de vroeg-christelijke kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het belijden in de vroeg-christelijke kerk

Belijden en Belijdenis

6 minuten leestijd

In dit artikel willen wij vooral aandacht besteden-aan het belijden van de vroegchristelijke kerk. Hoe is het daar toegegaan, bezien in het licht van de verhouding belijden en belijdenis? Het eerste wat duidelijk wordt, is dat de gang van zaken, zoals wij dit in het Nieuwe Testament tegengekomen zijn, zich hier heeft voortgezet. De christelijke gemeente is een gemeente, die leeft voor Gods Aangezicht maar ook midden in de wereld. En die wereld is een Gode-vijandige wereld. Het is ook een wereld, die in het duister dwaalt en daarom allerlei duistere leringen naar voren brengt. In die wereld legde de gemeente belijdenis af van haar christelijke geloof. Zij deed dat bij de doop, in de lofprijzing in de samenkomsten, in haar prediking en getuigenis, in haar concrete levenswandel. Zij deed het ook voor de keizer en de rechters, in de arena's en voor de wilde dieren. Maar wat het meest dreigende is geweest in de oude kerk, is de dwaling. Deze was na de Nieuw-testamentische tijd eerder nog toegenomen dan afgenomen.

Gnostiek

Met name moeten wij dan denken aan de denkwereld van de Gnostiek. Het is niet zo eenvoudig om deze denkwereld kort en goed te typeren. Daarvoor openbaarde zij zich in een te gevarieerde gestalte, in een veelvoud van stromingen en leringen. In het algemeen zou men deze Gnostiek kunnen karakteriseren als een machtige poging van het grieks-oosterse denken, waarin God en wereld, die in een dualistische onverzoenlijke tegenstelling met elkaar verkeerden, toch werden samen-gedacht in een religeus-wijgerig systeem van relaties. Deze denkwereld heeft machtige invloed uitgeoefend op de oude wereld, ook op de kerk. Men werd erdoor bekoord, omdat hier een indrukwekkende poging werd ondernomen door de mens om door zijn denken een verlossingssysteem op te bouwen, waarin God en wereld, God en mens, de onverzoenlijken, toch met elkaar werden verzoend. Dat gaf de spanning en meteen het verlossingskarakter aan dit denken. Het ging hierin maar niet om denken, het ging om religie (religie = verbinding). Verbinding tussen de onverzoenlijken. God en wereld, Geest en stof. Licht en duisternis.

Het lag voor de hand, dat dit religieuze denken ook op de kerk af kwam zetten. En wat moest het antwoord zijn, dat de Kerk had te geven? Het zijn vooral de z.g. Apologeten geweest, die voor het forum van dit tijds-denken het christelijk geloof hebben verdedigd. En niet alleen verdedigd, maar ook geloofwaardig gemaakt. Tenminste, dat beoogden zij. En zij meenden hun doel te kunnen bereiken door het christelijk geloof bij dit gnostieke denken aan te passen, zodat de eigentijdse mens in die dagen zou inzien, dat het christelijk geloof werkelijk terzake was, dat het zijn mannetje kon Verbinding tussen de onverzoenlijken, staan in de gisting van de tijd. Het ging hen om een herijking van het christelijk geloof vanuit het eigentijdse denken.

Het is echter veelzeggend, dat juist deze apologeten de grootste bedreiging van de kerk hebben gevormd. Want het bleek al gauw, dat deze herijking niet plaatsvond zonder ernstige verminking van het christelijk geloof. Wij zien dan ook, dat via dit kanaal het. hellenistisch-gnostische denken de kerk inhoudelijk beïnvloed en zelfs een acute bedreiging werd. En het heeft de kerk een zware strijd gekost om zich genoegzaam aan deze invloed te ontworstelen.

Nicea en Athanasius

In deze context moeten wij de strijd zien van de kerk, die geresulteerd heeft in het opstellen van de geloofsbelijdenissen van Nicea en Athanasius. In 325 is het Nicaenum ontstaan, na een felle strijd tussen Athanasius en de volgelingen van Arius. Deze Arius was ook diepgaand beïnvloed door het gnostische denken. Hij paste dit zo toe op zijn Christus-belijdenis, dat hij de persoon van Christus beschouwde als een tussenwezen tussen God en mens. Dat was een typisch gnostische gedachtengang, omdat de gnostiek een scala van tussenwezens kende tussen de absoluut geestelijke en onbereikbare Godheid en de stoffelijke wereld. Daarachter zat weer het griekse dualisme, da beheerst wordt door de tegenstelling tussen geest en stof. In dit kader nu plaatste Arius Christus als het hoogste tussenwezen, dat wel gelijk was aan God, maar niet gelijk was met God, wel van een gelijk wezen, maar niet van hetzelfde wezen als God. De termen zijn wel bekend. Het ging om het subtiele woordverschil tussen homoousios en homoiousios. Homoousios = één en het zelfde wezen. Homoiousios = van een wezen dat gelijk is aan het wezen van God.

Waar het echter om gaat is, dat de kerk op deze subtiele, maar toch beslissende wijze werd geconfronteerd met de gnostiek, d.w.z. met een poging om van de mens uit de verlossing van de mens en de wereld in een denksysteem rond te krijgen. Dat is de diepste kern van deze dwaling. En zij werd daarbij geruggesteund door het toen heersende denkklimaat.

Het impopulaire

Als wij dit trachten nader te analyseren, komen in verband met ons onderwerp meerdere gedachten naar voren. In de eerste plaats wordt duidelijk, dat het toen heersende denkklimaat voor de kerk niet een hulp betekende, maar een bedreiging. Het bleek namelijk, dat in dit denken de mens zich verschanste, die op een eigenwillige en eigenmachtige wijze God en mens in zijn verlossingssysteem tracht te verzoenen. Die verschansing was bijna perfect, want zij klonk toentertijd zeer velen geloofwaardig in de oren. De invloed van Arius is verbluffend geweest. Kennelijk raakte hij de ziel van zijn tijd. Zijn Christus-belijdenis zat gewoon in de lucht. De moderne mens in die dagen werd erdoor aangesproken. Dit paste bij hem, helemaal.

Des te zwaarder de strijd voor de kerk om dit populaire denken af te wijzen. Niet omdat het populair was, ook niet allereerst omdat het eigentijds was, maar omdat de mens in zijn eigenmachtige zelfverlossing hierin schuil ging.

Dat brengt ons tot het tweede. Dat is, dat de kerk niet een leer mag afwijzen omdat zij populair of modern is, maar wel blijkt het zo té zijn, dat het eigentijdse denken een willig instrument is voor de mens, die zijn eigen verlossingsweg uitdenkt. Dat maakt de kerk wel voorzichtig, als het gaat om de eis van eigentijds te zijn, van geloofwaardig te belijden en te getuigen, van kerk in de wereld te zijn. Niet, dat wij hier ons zozeer door een vooroordeel moeten laten beheersen, dat wij apriori reeds in het eigentijdse denken de dwaling signaleren. Dat zou tot een even ongeoorloofde verstarring kunnen leiden, temeer, als wij dan menen, dat een denktrant uit vroeger tijd meer geëigend zou zijn voor het belijden van het christelijk geloof, omdat zij van vroeger is. Door zulke apriori's mag de kerk zich niet laten leiden. Maar wel dient zij op haar hoede te zijn, omdat de dwaling voortdurend, de eeuwen door, de neiging heeft zich te verschansen in 't in zwang zijnde denken. Om die reden heeft de kerk niet zelden haaks te staan op wat 'in' is, wat geloofwaardig schijnt, en wat mensen aanspreekt. De kerk heeft niet zelden de roeping om de rol van de impopulaire te spelen. Maar als zij dat doet, doet zij het niet om haarszelfswil, maar om Gods wil. Om Diens wil kan zij het ook alleen doen en mag zij het ook alleen doen, wil zij werkelijk kerk-zijn, dat wat van de Kurios is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het belijden in de vroeg-christelijke kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's